Wat kunnen Italiaanse stillevens ons vertellen over het waterleven in het verleden?
In de keuken, als deel van een banket of bij de visboer op de markt: we komen ze regelmatig tegen op historische schilderijen. Kreeften, krabben, roggen, schildpadden en tientallen andere soorten waterdieren. Onlangs nam een groep wetenschappers bijna 400 kunstwerken met vissen onder de loep. Daaruit blijkt dat zulke werken niet alleen inzicht kunnen geven in de biodiversiteit van het vroegere waterleven, maar ook informatie bieden over de veranderende relaties tussen mens en natuur en ontwikkelingen in de visvangst.
Een groep onderzoekers van de Aix Marseille Université in Zuid-Frankrijk onderzocht onlangs 384 kunstwerken. Het ging om stillevens uit de 16de tot en met de 18de eeuw en alle afkomstig van het Italiaanse schiereiland. De schilderijen waren van de hand van zo’n 60 verschillende kunstenaars, onder wie Raphael, Bartolomeo Passarotti en Vincenzo Campi. Wat hebben deze schilders gemeen? Zij maakten allen een of meerdere werken waarop (dode) waterdieren zijn afgebeeld.
Geïnspireerd door de naturalistische stijl uit Vlaanderen vereeuwigden veel vroegmoderne Italiaanse kunstenaars tafels, banketten, marktkraampjes en keukens op het doek, met gedetailleerde én natuurgetrouwe weergaves van dieren. We zien snoeken, octopussen, karpers, oesters, schildpadden, haaien, koraal en nog veel meer soorten in uiteenlopende scènes (én vaak als onderdeel van een maaltijd). In totaal identificeerden de onderzoekers 92 verschillende vissoorten op de bekeken schilderijen (op een totaal van 3.641 afgebeelde vissen).
In het onderzoek werden de kunstwerken verdeeld in drie regio’s: het binnenland, Oost-Italië (het gebied dat grenst aan de Adriatische Zee) en West-Italië (het gebied dat grenst aan de Tyrreense Zee). De onderzoekers analyseerden de vissoorten en publiceerden hun resultaten in het tijdschrift npj biodivers.
Zoet- en zoutwater
Ze merkten onder meer op dat je vooral vóór 1650 veel zoetwatervissen zoals karpers en snoeken tegenkwam op de schilderijen die afkomstig waren uit het binnenland van het Italiaanse schiereiland. Dat is te verwachten omdat in die regio (met name in het noorden van het huidige Italië) bewoners aanvankelijk vooral afhankelijk waren van de zoetwatervisvangst. Hoewel handelaren deze wel naar het binnenland brachten, waren dieren uit zee zeldzamer. Op kunstwerken uit de kustregio’s zie je daarentegen al in de 16de eeuw meer diversiteit in de afgebeelde vissen, waaronder zoutwaterdieren. Het betrof onder meer de (rode én grijze) harder, een vis die in kustwateren leeft. Dit is eenvoudig te verklaren: tot in de 17de eeuw was zeevisvangst relatief kleinschalig. Zeevissers gooiden hun netten vooral uit in de kustgebieden.
Ontwikkeling van de zeevisserij
Vanaf het midden van de 17de eeuw werden er echter steeds minder zoetwatervissen op de schilderijen afgebeeld en juist meer dieren uit de zee zoals octopussen, inktvissen en haaien. Dit liep nagenoeg gelijk op met toenemende exploitatie van de zee, die het gevolg was van nieuwe beschikbare technieken en -middelen. Zo werden er netten ontworpen die vissers over de zeebodem konden slepen en daarmee kwamen ook dieper zwemmende dieren binnen handbereik.
Als gevolg van de ontwikkelingen in de zeevisvangst zaten de netten dus vol met platvissen, sterrenkijkers, haaien en roggen. Die belandden op de markt, op het menu en zo ook op het doek. Maar waar de diversiteit op het canvas groeide, nam het in de zee af. Zo daalde in de 17de en 18de eeuw het aantal zeeschildpadden, bepaalde kokkels en steuren als gevolg van overbevissing.
Kwestie van smaak
Welk dier een kunstenaar koos, is niet alleen afhankelijk van de beschikbaarheid, maar ook van de smaak van de maker of de opdrachtgever van het kunstwerk. Die laatsten waren vaak (afkomstig uit) rijke families. Die wilde het liefst een werk ophangen met bijzondere diersoorten die als luxeproduct in de elitekeuken gebruikt werden. De adel vond dieren die golden als volksvoedsel, zoals sardientjes en ansjovis, toch minder aantrekkelijk om naar te kijken. Hoewel er wel veel gevist werd op sardine en ansjovis, identificeerden de onderzoekers die vissen op minder 10% van de schilderijen. Ook de aal – die meer en meer als armeluisvoedsel werd gezien – verdween uit de stillevens.
Er zijn eerder onderzoeken gedaan waarbij kunst werd gebruikt om inzicht te krijgen in vispopulaties. Een daarvan is het citizen science project ‘Vissen in het verleden’ uit 2020 van Naturalis en de Universiteit Leiden. Burgers bekeken online bijna 1700 schilderijen uit de 15de tot de 20ste eeuw en identificeerden de geportretteerde dieren. De snoek kwam het meeste voor, op de voet gevolgd door de karper. Er werden interessante verschuivingen gevonden door de eeuwen heen, die te maken hadden met o.a. klimaatverandering, veranderende ecosystemen en visvangst. Zo’n database is ook voor toekomstige klimaatonderzoekers, milieudeskundigen en historici interessant.
Kunstgeschiedenis als bron
Historische onderzoek naar de biodiversiteit in zeeën en rivieren – en hoe dit door de eeuwen heen veranderde - wordt gewoonlijk gebaseerd op archeologische vondsten, jaarverslagen, logboeken van zeelieden of zelfs menu’s van restaurants. De onderzoekers van Aix Marseille Université wilden met dit onderzoek laten zien dat kunstgeschiedenis ook inzicht kan bieden in de biodiversiteit. Ze benadrukten echter dat het waterleven op stillevens niet een één-op-één weergave is van de realiteit: de keuze om bepaalde vissen wel of niet op het doek te zetten, is ook het gevolg van bovengenoemde technische, sociale en culturele factoren én esthetische keuzes. Zij namen deze afwegingen mee in hun analyse.
Verder lezen: Merquiol, L., Tribot, AS., Faget, D. et al. Italian still life paintings as a resource for reconstructing past Mediterranean aquatic biodiversity. npj biodivers 4, 33 (2025). (Link)
Delen: