Gure winters en misoogsten: nieuw bewijs voor kleine ijstijd in de late oudheid

Het jaar 536 staat bekend als één van de koudste jaren uit de late oudheid. In historische teksten wordt geschreven over een verduisterde zon, dichte mist, langdurige vorst en tal van mislukte oogsten. En dat was pas het begin. Gedurende de 6de en 7de eeuw daalde de temperatuur wereldwijd. Deze periode staat bekend als de Laatantieke Kleine IJstijd. Recent onderzoek naar zwerfkeien in IJsland toont de intensiteit ervan.

Tijdens de Laatantieke Kleine IJstijd koelde het noordelijk halfrond in korte tijd flink af, waarschijnlijk als gevolg van drie grote opeenvolgende vulkaanuitbarstingen tussen het jaar 536 en 547. Bij die uitbarstingen kwam vulkanisch as vrij in de atmosfeer. Dat hield zonlicht tegen waardoor het op aarde kouder werd. Gemiddeld daalde de temperatuur met 2°C. Dat lijkt misschien op het eerste oog weinig, maar dit temperatuurverschil had grote gevolgen. Annalen uit Europa, het Midden-Oosten en Azië rapporteerden koude zomers en winters, en veel misoogsten.

Zulke plotse maar ingrijpende klimaatverstoringen na één of meerdere grote vulkaanuitbarsting(en) komen vaker voor. Een ander voorbeeld is de uitbarsting van de Okmok vulkaan in Alaska in 43 v. Chr. Dit resulteerde in extreme kou en als gevolg daarvan mislukte oogsten en hongersnoden. Ook tussen 1831 en 1833 daalde de temperatuur wereldwijd met ca. 1 °C na een eruptie van een vulkaan in de buurt van het huidige Japan. De gevolgen daarvan waren wereldwijd merkbaar. In deze twee voorbeelden waren de klimaatverstoringen van relatief korte duur. De drie vulkaanuitbarstingen in de 6de eeuw leidden tot een temperatuurdaling die meer dan twee eeuwen aanhield.

Keien in IJsland
Recent onderzoek - gepubliceerd in het tijdschrift Geology - toont de intensiteit van de Laatantieke Kleine IJstijd met behulp van een groep zwerfkeien gevonden in het westen van IJsland. Een internationaal team van wetenschappers uit Canada, het Verenigd Koninkrijk en China analyseerden de stenen en in het bijzonder de daarin aanwezige microscopisch kleine zirkoonkristallen. Van die kristallen kan de leeftijd en samenstelling afgeleid worden, zo kunnen onderzoekers de herkomst achterhalen. De resultaten wezen erop dat de stenen afkomstig zijn uit Groenland. Dat ligt zo'n
300 kilometer ten noordwesten van IJsland. 

Voorbeeld van een ijsberg bij Groenland. (Afbeelding: Rita Willaert, via Wikimedia Commons)
 

Onderzoekers vermoeden dat gedurende de Laatantieke Kleine IJstijd de Groenlandse gletsjers zich uitbreidden over het land en allerlei soorten stenen meenamen in het verschuivende ijs. De keien zijn vervolgens in IJsland terecht gekomen toen een stuk gletsjer langs de Groenlandse kust afbrak en dat deel - met de stenen erin - als ijsberg richting IJsland dreef. De berg smolt onderweg en de stenen belandden op de IJslandse kust. Deze ijsverschuiving laat zien hoe groot het effect was van de plotse temperatuurdaling op wereldwijde schaal.

De impact van een kleine ijstijd
De onderzoekers merkten bovendien op dat de Laatantieke Kleine IJstijd samenviel met het verval van het Romeinse Rijk - of eigenlijk wat daar op dat moment nog van over was. Het ooit machtige wereldrijk was inmiddels al zwaar verzwakt door corruptie, economische crises, plunderaars en pandemieën in de 4de en 5de eeuw. In 476 deed de laatste keizer Romulus Augustulus afstand van het keizerschap, wat het formele einde betekende van het West-Romeinse Rijk (n.b. het Oost-Romeinse Rijk/Byzantijnse Rijk hield tot 1453 stand). Onderzoekers geven aan dat verschillende factoren een rol hebben gespeeld in de verzwakking en verdere aftakeling van het rijk - het koude klimaat was daarbij mogelijk de laatste druppel.

De val van het West-Romeinse Rijk, zoals verbeeld door Thomas Cole in 1836. (Afbeelding: The New York Historical, Wikimedia Commons)
 

Er wordt nog verder onderzoek gedaan naar de impact van deze ijstijd, niet alleen voor het Oost- en West-Romeinse Rijk, maar ook voor andere samenlevingen. Historici merken op dat deze koude periode samenviel met grootschalige migraties, sociale onrust en pandemieën wereldwijd. Het precieze verband tussen zulke economische, politieke en sociale ontwikkelingen en klimaatverandering in de geschiedenis is een belangrijk onderwerp voor verder historisch onderzoek.

De Laatantieke Kleine IJstijd is over het algemeen minder bekend dan een andere lange koude periode die enkele eeuwen later plaats vond tussen 1400 en 1850. De winterlandschappen uit deze tijd zijn door veel schilders op het canvas vereeuwigd. Achter zulke schilderijen, schuilt een verdrietig verhaal: veel arme mensen leden honger en moesten het met weinig middelen warm zien te houden in de koude winters. (Afbeelding: Aert van der Neer, Riviergezicht bij winter (ca.1654), Rijksmuseum Amsterdam)

 

 

Delen: