Een laatste levensteken: 'Wij zitten in de trein'

Duizenden moeten er zijn geschreven: de briefkaarten en briefjes die mensen op goed geluk naar buiten gooiden tijdens hun transport naar Westerbork of een ander naziconcentratiekamp. Lucas Ligtenberg bestudeerde deze aangrijpende stille getuigen van de deportaties.

‘Wij zitten op het ogenblik in de trein die naar Duitsland toe gaat,’ schreef Lies Groenteman-Polk in mei 1943 aan ‘oom Gerrit’ op een briefkaart die zij en haar man Max uit de trein gooiden. Een zekere Clara stuurde op 30 maart 1943 aan Bob Tewes een briefkaart: ‘Wij zitten in de trein dus ik schrijf niet mooi.’ Ze wierp het kaartje na vertrek uit Westerbork naar buiten.

Het echtpaar Groenteman en Clara waren Joods. Ze werden na drie dagen en nachten reizen meteen na aankomst in Sobibor vermoord. De briefkaarten die ze naar buiten lieten waaien zijn hun laatste levenstekens: twee van de duizenden berichten die zo de buitenwereld bereikten.

De briefkaartjes heeft Joke de Wijze uit de trein naar Auschwitz geworpen. Het ene is gericht aan familie in Nijmegen, het andere aan iemand in Barak 70/ Post Hooghalen/Lager Westerbork. (Afbeelding: Regionaal Archief Nijmegen (RAN), 579 Collectie Tweede Wereldoorlog Nijmegen 1926 - 2024, inventarisnummer 332).
 

Niet alleen Joden, ook dwangarbeiders en strafgevangenen gooiden briefjes uit de trein, om familie en vrienden te laten weten waar ze zich bevonden en om afscheid te nemen. Het waren wanhoopspogingen, want dit was uiteraard geen betrouwbare manier om post te verzenden. Ze hadden eenvoudigweg geen andere manier meer om nog een boodschap over te brengen.

Onderweg waarheen?
Doordat er honderden briefkaarten en briefjes bewaard zijn gebleven en nu in musea en archieven worden bewaard, zoals het Amsterdams Joods Historisch Museum en het Herinneringscentrum Kamp Westerbork, is het mogelijk een indruk te krijgen van wat mensen bezighield terwijl ze onderweg waren. Onderweg waarheen? Dat was een grote vraag. Historici discussiëren fel over wat er tijdens de Holocaust bekend was van de vernietigingskampen, en of slachtoffers dus wisten wat hun te wachten stond, maar uit de briefjes blijkt dat in het geheel niet. De oproepen voor deportaties werden listig gepresenteerd in het kader van werkverschaffing: Duitsland had arbeidskrachten nodig. Hoewel het duidelijk was dat de nazi’s het op Joden hadden gemunt en er al jaren Duits-Joodse vluchtelingen naar Nederland kwamen, was er geen kennis over de geplande massavernietiging.

Op de foto, illegaal en op een onbekend tijdstip genomen tijdens de oorlog, zien we een deportatietrein. Vermoedelijk staat die op een Amsterdams station en is de bestemming Westerbork. (Afbeelding: Rijksmuseum Amsterdam, NG-1991-6-28)
 

Dat maakt het lezen van de briefkaarten bijzonder pijnlijk: wij weten waar ze heengingen, zij hadden geen idee. Polen werd genoemd, Riga, maar ze wisten het niet. Hooguit dat het drie dagen en nachten reizen was in krakkemikkige personenrijtuigen of kale goederenwagons en dat ze zich daarop moesten instellen.  

In juli 1942 begonnen de transporten naar Auschwitz en Sobibor. Veel mensen gooiden briefkaarten en briefjes uit de trein met haastig geschreven berichten. Schrijver en journalist Lucas Ligtenberg onderzocht deze brieven en schreef het boek Van hier de laatste groeten. Briefkaarten uit de trein 1940-1945 (Uitg. G.A. van Oorschot, 2026). In het aankomende nummer 4 vertelt hij meer over de brieven, over de mensen die deze schreven en de buurtbewoners die de kaarten langs het spoor vonden en postten. 

Delen: