De Rifoorlog: De Riffijnen in opstand tegen Spanje
Mohammed Abdelkrim El-Khattabi was een inspiratiebron voor vele antikoloniale vrijheidsstrijders. In het Marokkaanse Rifgebergte wordt hij op handen gedragen. Zijn portret is alomtegenwoordig. Er gaat daar geen demonstratie voorbij of er wordt wel een spandoek meegedragen met de beeltenis van de grote leider. Wie was hij?
In de Rif geldt Abdelkrim als de uitvinder van de guerrillaoorlog. Hij en zijn mannen namen het in kleine groepjes op tegen het veel grotere en beter uitgeruste Spaanse leger, dat later ook nog eens hulp kreeg van de Franse strijdkrachten. Hun geheime wapen? Vastberadenheid om als volk in vrijheid te willen leven. Abdelkrim beriep zich daarbij op het zelfbeschikkingsrecht van alle volkeren en hij riep in 1921 de onafhankelijke Rif-Republiek in het leven. Vijf jaar lang hield die het vol, maar na een vuile oorlog dwongen de Spanjaarden en de Fransen de Riffijnen uiteindelijk op de knieën. Daarna is iedereen in Europa Abdelkrim vergeten, maar voor Marokkanen uit het Rifgebergte is hij nog steeds een grote held.
De bergbewoners in noordelijk Marokko bezorgden machthebbers al eeuwenlang hoofdbrekens. Deze Berbers - of zoals ze zelf zeggen Imazighen (‘vrije mensen’) - hadden en hebben niet veel op met de bestuurders in de verre hoofdstad. In de 19de eeuw waren het Rifgebergte en andere delen van Marokko langzaam maar zeker ontglipt aan de greep van de sultan in Fez.
Weinig brengen, veel halen
De Europese koloniale machten roken hun kans: in 1912 werd Marokko een protectoraat. De sultan regeerde alleen nog in naam. Frankrijk nam het grootste deel van het land onder zijn koloniale hoede; Spanje kreeg de noordelijke kust toebedeeld. Daar bezat het al langer de exclaves Ceuta en Melilla en vandaaruit probeerden de Spanjaarden sinds tijden hun invloed landinwaarts in het Rifgebergte te laten gelden, voornamelijk om lood-, ijzer- en tinmijnen te exploiteren. Dat verliep moeizaam. Sommige Riffijnse stamhoofden lieten zich omkopen, anderen verzetten zich gewapenderhand.
Abdelkrim stond aanvankelijk niet negatief tegenover de Spanjaarden. Hij hoopte dat die de vaak in armoede levende Riffijnen eindelijk op zouden stuwen in de vaart der volkeren. De Spaanse kolonisatoren kwamen echter weinig brengen en vooral veel halen. In 1920 begon zelfs een militaire campagne om het Spaanse gezag ook stevig in de binnenlanden te vestigen. De maat was vol voor Abdelkrim toen zijn vader daarbij omkwam: hij wist de van oudsher verdeelde berberstammen te verenigen en werd de aanvoerder van het verzet tegen de Spaanse overheersing.
In hun eigen, voor anderen onherbergzame gebergte waren de Riffijnen in het voordeel; de Spaanse aanvoerlijnen waren véél te lang. In de zomer van 1921 belegerde een groep van 3000 strijders een Spaanse buitenpost en in de resulterende Slag om Anoual werd een hongerig en dorstig 20.000 man sterk Spaans ontzettingsleger in de pan gehakt. Abdelkrim en zijn mannen maakten daarbij een enorme hoeveelheid modern wapentuig buit. Daarna verdreven ze de gedemoraliseerde Spanjaarden uit de Rif. Aan het einde van de zomer waren die weer helemaal teruggeworpen op Ceuta en Mellilla.
De Rif-Republiek
Op 19 september 1921 stichtte Abdelkrim de Rif-Republiek of - voluit- de Confederale Republiek van de Stammen van de Rif. De populariteit van de grote leider steeg tot grote hoogten en de verdeeldheid van de Imazighen verdween als sneeuw voor de zon. Abdelkrim liet zijn gezanten bij de Volkenbond lobbyen voor internationale erkenning, maar kreeg nul op het rekest. Ook zonder buitenlandse steun lukte het de Riffijnen echter prima om de Spanjaarden buiten de deur te houden. Het Spaanse leger zette steeds meer manschappen en materieel in, inclusief vliegtuigen die dorpen bombardeerden, maar ondanks numeriek en technologisch overwicht kreeg het de guerrillastrijders niet klein.
Er volgden halfslachtige vredesonderhandelingen, en die liepen spaak. In Spanje gingen stemmen op om het protectoraat los te laten, maar koning Alfonso XIII en het militaire establishment wilden daar niets van weten. Tijdens de oorlog deinsden de Spanjaarden er niet voor terug om gifgas in te zetten. Dorpen werden onbewoonbaar en landbouwgrond onbruikbaar. Duizenden mensen sloegen op de vlucht. De Riffijnen gaven zich niet over. Je leest meer over de rifoorlog in het aankomende nummer 3 van Geschiedenis Magazine. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 16 april. Dit nummer niet missen maar nog geen abonnee? Meld je aan vóór donderdag 2 april, dan krijg ook jij dit nummer thuisgestuurd!
Delen: