Hannibal aan de poorten van Rome
De Carthaagse generaal Hannibal die in 218 v.Chr. met zijn troepen de Alpen overstak en Italië binnenviel, bracht de Romeinse republiek een serie ongekende nederlagen toe. Op zeker moment marcheerde hij zelfs richting Rome. Hoewel hij ervan afzag de stad te belegeren, maakte de dreiging een onuitwisbare indruk op de bewoners. Hannibal ad portas - ‘Hannibal aan de poorten’ - werd een gevleugelde uitdrukking voor grote nood. Behalve angst wekte Hannibal vanwege zijn militaire capaciteiten en durf echter ook diep respect.
Wat was er aan Hannibals invasie voorafgegaan? Carthago, gelegen in het huidige Tunesië, was rond 800 v.Chr. gesticht als Fenicische handelskolonie en groeide al snel uit tot een machtige metropool. De invloedssfeer van de Carthagers reikte van de Noord-Afrikaanse kust en het zuiden van Spanje tot Sicilië, Corsica en Sardinië. Ze kwamen daarmee in het vaarwater van Rome, dat in de derde eeuw v.Chr. grote delen van de Italische ‘laars’ had onderworpen en zich tot nieuwe mediterrane grootmacht ontwikkelde. De twee werden aartsrivalen. Van 264 tot 241 v.Chr. vochten Rome en Carthago de Eerste Punische Oorlog uit (Puniërs was het Romeinse woord voor Carthagers, een afgeleide van Feniciërs). De Romeinen behaalden de overwinning en eisten Sicilië en andere strategische gebieden op. Daarnaast dwongen ze de Carthagers tot forse herstelbetalingen.
De Carthaagse opperbevelhebber tijdens die oorlog was Hamilcar Barkas. Zijn oudste zoon Hannibal werd geboren in 247 v.Chr.. Toen hij opgroeide lag de pijnlijke nederlaag de Carthagers nog vers in het geheugen. De Romeinse geschiedschrijver Livius vertelt hoe Hamilcar zijn negenjarige zoontje liet zweren een onverzoenlijke vijand van Rome te zullen zijn. Die eed lijkt Hannibal ter harte te hebben genomen. Hij trad in de voetsporen van zijn vader en werd op 26-jarige leeftijd opperbevelhebber van de Carthaagse troepen in Spanje. Daar probeerde hij de macht van zijn vaderland uit te breiden, wat in 218 v.Chr. tot een nieuwe confrontatie met Rome leidde: de Tweede Punische Oorlog. Steen des aanstoots was Saguntum, een plaats die in de Carthaagse invloedssfeer lag, maar nauwe banden met Rome onderhield. Toen Hannibal de stad aanviel, beschouwden de Romeinen dat als een schending van het oude vredesverdrag van 241 v.Chr..
Olifanten
De jonge Carthaagse veldheer greep het initiatief door met zo’n 40.000 grondtroepen en 8.000 man cavalerie de Alpen over te steken en de Romeinen vanuit het noorden aan te vallen. De oversteek is tot op heden beroemd omdat Hannibals leger werd versterkt door enkele tientallen Afrikaanse krijgsolifanten. Hoewel het om een relatief kleine, inmiddels uitgestorven ondersoort ging, konden deze kolossen de vijand compleet verpletteren, als ze tenminste niet in paniek raakten en de eigen troepen onder de voet liepen. In de Tweede Punische Oorlog hebben ze echter geen rol van betekenis gespeeld, blijkt uit de bronnen; hooguit een handjevol olifanten overleefde de barre tocht over de Alpen. Wel stelde de gekozen route Hannibal in staat om extra troepen te werven onder de krijgshaftige Galliërs die de Povlakte bewoonden. Zij waren pas recent door de Romeinen onderworpen en bleken graag bereid de wapens weer tegen hen op te nemen.
Met een relatief klein leger wist Hannibal vele overwinningen te boeken. Hij was een eersteklas strateeg en aanvoerder. Hoe zijn veldtocht afliep? Dat lees je in het in het aankomende nummer 2 van Geschiedenis Magazine. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 5 maart. Dit nummer niet missen maar nog geen abonnee? Meld je aan vóór donderdag 19 februari, dan krijg ook jij dit nummer thuisgestuurd.
Nieuwe serie: Vijanden van Rome
Duizend jaar hield het oude Rome stand, onoverwinnelijk. Maar het imperium had wél formidabele tegenstanders, die de Romeinse macht uitdaagden. Soms werd dat nog best spannend… Dit artikel is onderdeel van een nieuwe serie over de oudheid: Vijanden van Rome. In elk nummer behandelt historicus Martijn Icks een nieuwe vijand. Deze keer: Hannibal.

Delen: