In het nieuws: 3x Tachtigjarige Oorlog
De Tachtigjarige Oorlog staat nog altijd volop in de belangstelling. Zo blijkt ook in het onlangs geopende museum in Groenlo dat geheel aan het conflict is gewijd, het Nationaal Museum Tachtigjarige Oorlog. Historische onderzoeken belichten de periode geregeld vanuit nieuwe perspectieven. Er worden zo nu en dan archeologische vondsten gedaan, die weer een stukje van de geschiedenis ophelderen. En tragische gebeurtenissen worden herdacht. Ook de afgelopen maand was de Nederlandse Opstand meerdere keren in het nieuws.
Schans en legerkamp in Zutphen
In het kader van bouwplannen in de wijk De Hoven-Noord in gemeente Zutphen voerden archeologen een proefsleuvenonderzoek uit. Ze vonden onder meer een schans (een verdedigingswerk) en een legerkamp uit de Tachtigjarige Oorlog. Beide zijn waarschijnlijk gebruikt in 1584 door Staatse soldaten. Op 15 juli maakte Erfgoedcentrum Zutphen de vondsten bekend.
Wat ging vooraf aan de bouw van de schans en het legerkamp? In 1583 was de stad Zutphen door troepen van het Spaanse Rijk ingenomen. Vanuit een groot verdedigingsbolwerk (ook wel de ‘Grote Schans’ of ‘De Schans van Zutphen’ genoemd) op de oever van de IJssel voerden de soldaten van de Spaanse koning plundertochten uit op de Veluwe. In een poging de stad te ontzetten, startten Staatse troepen in mei 1584 onder leiding van graaf Filips van Hohenlohe-Neuenstein (1550-1606) een beleg op Zutphen. Van Hohenlohe liet een dubbele linie aanleggen in een halve cirkel rond de Grote Schans. Die linie bestond uit meerdere schansen, stellingen en legerkampen.
Het lukte Van Hohenlohe niet om Zutphen en de Grote Schans in te nemen. Kort na het overlijden van Willem van Oranje op 10 juli 1584 werd het beleg opgeheven, waarna de Staatse linie door het leger van het Spaanse Rijk werd verwoest.
De recent ontdekte Staatse schans van Van Hohenlohe ligt onder de huidige volkstuinen. Het was onderdeel van de buitenste linie aan de westkant (zie de afbeelding hierboven). Dit gebied valt buiten de bouwplannen. De schans kan dan ook naar verwachting in de grond blijven gedurende de werkzaamheden. Ten zuiden van die schans vonden archeologen resten van een laat zestiende-eeuws legerkamp, waarschijnlijk opgetrokken tijdens het beleg van Zutphen in 1584 of tijdens het daaropvolgende beleg in 1586.
In de meeste gevallen blijft er maar weinig over van zulke legerkampen, daarom is ook deze ontdekking bijzonder. Archeologen vonden onder meer haardplaten, kuilen, onderdelen van wapens, servies, bestek, drinkkannen, slachtafval en kookpotten. Zulke vondsten geven een bijzonder inkijkje in het dagelijks leven in een legerkamp. In de loop van september worden de vondsten verder onderzocht.
Zilverschat bij Deventer
Op een akker vlakbij Deventer, in het buurtschap Averlo, vonden twee metaaldetectorzoekers 380 zilveren munten. De muntschat lag verspreid over twee plekken, circa 70 meter van elkaar vandaan. Het waren in de noordelijke Nederlanden geslagen zilveren stuivers, waaronder bezemstuivers en dubbele stuivers. Relatief veel munten waren afkomstig uit Friesland, Kampen, Overijssel en Zeeland.
Onderzoekers dateren de meeste munten uit de jaren 1610 tot 1629: tijdens de Tachtigjarige Oorlog, kort na het Twaalfjarig Bestand. Archeologie Deventer onderzocht de muntschat. ‘De schat is duidelijk verstopt om hem later op te halen, maar de eigenaar kreeg waarschijnlijk de kans niet’, stelt gemeentelijk archeoloog Bart Vermeulen. ‘Wie de schat heeft verstopt, is moeilijk te zeggen. Het kan een militair uit het Staatse leger geweest zijn, maar ook een handelaar of iemand uit de buurt.’
De vondst is inmiddels door de grondeigenaren van de akker in bruikleen afgestaan aan Museum De Waag, zodat het publiek de munten kan bekijken.
Zowel de muntschat bij Deventer als de schans en het legerkamp in Zutphen geven een inkijkje in het oorlogsgeweld in het oosten van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog. Gedurende deze strijd trokken Spaanse en Staatse (huurlingen)legers door de Nederlanden. Vooral op het platteland was de dreiging van plunderende soldaten groot. Benieuwd naar de nieuwste inzichten over de Tachtigjarige oorlog? Lees dan op de website van Geschiedenis Magazine ook de artikelen: ‘Alva’s Bril en het bloedige jaar 1572’ &‘Een nieuw licht op de geschiedenis van de Gouden Eeuw’.
450 jaar geleden: de Oudewaterse Moord
Op 7 augustus 1575 vond er een bloedbad plaats in Oudewater. De stad werd geplunderd door een Spaans huurlingenleger. Oudewater had gedurende de eerste jaren van de Tachtigjarige Oorlog de kant gekozen van Willem van Oranje en de opstandige steden in de strijd tegen de Spaanse koning Filips II.
Als vergelding belegerden de troepen van het Spaanse Rijk op 19 juli de stad. Op 6 augustus werden de eerste gaten in de muren geschoten door kanonnen. De burgers wisten deze gaten nog net te dichten maar de poging was tevergeefs. ’s Ochtends vroeg blies een kanonskogel een groot gat in de stadsmuur, waarna de soldaten Oudewater binnenvielen.
Bijna de helft van de inwoners werd gedood. De burgers van Oudewater die de aanval hadden overleefd staken vervolgens vermoedelijk zelf een groot deel van de stad in brand: een laatste daad van verzet tegen de vijand. Deze gebeurtenis zou bekend komen te staan als de ‘Oudewaterse Moord’ of het ‘Bloedbad van Oudewater’.
In 1650 maakte de schilder Dirck Stoop een groot olieverfschilderij dat deze gebeurtenis in beeld bracht. Dat schilderij staat nog altijd in het stadhuis van Oudewater. Een toelichting op het kunstwerk is een vast onderdeel van de jaarlijkse herdenking, die sinds 1589 (en mogelijk zelfs al sinds 1577) wordt gehouden op de eerste zondag na 7 augustus. Dit jaar vindt de herdenking plaats op 10 augustus. Kijk voor meer informatie op de website van Gemeente Oudewater.
Delen: