De opstand in Soweto van 1976: verzet tegen de apartheid

De straten van Soweto vulden zich met zeker 10.000 zwarte schoolkinderen en studenten. Ze zongen liederen en hielden protestborden in de lucht: ‘Weg met het Afrikaans!’ Hun vreedzame protest tegen de verplichte taal op school en andere uitwassen van apartheid werd ruw verstoord door de politie, die traangas gebruikte en met scherp schoot. Er vielen doden.

Wet op Bantoe-onderwys
De leerlingen verzetten zich die dag niet alleen tegen apartheid als zodanig, ze verwierpen vooral ook de onderwijsmaatregelen die de regering in de voorgaande decennia had doorgevoerd. Vóór de jaren 1940 verzorgden relatief autonome missiescholen het onderwijs van zwarte Zuid-Afrikanen, maar de apartheidsregering wilde dat in eigen hand hebben. In 1953 kwam er een nieuw systeem: gesegregeerd ‘christelijk-nationalistisch’ onderwijs aan de leiband van de overheid.

Door deze Wet op Bantoe-onderwys (naar de denigrerende aanduiding bantoe voor zwarte Zuid-Afrikanen) vielen zwarte scholen onder het ministerie van Inheemse Zaken (en later onder het ministerie van Bantoe-onderwijs). Aan het hoofd van Inheemse Zaken stond de fanatieke ‘architect van de apartheid’ Hendrik Verwoerd. In het parlement legde hij uit wat er achter de nieuwe wet zat: ‘Wanneer ik de controle heb over inheems onderwijs zal ik het hervormen zodat inheemsen van kinds af aan wordt geleerd dat gelijkheid met Europeanen niet voor hen is weggelegd.’

Verwaarloosde schoolgebouwen
Volgens Verwoerd was er ‘in de Europese gemeenschap boven het niveau van bepaalde vormen van arbeid’ geen plaats voor die ‘inheemsen’. Geheel logisch dus, in die optiek, dat aanvullende wetgeving in 1959 zwarte studenten uitsloot van openbaar hoger onderwijs. Ze moesten naar ‘tribale’ universiteiten. Zwarte Zuid-Afrikanen waren gedwongen bij elkaar te wonen in townships en hun scholen en opleidingen werden vooral uit lokale belastingen gefinancierd, niet uit de staatskas. Daardoor zaten ze in verwaarloosde schoolgebouwen met slechte faciliteiten, in overvolle klaslokalen en met een ernstig tekort aan studieboeken en leerkrachten.

Het Hector Pieterson Memorial Museum in Soweto Johannesburg is vernoemd naar de twaalfjarige Hector Pieterson. Hij werd op 16 juni 1976 doodgeschoten door de politie. Op het monument staat de foto die Sam Nzima had genomen. Op de foto wordt Hector Pieterson gedragen door Mbuyisa Makhubo, zijn zus Antoinette Sithole rent ernaast. De foto ging de wereld over als felle aanklacht tegen het apartheidsregime. Hector Pietersons sterfdag werd later aangewezen als officiële Youth Day in Zuid-Afrika. (Afbeelding: The Hector Pieterson Memorial, Jorge Láscar, via Wikimedia Commons)
 

Taal van de onderdrukkers 
Deze omstandigheden leidden al snel tot protesten en boycots. Mede omdat het aantal zwarte scholieren aanzienlijk steeg in de jaren ’60 en ’70, vooral in het voortgezet onderwijs, vormde zich een collectieve identiteit en politiek bewustzijn bij Zuid-Afrikaanse jongeren. Zo vormden zwarte studenten in 1969 de South African Students' Organisation (SASO), die zich geweldloos tegen apartheid verzette. Veel groeperingen waren geïnspireerd door de Black Consciousness Movement, die die in de strijd voor democratie en tegen apartheid het belang vooropstelde van zwarte trots en het bewustzijn van de eigen waardigheid. Het grootste pijnpunt voor deze organisaties waren de plannen van het ministerie van Bantoe-onderwijs om het Afrikaans als onderwijstaal in te voeren op basis- en middelbare scholen. Vanaf 1976 moesten wiskunde, geschiedenis en aardrijkskunde in die taal worden onderwezen, en de andere vakken in het Engels. Zwarte leerlingen én docenten beheersten het Afrikaans onvoldoende, dus er bestonden didactische bezwaren tegen de maatregel, maar bovenal was het de taal van de onderdrukkers, van de witte machthebbers van de Nasionale Party. 

Het nieuwe beleid werd dan ook onmiddellijk aangevochten door docenten, schoolbesturen en journalisten. Vanaf maart 1976 sloten steeds meer scholieren zich aan. Ze bediscussieerden hun problemen tijdens lesuren, verscheurden hun studieboeken, weigerden naar school te komen of bekogelden de autoriteiten met stenen. In juni was het township Soweto, ten zuidwesten van Johannesburg, in de greep van een grote boycot, nadat steeds meer scholen zich bij de staking hadden aangesloten.

De South African Students’ Movement bracht het verspreide verzet in Soweto samen in een gecoördineerde protestmars door scholieren. De vreedzame mars werd ruw verstoord door de politie. 575 mensen kwamen om het leven en 3907 raakte gewond. Algemeen wordt aangenomen dat deze aantallen veel hoger liggen.  In het aankomende nummer 4 van Geschiedenis Magazine vertelt Steven de Boer meer over de opstand en de gevolgen. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 28 mei. Dit nummer niet missen maar nog geen abonnee? Meld je aan vóór donderdag 14 mei, dan krijg ook jij dit nummer thuisgestuurd.

 

Delen: