De 'Slag om Arnhem' door de ogen van Nijmegenaren
Operatie Market Garden wordt vaak ‘de slag om Arnhem’ genoemd. Maar dat is niet terecht. ‘Arnhem’ was slechts een onderdeel van een veel grotere militaire onderneming, waaronder ook de zware strijd om de Waalbruggen in Nijmegen viel. Veel Nijmegenaren moesten een veilige schuilplaats zoeken in donkere kelders. Bovengronds klonken geweerschoten en zware knallen van de granaten. Er is altijd veel aandacht uitgegaan naar de militaire strijd en het perspectief van de veteranen, maar hoe beleefden de Nijmegenaren deze gevechten? Joost Rosendaal zoekt dit uit aan de hand van oorlogsdagboeken.
Een belangrijke bron om dat te weten te komen zijn dagboeken. Sommige Nijmegenaren hielden er al een bij, maar velen begonnen pas op 17 september 1944 - de dag van de eerste luchtlandingen - dagelijks vast te leggen wat ze meemaakten. Inmiddels zijn er bijna honderd dagboeken bekend, voornamelijk in de collecties van het Vrijheidsmuseum in Groesbeek en het Regionaal Archief in Nijmegen maar ook nog bij particulieren.
Wie zat er achter de pen?
De schrijvers van al deze dagboeken waren tussen de 13 en 80 jaar oud - maar het waren vooral dertigers en veertigers. Het waren vaker mannen dan vrouwen (2/3 staat tot 1/3). Met name tussen de 25 en 55 jaar waren er beduidend minder vrouwen die een dagboek bijhouden. Het lijkt dat hier de traditionele rolverdeling in het gezin debat aan was: terwijl veel mannen vanaf Market Garden zonder werk thuis zaten, hadden juist de moeders hun handen vol aan de zorg voor het eten en het huishouden. Relatief veel van de dagboekschrijvers werkten in de zorgsector: artsen, verplegers, geestelijken en zusters. Daarnaast hadden veel leerkrachten tijd om hun belevenissen vast te leggen, doordat de scholen gesloten waren. Uit de arbeidersbuurten zijn nauwelijks dagboeken bekend.
Unieke verslaglegging
De notities geven inzicht in de ervaringen van gewone burgers te midden van straatgevechten, tussen onderdrukking en vrijheid, tussen vrees en hoop. Het is vrij uniek dat zoveel persoonlijke getuigenissen uit een relatief klein gebied van nog geen honderdduizend inwoners bewaard zijn gebleven. Ze stellen ons in staat om te vergelijken en algemene patronen te schetsen. Zo zien we dat velen na zo’n drie weken dagelijks oorlogsgeweld ‘gewend’ raakten aan de constante doodsdreiging.
Duizenden parachutisten
Nadat in de voorgaande dagen de NSB-burgemeester tevergeefs heeft geprobeerd om leerlingen en leerkrachten te dwingen tot het graven van verdedigingswerken, schrikt Nijmegen op zondag 17 september van geallieerde bombardementen op Duits afweergeschut. ’s Middags zien de burgers boven Groesbeek duizenden parachutisten en tientallen gliders landen, de Amerikaanse 82nd Airborne Division. Wim Binnendijk ziet ‘honderden en honderden grijze wolkjes uit de vliegtuigen naar beneden dalen’. Al snel is er geen gas, licht en water meer. Velen zoeken met kaarslicht die nacht een veilige plek in de kelder. Boven klinken geweerschoten en zware knallen. De Duitsers blazen een munitiedepot op en trekken zich terug rond de Waalbruggen.
Dansen op het portret van Hitler
Vanaf de landingsgronden in Groesbeek gaan de parachutisten de volgende ochtend richting de Waalbrug. In Nijmegen worden zij langs de Berg en Dalseweg enthousiast begroet. De eerste vlaggen worden uitgestoken en de Amerikanen delen kauwgom en sigaretten uit. Niet ver van de brug gaan zij het statige Canisiuscollege binnen, het door de Duitsers bezette opleidingsinternaat voor de katholieke elite van Nederland, ook aan die Berg en Dalseweg. Het blijkt verlaten. Terwijl kort tevoren een vluchtende Duitser in zijn auto voor de deur van het college is neergeschoten en half uit de auto hangt, komen de buurtbewoners feestvierend uit hun huizen. Het portret van Hitler dat de Amerikanen uit de school halen wordt de kop van Jut waarop zij hun woede botvieren. Liefst vijf dagboekschrijvers verhalen hoe predikant Van Selms er als een dolle op danst en hoe meisjes het vervolgens versnipperen.
De rode gloed
Die middag arriveren Duitse versterkingen. Met beschietingen worden de Amerikanen teruggedreven. De angst keert terug. Om de geallieerden op afstand te houden, steken de Duitsers de voorname Nijmeegse buurt ten oosten van de Waalbrug in brand. De bewoners krijgen niet veel tijd om hun huizen te verlaten. Een ring van vuur moet zorgen voor tijdwinst om de verdediging beter te organiseren. In de dagboeken staan ze beschreven: de rode gloed, de dikke rook en krakend instortende huizen. Vrijwel alle Nijmegenaren brengen noodgedwongen een tweede nacht in de kelder door, niet wetend dat er nog honderdtachtig zullen volgen.
Wijkzuster Josepha Geeve probeert de volgende ochtend met haar fiets tussen en over de puinhopen van de brandende stad haar ronde te doen. Als ze bij haar post in de schuilkelder aan de Anthonisplaats terugkomt blijken de Duitsers in het huis boven de kelder een illegale zender gevonden te hebben en dreigt hun officier burgers dood te schieten. Het lukt om tijd te rekken en korte tijd later sneuvelt de officier zonder dat er represailles zijn genomen. Ondertussen zijn de Britse Shermantanks uit het zuiden aangekomen en zetten de geallieerden een nieuwe aanval op de Waalbrug in. Ze komen tot enkele honderden meters voor de burg, maar worden met hevige verliezen teruggeslagen. Nieuwe branden zorgen die nacht voor een apocalyptische sfeer. In de grote schuilkelder ziet zuster Geeve hoe enkele meisjes op de schoot kruipen van ‘de van drank en zweet stinkende kerels’. Ze liggen in de armen van de Duitse militairen en vegen hun bezweten gezichten af. Velen drinken zich moed in, anderen bidden.
Granaten
Terwijl de meeste Nijmegenaren nu dag en nacht in de kelder verblijven en de stad een vuurzee is, buldert het Duitse geschut bij het Valkhof en aan de overzijde van de Waal onophoudelijk. Overal in de stad slaan de granaten in. Leden van de Binnenlandse Strijdkrachten die zich ‘Vrij Nederland’ noemen, halen in de buitenwijken de eerste NSB’ers uit hun huizen en zetten hen vast. De Duitsers trekken zich verder terug, het centrum in: het station met de toegang tot de spoorbrug en de ‘vesting’ Valkhof bij de verkeersbrug over de Waal zijn hun belangrijkste verdedigingspunten.
Massaal zetten de geallieerden ‘s middags de aanval in. Een deel van de Amerikanen maakt ten westen van de stad met canvasbootjes een spectaculaire en gewaagde oversteek over de Waal en bereiken zo de noordzijde van de Waalbruggen. De overige Amerikanen en de Britten nemen met een stormloop het Valkhof in. Aan het begin van de avond rijden de eerste vier tanks over de Waalbrug. Dat de bruggen nog intact zijn, komt door een besluit van de Duitse legerleiding. Die heeft er eerst springladingen laten aanbrengen maar vervolgens bevolen die onklaar te maken: de bruggen zouden nodig kunnen zijn voor hun eigen tegenaanval.
Op 21 september komen de inwoners uit hun schuilplaatsen. Geschokt zien ze hoe hele straten in het centrum en daaromheen in puin liggen. Overal zijn sporen van de heftige gevechten. Lijken worden begraven, gewonden afgevoerd. Nijmegen is bevrijd maar nog niet vrij van oorlogsgeweld. De Duitse granaten slaan al snel weer in en de burgers haasten zich naar een veilig onderkomen.
Uitstekende uitgangspositie
Een half jaar lang was Nijmegen de meest noordelijke bevrijde stad aan het westelijk front. Veel inwoners bleven in deze frontperiode hun dagboeken bijhouden en schreven dagelijks over de Duitse bommen en granaten die overal in hun stad dood en verderf brachten. Meer dan duizend burgers en militairen kwamen hierbij om.
Market Garden mislukte na de vierdaagse strijd om de Waalbruggen. Het offensief liep vast in de Betuwe en de Arnhemse Rijnbrug kon niet bereikt worden vóórdat de Duitse verdediging de kans had gehad zich voor te bereiden. Hoewel het oorspronkelijke doel van Market Garden - een route veiligstellen over de grote rivieren naar het hart van Nazi-Duitsland - dus niet werd behaald, zorgde de verovering van Nijmegen wél voor een strategisch belangrijk uitgangspunt. Hier begon immers, na een troepenopbouw van honderdduizenden Canadese en Britse militairen, op 8 februari 1945 de succesvolle invasie in het Duitse Rijnland (Operatie Veritable). Vanuit Nijmegen trokken ze over een smalle strook van 12 kilometer naar het oosten. Market Garden had hiertoe een uitstekende uitgangspositie geleverd. Geheel mislukt was die operatie dus niet.
Dit artikel verscheen in 2024 (editie 6) van Geschiedenis Magazine onder de titel 'Burgers in de Slag om Nijmegen'.
Delen: