De codebrekers van Bletchley Park in de Tweede Wereldoorlog
Er zijn historici die zeggen dat de Tweede Wereldoorlog twee jaar eerder eindigde door wat er op het Britse landgoed Bletchley Park gebeurde: dag en nacht werkten daar zo’n negenduizend mensen in het diepste geheim aan het ontcijferen van versleutelde Duitse berichten. Wie waren zij? En hoe zag hun leven op Bletchley Park eruit?
In maart van dit jaar overleed Charlotte ‘Betty’ Webb op 101-jarige leeftijd. Ze was de laatst levende van vijf Britse vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog deel uitmaakten van het kernteam dat de toegang vond tot het geheime berichtenverkeer van de nazi’s. In 1941 brak Webb op 18-jarige leeftijd haar opleiding huishoudkunde af om zich aan te melden bij het Britse leger. Of zoals ze het zelf zei: ‘Sommigen van ons besloten dat we beter ons land konden dienen dan worstenbroodjes maken.’ Omdat ze een Duitse au-pair had gehad en als uitwisselingsstudent in Duitsland had gewoond, werd ze geselecteerd voor Bletchley Park.
Op dat landgoed, een uurtje rijden ten noorden van Londen, was sinds 1939 de Government Code and Cypher School (GC&CS) gevestigd, een onderdeel van de Britse geheime dienst MI6. Bletchley Park was aangekocht omdat het vlak bij belangrijke telegraafkabels lag én aan de spoorlijn tussen Oxford en Cambridge. Met het oog op de naderende oorlog was het idee dat de knapste koppen van de universiteiten aldaar het beveiligde communicatienetwerk van het Derde Rijk zouden kraken.
Enigma al aangepakt door Polen
De nazi’s maakten gebruik van handzame maar geavanceerde codeermachines. De Enigma is de bekendste. Het elektromechanische apparaat maakte gebruik van een systeem met instelbare rotoren en een stekkerbord om berichten te versleutelen. Daarna paste de Enigma zelf ook nog automatisch extra encryptie toe. Wie een bericht intypte zag de letters meteen in code oplichten. En met de juiste instellingen kon iemand anders met een Enigma vervolgens het gecodeerde bericht weer lezen. De instellingen voor de rotoren en stekkertjes moesten door de gebruikers regelmatig worden gewijzigd aan de hand van maandelijks verspreide codeboeken.
De nazi’s achtten Enigma onkraakbaar en het wás een kluif voor de mensen van de GC&CS. Maar ze tastten niet geheel in het duister: ze konden voortborduren op het werk van de Poolse cryptologische dienst Biuro Szyfrów. Al in 1932 was cryptograaf Marian Rajewski dankzij spionage en reverse engineering op de hoogte van de werking van de Enigma en de procedures die de gebruikers moesten volgen. Rajewski wist dat hij naar de instellingen van de rotoren en stekkertjes moest zoeken om berichten te kunnen lezen en hij ontdekte dat het aantal mogelijke combinaties werd beperkt door het mechaniek en - belangrijker nog - de voorgeschreven procedures.
QQQ
Onbedoeld veroorzaakten de nazi’s zelf de grootste zwakke plekken in het systeem. Gebruikers moesten altijd een drielettercode invoeren, en luilakken kozen soms tegen de regels voor iedere bericht dezelfde en/of een simpele code als QQQ, de eerste letter op het toetsenbord van de Enigma. Dat was heel duidelijk te zien in een reeks gecodeerde berichten. Daarnaast waren de nazi’s ontzettend formeel in hun communicatie, waardoor vaste uitdrukkingen keer op keer terugkwamen, zoals ‘Keine besonderen Ereignisse’ (geen bijzonderheden) en ‘An die Gruppe’ (aan de eenheid). Ook weerberichten werden gecodeerd verstuurd en hadden tot vreugde van de codebrekers altijd dezelfde vorm.
Door te gokken met vaste uitdrukkingen konden Rajewski en zijn mensen met een beetje geluk en veel monnikenwerk de instellingen als het ware ‘terugrekenen’ en vervolgens alle berichten lezen tot het moment dat de Duitsers hun instellingen weer veranderden en de codebrekers opnieuw moesten beginnen. Toen de oorlog eenmaal uitbrak in september 1939 gebeurde dat dagelijks. Bovendien verbeterden de nazi’s ook hun procedures én de Enigma. In de loop van de oorlog kreeg die vier rotoren, die bovendien verwisselbaar werden. Dat maakte het veel moeilijker om de berichten die ermee werden verstuurd te ontcijferen.
Zonder de kennis die de Polen hadden doorgespeeld aan de Britten was Bletchley Park nooit van de grond gekomen, zo erkende de commandant van GC&CS na de oorlog.
Vierduizend berichten per dag
Maar voor de Britten was er nog wel ontzettend veel werk aan de winkel. MI6 wierf ‘professorale types’ - van taalkundigen en classici tot historici en schaakkampioenen, meest mannen - om de verbeterde versies van de Enigma te kraken. Wiskundigen waren het meest gewild, omdat de Enigma-machine zelf in essentie een wiskundig probleem was. Mathematicus Alan Turing ontwikkelde samen met zijn collega Gordon Welchman de zogeheten ‘bombe’, een machine die vanaf 1940 dagelijks door eliminatie in rap tempo het aantal mogelijke Enigma-instellingen sterk wist te reduceren. Daarvoor moest de bombe worden gevoed met berichten die vaste Duitse uitdrukkingen bevatten, in het jargon van Bletchley Park ‘cribs’ genoemd.
Om die cribs te vinden moest het Duitse berichtenverkeer minutieus worden doorgevlooid. En dat bleef mensenwerk. Wat we tegenwoordig metadata noemen speelde een grote rol: wie waren de zender en de ontvanger, wanneer werd het bericht verstuurd, dat soort gegevens. Het draaide allemaal om het herkennen van patronen.
Wat er uit de bombe aan mogelijke oplossingen kwam rollen, moest ook weer handmatig worden onderzocht. Aangezien Bletchley Park op een gegeven moment vierduizend berichten per dag verwerkte, waren er heel veel mensen nodig om die allemaal door te spitten, te organiseren, te archiveren en - idealiter - te decoderen.
Debs en boffins
Driekwart van de bijna negenduizend mensen die op Bletchley Park werkten was vrouw. Dat had een simpele reden: mannen waren hard nodig aan het front. Aanvankelijk werden vooral ‘Debs’ geworven, jonge vrouwen van welgestelde families, want die werden betrouwbaar geacht - in vredesomstandigheden zouden ze als debutantes hun opwachting op het sociale toneel gemaakt hebben.
Later vonden ook vrouwen uit de middenklasse hun weg naar Bletchley Park, bijvoorbeeld met een studie wis- en natuurkunde op zak of een achtergrond in vreemde talen. MI6 wierp het net breed uit. Zo organiseerde The Daily Telegraph in 1941 een hels moeilijke cryptogrammenwedstrijd, zodat talenten vervolgens discreet konden worden benaderd.
Zo ontstond een bonte populatie van Debs en ‘Boffins’ (slang voor technische bollebozen). Er werd intern gegrapt dat GC&CS eigenlijk stond voor ‘Golf, Chess & Cheese Society’. Toch was het bepaald geen luxeleventje.
De werknemers van Bletchley Park woonden rond het landgoed en werkten in eenvoudige barakken. Alles was strak georganiseerd. Het werk wat zij deden moest koste wat kost geheim blijven. De nazi's mochten er absoluut niet achterkomen dat de Britten konden meelezen met hun gecodeerde berichten. De bijdrage van de mensen op Bletchley Park was van groot belang in de Tweede Wereldoorlog. Je leest meer over Bletchley Park en de mensen die daar werkten in het aankomende nummer 6 van Geschiedenis Magazine. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 28 augustus. Dit nummer niet missen maar nog geen abonnee? Abonneer vóór donderdag 14 augustus, om dit nummer te ontvangen. Of haal het nummer na de verschijningsdatum in de boekhandel bij jou in de buurt of in onze online webwinkel.
Delen: