Een nieuw licht op de geschiedenis van de Gouden Eeuw

Veel historici en musea willen de term ‘Gouden Eeuw’ niet meer gebruiken omdat de 17de eeuw voor veel mensen allesbehalve glorieus was. Anderen vinden dat overdreven en zijn trots op de prestaties van de Republiek. De discussie is zeer gepolitiseerd geraakt. Toch nam historicus Marjolein ’t Hart het begrip zonder aarzelen op in de titel van haar nieuwe boek Oorlog en ongelijkheid. Een inclusieve geschiedenis van de Gouden Eeuw, over de maatschappelijke gevolgen van de Tachtigjarige Oorlog. Djoeke van Netten sprak met haar.

Dit artikel verscheen in 2023 (nr. 1) van Geschiedenis Magazine onder de titel: 'Nieuw licht op de Gouden Eeuw'.

Marjolein, wat zien we op de voorkant van je boek?
Het is de plundering van een dorp, geschilderd door Philips Wouwerman. De uitgever vond het een mooi plaatje, omdat vrouwen er prominent op staan, wat het inclusieve karakter van het boek benadrukt. Het beeld is deels fantasie van de kunstenaar, want die vrouwen zijn vrij goedgekleed, terwijl er op het platteland juist ook veel arme vrouwen moeten zijn geweest. Aan de binnenkant van de omslag zie je de gruwelijke plundering in 1589 van Wommelgem (bij Antwerpen). Dit was in de tijd dat in Brabant de boeren voortdurend klappen kregen, van zowel het Spaanse als het Nederlandse leger. Naast dat ‘gewone’ oorlogsgeweld moesten ze ook brandschatting betalen: dan eisten de militairen een som geld op straffe van het afbranden van de boerderij. In het geval van Wommelgem vonden de Nederlandse soldaten dat de boeren niet genoeg brandschatting hadden betaald, en namen er op een vreselijke manier wraak: ze staken de kerktoren in brand waar de dorpsbewoners heen gevlucht waren. Velen vonden zo een afschuwelijke dood; het dorp werd verder leeggeplunderd. 

 

Het plunderen van een dorp door Philips Wouwerman. (Afbeelding: ca. 1650, Museum of Fine Arts Houston)

 

Waarom staan die ellendige voorvallen zo prominent afgebeeld?
Omdat ik wil laten zien wat er nou eigenlijk gebeurde in de Tachtigjarige Oorlog, vooral met de gewone mensen zoals in Wommelgem. Ik wil graag vertellen wat de keerzijde was van de succesvolle en supergoede militaire organisatie van de Republiek. Vooral de Hollandse stedelijke elites profiteerden van de oorlog. Ik vind niet dat we schuldigen moeten aanwijzen, maar zou graag zien dat mensen begrijpen welke ontzettend nadelige gevolgen die oorlog voor heel veel andere mensen had.

De oorlog tegen Spanje was een noodzakelijke voorwaarde voor de Gouden Eeuw, kunnen we achteraf vaststellen. Alleen een onafhankelijk land met overzeese contacten kon zo’n enorme rijkdom en macht vergaren als de Republiek heeft gedaan. Maar de oorlog pakte lang niet voor iedereen goed uit.

Het punt dat ik wil maken is dat die Tachtigjarige Oorlog tot grote ongelijkheid heeft geleid. Hiermee ga ik in tegen de opvatting dat oorlog ‘the great leveller’ is, een gelijkmaker. Men wijst dan vaak op de sociale verhoudingen in Europa na de Tweede Wereldoorlog. Ik denk dat dat hoogstens ten dele waar is: men vergeet dat in zo’n oorlog veel kansarme mensen uit het zicht verdwijnen. Oorlog kan alleen een ‘leveller’ zijn voor wie overleeft, niet voor wie is verjaagd of vermoord. In de Tachtigjarige Oorlog werd de Hollandse elite steeds rijker en machtiger, terwijl elders grootschalige verwoestingen plaatsvonden. Zo werd de bestaande ongelijkheid alleen maar vergroot: tussen klassen, tussen platteland en stad, tussen arm en rijk, tussen gekoloniseerde volken en koloniserende Nederlanders.

En dat wisten we nog niet?
Kijk, op zich zijn veel van die verhalen wel bekend, een plukje hier en een plukje daar. Er is wel iets over de Achterhoek, of over Brabant, en veel anderen hebben geschreven over de glorie van Holland. Maar ik vond het nodig om die verhalen met elkaar in verband te brengen. De combinatie, dát is de verrijking. Daar had ik nu, aan het eind van mijn carrière [MtH is sinds oktober 2022 met emeritaat] de tijd voor.

Het boek is een vervolg op mijn Engelse boek uit 2014, The Dutch Wars of Independence. War and commerce in the Netherlands, 1570-1680. Dat was de synthese van een groot project met een groep onderzoekers en promovendi die zich de vraag stelden: ‘hoe kon de Gouden Eeuw samen gaan met tachtig jaar oorlog?’. De belangrijkste conclusie van dat boek was dat de oorlog een groot commercieel succes voor de Hollandse elite was. Hoe dat in zijn werk ging staat ook in Oorlog en Ongelijkheid, maar dit nieuwe boek is veel inclusiever.

Een rijk burgerinterieur in de Republiek. (Afbeelding: 1663, door Pieter de Hoogh, Rijksmuseum Amsterdam)
 

Welke groepen ontbraken daar dan waar je nu wel aandacht aan schenkt?
De vrouwen stonden daar niet in - terwijl legers in die tijd voor een vijfde uit vrouwen bestonden, ook al vochten zij doorgaans niet actief mee. Katholieken stonden er ook niet in, en ook boeren, vissers en vluchtelingen hebben nu meer aandacht gekregen. Ik laat ook zien - en dat is eveneens nieuw <H> dat veel van de groepen die het heel moeilijk hadden, ook veerkracht bezaten. Mensen wisten ondanks armoede, honger, verlies en verkrachtingen toch te overleven en waren zeker niet alleen maar slachtoffer. 

Behalve over groepen schrijf je ook over individuen, af en toe zoom je in. Heb je een favoriet persoon of verhaal?
Ik vind Kenau een erg leuk iemand, omdat zij zo ontzettend onafhankelijk was, een koopvrouw die tijdens het beleg van Haarlem in 1573 meevocht met een eigen vrouwenvendel. 

Of die matroos van wie pas in West-Afrika werd ontdekt dat ze een in mannenkleding gehulde vrouw was. Toen hebben ze haar ter plekke aan een goede partij uitgehuwelijkt, al weet ik niet of ze daar nou heel blij van is geworden...

Als je naar individuen kijkt, valt je vaak ook de complexiteit van het-slachtoffer-zijn op. Johan van der Veken vluchtte uit de Zuidelijke Nederlanden en vestigde zich in Rotterdam, waar bij macht en aanzien verkreeg, onder andere als bewindhebber van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Als katholiek bleef hij tweederangsburger, maar hij gedroeg zich heel hardvochtig tegen arme vissersgezinnen die bij hem een lening hadden afgesloten om hun man of zoon na kaping uit gijzeling vrij te kopen. Die lening moesten hoe dan ook terugbetalen, terwijl ze vaak geen cent meer hadden.

Armoedig geklede boer (Afbeelding: ca. 1630, door Rembrandt van Rijn, Rijksmuseum Amsterdam)
 

Is nu iedereen opgenomen in deze ‘inclusieve’ geschiedenis?
Nee. Dieren ontbreken, paarden bijvoorbeeld. En kinderen. Ik heb mijn best gedaan om meer over hen te vinden, maar het is heel moeilijk. Over weeskinderen in de stad weten we iets, maar kinderen van bijvoorbeeld boeren komen we nergens in de bronnen tegen.

Een gouden tijd was het dus lang niet voor iedereen, en het begrip ‘Gouden Eeuw’ is inmiddels omstreden. Waarom heb je het tóch in de titel gezet? 
Omdat het kleine Nederland in 17de en 18de eeuw het hoogste inkomen per hoofd van de bevolking ter wereld had. Er heeft een ongelooflijke concentratie van rijkdom en macht plaatsgevonden. Je kunt niet ontkennen dat dit een periode van bloei en glorie was. Je kunt er niet omheen dat mensen als Willem van Oranje, zijn zoon Maurits, kunstenaars als Rembrandt en Vermeer, allerlei uitgevers en wetenschappers tot grote hoogten zijn gekomen en (hoewel soms pas later) internationaal veel aanzien hebben gekregen. Het gaat om geld, rijkdom, macht en invloed. Het is goed om die glorie te laten zien. Maar ... je moet ook de andere kant tonen. 

Ben je niet bang dat je je als je ‘Gouden Eeuw’ wel gebruikt, je je in een bepaald nationalistisch politiek kamp schaart?
Juist niet. Ik wil graag dat de mensen die het klassieke glanzende plaatje voor zich hebben, dit boek lezen en zien dat de periode waar ze zo trots op zijn ook een andere kant had. Ik wil me niet tegen hen afzetten maar hen meenemen in deze nieuwe visie op de Gouden Eeuw. Ik heb bewust eerst het traditionele verhaal verteld: ja, we waren (en zijn) een van de rijkste landen van de wereld, maar dat andere verhaal is er óók en is onlosmakelijk met de glorie verbonden: de groeiende ongelijkheid en de negatieve gevolgen voor het platteland, voor alle Nederlanders buiten de Hollandse stedelijke elite én voor de mensen in de kolonies. 

Heeft je boek ook een boodschap voor nu?
Ik denk het wel. Kijk bijvoorbeeld naar Oekraïne. De groepen die achterblijven zijn echt de klos. Wij helpen de vluchtelingen die hierheen komen, en dat is goed, maar velen hebben eigen auto’s: mensen met wat geld redden zich vaak wel.. De grootste ellende zit in Oekraïne zelf - vandaar ook dat hulp in de regio zo belangrijk is. 

De andere is les is dat niemand alleen maar goed is in een oorlog. Ik heb Willem van Oranje, Maurits en Oldenbarnevelt neergezet als de ontzettend belangrijke mensen die ze waren, maar tegelijkertijd laten uitkomen dat hun beleid voor veel mensen heel negatief uitpakte. In een oorlog maakt iederéén vuile handen, dat was vroeger zo maar nu niet anders. Daar moet je je ogen voor open houden.

Dit artikel verscheen in 2023 (nr. 1) van Geschiedenis Magazine onder de titel: 'Nieuw licht op de Gouden Eeuw'.

 

Marjolein ’t Hart is gastonderzoeker bij het Huygens Instituut en emeritus hoogleraar in de geschiedenis van staatsvorming in mondiaal perspectief aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Van haar verscheen kortgeleden Oorlog en ongelijkheid. Een inclusieve geschiedenis van de Gouden Eeuw (Amsterdam: Boom 2022).

 

Delen: