De cruciale rol van IJsland in de Tweede Wereldoorlog
IJsland ligt aan de noordelijke konvooiroute, de levensader van Groot-Brittannië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Schepen vol legermaterieel, goederen en olie uit de VS en Canada leggen hier aan. De geallieerden maken zich grote zorgen in mei 1940, als Duitsland bezig is om snel Noord- en West-Europese landen te bezetten. Wat als het tot een invasie van IJsland komt en de Duitsers er oorlogsschepen en vliegtuigen stationeren die de konvooischepen aanvallen? Om dat te voorkomen vallen op 10 mei ruim 700 Britse en Canadese mariniers het eiland binnen.
Voor Groot-Brittannië begint de Tweede Wereldoorlog na de Duitse invasie in Polen op 1 september 1939: Londen verklaart Berlijn de oorlog. De Britten zien zich gedwongen steeds meer goederen, grote hoeveelheden grondstoffen, de helft van alle voedsel en alle olie over de Atlantische Oceaan te importeren. De volgeladen koopvaarders moeten ongedeerd het land zien te bereiken, en dat is geen sinecure. Duitse slagschepen en U-boten jagen op ze en daartegen maken ze in hun eentje geen enkele kans.
Konvooivaart
De Britse regering neemt daarom steeds verdergaande maatregelen. Patrouillerende oorlogsbodems van de Royal Navy sluiten de zeegaten tussen Schotland en IJsland zo goed mogelijk af. Ook in de Straat van Denemarken tussen Groenland en IJsland wordt gecontroleerd. Grote Duitse oorlogsschepen kunnen nauwelijks meer de Atlantische Oceaan bereiken, ook voor U-boten wordt het knap lastig. De Britten jagen op Duitse koopvaardijschepen en beginnen met de konvooivaart: Britse koopvaarders gaan samen varen en krijgen de eerste driehonderd mijl bescherming van de Royal Navy; na verloop van tijd escorteert die langs het gehele traject over de Atlantische Oceaan. Deze strijd zal de hele oorlog duren.
Op 9 april 1940 wordt Denemarken bezet door Duitsland. De nazi’s vinden dat de Deense kolonie IJsland hun nu toebehoort. Maar ze hebben het te druk met de komende invasie van Nederland, België en Frankrijk om het gezag er daadwerkelijk op te eisen.
Grote zorgen
De IJslandse volksvertegenwoordiging, afgesneden van het moederland, is bezig een eigen regering te vormen en verklaart het eiland zo lang de oorlog duurt zelfstandig en neutraal: binnen de territoriale kustwateren mag geen oorlog gevoerd worden. Duitse maar ook Britse koopvaarders zoeken graag bescherming onder de IJslandse kust.
De Britten maken zich grote zorgen: IJsland ligt aan de noordelijke konvooiroute, de levensader van Groot-Brittannië. Wat als de Duitsers IJsland bezetten en er oorlogsschepen en vliegtuigen stationeren? Om dit te voorkomen vallen ruim 700 Britse en Canadese mariniers het eiland binnen, meteen de dag volgend op de Duitse invasie in Denemarken . Ze schakelen het communicatienetwerk uit, bezetten strategische posten en arresteren de Duitsers die hier al enige jaren proberen de bevolking warm te krijgen voor het fascisme.
De IJslandse autoriteiten gaan onder protest akkoord omdat Groot-Brittannië geen bezetting op het oog heeft maar samenwerking, en bovendien belooft alle schade te zullen vergoeden. In mei 1940 arriveren 4000 Britse militairen; hun aantal wordt uitgebreid tot 25.000. Om de konvooiroute te beschermen leggen ze een vliegstrip aan bij Keflavik en zetten ze een luchtverdedigings- en radarsysteem op. In de fjord Hvalfjörður beginnen ze met de bouw van een marinebasis.
Het Rode Leger
Dan valt op 22 juli 1941 de Wehrmacht de Sovjet-Unie binnen (Operatie Barbarossa). Het Rode Leger is totaal onvoorbereid op een oorlog, er is een tekort aan alles en bovendien heeft Stalin in de jaren ’30 uit angst voor verraad vanuit het enorm krachtige Rode Leger grootscheepse zuiveringen in de legertop doorgevoerd. Geen generaal durft in 1941 de leiding te nemen uit angst voor represailles.
In 1939 hebben de Russische en Duitse ministers van Buitenlandse Zaken Molotov en Von Ribbentrop een niet-aanvalsverdrag ondertekend. Stalin kan het dus niet geloven dat de nazi’s toch zijn land binnenvallen, ook al is hij ervoor gewaarschuwd. Hij raakt volledig in paniek als de Duitse ambassadeur hem de oorlogsverklaring komt overhandigen, sluit zich op in zijn datsja en zit daar tien dagen te wanhopen. Intussen wordt het Rode Leger door de Wehrmacht over de steppen richting Moskou gejaagd. Stalin beseft dat hij door Hitler is bedrogen en besluit dat het overleven van ‘Moedertje Rusland’ de hoogste prioriteit moet krijgen, zelfs als hij daarvoor met de kapitalistische vijand moet samenwerken. En de geallieerden staan daarvoor open, hoezeer ze ook tegen het communisme gekant zijn, omdat ze met de rug tegen de muur staan.
President Roosevelt stuurt zijn rechterhand en vertrouweling Harry Hopkins naar Moskou om daar poolshoogte te nemen. Stalin is gezien de crisissituatie bereid zich aan te sluiten bij de geallieerden en zegt zelfs tegen Hopkins dat Amerikaanse legers onder Amerikaans bevel welkom zijn, zolang ze maar tegen de Duitsers vechten.
De VS zijn in juli 1941 nog niet betrokken bij de oorlog, maar leveren (tegen betaling) wel goederen en oorlogsmaterieel aan de geallieerden op basis van de Lend-Lease Act. Stalin maakt er in 1941 noodgedwongen maar gretig gebruik van: het Rode Leger krijgt van de Britten en de Amerikanen in totaal de beschikking over 18.500 vliegtuigen, 4.800 stuks luchtdoelgeschut, 5.800 anti-tankgeweren, 11.000 ‘scout cars’ en 2.400 ‘bren carriers’ (gepantserde voertuigen), 467.000 vrachtwagens, 344.000 veldtelefoons, 12.500 tanks, 4.250 anti-tank kanonnen, 240.000 machinegeweren, 53.000 jeeps, 345.000 motorfietsen, 4.300.000 ton levensmiddelen, 350.000 ton explosieven, 15.000.000 paar legerkistjes en industriële machines ter waarde van 11 miljard dollar. Zonder deze goederen had het Rode Leger de Wehrmacht niet kunnen terugdrijven tot ver voorbij Berlijn.
Verreweg het meeste van dat alles zal in konvooi naar de Sovjet-Unie gevaren moeten worden via de Noordelijke IJszee naar Moermansk, de enige ijsvrije haven in Noord-Rusland (zie hierover ook het artikel uit 2024 van Ynskje Penning getiteld ‘Het gedoemde konvooi’).
Die route naar Moermansk liep via IJsland. De fjord Hvalfjörður diende als het konvooiverzamelpunt en veilige haven om te bunkeren en reparaties aan koopvaarders en escorteschepen uit te voeren. IJsland werd een strategisch bolwerk van de geallieerden. Maar dat had ook een keerzijde. Ynskje Penning vertelt daar meer over in het aankomende nummer 4 van Geschiedenis Magazine. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 29 mei. Nog geen abonnee? Abonneer vóór donderdag 15 mei, dan krijg je dit nummer thuisgestuurd.
Delen: