De Anti-Trekhondenbond zette films in bij de strijd tegen hondenkarren

Trekhonden hielpen eeuwenlang venters en voddenrapers met het zware duw- en trekwerk van hun karren. De dieren moesten urenlang achter elkaar staan of lopen. Ze liepen pijnlijke wonden op door hun muilkorven en riemen, werden slecht behandeld en ontwikkelden veel kwalen als gevolg van de zware lasten die ze moesten voortslepen. Vanaf de 19de eeuw kwam het afschuwelijke lot van deze honden steeds hoger op de agenda te staan. Verschillende dierenbeschermingsorganisaties namen het voor hen op. In Nederland maakte de Anti-Trekhondenbond films om dit leed onder de aandacht te brengen. 

Hoewel in onder meer het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten al een einde was gemaakt aan deze oude vorm van transport, trokken in Nederland rond 1900 nog dagelijks zo'n 80.000 honden de karren voort van hun eigenaars. In 1911 werd een wet ingevoerd die deze dieren moest beschermen tegen mishandeling, toch werden ze nog steeds als trekdier ingezet. Daarom richtten in 1912 jonkvrouw W. Tindal en mevrouw A. Kuhne-Kramer in Den Haag de Anti-Trekhondenbond op. Met pamfletten en bijeenkomsten probeerden zij de uitbuiting van de trekhonden bij burgers onder de aandacht te brengen. Zij maakten hierbij ook gebruik van een nieuw medium: film. Hieronder zien we twee voorbeelden. Let op: deze films bevatten schokkende beelden van dierenmishandeling. 

Het leven van Cesar
In de jaren 1920 lanceerde de Anti-Trekhondenbond meerdere films over het leven van trekhonden. Onder andere over Cesar, een loyaal hondje uit het Gooi. Als zijn eigenaar voor enige tijd naar Engeland moet voor werk, geven zijn vader en stiefmoeder Cesar weg aan een buurman. Daar wordt het hondje vastgeketend aan een korte ketting en moet hij het erf bewaken. Daarna wordt hij verkocht aan een straatverkoper die hem als trekhond inzet. Na vele omzwervingen komt Cesar uiteindelijk terug bij zijn baasje, dat uit Engeland is teruggekeerd. Het hele gezin bezoekt kort daarna een bijeenkomst van de Anti-Trekhondenbond en wordt lid. De film sluit af met een oproep voor de kijker: 'Geeft u op als lid van de Anti-Trekhonden-Bond, minimum contributie f1,- per jaar'. 

Film uit het jaar 1928 van de productiemaatschappij Filmfabriek Polygoon (Haarlem), uit de collectie van het Eye Filmmuseum in Amsterdam (FLM11009).

Journalisten zien het leed
Deze propagandafilm is gemaakt in 1929 door de Filmfabriek Holland en komt uit de collectie van het Eye Filmmuseum. Het betreft een documentaire, waarin journalisten uit het binnen- en buitenland te gast zijn in Nederland bij de Anti-Trekhondenbond. De journalisten hebben zich verzameld bij het American Hotel in Amsterdam. Van daaruit reizen ze af naar Amersfoort en Hattem. Daar zijn ze getuige van de wrede behandeling van de trekhonden. Het bezoek van deze journalisten eindigt bij landgoed 'De Dreef'. Daar kunnen honden vrij rondrennen en krijgen ze te eten. Ook deze film roept in de aftiteling op om lid te worden. 

Film uit het jaar 1929 van de productiemaatschappij Filmfabriek Holland, uit de collectie van het Eye Filmmuseum in Amsterdam (FLM7053).

Het vervolg...
Het duurde nog lang voordat het verbod op hondenkarren daadwerkelijk van kracht ging: het werd pas in 1962 bij wet ingevoerd. Dat was wrang genoeg niet zozeer het gevolg van de groeiende kritiek op het dierenleed, maar vooral vanwege de opkomst van gemotoriseerd vervoer en de bakfiets. 

In het aankomende nummer 4: De geschiedenis van hondenkarren
Britse dierenbeschermers schreven in de 19de eeuw met afgrijzen over misstanden met trekhonden in het buitenland, met name over Nederlandse melkboeren. Zelf hadden de Britten trouwens pas kort tevoren een eind gemaakt aan die oude vorm van transport. In Nederland duurde dat nog bijna een eeuw. Veel kleine zelfstandigen maakten er volop gebruik van: bakkers, slagers, leerlooiers, schoenlappers, marskramers en kruideniers. Boeren brachten hun groente en fruit met de hondenkar naar de markt, vissers hun haring. De post en zelfs het leger had hondenkarren. Langzamerhand groeide ook in Nederland de aandacht voor het leed dat deze dieren ondergingen. Maar dat was niet alleen uit medelijden. In het aankomende nummer 4 vertelt Guido van Hengel hier meer over.
Delen: