Verweven levens: alle hoofdpersonen van het Achterhuis

Op 4 augustus 1944 valt een arrestatieteam van de Sicherheitspolizei und Sicherheistdienst het Achterhuis op de Amsterdamse Prinsengracht 263 binnen. De acht onderduikers die zich er voor de nazi’s schuilhouden en twee van hun zes helpers, Victor Kugler en Johannes Kleiman, worden opgepakt. Alle onderduikers gaan binnen een paar dagen op transport naar Westerbork. Kugler en Kleiman worden later naar Kamp Amersfoort overgebracht. Geschiedenis Magazine sprak met de historici Gertjan Broek en Elias van der Plicht. Ze schreven het boek Verweven levens over deze veertien mensen in en om het Achterhuis.

Het is het bekendste onderduikverhaal van de Tweede Wereldoorlog: de geschiedenis van het Achterhuis. Dat komt natuurlijk door het dagboek van Anne Frank, die op die 4de augustus samen met de anderen opgepakt werd. Na de arrestatie probeerden Bep Voskuijl, Miep Gies en haar man Jan - drie leden van de vaste ploeg helpers die bijna allemaal bij Otto Franks ondernemingen werkten - spullen uit het Achterhuis veilig te stellen. Bep stuitte daarbij op Anne’s dagboeken. In overleg met Miep besloot ze die op te bergen tot ze de schriftjes weer aan Anne konden geven.

De Westertoren was goed te horen in het Achterhuis. Anne Frank schreef op 10 Augustus 1943 in haar dagboek : ‘We zijn sinds een week allemaal een beetje met de tijd in de war, daar onze lieve en dierbare Westertorenklok blijkbaar weggehaald is voor oorlogsdoeleinden, en wij dag noch nacht precies weten hoe laat het is. Ik heb nog wel wat hoop, dat ze iets zullen uitvinden, dat de buurt een beetje aan de klok herinnert, bijvoorbeeld een tinnen, koperen of weet ik wat voor een ding’ [uitgave 1947]. Op de foto de Westertoren vanuit het Achterhuis in 1958. (Afbeelding: Nationaal Archief, nr. 2.24.01.04).
 

Kugler en Kleiman overleefden de oorlog. Maar van de onderduikers kwam alleen Otto Frank terug uit de concentratiekampen. In Polen had hij kort na de bevrijding al vernomen van een barakgenote van zijn vrouw Edith dat zij was overleden in Auschwitz-Birkenau. Dat zijn dochters Edith en Anne in Bergen-Belsen aan vlektyfus stierven, kwam hij in juli 1945 te weten via een lijst van het Rode Kruis.

Miep Gies overhandigde Annes schrijfwerk daarom aan Otto. Hij maakte er werk van om de belevenissen van vooral zijn dochters te reconstrueren en het dagboek van Anne in binnen- en buitenland uit te geven. Het duurde even voordat hij een uitgever bereid vond. Uiteindelijk verscheen de eerste volledige uitgave op 25 juni 1947 bij uitgeverij Contact. Buitenlandse uitgevers waren ook niet gelijk enthousiast, maar inmiddels is het boek in meer dan 75 talen vertaald.

Er zijn al talloze publicaties en boeken gewijd aan Anne Frank en het Achterhuis, jullie zijn de eersten om dat toe te geven: van het eerste biografische werk Anne Frank – Spur eines Kindes van Ernst Schnabel uit 1958 tot het in 2025 verschenen The many lives of Anne Frank van Ruth Franklin. Waarom moest ook jullie boek er komen?
Van der Plicht: ‘Wat ons boek anders maakt, is dat dit géén boek over Anne Frank is, maar over alle veertien hoofdpersonen van het Achterhuis. De afgelopen vijftien, twintig jaar heeft de Anne Frank Stichting niet alleen veel onderzoek verricht naar de familie Frank, maar juist ook naar de andere vier onderduikers van het Achterhuis en de zes helpers. Naast de familie Frank zaten Fritz Pfeffer en Franks zakenpartner Hermann van Pels met zijn vrouw Auguste en zoon Peter er ondergedoken. Zij werden geholpen door Jan en Miep Gies, Johan en Bep Voskuijl, Johannes Kleiman en Victor Kugler.’

Broek: ‘In de bestaande boeken zijn de meesten vaak een bijfiguur. Maar de een was niet belangrijker dan de ander, ze verdienen gelijke aandacht.’

Miep en Jan Gies, met daarnaast Otto Frank in 1961, bij de opening van het Anne Frank Huis. (Afbeelding: Nationaal Archief, nr. 912-4315)
 

Is dat überhaupt mogelijk? Jullie schrijven, om wat voorbeelden te noemen, dat de familie Van Pels weinig egodocumenten naliet en dat archieven over de militaire loopbaan van Victor Kugler zijn vernietigd.
Broek: ‘In de praktijk is er inderdaad niet van iedereen evenveel bronmateriaal. We waren dan ook veel aangewezen op tamelijk formele en officiële bronnen zoals trouwaktes en bevolkingsregisters. Daarnaast interviewden onze collega’s over de jaren zo’n negentig tijdgenoten van de onderduikers en helpers, zoals klasgenoten en oud-collega’s.’

Van der Plicht: ‘En via het gedigitaliseerde Otto Frank-archief kregen we brieven tussen helpers boven water, dat was een rijke bron.’

Broek: ‘Wat mij bijblijft is een brief uit weer een ander archief, van Kugler aan Otto Frank, die in 1960 met zijn tweede vrouw naar Israël ging. Kugler schreef dat hij als jonge militair bij de Oostenrijkse marine in 1917 afgemeerd lag bij Jaffa, toen de trein naar Jeruzalem had gepakt en dat hij daar ook nog wel een keer naartoe wilde.’

Miep en Jan Gies in 1981 bij de kast die de trap naar het achterhuis verborg. (Afbeelding: Nationaal Archief, nr. 933-9700)
 

Van der Plicht: ‘Zulke details geven meer kleur aan de levens van onze hoofdpersonen. Op basis van buitenlandse archieven lukte het ook om een goed beeld te schetsen van het leven van de familie Van Pels in Osnabrück, waar ze woonden voordat ze in 1937 naar Amsterdam vluchtten. Iets wat ik niet zal vergeten: op 20 augustus 1935 hield NSDAP’er Wilhelm Münzer niet ver bij de familie Van Pels vandaan een toespraak waarin hij zulke rabiaat antisemitische taal uitsloeg en de toehoorders dusdanig ophitste dat veel Joodse Osnabrückers probeerden te vluchten. Om niet al te veel onrust te wekken sommeerden hogere nazi’s Münzer voortaan in het openbaar een andere toon aan te slaan.’

Hoe de familie Van Pels op Münzers toespraak reageerde, is onbekend. Wel weten we onder meer dat Hermann en Auguste trouwden op 25 december 1925 en dat iets minder dan een jaar later zoon Peter werd geboren. Het gezin woonde in de Martinistraße. Hermann werkte als vertegenwoordiger van zijn vaders slagersgroothandel, Peter zat op de Israëlische Elementarschule en behoorde tot de betere voetballers van zijn klas. Hij kreeg als jongetje al te maken met antisemitisme; dat maakten de auteurs op uit getuigenissen van klasgenoten.

Broek en Van der Plicht reconstrueren in hun boek Verweven Levens niet alleen de tijd in het Achterhuis, maar ook de vooroologse en naoorlogse levens van de betrokkenen. In het aankomende nummer 3 in de WO 2 special lees je het volledige interview. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 16 april. Dit nummer niet missen maar nog geen abonnee? Meld je aan vóór donderdag 2 april, dan krijg ook jij dit nummer thuisgestuurd!

Delen: