De Dwaze Moeders in opstand tegen de junta
Tussen 1976 en 1983 werd Argentinië geregeerd door de militaire dictatuur van de junta. In die periode werden duizenden mensen opgepakt en vermoord, maar die terreur werd buiten het zicht gehouden. Op 30 april 1977 verzamelden moeders en grootmoeders van de mensen die onder de junta waren verdwenen zich op het plein in Buenos Aires: zij wilden weten wat er met hun (klein)kinderen was gebeurd. Zij werden de Dwaze Moeders genoemd. Elke week sloten er steeds meer vrouwen zich bij hen aan.
Buenos Aires, de nacht van 23 op 24 maart 1976: militairen bezetten de stad. Rond 1 uur ’s nachts arresteren ze president Isabel Perón. De weduwe van Juan Perón - president van 1946 tot 1955 en van 1973 tot 1974 - wordt onder huisarrest geplaatst. Rond 3.00 uur worden alle televisie- en radioprogramma’s onderbroken en zenden de putschisten hun eerste communiqué uit: ze hebben de macht overgenomen en manen burgers zich koest te houden. Jorge Videla heeft een staatsgreep gepleegd.
Tot 1983 zou Argentinië onder de militaire dictatuur van de junta leven. Deze verbood politieke partijen en vakbonden, legde strenge censuur op en presenteerde zich als redder van het vaderland. Dit bewind, dat de generaals zelf het ‘Proces van Nationale Reorganisatie’ noemden, moest Argentinië zuiveren van ‘subversieve elementen’, een campagne die naar schatting tussen de 9.000 en 30.000 mensen het leven kostte. Onder welke omstandigheden kon Videla de macht grijpen? En wie waren die Dwaze Moeders ook alweer, en hoe wisten ze een tegenmacht te vormen tegen het regime?
Nachtelijke arrestaties
De terreur ontstond niet in een vacuüm. Om te begrijpen hoe de junta zo kon huishouden, moeten we terug naar de chaotische jaren onder Isabel Perón. Het nieuwe militaire bewind zette het geweld voort dat in haar regeerperiode was begonnen. Onder haar presidentschap (1974-1976) polariseerden de tegenstellingen tussen links en rechts. Er waren politieke moorden, ontvoeringen en bomaanslagen, gepleegd door trotskisten en de Montoneros, een extreemlinkse guerrillabeweging. Minister van Welzijn José López Rega had het volledige vertrouwen van Isabel Péron en bouwde in het geheim een extreemrechtse militante beweging op, de Alianza Anticomunista Argentina (AAA). De Triple A-doodseskaders vermoordden meer dan duizend linkse tegenstanders.
Het leger had geen moeite met geweld tegen links, maar wel met de staat van anarchie waarin Argentinië was geraakt en de enorme inflatie waarmee het land kampte. Vanaf 1975 bereidden landmacht, marine en luchtmacht samen een staatsgreep voor. In vergelijking met de coup van 11 september 1973 in Chili was de Argentijnse staatsgreep van 1976 niet heel spectaculair - de generaals bombardeerden bijvoorbeeld niet het presidentieel paleis. Maar al snel zouden de Argentijnen, vooral de meer links georiënteerden, de gevolgen van de coup merken.
De junta ging schoon schip maken. Om protesten te voorkomen, werden echte en vermeende revolutionairen ’s nachts opgepakt, naar detentiecentra gebracht, gemarteld en vaak zonder proces geëxecuteerd. De terreur werd buiten het zicht gehouden. Overdag leek het leven gewoon door te gaan. Ook veel mensen zonder banden met trotskisten of Montoneros werden opgepakt en vermoord, zoals studenten, leraren, vakbondsleiders en journalisten. Ontvoerde zwangere vrouwen mochten bevallen, maar werden daarna alsnog gedood. Hun baby’s werden geadopteerd. De junta ging systematisch te werk. Doel was niet slechts de uitschakeling van linkse guerrilla’s, ook hun sociale omgeving diende te worden uitgewist. De hele samenleving moest gereorganiseerd worden.
Verzet kwam er toch. Op 30 april 1977 verzamelden moeders en grootmoeders van studenten, leraren, vakbondsleiders en anderen die verdwenen onder de Argentijnse junta zich op het Plaza de Mayo in Buenos Aires. Ze wilden weten wat er met hun (klein)kinderen was gebeurd. Ze werden de Dwaze Moeders genoemd, en ze kwamen elke week terug. Aanvankelijk ging het om een kleine groep, maar bij volgende demonstraties sloten steeds meer vrouwen zich aan. Waar hun kinderen en kleinkinderen waren, vertelde het regime hun niet. Wel lieten ze in 1977 twaalf van deze kritische vrouwen verdwijnen, die allemaal werden vermoord.
Zowel Nederland als Amerika waren belangrijke investeerders in de Argentijnse economie en spraken zich nauwelijks uit tegen de junta. Toch waren er ook protesten. De Dwaze Moeders werden wereldberoemd: over de hele wereld zagen mensen deze vrouwen demonstreren. Je leest meer over de Dwaze Moeders en de val van de junta in het aankomende nummer 2 van Geschiedenis Magazine. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 5 maart. Dit nummer niet missen maar nog geen abonnee? Meld je aan vóór donderdag 19 februari, dan krijg ook jij dit nummer thuisgestuurd.
Delen: