Waar zijn de lichamen op het slagveld bij Waterloo gebleven?

In de middeleeuwen kwam het vaak voor dat slagvelden volledig werden leeggeroofd: de buit werd bij elkaar verzameld en verdeeld. Waarschijnlijk heeft er na de slag bij Waterloo in 1815 ook een gruwelijke roof plaatsgevonden. Hoewel er nog regelmatig uniformknopen, penningen en munitie worden teruggevonden, komen er slechts zelden lichamen boven water. Maar waar zijn de overleden soldaten dan gebleven?

Middeleeuwse soldaten kregen meestal heel slecht betaald. Soms zelfs helemaal niets, als een veldtocht tegenviel. Wat deden ze om in leven te blijven? Vaak iets gewelddadigs. Historicus Steve Tibble, verbonden aan o.a. Jesus College in Cambridge, heeft dat uitgezocht voor de kruistochten in de 12de en 13de eeuw bij zowel christelijke troepen (‘Franken’) als moslimlegers. In zijn boek Crusader Criminals. The Knights Who Went Rogue in the Holy Land (Yale University Press, 2024) constateert Tibble dat er groepen arme mannen in de buurt van de slagvelden rondhingen die met zekere regelmaat militair werden ingezet.

Plunderen als beloning
Ze kregen als beloning toestemming van de legerleiding om paarden van de tegenstanders te stelen, of materieel en kostbaarheden. Een andere bron van inkomsten was het ontvoeren van mensen uit het vijandelijke kamp en hen op de slavenmarkten te verkopen (de opbrengst ging naar de leiding, de kidnapper kreeg commissie). Dit lot trof vooral christelijke kinderen uit de ‘legertros’, de dienstverleners en partners die met de Franken meetrokken. Een andere vorm van betaling was het meedelen in de buit nadat een stad werd ingenomen en geplunderd. Voor de verdeling golden strikte regels. Alles werd op een hoop gegooid en eenieder moest zijn roofgoed eerlijk melden. Wie hoger in de pikorde stond kreeg meer. Wie iets achterhield kon wegens fraude de doodstraf krijgen. Uit een Franse kroniek over de vierde kruistocht blijkt dat dit lot zelfs inhalige ridders trof.

Na de Slag bij Waterloo
Zo op het oog ging het er begin 19de eeuw op en rond de slagvelden heel anders aan toe. Toch is er een overeenkomst, met armoede en diefstal als sleutelwoorden. Het heeft er alle schijn van dat na de Slag bij Waterloo op grote schaal een gruwelijke roof heeft plaatsgevonden, en een Britse organisatie wil dat uitzoeken: Waterloo Uncovered verricht sinds 2015 archeologisch onderzoek op het terrein net ten zuiden van Brussel waar Napoleons troepen in 1815 definitief werden verslagen. Het project is een samenwerkingsverband van professionele archeologen en historici én vrijwilligers. Die laatsten zijn vooral veteranen en actieve militairen die aan het re-integreren zijn. Het werk bij Waterloo Uncovered geeft structuur en geestelijke steun bij het overwinnen van bijvoorbeeld PTSS of het leren omgaan met de fysieke handicaps die met hun oorlogsverleden te maken hebben.

Chirurg Charles Bell, de maker van deze aquarel, verwijderde bij Waterloo kogelresten uit de schedel van deze militair. De man stierf na zes dagen aan hersenvliesontsteking, een gevolg van de operatie waar dokters machteloos tegenover stonden. (Afbeelding: Wellcome Images)
 

Waar zijn de lichamen?
Bij de opgravingen kwamen veel uniformknopen, penningen en munitie tevoorschijn. Ook legden de onderzoekers resten van verwoeste gebouwen bloot, zoals een geallieerd veldhospitaal waarnaast opvallend genoeg vooral paarden en ossen begraven lagen. Apart daarvan trof men een  hoop geamputeerde ledematen aan, en een menselijk skelet... het tweede pas dat sinds 2015 op het slagveld is aangetroffen. Terwijl uit schriftelijke bronnen en ooggetuigenverslagen bekend is dat hier tienduizenden dodelijke slachtoffers zijn gevallen, en dat van hen zeker 13.000 in drie massagraven zijn gedumpt. Maar waar liggen ze? Zijn de resten er nog wel?

De slag bij Waterloo, 18 juni 1815. Centraal op dit schilderij staat de hertog van Wellington, links wordt de gewonde Prins Willem afgevoerd. Door Jan Willem Pieneman (1824). (Afbeelding: Collectie Rijksmuseum Amsterdam)
 

Misschien niet. Er gingen allang verhalen dat omwonenden uit geldnood de menselijke resten (en die van paarden) na enkele jaren hebben opgegraven en verkocht: om te worden verwerkt tot zuiveringsstof voor suikerraffinaderijen, en tot beendermeelkorrels. Dat was een relatief nieuwe organische meststof die makkelijker te verspreiden was voor de boeren dan wat ze van oudsher op hun land gebruikten: dierlijke mest of afval uit de steden – de zeer werkzame guano (vogelmest) uit Chili kreeg pas vanaf de jaren 1840 algemene toepassing. Verschillende Britse historische documenten verwijzen naar de import van mensen- en paardenbeenderen na grote veldslagen in de Napoleontische tijd, en naar de fabrieken in Yorkshire waar ze met behulp van stoommachines tot korrels werden vermalen.

Op Britse akkers
Het is een lugubere gedachte dat de geroofde lichamen zo op vooral Britse akkers terecht zijn gekomen, maar onmogelijk is het zeker niet. Bedenk dat er kunstgebitten werden gemaakt met tanden van gevallen militairen. Hoogleraar Tony Pollard, die het archeologische team van Waterloo Uncovered leidt, zou daarom graag die massagraven vinden – zijn ze leeg, dan is dat óók een belangrijke aanwijzing. Het archeologische onderzoek concentreert zich daar nu op. Het laatste nieuws is te lezen op www.waterloouncovered.com

Verder lezen over de slag bij Waterloo?
Het is een van de beroemdste veldslagen uit de geschiedenisboeken: op 18 juni 1815 streed een Brits-Nederlands-Duitse strijdmacht tegen de Franse heerser Napoleon Bonaparte. Ook Prins Willem, zoon van Willem I, vocht mee als onderbevelhebber. Hoe deed Willem I het als legeraanvoerder? Historicus Jos Gabriëls zocht het uit en schreef voor Geschiedenis Magazine in 2015 een artikel. Je kunt dit artikel teruglezen via deze link op onze website.

Dit artikel verscheen in Geschiedenis Magazine nummer 8 (2024) onder de titel 'Roven rondom het slagveld'.

Delen: