Londen 1877: de eerste Chinese ambassade
China is niet meer weg te denken van de internationale politieke podia en speelt de laatste jaren een steeds grotere rol in de economie en infrastructuur van andere landen. De regering stuurt internationaal meer diplomatieke posten aan dan enig ander land, inclusief de Verenigde Staten. Die posten bestaan nog niet zo heel lang: het eerste gezantschap werd in 1877 geopend in Londen, andere volgden spoedig. Waarom vond de keizer die ineens nodig?
‘De G2 gaat zo bijeenkomen’. Dat schreef de Amerikaanse president Donald Trump op 30 oktober 2025 op sociale media. Hij doelde op zijn aanstaande ontmoeting met de Chinese president Xi Jinping in het Zuid-Koreaanse Busan. De Verenigde Staten lijken steeds meer te accepteren dat een machtig China niet alleen een rivaal is maar ook een blijvend onderdeel van de internationale orde. Amerika herziet, gedwongen door de opkomst van China als bijna-gelijke, voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog zijn eigen rol in de wereld. Ook China past zich aan de veranderende geopolitieke context aan, bijvoorbeeld door de banden met voormalige politieke vijand Moskou flink aan te halen toen de relatie tussen Washington en Beijing verslechterde.
Het verschil met de VS is dat China er allang aan gewend is geraakt dat het zich moet aanpassen aan omstandigheden die het niet zelf gecreëerd heeft. Waar de VS nu een stap terug doen, is China al sinds de 19de eeuw bezig stappen vooruit te zetten. Zoals de VS nu, veranderde China toen van een symbool van een oudere orde in een land dat zich heroriënteert op de veranderende geopolitieke realiteit. Weinig symboliseert die omwenteling beter dan de opening van diplomatieke en consulaire vestigingen in het buitenland vanaf 1877. Het keizerrijk China werd op dat moment geregeerd door de Qing Dynastie.
Moord in Yunnan
De directe aanleiding om Chinese diplomaten in Londen te stationeren was de dood van de Britse diplomaat Augustus Margary in 1875. Hij was betrokken bij een expeditie die nieuwe handelsroutes over land van Brits India naar China moest vinden. Op een afgelegen plek aan de Chinese zijde van de grens met Birma werden Margary en vier Chinese medewerkers van hem gedood. De omstandigheden zijn nooit duidelijk geworden, maar Groot-Brittannië hield de Chinese regering verantwoordelijk voor Margary’s dood en eiste onder meer dat China een afvaardiging naar Londen zou sturen die daar officieel verontschuldigingen aan moest komen bieden.
De keizerlijke regering in Peking was bereid de gevraagde afvaardiging naar Londen te sturen. Het rijk had niet lang tevoren twee maal moeten accepteren dat Groot-Brittannië het zijn wil met geweld oplegde: in de Opiumoorlogen van 1840-1842 en 1858-1860, die als doel hadden een betere toegang tot de lucratieve Chinese markt af te dwingen. Bang voor nieuwe militaire acties van de Britten besloot Peking dat de delegatie, na het aanbieden van verontschuldigingen, in de Britse hoofdstad moest blijven, als aanspreekpunt in geval van eventuele toekomstige spanningen.
Gezantschapspost in Londen
De Britten zelf hadden Peking overigens al eerder uitgenodigd om moderne diplomatieke betrekkingen aan te gaan. Na de Tweede Opiumoorlog werd China gedwongen om permanente Westerse gezantschappen (de voorlopers van ambassades) in Peking te accepteren, maar China mocht volgens een eerder verdrag uit 1858 vanwege de gewenste stabiliteit zelf ook een gezantschapspost openen, in Londen.
Als hoofd van de delegatie werd Guo Songtao aangewezen, een capabele en integere ambtenaar van 57 jaar oud en werkzaam in de kustprovincie Fujian. Hij had tijdens deTweede Opiumoorlog aan diverse hooggeplaatste functionarissen gezegd dat China in plaats van te vechten tegen het Westen er beter meer over te weten kon komen. Ook wilde hij een instituut waar ambtenaren de talen van de grootmachten konden leren. Guo had veel nagedacht over de internationale situatie waarin China zich bevond.
Landen als Groot-Brittannië, Frankrijk, de VS en Rusland stelden allerlei eisen op handelsgebied die ongunstig waren voor China, en bezaten de militaire macht om die ook af te dwingen. Maar gewapend verzet daartegen had volgens Guo geen zin: de moderne mogendheden met hun geavanceerde wapens zouden zo’n strijd altijd winnen. In plaats daarvan moest China het spel volgens hun regels spelen, en gebruik maken van het internationale recht en de reeds gesloten verdragen met het Westen, ook al waren die met geweld aan China opgedrongen.
De eerste diplomaat
Het was een hele stap voor Guo Songtao om zich in Londen te vestigen. Een stationering buiten China zelf was iets geheel nieuws. Het keizerrijk, dat in 221 v. Chr. was gesticht, had het beroep van diplomaat nooit gekend. Het was volgens het traditionele internapolitieke denken in China niet nodig: de wereld bestond uit een beschaafd gedeelte, dat werd bestuurd door de Chinese keizer via zijn ambtenaren, en daaromheen bevonden zich de barbaarse gebieden. Die werden namens de keizer bestuurd door vazallen. Er bestonden wel incidentele contacten tussen het keizerlijke centrum en de buitenlandse vazallen, maar gezantschappen waren er niet. Dus het was een primeur dat Guo Songtao in Londen namens de Qing regering verontschuldigingen aanbood voor de dood van Margary en vervolgens in 1877 China’s eerste permanente diplomatieke vertegenwoordiging opende.
De drijvende kracht achter zijn benoeming en de keizerlijke toestemming voor het opzetten van het gezantschap was een topambtenaar genaamd Li Hongzhang. Hoewel China toen geen minister van Buitenlandse Zaken had, vervulde hij die rol in de praktijk, van 1870 tot aan zijn dood in 1901. Li was een klassiek geschoolde, confucianistische ambtenaar die echter openstond voor vernieuwing om China sterker te maken. Net zoals Guo Songtao, enkele collega-ambtenaren en leden van het keizerlijke hof geloofde hij dat meedoen met het Westen en ervan leren, China kon helpen om een betere internationale positie te bemachtigen.
Kort daarna zouden Chinese gezantschappen zich ook in de hoofdsteden van andere landen vestigen. Zoals in de VS, Japan, Frankrijk, Duitsland en Rusland. Wat waren de gevolgen van de oprichting van deze Chinese ambassades? Je leest er meer over in het aankomende nummer 2 van Geschiedenis Magazine. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 5 maart. Dit nummer niet missen maar nog geen abonnee? Meld je aan vóór donderdag 19 februari, dan krijg ook jij dit nummer thuisgestuurd.
Delen: