Zonder Garibaldi geen Italië

In 1870 ontstond de moderne Italiaanse eenheidsstaat. Daar was een lange periode van oorlogen en opstanden aan voorafgegaan, bekend als de Risorgimento. Een hoofdrol daarin was weggelegd voor de Italiaanse nationalist Giuseppe Garibaldi (1807-1882). Voordat Garibaldi met zijn gewapende Roodhemden naar Rome trok, had hij in Zuid-Amerika al geruime tijd gestreden tegen tirannie en onderdrukking. Wie was Garibaldi en waar stond hij voor?

Als klein jongetje droomde Giuseppe Maria Garibaldi al over avonturen op zee. Dat was niet verrassend gezien zijn afkomst: hij was in 1807 geboren in een familie van vissers en handelaren uit Nice. Hij wilde niets liever dan kapitein worden, hoewel zijn ouders hem liever als advocaat of dokter zagen. In 1821 mocht hij mee met een koopvaardijschip. De politieke situatie in zijn thuishaven Nice was toen bijzonder woelig - al kreeg Garibaldi daar op zee maar weinig van mee.

Foto van Garibaldi uit 1861, genomen in Napels. (Afbeelding: Library of Congress)
 

Lappendeken
De onrust ging terug op Napoleon. In 1801 had hij met zijn Grande Armee de macht overgenomen op het Italiaanse schiereiland dat voor een groot deel onder de Habsburgse keizer viel en dus politiek en militair door Oostenrijk beheerst werd. Italië was op dat moment een lappendeken van meer of minder autocratische koninkrijken, hertogdommen en stadstaten, met in het midden bijvoorbeeld de grote Kerkelijke Staat waarvan de Paus de wereldlijk leider was, in het zuiden het koninkrijk der Beide Siciliën en in het noorden Piëmont-Sardinië, waar Nice bij hoorde.

Napoleon bracht verbetering van de burgerrechten: er kwam een einde aan de feodale verhoudingen en burgers uit de middenklasse mochten deelnemen aan het bestuur. Het was allemaal van korte duur: het Congres van Wenen gooide na de definitieve nederlaag van Napoleon in 1815 de liberale vernieuwingen weer overboord en gaf de Oostenrijkers en de oude vorstenhuizen hun absolute macht terug. Dit gebeurde onder andere in Piëmont-Sardinië en het koninkrijk der Beide Siciliën. Ook ontstonden er nieuwe koninkrijken, zoals Lombardije-Venetië, maar in de praktijk waren dat vazalstaten van Oostenrijk en zwaaide Wenen er de scepter.

Generatiegenoot Mazzini
De geest was echter uit de fles en veel Italianen accepteerden het terugdraaien van de burgerlijke vrijheden niet. Oostenrijk onderdrukte elke poging tot liberale hervormingen, maar dit voedde juist de onrust en de opkomst van nationalistische en democratische bewegingen. In de jaren 1820 en 1830 braken in onder andere Napels, Piëmont-Sardinië en Parma verschillende opstanden uit - ze vormden de start van de Risorgimento, de strijd voor de eenwording van Italië. De Oostenrijkers sloegen ze met geweld neer en veel opstandelingen werd de grond daarna te heet onder de voeten. Onder degenen die naar het buitenland vluchtten, vaak naar Frankrijk of landen in Zuid-Amerika, was de filosoof Giuseppe Mazzini, een generatiegenoot van Garibaldi. Mazzini richtte in 1831 in Marseille de beweging ‘Jong Italië’ op, die via revoluties een Italiaanse republikeinse eenheidsstaat wilde bewerkstelligen. De autocratische regeringen en de heerschappij van Oostenrijk waren in ogen van de Jong Italianen een belangrijk obstakel.

Op zoek naar een ideale samenleving
Berichten over de nieuwe opstandige geest sijpelden vanaf 1833 ook de wereld van Garibaldi binnen. In maart van dat jaar, aan boord van het schip Clorinda waarmee hij de op de Middellandse Zee voer, ontmoette hij op weg naar Constantinopel dertien Franse saint-simonisten, aanhangers van een proto-socialistische leer vernoemd naar de grondlegger ervan, de Franse utopist Henri graaf van Saint-Simon. Zij voelden zich gedwongen te vluchten omdat ze vanwege hun maatschappijkritische houding vaak werden vervolg en uitgezet. In hun ideale samenleving parasiteerde niemand op het werk van een ander en droeg eenieder naar eigen kunnen bij aan de economie. Dit zou bijdragen aan een betere mensheid en de eenheid van alle volkeren ter wereld. Garibaldi was er diep van onder de indruk hoe deze leer de inzet voor de mensheid koppelde aan vrede en welzijn. Later legde zijn schip aan in het Russische Taganrog (aan de Zee van Azov), waar een enthousiast lid van Jong Italië hem bijpraatte over de strijd van Mazzini.

Garibaldi met zijn militie, ca. 1867. (Afbeelding: Bridgeman Art Library)
 

Op de vlucht
Garibaldi was begeesterd en raakte geheel in de ban van vrijheid, onafhankelijkheid en - vooral - de Italiaanse eenheid. Terug in Nice sloot hij zich aan bij een door Mazzini georganiseerde opstand tegen Karel Albert, de koning van Piëmont-Sardinië. Die vond plaats in februari 1834 maar mislukte volledig omdat aanvallen niet volgens plan werden uitgevoerd of werden afgeslagen; de autoriteiten waren getipt. Garibaldi, die op dat moment zijn militaire dienstplicht vervulde bij de marine, sloeg daarna op de vlucht naar Frankrijk en werd nu als deserteur beschouwd. De regering zag in zijn vlucht het bewijs dat hij één van de leiders was, en hij werd bij verstek ter dood veroordeeld. Garibaldi belandde uiteindelijk in Brazilië. Hij wilde daar de eerder gevluchte Italianen verenigen in een vrijwilligerskorps voor het geval de revolutie in Italië alsnog van de grond zou komen.

Guerrillastrijd
Het liep anders. Garibaldi voelde zich gedreven om mee te doen met de opstanden en burgeroorlogen die toen in Zuid-Amerika woedden. Zo sloot hij zich aan bij de strijd van lokale veeboeren in de zuidelijke provincie Rio Grande do Sul. Zij waren in 1835 in verzet gekomen tegen de verhoogde belasting op rundvlees en hadden daarom zelfs een eigen republiek uitgeroepen. Garibaldi viel als een soort kaper Braziliaanse schepen aan en had ook een belangrijke rol in de oorlog aan land. Hij trok in 1841 naar Uruguay, moe van het vechten maar vooral omdat hij het gezin dat hij met de Braziliaanse Anna Maria Ribeiro da Silva had gesticht, een veiliger omgeving wilde bieden. Hij verdiende zijn geld daarna als tussenpersoon in de koopvaardij en werkte er als leraar. Het bloed kroop echter waar het niet gaan kon, want in 1842 nam hij tijdens de Uruguayaanse oorlog voor onafhankelijkheid de leiding op zich van de Uruguayaanse vloot en bracht hij een leger van Italiaanse vrijwilligers op de been om Montevideo te ontzetten dat werd belegerd door de Argentijnse dictator Juan Manuel de Rosas. 

In Zuid-Amerika leerde Garibaldi de beginselen van de guerrillastrijd, waarbij vooral zijn soberheid, onverzettelijkheid en onafhankelijkheid opvielen. Journalisten rapporteerden over de gebieden die hij voor de opstandelingen veroverde, de steden die hij verdedigde en vooral zijn heldhaftige optreden. Hun verhalen bereikten Europa en vestigden ook hier zijn reputatie als daadkrachtig en succesvol krijger. 

In Brazilië trouwde Garibaldi met Anna Maria Ribeiro da Silva (Anita); ze kregen vier kinderen. Anita, een zeer goede amazone, stond haar man als gewapend strijder bij in zijn militaire campagnes. Ze kwam in 1848 mee naar Italië. Garibaldi, zijn vrijwilligers én Anita droegen waarschijnlijk al in Zuid-Amerika een wijdvallend rood shirt bij wijze van uniform; vanaf de aanval op Sicilië in mei 1860 was dat standaard. Daar was Anita trouwens niet meer bij: na meegevochten te hebben in de slag om Rome (1849) sloeg ze met Garibaldi en zijn leger op de vlucht voor de Franse en Oostenrijkse troepen; onderweg overleed ze. Na Anita’s dood vond Garibaldi in Francesca Armosino een nieuwe partner; ook met haar kreeg hij kinderen. Hier zien we Garibaldi bij het sterfbed van Anita. (Afbeelding: Schilderij van Giuseppe Sciuti, privé-collectie, via Wikimedia Commons) 
 

Onderspit
In 1848, het jaar waarin veel Europese regeringen werden opgeschrikt door grootschalige democratische protesten, ontving hij eindelijk het nieuws waarnaar hij snakte en wat hem terug naar Europa voerde. Ook in Italië was de vlam in de pan geslagen, te beginnen op Sicilië: tegen de Oostenrijkse macht, voor burgervrijheden en voor de eenwording van het land. 

Een golf van nationalistische en democratische agitatie overspoelde de verschillende koninkrijken en stadstaten. De conservatieve heersers van onder meer Piëmont-Sardinië, het koninkrijk der Beide Siciliën en de Paus zagen zich gedwongen in te stemmen met nieuwe, liberale grondwetten. Koning Karel Albert van Piëmont-Sardinië maakte gebruik van de onrust in het naastgelegen Lombardije-Venetië en viel er binnen, nadat hij Oostenrijk - de feitelijke machthebber - de oorlog had verklaard. 

Mythische status
Garibaldi vergaarde een bijna mythische status onder zijn tijdgenoten, mede gevoed door zijn sobere en teruggetrokken levensstijl. Velen wilden hem maar wat graag voor hun eigen karretje spannen. Hij kreeg bijvoorbeeld het aanbod een leger aan te voeren in de Amerikaanse burgeroorlog , wat Garibaldi afsloeg omdat Lincoln op dat moment de slavernij nog niet volledig wilde afschaffen en omdat de positie die hij kreeg aangeboden voor de Italiaan niet hoog genoeg was. Poolse, Hongaarse en Pruisische onafhankelijkheidsstrijders verzochten zijn steun. In 1870-181 vocht hij aan Franse zijde mee in de Franse-Duitse oorlog. Zijn laatste jaren bracht hij vooral door op Caprera waar het een komen en gaan was van oorlogskameraden, politieke medestanders en nieuwsgierige bezoekers. In 1882 stierf hij.

Terug in Italië
In april 1848 arriveerde Garibaldi met ruim zestig man in Italië om mee te vechten in deze strijd tegen de Oostenrijkers. Hij bood Karel Albert zijn diensten aan, maar die weigerde zijn hulp omdat het doodvonnis uit 1834 nog van kracht was, al was dat kennelijk onvoldoende reden hem te arresteren. 

Garibaldi trok vervolgens naar Milaan, de hoofdstad van Lombardije-Venetië waar ook nationalistische sentimenten broeiden. Hier ontmoette hij Mazzini voor het eerst in levende lijve. De lokale regering bood hem de positie van generaal aan. Hij kon echter maar weinig uitrichten omdat koning Karel Albert kort na zijn aankomst een wapenstilstand ondertekende, na een smadelijke nederlaag in een belangrijke veldslag.

Niet veel later kon Garibaldi toch in actie komen, in Rome, waar de hervormingsgezinde minister van Justitie Rossi was vermoord. De hevige protesten die daarop uitbraken dwongen de paus te vluchten, waarop democratische opstandelingen de stad overnamen en in 1849 de Republiek Rome uitriepen. Zij moesten zich daarna verdedigen tegen Franse troepen die de paus terug in het zadel wilden helpen. Garibaldi sprong bij en hield de Fransen met een leger van vrijwilligers maandenlang buiten de poorten, maar moest toch het onderspit delven. Opgejaagd door de Oostenrijkse en Franse legers vluchtte hij met duizenden manschappen de Apennijnen over en strandde in het neutrale San Marino. Tijdens de uitputtende mars die Garibaldi’s faam als vasthoudend leider bekrachtigde, kozen steeds meer van zijn vrijwilligers hun eigen weg en in San Marino viel Garibaldi’s leger uiteen. 

Persona non grata
Uiteindelijk bleken de revoluties van 1848 op het Italiaanse schiereiland weinig succesvol. Veel machthebbers draaiden de democratische hervormingen terug toen de opwinding was afgenomen. Garibaldi was ondanks of misschien wel juist door zijn grote populariteit persona non grata geworden. Hij kreeg een staatstoelage en werd om verdere politieke onrust te voorkomen vriendelijk doch dringend verzocht te vertrekken, wat hij deed: naar New York en later naar Lima in Peru, waar hij via een vriend opnieuw in de koopvaardij zijn brood verdiende. 

De fameuze ontmoeting van de toekomstige koning Victor Emanuel en Garibaldi, na diens veroveringen in Zuid-Italië in 1860. (Afbeelding: fresco door Pietro Aldi, 1886, in het Palazzo Publico te Siena, via Wikimedia Commons)
 

Roodhemden
Karel Albert van Piëmont-Sardinië had ondertussen zijn nederlaag in de oorlog tegen Oostenrijk niet kunnen verkroppen en waagde in maart 1849 een nieuwe poging. Die verloor hij kansloos binnen één dag. Dit maakte zijn positie zo omstreden dat hij afstand deed van de troon ten gunste van zijn zoon Victor Emanuel II. De nieuwe koning stelde de liberaal Camillo Benso di Cavour als zijn premier aan. Beiden waren groot voorstander van het streven naar Italiaanse eenheid. 

Daarvoor moesten ze allereerst met de Oostenrijkers afrekenen. In 1859 sloten ze een verbond met de Franse keizer Napoleon III: in ruil voor het graafschap Nice en het hertogdom Savoy beloofden de Fransen troepen te sturen als Oostenrijk het koninkrijk Piëmont-Sardinië zou aanvallen. Dat gebeurde een jaar later, toen Cavour en Victor Emanuel II met opzet een Oostenrijks ultimatum negeerden om te demobiliseren. 

Ditmaal wist Piëmont-Sardinië met Franse hulp de Oostenrijkers wél te verslaan; het voegde Lombardije toe aan het eigen grondgebied. En passant gebeurde hetzelfde met Parma, Toscane, Modena en Reggio en Romagna die zich aan de kant van Oostenrijk hadden geschaard. 
Garibaldi had inmiddels een huis betrokken op het eiland Caprera, ten noordoosten van Sardinië. Zijn verzoek om terug te mogen keren naar huis was in 1854 ingewilligd, onder voorwaarde dat hij zich gedeisd hield, maar in weerwil daarvan vroeg Cavour Garibaldi toch om mee te vechten in de oorlog van Victor Emanuel II tegen de Oostenrijkers. Garibaldi was weliswaar republikein, maar gaf voorrang aan het streven naar eenheid. Hij stemde dus in en kreeg de vrije hand om een vrijwilligersleger te rekruteren. Aan het hoofd van deze ‘Alpenjagers’ veroverde hij plaatsen als Varese en Como. 

Garibaldi's belang voor de eenheid van Italië wordt verbeeld door het schilderij van de vrouw die dwepend naar zijn portret aan de muur kijkt. Op de schoorsteenmantel een buste van de eerste koning van het verenigde Italië, Victor Emanuel II. (Afbeelding: door Domenico Induno, 1862; deze en volgende afbeeldingen via Wikimedia Commons).
 

Nadat de strijdbijl met Oostenrijk wederom was begraven, keek Garibaldi met groot ongeduld naar de voorzichtige diplomatie waarmee Victor Emanuel II en Cavour de Italiaanse eenheid verder probeerden te brengen. Dat proces vlotte in zijn ogen veel te weinig. Hij zocht daarom naar mogelijkheden beide machthebbers in beweging te krijgen. Het lukte hem in 1860 om de - weliswaar stilzwijgende - goedkeuring van de koning en Cavour te krijgen voor een militaire aanval op het koninkrijk van de Twee Siciliën, dat een repressief bewind voerde in Zuid-Italië en waar opstanden waren uitgebroken. 

In de nacht van 5 op 6 mei 1860 vertrok Garibaldi vanuit Genua met meer dan duizend Roodhemden, genoemd naar de kleur van hun kleding. Hij veroverde achtereenvolgens Sicilië, Calabrië en ten slotte Napels en bracht uiteindelijk, op het laatst met hulp van troepen van de koning, het hele koninkrijk in Zuid-Italië ten val. Victor Emanuel zag zijn kans schoon om zijn invloed uit te breiden en trok naar het zuiden waar hij op 26 oktober in de buurt van Napels Garibaldi tegen het lijf liep, die de vorst na een warme begroeting - elk gezeten op een paard - tot nieuwe koning van Italië uitriep. 

In de referenda die in de jaren daarna gehouden werden, stemde de bevolking van de veroverde en andere gebieden op het schiereiland massaal voor aansluiting bij het nieuwe koninkrijk, dat in 1861 officieel werd uitgeroepen. Na een korte strijd sloten de inwoners van de veroverde Kerkelijke Staat zich in 1870 als laatsten aan: Italië was verenigd, met Rome als hoofdstad en Victor Emanuel II op de troon. Garibaldi’s idealen van vrijheid en eenheid waren na vele omzwervingen over de wereld voor Italië werkelijkheid geworden.

Dit artikel verscheen eerder in 2025 in Geschiedenis Magazine (nummer 2) onder de titel: 'Zonder Garibaldi geen Italië'.

Delen: