Gemummuficeerde kat terug naar de Grote Kerk in Breda

In het jaar 1906 werd de Grote Kerk in Breda gerestaureerd. De steenhouwers hakten in de muur van een van de torens van de kerk en wat kwamen ze tegen? Ze vonden een gemummificeerd katje. Maar wat deed dat beestje daar?

In het begin van de 20ste eeuw moest de Grote Kerk in Breda grondig gerestaureerd worden. Stap voor stap werden delen van de middeleeuwse kerk opgeknapt. Eerst de buitenkant en de kerktoren, en daarna de kooromgang en het interieur. Tijdens de werkzaamheden stuitten de steenhouwers in 1906 op een bijzondere vondst. In de muur bij een van de torens aan de noordzijde van de kerk vonden zij een 600 jaar oude gemummificeerde kat. De restauratiearchitect Marie Adrianus van Nieukerken nam het katje mee naar huis en plaatste het in een vitrinekastje. De kat maakte gedurende de 20ste eeuw nog enige omzwervingen. Zo was het beestje in 1916 nog te bewonderen tijdens een kattententoonstelling in Den Haag. Wat er daarna met de poes gebeurde, is niet helemaal duidelijk. Tot 5 jaar geleden.

Glasnegatief uit 1906. (Afbeelding: Stadsarchief Breda)
 

Terugkeer naar de Grote Kerk
In 2020 werd de kat in de vitrinekast teruggevonden op de zolder van Huys te Warmont, gelegen aan de rand van de gelijknamige plaats Warmond in Zuid-Holland. De bewoners van deze 18de-eeuwse buitenplaats stuurden vervolgens een mail naar de medewerkers van de Grote Kerk in Breda. Daarin schreven ze het volgende:

“In ons bezit is een vitrinekastje met daarin een gemummificeerde kat die – blijkens een geschreven toelichting in het kastje – gevonden is in uw kerk. Het is ons niet bekend hoe dit kastje in ons bezit is gekomen, maar wij menen dat het passend zou zijn als deze kat weer terug zou keren naar de kerk waar hij/zij klaarblijkelijk bij leven een bezoeker van was.”

De medewerkers van de Grote Kerk in Breda namen vervolgens de poes over en lieten verschillende onderzoeken uitvoeren.

De mummiekat. (Afbeelding: Edwin Wiekens)
 

De geschiedenis van het katje
Uit een CT-scan bleek dat het katje tussen de 1 en 7 jaar oud was toen het overleed. Het is niet bekend of het om een mannetje of een vrouwtje ging. Wel merkten de onderzoekers op dat het katje geen botbreuken had. Ook de nagels en tanden vertoonden geen opmerkelijke slijtage. Dit suggereert dat het dier zichzelf niet uit de muur heeft proberen te krabben. Mogelijk was het al overleden toen het in de kerkmuur werd gemetseld. Op basis van koolstofdatering lukte het de onderzoekers om de leeftijd te achterhalen. Daaruit bleek dat het beestje 600 jaar oud was (met een zekerheid van 95%). Dat betekent dat dat de kat uit dezelfde periode dateert als de bouw van de kerk in de 15de eeuw.

De CT-scan van de mummiekat wordt uitgevoerd in het UMC Amsterdam. (Afbeelding: Edwin Wiekens)
 

In de toren
Maar wat deed het dier daar? Mogelijk was de kat ingemetseld als een bouwoffer. Zo’n offer moest geluk brengen en boze geesten verjagen. De locatie van de gemummificeerde kat zou niet toevallig zijn geweest. De Grote Kerk van Breda meldt daarover het volgende:

“De vindlocatie van de mummiekat in de kerk is veelzeggend: in een toren aan de noordkant van de kerk. De kant waar de zon niet schijnt en die symbool staat voor de dood. De kat is precies op de overgang van buiten naar binnen ingemetseld: tussen de buitenwereld met al haar gevaren en de gewijde en veilige ruimte in de kerk.”

Vanaf medio juni kunnen bezoekers de mummiekat van dichtbij bekijken in de Grote Kerk. Het dier krijgt nog een naam. De leerlingen van lokale basisscholen mogen daarvoor ideeën insturen. De jury kiest er een uit. Kijk voor meer informatie ook op de website van de Grote Kerk in Breda.

Door de CT-scan wordt o.a. beoordeeld of of er tekenen waren van een eventuele (nek)-fractuur om de oorzaak van overlijden van de kat te bepalen. (Afbeelding: Edwin Wiekens)
 

Katten in kerken
Een kat als bouwoffer in een kerk is geen unicum. Ook in andere Europese landen worden ingemetselde gemummificeerde katten in muren van grote gebouwen teruggevonden. In Nederland kennen we nog een ander voorbeeld in Veere. In 1958 vond de metselaar Kees Luijk gedurende de restauratiewerkzaamheden in de kerk in Veere een gemummificeerde poes. Het kreeg de naam Gries, een suggestie van de schoolkinderen in de buurt. Gries was ingemetseld tussen 1439 en 1498 gedurende de bouw van de kerk. Dit was mogelijk een initiatief van de steenhouwers en metselaars die aan de kerk werkten en hiermee kwade krachten wilden weren.

Bouwoffers door de eeuwen heen
De praktijk van het plaatsen van bouwoffers kom je door heel de geschiedenis tegen, vanaf 3000 v. Chr. tot aan de 18de eeuw. In Nederland gebeurde dit met name in de Romeinse tijd, maar ook in de middeleeuwen en in de vroegmoderne tijd kwam het zo nu en dan voor. Daarbij gaat het niet enkel om ingemetselde katten, maar ook om aardewerk, voedselresten, botjes en kruiden die onder drempels, achter steunbalken en in holle wanden werden verstopt. In 2023 inventariseerde archeoloog Diederick Habermehl zulke bouwoffers (en de gebruiken daaromheen) in Nederland. Je kunt dit onderzoek teruglezen op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Waarom zulke offers werden geplaatst is nog niet helemaal duidelijk. Dit heeft mogelijk meerdere redenen. Het kon onderdeel zijn van overgangsritueel voor een nieuwe levensfase (zoals het bewonen of verlaten van een huis). Het kon ook een manier zijn om onheil buiten de deur te houden of juist geluk en voorspoed af te smeken.

Delen: