De Kapp-putsch – 100 uur rechtse revolutie in Berlijn

Honderd jaar geleden, op de ochtend van 24 juni 1922, werd in een bloedige aanslag de minister van Buitenlandse zaken van de Weimarrepubliek, Walter Rathenau, vermoord. Tijdens de Eerste Wereldoorlog had de Joodse Rathenau met succes de oorlogseconomie gepland en als patriot en industrieel zette hij zich daarna in voor de opbouw van de Weimarrepubliek. De moordenaars behoorden tot de rechts-nationalistische Organisation Consul, het geesteskind van kapitein Hermann Ehrhardt. Veel van de consul-leden maakten eerder deel uit van het paramilitaire vrijkorps Marinebrigade Ehrhardt, dat in 1920 een staatsgreep had proberen te plegen, de Kapp-putsch. Hier vertelt Ivo van de Wijden deze rechtse revolutie. Wie Walter Rathenau precies was en waarom hij werd vermoord, lees je in het juni-nummer van Geschiedenis Magazine

In de vroege ochtend van 13 maart 1920 marcheerde de Marinebrigade Ehrhardt, het meest geharde en meedogenloze Freikorps van Duitsland, met een batterij veldartillerie het centrum van Berlijn binnen. Tot de tanden toe bewapend, zongen zo’n 6000 enthousiaste soldaten luidkeels het brigadelied:

Swastika op onze helmen
Zwart-wit-rood op onze band
De brigade van Ehrhardt
Is bekend in heel het land

Arbeider, arbeider, wat moet er van je worden
Als de brigade klaarstaat voor de strijd?
De Ehrhardt-brigade slaat alles kort en klein
Pas dus maar op, jij klootzak van een arbeider!

De brigade, genoemd naar haar bevelhebber, kapitein Hermann Ehrhardt, was ’s nachts vertrokken vanuit de barakken bij Döberitz, zo’n vijfentwintig kilometer buiten Berlijn. Bij de Brandenburger Tor werden de mannen verwelkomd door generaals Walther von Lüttwitz, de commandant van de Reichswehr in Berlijn, en Erich Ludendorff, een van de Duitse opperbevelhebbers tijdens de Eerste Wereldoorlog, die ‘stomtoevallig’ net zijn ochtendwandelingetje maakte. Ook de hoge Oost-Pruisische ambtenaar Wolfgang Kapp was aanwezig; met zijn hoge hoed en jacquet viel hij nogal uit de toon. Tijdens de oorlog was hij medeoprichter geweest van de extreemrechtse Vaterlandspartei.

Terwijl de mannen van de marinebrigade het regeringscentrum afgrendelden en in met swastika’s beschilderde vrachtwagens door de stad patrouilleerden, beenden Kapp en Lüttwitz samen naar de Rijkskanselarij aan de Wilhelmstrasse. Hier proclameerden ze: ‘De volledige staatsmacht is overgedragen aan commissaris dr. Kapp uit Königsberg als rijkskanselier en minister-president van Pruisen. We hebben twee dingen nodig: orde en werk. Agitatoren zullen zonder scrupules worden uitgeroeid.’ De Kapp-putsch was een feit.

 

Unter den Linden: het geschut van de Ehrhardtbrigade tijdens de Kapp-putsch (Library of Congress).

 

Werkloze oorlogsveteranen
Directe aanleiding voor de staatsgreep was de door het Verdrag van Versailles vereiste ontmanteling van alle paramilitaire vrijkorpsen, waaronder Marinebrigade Ehrhardt. Na de Eerste Wereldoorlog maakten de geallieerden korte metten met het Duitse militaire apparaat: ook de Reichswehr, het reguliere leger, moest inkrimpen tot 100.000 man. De eerste president van de Weimarrepubliek, de sociaaldemocraat Friedrich Ebert, zag zich genoodzaakt het verdrag naar de letter na te leven. Andere opties waren voor de geallieerden onacceptabel. Sommige delen van de vrijkorpsen werden opgenomen in de Reichswehr of in politie-eenheden, maar het leeuwendeel van de naar schatting 400.000 soldaten zou op straat komen te staan. 

Zij vonden onderdak in nieuw opgerichte ‘schietverenigingen’ en ‘detectivebureaus’, dekmantels die hen in staat stelden hun wapen legaal te behouden. Onder de (oud)leden van de vrijkorpsen - zonder uitzondering werkloze conservatieve oorlogsveteranen die zich niet thuis voelden in de naoorlogse burgermaatschappij - heerste grote onvrede over de koers van de regering-Ebert. De periode na de afschaffing van de monarchie in november 1918 was onstuimig en gewelddadig geweest. En in hun eigen ogen hadden juist deze mannen de jonge Weimarrepubliek door de moeilijke eerste jaren gesleept. 

De vrijkorpsen - de Marinebrigade Ehrhardt voorop - hadden direct na de oorlog met bruut geweld geopereerd in de Baltische staten en Polen om het Russische Rode Leger uit Oost-Pruisen te houden en (uiteindelijk de helft van) Silezië weten te behouden voor de Weimarrepubliek. Bovendien had de regering-Ebert gebruik gemaakt van de diensten van de vrijkorpsen om in heel Duitsland linkse opstanden neer te slaan. Zo hadden revolutionairen van onder meer de communistische Spartacusbond in januari 1919 tevergeefs geprobeerd in Berlijn de macht te grijpen en in mei hadden de vrijkorpsen korte metten gemaakt met de kortstondige Beierse Radenrepubliek. Dat ging allemaal niet bepaald zachtzinnig. De aanvoerders van de Spartacusbond, de prominente communisten Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg, werden opgepakt door een vrijkorps en zonder proces doodgeschoten.  

Troepen schieten niet op troepen
De door de geallieerden afgewongen demobilisatie in 1920 was dus een bittere pil voor de vrijkorpsen: stank voor dank. Generaal Lüttwitz weigerde botweg het bevel uit te voeren en stuurde namens de Ehrhardt-brigade een ultimatum naar president Ebert. Die moest niet alleen de demobilisatie van het leger en de vrijkorpsen terugdraaien, maar ook harde maatregelen nemen tegen de linkse oppositie en de oude keizerlijke vlag in ere herstellen. Het rood-wit-zwart was namelijk met de nieuwe grondwet vervangen door zwart-rood-goud. Dit alles was voor Ebert onacceptabel.
Terwijl de Marinebrigade Ehrhardt naar Berlijn marcheerde, overlegde Ebert koortsachtig met zijn regering. Het inzetten van reguliere Reichswehreenheden tegen de marinebrigade was volgens generaal Hans von Seeckt, het hoofd van de generale staf, uitgesloten: ‘Troepen schieten niet op troepen. Als Reichswehr op Reichswehr gaat schieten, is alle kameraadschap uit het officierskorps verdwenen.’ Zijn besluit werd later nogal eens uitgelegd als steun van het reguliere leger aan de Kapp-Lüttwitzputsch, maar het is waarschijnlijker dat Von Seeckt gewoon eieren voor zijn geld koos. Hij wist dat de Reichswehreenheden in Berlijn niet waren opgewassen tegen de geharde mannen van Ehrhardt en dat een treffen tot een bloedbad zou hebben geleid.

Op deze poster uit 1920 staat: ‘Moet deze ellende voortduren? Leven is alleen mogelijk bij een rechtvaardige vrede’. Het verdrag van Versailles werd door zowel links als rechts zwaar bekritiseerd. Duitsland had – in de ogen van de meeste Duitsers – ten onrechte de schuld van de oorlog gekregen en werd territoriaal, industrieel, militair, financieel en moreel hard gestraft voor de geleden nederlaag. De discussie over het wel of niet naleven van het verdrag leidde in de eerste jaren van de Weimarrepubliek tot sterke polarisatie van de binnenlandse politiek (Library of Congress).

 

12.000.000 stakers
Ebert en zijn regering gingen er nog diezelfde nacht wijselijk vandoor, eerst met de auto naar Dresden en vervolgens met de trein naar Stuttgart. De coup van Kapp en Lüttwitz leek geslaagd, zonder dat er een schot was gelost. 

Maar Ebert had nog een troefkaart in handen. Vanuit Stuttgart riep hij op tot een algemene staking. Die oproep werd gesteund door de socialistische partijen, die elkaar tot dan toe de tent uitvochten, en vakbonden. Alleen de communisten deden niet mee, naar eigen zeggen omdat ze weigerden het ene kapitalistische regime tegen het andere te steunen.

Het werd de meest complete staking in de Duitse geschiedenis. Zo’n 12.000.000 mensen legden op 14 maart het werk neer. Alles viel stil. Er was geen water, geen stroom, geen vervoer, niets. De ambtenarij hield zich ondertussen Oost-Indisch doof voor de verordeningen van Kapp en Lüttwitz. Juist van de twee speerpunten orde en werk bleef weinig over. De populariteit van de coupplegers daalde navenant. Toen de politie en de Reichswehr zich een paar dagen later trouw verklaarden aan de regering-Ebert, telden Kapp en Lüttwitz hun knopen. Hun rechtse couppoging was faliekant mislukt.

Hitler komt net te laat
Amper 100 uur nadat ze zingend door de Brandenburger Tor waren gemarcheerd, vertrokken de mannen van de Marinebrigade Ehrhardt alweer. Dit keer verliep hun tocht niet zonder bloedvergieten. Uitgejouwd door een vijandige menigte openden manschappen het vuur; er vielen talloze doden en gewonden. 

De aanvoerders van de coup vluchtten als dieven in de nacht: Kapp naar Zweden en Lüttwitz naar Hongarije. Ehrhardt trok met zijn ploeg op uitnodiging van de politiechef aldaar naar München, dat na het neerslaan van de Beierse Radenrepubliek een broeinest van rechts-radicale nationalisten was geworden 

Ook generaal Ludendorff vond er zijn nieuwe thuis, evenals de pas gedemobiliseerde Gefreiter Adolf Hitler. Diens laatste daad als militair was een vliegreis naar Berlijn geweest om de groeten van de Beierse Reichswehr over te brengen aan Kapp en Lüttwitz. Hij kwam net te laat.

Enkele leden van het Duitse ‘Rode Leger’ in Dortmund, 1920 (Library of Congress).

 

‘Rood Leger’ in het Ruhrgebied
Na het verpletteren van de Kapp-Lüttwitzputsch waren de socialistische partijen en vakbonden op het toppunt van hun macht. In ruil voor het beëindigen van de staking stelden zij vervolgens hun eigen eisen aan de regering-Ebert. Toen die hier niet volledig mee instemde, laaiden de revolutionaire vlammen in diverse steden opnieuw op.

In het Ruhrgebied, het industriële hart van Duitsland, organiseerden stakende arbeiders zich in een volgens sommige bronnen 100.000 man sterk ‘Rood Leger’ en wisten ze de Reichswehr en de vrijkorpsen in eerste instantie uit het gebied te verdrijven. Gelukkig voor Ebert, die minstens net zo bang was voor een linkse revolutie als voor een rechtse coup, koos chef van de generale staf Von Seeckt er ditmaal wél voor om in te grijpen. Op het Rode Leger mocht zijn Reichswehr wel schieten. Ook de mannen van de vrijkorpsen lieten zich niet onbetuigd. In de gebarricadeerde straten van Duitslands grootste industriegebied werd een bittere strijd uitgevochten. Een maand en tweeduizend dode arbeiders later kwam er een einde aan de Ruhropstand. 

Links gekibbel
Bij de eerste landelijke verkiezingen voor de Rijksdag in juni 1920 werd de gematigde regeringscoalitie van onder meer de SPD (Sozialdemokratische Partei Deutschlands) en de links-liberale DDP (Deutsche Demokratische Partei) gedecimeerd. Dit was niet alleen te danken aan de linkse revolutionaire dreiging, maar vooral ook aan het eindeloze onderlinge gekibbel tussen linkse partijen. De SPD besloot niet deel te nemen aan een nieuwe regering en zette zich daarmee voor de volgende vijfentwintig jaar buitenspel. 

De kiezer keerde het politieke midden de rug toe. Onbedoeld had Ebert politiek extremisme in de hand gewerkt. Door de inzet van rechtse vrijkorpsen om de Weimarrepubliek overeind te houden, verloren zijn natuurlijke linkse bondgenoten hun vertrouwen in de regering, terwijl Ebert voor veel rechtse partijen juist niet ver genoeg ging. De rest van haar bestaan kende de Weimarrepubliek slechts zwakke minderheidskabinetten: vijftien stuks in dertien jaar. Tot de machtsovername door Hitlers NSDAP in 1933 werd de Duitse politiek gekenmerkt door polarisatie en instabiliteit, een erfenis van het geweld uit de beginjaren van de republiek.

Delen: