Arminius en de furie van de Germanen in het Teutoburgerwoud
De Germaan Arminius stond lange tijd op goede voet met de Romeinen. Hij sprak Latijn, was Romeins burger en diende in het Romeinse leger. Het kwam voor hen dan ook als een grote schok toen hij zich in 9 n.Chr. plotseling tegen Rome keerde. Aan het hoofd van een bondgenootschap van Germaanse stammen lokte hij drie legioenen in een hinderlaag en bezorgde het imperium een van zijn grootste nederlagen. Zo kwam er op brute wijze een einde aan de Romeinse droom van een rijk dat zich tot diep in Germanië uitstrekte. Wat ging hieraan vooraf?
Wie de omgeving van het plaatsje Detmold in Noordrijn-Westfalen bezoekt, kan zich vergapen aan een overwinningsmonument dat zijn weerga niet kent. Men meende dat dit de locatie was van het Teutoburgerwoud waar volgens de oude verhalen Arminius de Romeinen had verslagen. Een meer dan 25 meter hoog bronzen beeld van de stoere Germaanse veldheer, staande boven op een tempel van nog eens ruim 25 meter, domineert de omringende bossen. Toen het in 1875 werd ingewijd, enkele jaren nadat Duitsland een klinkende overwinning in de Frans-Duitse Oorlog had behaald, was dit het hoogste standbeeld van de westerse wereld. Arminius heeft zijn zwaard dreigend naar Frankrijk gericht: zo werd de eigentijdse aartsrivaal, die zich graag presenteerde als het ‘nieuwe Rome’, gewaarschuwd dat het Duitse volk zich niet door veroveraars zou laten knechten.
Een latijnse naam
Het lag voor de hand dat het opkomende Duitse nationalisme in Arminius een dankbaar subject voor heldenverering vond. Reeds in de Renaissance hadden Duitse humanisten hem omgedoopt tot ‘Hermann’, een naam die zowel zijn Duitse afkomst als zijn militaire karakter benadrukte: ‘Her’ betekent in het oud-Duits leger, dus Hermann staat voor ‘legerman’. De historische Arminius was zeker een kundig militair, maar hij associeerde zich juist wél sterk met Rome. Dat blijkt uit zijn Latijnse naam, die zijn Romeinse burgerschap uitdrukt - welke Germaanse naam hij bij zijn geboorte kreeg, weten we niet. Hij had de Romeinen geholpen de Illyrische opstand in de westelijke Balkan neer te slaan en was tot de aanzienlijke rang van eques (‘ridder’) opgeklommen. Tegelijkertijd was en bleef hij een edelman van de Cherusci, een belangrijke Germaanse stam. Een tijdlang kon hij beide identiteiten blijkbaar goed met elkaar verenigen, net als veel andere ‘barbaren’ die zich in dienst van Rome stelden.
Romeinen in Germanië
Romeinen en Germanen kregen rond het begin van de jaartelling steeds meer met elkaar te maken, zowel goedschiks als kwaadschiks. Het rijk was onder keizer Augustus aan een grootschalige noordelijke expansie begonnen. Rond 6 n.Chr. hadden de veldheren Drusus en Tiberius het gebied tussen Rijn en Elbe onder Romeinse controle gebracht. Daarin legden de Romeinen wegen aan, groeven kanalen en bouwden steden. Zo zijn bij Waldgirmes in de Duitse deelstaat Hessen de resten van een Romeinse stad in aanbouw gevonden, inclusief een forum, huizen en delen van een bronzen ruiterstandbeeld (vermoedelijk van Augustus). Het hoogste gezag kwam in handen van Publius Quinctilius Varus, een man die als gouverneur en generaal zijn sporen in Noord-Afrika en de Levant had verdiend. Hij bestuurde de Germaanse gebieden met strakke hand en legde de bewoners fikse belastingen op. Kennelijk besefte hij onvoldoende hoeveel kwaad bloed hij daarmee zette.
In september van 9 n.Chr. marcheerde Varus naar het noordwesten van deze nieuwe provincie Germanië om een lokale opstand neer te slaan. Hij had drie legioenen, hulptroepen en cavalerie bij zich - een troepenmacht van zo’n twintigduizend man. Onder hen bevond zich ook Arminius...
Er kwam niets van het plan van Varus. Arminius en enkele andere Germaanse officieren hadden zich losgemaakt van het hoofdleger en bij een Germaans bongenootschap aangesloten in het Teutoburgerwoud. Daar wachtten ze het Romeinse leger op. Het werd een ongekende slachtpartij. Je leest er meer over in het aankomende nummer 5 van Geschiedenis Magazine. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 9 juli. Dit nummer niet missen maar nog geen abonnee? Meld je aan vóór donderdag 25 juni, dan krijg ook jij dit nummer thuisgestuurd.
Meer van deze serie: Vijanden van Rome
Duizend jaar hield het oude Rome stand, onoverwinnelijk. Maar het imperium had wél formidabele tegenstanders, die de Romeinse macht uitdaagden. Soms werd dat nog best spannend… Dit artikel is onderdeel van een serie over de oudheid: Vijanden van Rome. In elk nummer behandelt historicus Martijn Icks een nieuwe vijand. Deze keer: Arminius.

Benieuwd naar de voorgaande artikelen in deze serie? Op onze website kun je ook meer lezen over de wraak van de Keltische koningin Boudicca en over de Carthaagse generaal Hannibal die in 218 v.Chr. met zijn troepen de Alpen overstak en Italië binnenviel.
Delen: