Wat bedoelde Herodotus met de ‘mannenmoed’ van Artemisia?

Artemisia I van Carië was een belangrijke speler in de Perzische invasie van Griekenland. Ze verwierf faam als admiraal in de Perzische vloot en raadgever van de Perzische koning. Feit en fictie zijn in het geval van Artemisia nauw met elkaar verweven. Weinig weten we zeker en de informatie die we hebben is niet altijd even betrouwbaar. Wat weten we wel over haar? 

‘Ik voel me niet geroepen hier alle onderofficieren op te noemen, maar voor Artemisia maak ik een uitzondering. Ik blijf het een uitermate vreemde zaak vinden dat zij – een vrouw! – aan de veldtocht tegen Griekenland heeft deelgenomen. Na de dood van haar man kreeg zij de macht in handen en zij sloot zich bij het Perzische leger aan, ondanks het feit dat haar zoon al een opgeschoten jongen was en er dus geen noodzaak was zoiets te doen. Zij werd eenvoudig door mannenmoed en haar zucht naar avontuur gedreven.’ Met deze woorden introduceert de Griekse geschiedschrijver Herodotus (ca. 484-425 v.Chr.) een van de opmerkelijkste vrouwen uit de klassieke oudheid: Artemisia, die in de eerste helft van de 5de eeuw v.Chr. over de Klein-Aziatische stad Halicarnassus in Carië heerste.

Ze was een voorname speler in de Perzische invasie van Griekenland, waarin ze faam verwierf als admiraal in de Perzische vloot en raadgever van de Perzische koning. Hoewel ze dus tegen Grieken vocht, had Artemisia zelf Griekse roots. Halicarnassus was een van de vele steden die Griekse kolonisten eeuwen eerder in Klein-Azië hadden gesticht en waar ze zich met de lokale bevolking hadden vermengd. De inwoners spraken Grieks en vereerden goden onder hun Griekse namen: de naam Artemisia is afgeleid van Artemis, de godin van de jacht. In de late 6de eeuw v.Chr. waren deze Klein-Aziatische steden opgeslokt door het machtige Perzische rijk.

Volgens Herodotus, die zelf ook uit Halicarnassus kwam, was Artemisia de dochter van de lokale heerser Lygdamis – haar moeder was afkomstig van Kreta. Artemisia trouwde, maar de naam van haar echtgenoot kennen we niet. Na zijn dood heerste ze in naam van hun minderjarige zoon, Pisindelis, als vazalvorst van de Koning der Koningen in Persepolis. Hoe lang ze precies aan de macht was en of ze als een goede heerser te boek stond, is helaas niet overgeleverd.

Schilderij uit 1868 van Wilhelm von Kaulbach die de Slag bij Salamis in beeld brengt. In het midden en iets naar links, gekleed in het wit, is Artemisia afgebeeld. Er bestaat ook een versie zonder Artemisia. (Afbeelding: Maximilianeum, Senatssaal)

 

Wapenfeit
Het is niet zo opmerkelijk dat Artemisia als vrouw politieke macht uitoefende. Er zijn immers wel meer voorbeelden van antieke vorstenhuizen waar een moeder, tante of zus bij gebrek aan een volwassen mannelijke erfgenaam een tijdlang de scepter zwaaide. Voorbeelden van vrouwen die zelf ten strijde trokken, zijn veel dunner gezaaid. Oorlog gold in de oudheid bij uitstek als een mannenzaak. Griekse mythen over de amazones – geduchte vrouwelijke krijgers die zich aan de randen van de beschaafde wereld ophielden – getuigen van de weerzin én fascinatie die het verschijnsel van vechtende vrouwen bij veel Griekse mannen opriep.

Het is dan ook niet vreemd dat Herodotus zich verwonderde over Artemisia’s andreia, haar ‘mannenmoed’. De militaire carrière van de Halicarnassische heerseres begon met een oproep van de Perzische koning Xerxes om troepen te leveren. Diens vader Darius had in 490 v.Chr. bij Marathon een gevoelige nederlaag tegen de Atheners geleden. Tien jaar later besloot zijn zoon om het beter aan te pakken en bereidde een grootscheepse invasie van Griekenland voor.

Daartoe mobiliseerde hij tienduizenden soldaten en een vloot van zo’n duizend schepen. Artemisia voerde het commando over vijf van die schepen. Naar haar motieven om zelf ten strijde te trekken, kunnen we slechts gissen. Waarom liet ze die taak niet over aan haar (inmiddels volwassen) zoon? Wellicht wilde ze zich niet door een man terzijde laten schuiven.

Herodotus, die vanuit Grieks perspectief schreef, maar aangeeft dat hij recht wil doen aan de grootse daden van beide partijen, verzekert ons dat de schepen die Artemisia aanvoerde tot de meest gerenommeerde van de hele vloot behoorden. Als plaatsgenoot zal hij echter niet onbevooroordeeld zijn geweest. Het enige wapenfeit van Artemisia waarover de geschiedschrijver ons in detail bericht, is van twijfelachtig allooi.

In de beroemde Slag bij Salamis (480 v.Chr.), waarin de Perzische vloot het tegen de Atheense opnam, zou de vrouwelijke admiraal door vijandelijke schepen in het nauw zijn gedreven. Ze aarzelde niet en ramde het schip van een van haar eigen bondgenoten, waardoor de Atheners dachten dat ze aan hun kant stond en de achtervolging opgaven. Xerxes, die de slag vanaf een hoog punt gadesloeg, had niet in de gaten dat Artemisia een schip dat aan Perzische zijde vocht tot zinken had gebracht en bewonderde haar heldhaftige optreden. ‘Mijn mannen zijn wijven geworden en de vrouwen kerels,’ zou zijn commentaar zijn geweest.

Volgens een latere bron, Polyaenus, had Xerxes wel degelijk door hoe de vork in de steel zat, maar maakte dat zijn bewondering er niet minder om: hij schonk Artemisia een Griekse wapenrusting en de kapitein van het gezonken schip een spintol en -rok om diens verwijfdheid te onderstrepen.

Het gebrek aan betrouwbare informatie heeft latere schrijvers en kunstenaars er niet van weerhouden hun eigen versies van Artemisia te scheppen. Ze is bijvoorbeeld een van de vier figuren onderaan deze sokkel van het 17de-eeuwse ruiterstandbeeld van koning Christiaan I van Denemarken in Kopenhagen. De andere zijn niet de minste: de godin Minerva, halfgod Hercules en de veroveraar Alexander de Grote. Op de foto hierboven zit hij rechts, Artemisia links. Maar ook nu nog klinkt Herodotus’ bewondering voor deze verbazingwekkende vrouw door. Zo schitterde ze in 2014 als bedreven vechter in het Holywood-spektakel 300: Rise of an Empire, vertolkt door Eva Green. (Afbeelding: Wikimedia Commons)
 

Wijze raad
Artemisia onderscheidde zich echter niet alleen in het strijdgewoel. ‘Geen andere bondgenoot gaf aan de koning zulke nuttige adviezen als zij,’ aldus Herodotus. Vóór de Slag bij Salamis zou de Perzische opperbevelhebber Mardonius alle aanvoerders bij elkaar hebben geroepen om hun te vragen wat ze de koning zouden aanraden. De Perzische vloot had toen al zware verliezen tegen de Grieken geleden in de Slag bij Artemisium. Toch spraken vrijwel alle aanvoerders zich uit voor een directe confrontatie met de Atheners. Alleen Artemisia was dapper genoeg om erop te wijzen dat de Grieken op zee nu eenmaal het overwicht hadden en dat de koning beter op zijn landleger kon vertrouwen. Xerxes waardeerde haar openhartigheid, maar sloeg haar advies toch in de wind, met als gevolg dat de Perzen bij Salamis het onderspit dolven. Na deze nederlaag vroeg de koning Artemisia persoonlijk om raad: moest hij zijn troepen zelf blijven aanvoeren, of kon hij zich beter naar Perzië terugtrekken en het commando aan Mardonius overlaten?

Haar sluwe advies luidde dat hij zich beter kon terugtrekken: als de verovering van Griekenland slaagde zou hij daar toch wel de roem voor oogsten, terwijl een nederlaag op het conto van Mardonius zou worden geschreven. Ditmaal luisterde de koning wel, volgens Herodotus omdat hij toch al van plan was zich terug te trekken. Ook Artemisia keerde naar Azië terug en verdwijnt daarmee uit de geschiedenis. Een latere bron vermeldt nog dat ze zich van een klif stortte toen haar avances door een jongere man werden afgewezen, maar dat verhaal is een literair cliché dat bijvoorbeeld ook over de dichteres Sappho werd verteld. Oprechte bewondering Feit en fictie zijn in het geval van Artemisia nauw met elkaar verweven. De meeste historici twijfelen niet aan de kern van Herodotus’ relaas, maar merken wel op dat hij onmogelijk kan hebben geweten wat er in de krijgsraad van Xerxes precies werd besproken.

Grieken hadden nogal eens de neiging Griekse mannelijkheid met Perzische verwijfdheid te contrasteren. Xerxes’ uitspraak dat zijn mannen wijven waren geworden en de vrouwen kerels zou daar goed bij aansluiten. Toch lijkt Herodotus’ bewondering voor de krijgshaftigheid en wijsheid van Artemisia oprecht en gebruikt hij haar niet slechts om de Perzische mannen belachelijk te maken. Andere bronnen voegen weinig aan onze kennis toe. In Pausanias’ tweede-eeuwse Beschrijving van Griekenland wordt vermeld dat er in Sparta nog altijd buitgemaakte beelden van Perzische aanvoerders als oorlogstrofeeën stonden opgesteld, waaronder ook Mardonius en Artemisia. Perzisch aardewerk dat in het mausoleum van Artemisia’s opvolgers Mausolus en Artemisia II is aangetroffen is mogelijk door Xerxes aan zijn admiraal geschonken – een tastbaar blijk van waardering voor deze verbazingwekkende vrouw.

De Herodotus-citaten zijn afkomstig uit de vertaling van Hein van Dolen

 

Delen: