Hoe zat het met de Steen van Rosetta en wat stond er eigenlijk op?

In 1798 viel Napoleon Egypte binnen. Zijn militaire missie mislukte, maar hij wist zijn smadelijke nederlaag te verkopen als een wetenschappelijk succes. Dat was bluf, maar een beetje gelijk had hij wel: door zijn avontuur werd de belangstelling voor het land gewekt en lukte het Jean-François Champollion in 1822, na jaren intensief onderzoek, om het hiërogliefenschrift te ontcijferen. 

Militaire nederlaag
Napoleon had grote ambities met zijn invasie van Egypte. Hij wilde aartsvijand Engeland verslaan door de Franse macht in het Midden-Oosten te vergroten en daarna mogelijk door te stoten naar India, de belangrijkste Britse kolonie. De verovering van het strategisch belangrijke Egypte vormde een onderdeel van dit plan. Maar dit mislukte. Wel versloeg hij na een snelle opmars de regeringstroepen - Egypte was een semionafhankelijke Ottomaanse provincie - en vestigde hij een Frans bestuur in Cairo, maar de Britten verdedigden hun belangen met succes. De Royal Navy vernietigde onder leiding van Horatio Nelson in 1799 Napoleons vloot voor de kust van Alexandrië. Napoleon zelf wist ternauwernood te ontsnappen en vluchtte terug naar Parijs.

De ruïnes bij Karnak op een aquarel van ca. 1798-1812, dus voordat de hiërogliefen ontcijferd waren.  (Afbeelding: Wikimedia Commons)
 

Maar met een positieve draai
Daar wist hij zijn militaire nederlaag te vergulden als een klinkende overwinning voor de wetenschap. En daar valt iets voor te zeggen: in brede kring werd de belangstelling voor het oude Egypte gewekt en er kwam een stroom publicaties op gang. Napoleon had namelijk maar liefst 167 kunstenaars en wetenschappers meegenomen om dit fascinerende land in kaart te brengen en te beschrijven, onder wie architecten, astronomen, geologen, ingenieurs, botanici, tekenaars en taalkundigen. Wat zij rapporteerden maakte meteen al zo’n grote indruk op Napoleon, dat hij de eerste campagnezomer in Cairo het Institut d’Égypte oprichtte om alle wetenschappelijke activiteiten te coördineren; het bestaat nog steeds. Secretaris werd Joseph Fourier, een veelzijdig wetenschapper en wiskundige. Alle onderzoeksresultaten werden tussen 1809 en 1822 gepubliceerd als Description de l’Égypte: negen delen tekst en twaalf delen afbeeldingen.

De vondst
Tijdens de oorlog had Napoleon zijn genie opdracht gegeven een oude ruïne in de Nijldelta om te bouwen tot een fort, bij de Egyptische zeehaven Rosetta (nu: Rachid). Tijdens de graafwerkzaamheden kwam een groot stuk hardgranieten steen tevoorschijn van ruim een meter hoog, deels afgebroken en 760 kilo zwaar, waarin teksten waren gegraveerd in drie verschillende schriften, waaronder hiërogliefen. Niemand kon die toen meer lezen. Het gebruik ervan was verdwenen toen rond de 4de eeuw het christendom zich in Egypte verspreidde, waarna ook de betekenis werd vergeten. De geheimzinnige tekens intrigeerden geleerden uit later tijden echter wél: ze zouden een verborgen wereld kunnen blootleggen en iets onthullen over de vroegste geschiedenis van de mens.

Jean-François Champollion, portret uit 1831 door Léon Cogniet (Afbeelding: Louvre, Parijs).

 

Ontcijferen liep vast
Pogingen tot ontcijferen liepen echter vast, onder andere omdat men gebruik maakte van de Hieroglyphica, een in 1419 ontdekt Grieks geschrift uit de 4de of 5de eeuw van ene Horapollo, die echter de hiërogliefen slechts ten dele juist interpreteerde. Daardoor werden onderzoekers eeuwenlang op het verkeerde been gezet. In de 17de eeuw werd geopperd dat het mystieke tekens betreft, maar halverwege de 18de eeuw zag men in dat het echt om een taal ging en mogelijk kenmerken had van een alfabet. En in 1762 opperde een onderzoeker dat in de zogeheten cartouches (ovaalvormen) die men op inscripties en schilderingen uit de Egyptische oudheid aantrof, de namen van farao’s gevat waren.

Er waren dus stapjes gezet, maar begrijpen kon men de tekens nog steeds niet toen in 1799 de Steen van Rosetta opgegraven werd.

Illustraties van decoraties in Thebe met o.a. de arm van een mummie, uit de eerste uitgave van Desciption de l’ Egypt, het verslag van de wetenschappelijke expedities tijdens Napoleons invasie. (Afbeelding: New York Public Library)

 

Maar wat staat er eigenlijk op?
Een priesterlijk decreet uit het jaar 196 v.Chr. is in drie talen in de steen gegraveerd: na een lofzang op koning Ptolemaeus V komen zijn betrekkingen met de tempel van Memphis aan bod, aangaande belastingen, schulden en privileges. Dit kon men opmaken uit de tekst in het Grieks op de Steen. In de Ptolemeische tijd (305-30 v.Chr.) was dat de ambtelijke taal in Egypte. De twee andere talen kon men niet lezen, maar logischerwijs brachten de twee andere teksten dezelfde boodschap voor de anderstalige inwoners van het rijk: de priesters gebruikten de hiërogliefen voor gewijde en andere belangrijke teksten en de andere oud-Egyptische taal, waarvan we nu weten dat dit het demotisch is (de vereenvoudigde, cursieve variant van de hiërogliefen), voor het dagelijks leven.

De sleutel voor het ontcijferen?
Het werd snel onderkend dat de Steen aanknopingspunten bood om de fascinerende hiërogliefen te ontcijferen en die werd dan ook onmiddellijk overgebracht naar het Institut d’Égypte in Cairo, waar de Franse wetenschappers de tekens kopieerden door er afdrukken van te maken, onder andere door gipsafgietsels. De Steen zelf belandde in London, nadat de achtergebleven Franse legers in Egypte zich in 1801 aan de Britten hadden overgegeven.

Maar hoe correspondeerden de Griekse letters die men wél kende met de mysterieuze Egyptische tekens? Daar beten verschillende taalkundigen hun tanden op stuk, onder wie de formidabele geleerde Brit Thomas Young, die vele talen beheerste en bovendien arts en natuurkundige was. Het lukte hem rond 1814 om de demotische tekst op de Steen te ontcijferen. Maar verder kwam ook hij niet.

De Franse taalkundige Jean-François Champollion zou uiteindelijk het hiërogliefenschrift kraken. De Steen van Rosetta was de sleutel. Champollion had de vondst nooit in het echt kunnen zien, dus hij werkte op basis van kopieën. Het kostte jaren van intensief onderzoek, twijfels en teleurstellingen totdat Champollion de oplossing volledig te pakken had. Maar niet iedereen in de geleerde kringen was blij met zijn succes... Lees meer over Champollion en de ontcijfering van het hiërogliefenschrift in het aankomende nummer 1 - de eerste van het nieuwe jaar - van Geschiedenis Magazine!  Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 22 januari. Deze editie niet missen maar nog geen abonnee? Meld je aan vóór donderdag 8 januari, dan krijg ook jij dit nummer thuisgestuurd. Of haal het na verschijnen in de boekhandel of onze online webshop.

 

Kopie van decoraties aangetroffen in Abu-Simbel, gemaakt tijdens een studiereis van Champollion en gepubliceerd na zijn overlijden in Monuments de l’Égypte et de la Nubie, d’après
les dessins exécutés sur les lieux sous la direction de Champollion-le-jeune, et les descriptions autographes qu’il en a rédigées
… (Afbeelding: 1835; New York Public Library)
Delen: