Belasting betalen over je fiets? In het Interbellum ontkwam je er bijna niet aan

Het is tegenwoordig de gewoonste zaak van de wereld dat we belasting betalen over de auto. Maar belasting betalen over onze fiets? Vanaf 1 augustus 1924 moesten toch bijna alle Nederlanders eraan geloven. Had je een fiets? Dan betaalde je daar belasting over. Voor drie gulden diende men elk jaar een plaatje te kopen dat zichtbaar op rijwiel of kleding bevestigd moest worden. Heel veel mensen waren hier niet blij mee. Ruud Stevens vertelt meer over dit beruchte fietsplaatje.

Het tweede kabinet van minister-president Ruijs de Beerenbrouck moest alle zeilen bijzetten om de schatkist op orde te houden: in 1923 begon een stevige recessie. Het devies van minister van Financiën Hendrik Colijn: ‘bezuinigen en inkomsten verhogen’. In zijn Miljoenennota voor 1924 becijferde hij dat er 30 miljoen gulden meer aan belastinginkomsten binnen moesten komen.

Een van de maatregelen daartoe presenteerde Colijn in januari 1924: een wetsvoorstel om fietseigenaren te belasten. Jaarlijks moesten zij drie gulden betalen voor het fietsen op de openbare weg. De minister schatte dat er een miljoen rijwielen in Nederland waren, waardoor hij in het eerste jaar een bijdrage van 3 miljoen gulden aan de schatkist verwachtte. Alleen fietsen van ambtenaren als politieagenten, soldaten en postbodes waren uitgezonderd, én kinderfietsjes zonder luchtbanden - tenminste, als de omtrek van dergelijke ‘harde’ banden niet groter was dan 5 centimeter.

Onmisbaar voertuig
Het regende direct ingezonden stukken in de krant. De ANWB, toen nog vooral een wielrijdersbond, trok van leer in zijn ledenblad De Kampioen en verschillende belangenorganisaties, zoals die voor kantoorpersoneel, bestookten de Tweede Kamerleden met verzoeken om tegen de wet te stemmen. De fiets was volgens de critici geen luxeproduct maar een onmisbaar voertuig, voor zowel arbeiders als welgestelden. En de belasting zou vooral zwaar drukken op mensen die het toch al niet breed hadden.

Fiets uit de jaren ’30, met leren foedraaltje voor het plaatje aan het stuur. (Afbeelding: Museum Rotterdam, CC BY-SA 3.0 NL)
 

Onbuigzaam
Het had allemaal weinig effect. Voorstellen uit de Kamer om de belasting te verlagen voor lagere inkomens of voor de goedkopere fietstypen vonden een onbuigzame minister op hun pad. De rijwielbelasting moest een eenvoudige en dus voor de overheid goedkope maatregel blijven. De enige vrijstelling die Colijn toestond was voor mensen met een laag inkomen die de fiets voor hun werk nodig hadden. Met ruime meerderheid werd de nieuwe wet daarna aangenomen. Op 1 augustus 1924 trad hij in werking.

Een fietsplaatje
Om makkelijk te kunnen controleren of mensen hun belasting hadden voldaan, dienden ze op het postkantoor het koperen ‘rijwielbelastingmerk’, in de volksmond het fietsplaatje, aan te schaffen en zichtbaar op hun fiets te bevestigen. De minister had zijn ambtenaren opdracht gegeven minutieus te beschrijven hoe dat moest. Hulpmiddelen waren daarbij toegestaan, bijvoorbeeld een houder voor op het stuur of een riempje. In de hand houden was echter strikt verboden.

Links: Rijwielplaatje uit 1939. Rechts: Rijwielplaatje uit 1940 voor minder bedeelden. Deze hadden een gat in het midden (Beide afbeeldingen: Museum Rotterdam).
 

Op de jas
Die zichtbaarheid had ook nadelen: de plaatjes waren een makkelijke prooi voor dieven die er zelf geen geld aan wilden spenderen; de bestolen eigenaren moesten dan een nieuwe kopen. Ondanks de vele klachten hierover duurde het nog tot 1935 voordat de overheid ingreep. Vanaf dat jaar mocht het fietsplaatje ook aan de ’bovenkleding‘ worden bevestigd. Dit moest op een in het oog vallende wijze aan de linkerborsthelft. Het plaatje kreeg daardoor al snel de bijnaam ‘Colijnsorde’.

Had je je fietsplaatje op de verkeerde plek geplakt? Dan kreeg je vijftig cent boete. Was je hem vergeten op je fiets te zetten en zat die nog in je portemonnee? Dan kon je diezelfde portemonnee gelijk opentrekken en een gulden dokken. Had je hem thuis laten liggen? Anderhalve gulden boete. Had je hem 'thuis' laten liggen - ofwel, had je hem niet - dan kon je gedag zeggen tegen je fiets en dreigde een celstraf. Een strenge bedoeling dus. In het nieuwe nummer (editie 5) van Geschiedenis Magazine lees je er meer over. Neem vóór donderdag 27 juni een abonnement, dan krijg ook jij dit nummer omstreeks 11 juli in de brievenbus. Of haal het nummer vanaf 11 juli in huis via de website of in de winkel.

Delen: