In het nieuws: Een codeermachine, schakelarmband en tankversperring uit de Tweede Wereldoorlog

In het nieuws duiken nog regelmatig sporen op uit de Tweede Wereldoorlog. Zo werd een bijzonder sieraad van restmetaal binnengebracht bij een museum in Groningen. Tijdens graafwerkzaamheden bij Wijk bij Duurstede kwam een tankversperring tevoorschijn. En in een veilinghuis in Londen stond een zeldzame Enigma-codeermachine te koop. Deze vondsten vertellen, elk op hun eigen manier, een verhaal over oorlog en verzet.

Een schakelarmband
Nog vaak vinden mensen thuis dagboeken, ansichtkaarten, foto’s of brieven uit de Tweede Wereldoorlog. Die spullen komen tevoorschijn bij grote opruimacties, verhuizingen of verbouwingen. Op het eerste gezicht lijken deze vondsten soms onbelangrijk, maar bij nader onderzoek blijkt vaak het tegendeel.

Daarom organiseerden afgelopen voorjaar vijf musea in Groningen de Groninger Niet Weggooien Tour. Het initiatief stimuleerde mensen om opmerkelijke spullen uit de Tweede Wereldoorlog niet weg te doen, maar langs te brengen bij een van de deelnemende musea. Daar vertelden experts meer over de vondst. Alle aangemelde spullen werden geregistreerd. Je kon jouw object vervolgens weer mee naar huis nemen of bij een van de deelnemende musea onderbrengen.

Er werd veel binnengebracht, waaronder een schakelarmband. Het MOW I Museum Westerwolde in Bellingwolde maakte afgelopen zomer de vondst bekend. De schakelarmband is gemaakt van restmateriaal uit een metaalfabriek in de Duitse plaats Weener. De eigenaar van die metaalfabriek, Theodoor Klatte, was bevriend met Hermann Göring, de opperbevelhebber van Duitse luchtmacht. De fabriek leverde onderdelen voor Duitse oorlogsvliegtuigen. Er werkten veel dwangarbeiders uit Rusland, Polen, Oekraïne en Nederland. Onder hen bevond zich de lasser Jan Pieter Bahlmann.

Jan Pieter pendelde elke dag op en neer van zijn woonplaats Oudeschans naar de fabriek in Weener. Toen hij erachter kwam dat de Oekraïense vrouwen in de fabriek weinig te eten kregen, smokkelde Jan Pieter extra eten mee. Als blijk van dank en teken van verzet maakten de Oekraïense vrouwen een schakelarmband en een ring van restmateriaal uit de metaalfabriek. Ze gaven de sierraden aan Jan Pieter voor zijn vriendin Grietje de Groot. Na de oorlog trouwde Jan Pieter met Grietje en startte hij een eigen bedrijf in Oudeschans.

De ring raakte zoek. Het echtpaar liet de schakelarmband na aan een dierbare werknemer van het bedrijf: Jan Hidding. Hidding bracht het object naar het MOW. Daar wordt het sieraad vanaf eind juli tijdelijk tentoongesteld.

Er zijn meerdere voorbeelden van mensen die gedurende de oorlog restmateriaal gebruikten om bijzondere spullen te maken. Zo kreeg Nationaal Monument Kamp Vught in 2024 een schenking van voorwerpen die een van de gevangenen, de verzetsman Roel Bleeker, in het kamp had gemaakt. Hij soldeerde twee servetringen en bouwde van overgebleven ijzerdraad drie vliegtuigmodellen.

Detail van de armband. (Afbeelding: MOW)
 

Tankversperring bij Wijk bij Duurstede
Tussen Wijk bij Duurstede en Amerongen wordt de dijk verzwaard als onderdeel van het project ‘Sterke Lekdijk’. Tijdens de graafwerkzaamheden vond de uitvoerder, de Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden, een betonnen constructie. De werkzaamheden werden tijdelijk stil gelegd en een team van archeologen kwam langs. Zij concludeerden dat het hier ging om tankversperring uit de Tweede Wereldoorlog, een zogenoemde ‘aspergeversterking’.

Een aspergeversterking bestond uit een reeks – vaak puntige – houten of metalen palen die schuin in de grond of in een betonnen sokkel werden gestoken. Deze palen blokkeerden de doorgang van pantservoertuigen.

In het geval van de tankversperring bij Wijk bij Duurstede waren de palen gemaakt van stukken spoorrails, die vervolgens op een rij schuin in een betonnen plaat waren gestoken. De archeologen vermoeden dat de versperring in maart 1945 is aangelegd door de Duitse bezetters. De palen waren gericht op het zuiden: de kant waar de geallieerde troepen vandaan kwamen.

Archeologen documenteerden de vondst, waarna de graafwerkzaamheden werden hervat.

Enigma-codeermachine te koop
Onlangs werd een bijzonder apparaat verkocht bij veilinghuis Bonhams in Londen: een zeldzame Enigma-codeermachine uit 1944, voor een bedrag van 305.000 pond.

Veel van deze Enigma-codeermachines zijn tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog door het Duitse leger vernietigd, om zo te voorkomen dat de apparaten in handen zouden vallen van de geallieerden. Naar sommige schattingen zouden er van dit type (de M4) zo’n 120 exemplaren bewaard zijn gebleven.  

Tijdens de Tweede Wereldoorlog communiceerde het Duitse leger via gecodeerde teksten met zijn schepen. Dit gebeurde meestal in morse over de radio. Als de geallieerden dan meeluisterden, zouden ze niet weten welke opdrachten er werden gegeven. Het Duitse leger codeerde de berichten onder meer met de Enigma-codeermachine. Dit apparaat – dat wat weg heeft van een typemachine – kon teksten omzetten in complexe codes.

De Enigma-machine werd echter – in het diepste geheim – gekraakt door de werknemers op Bletchely Park, een landgoed iets boven Londen waar zo’n 9.000 mensen dag en nacht zwoegden om de Duitse berichten te ontcijferen. Hoe zij dat deden? Dat lees je in het artikel van Ivo van de Wijdeven ‘De codekrakers van Bletchley Park in de Tweede Wereldoorlog’ in nummer 6 van Geschiedenis Magazine.

Toen het Duitse leger vermoedde dat de geallieerden konden meelezen met hun berichten, ontwikkelden zij in 1942 een aangepaste Enigma-machine, de M4. Deze had een extra contactschijf (ook wel rotor genoemd), die de code nog complexer zou maken. Maar de werknemers op Bletchely park wisten ook deze code enkele maanden later te breken. Zodoende konden de geallieerden duizenden Duitse versleutelde berichten ontcijferen. 

Delen: