Waar trok Hannibal over de Alpen?

In het najaar van 218 v.Chr. trok de Carthaagse veldheer Hannibal over de Alpen naar de Povlakte. Hiermee verraste hij de Romeinen, zijn vijanden, die zich hadden voorbereid op een oorlog in Sicilië. Het is bekend welke route Hannibal nam vanuit de Carthaagse wingewesten op het Iberisch Schiereiland naar het dal van de Rhône. Maar waar stak hij daarna de Alpen over? Veel mensen willen de precieze route weten. Jona Lendering gidst ons langs de valkuilen van deze zoektocht.

De Punische Oorlogen
Hannibal had geluk. De Romeinse generaal die hem in de Povlakte opwachtte, meende snel te kunnen afrekenen met Hannibals 20.000 uitgehongerde soldaten, zijn 6000 nauwelijks inzetbare ruiters en zijn zeven uitgemergelde olifanten. De Romein trok de Carthaagse strijdmacht dus tegemoet, maar werd prompt verslagen. Onmiddellijk daarna liepen de bewoners van de Povlakte, die nog maar kort tevoren door Rome waren onderworpen, naar Hannibal over. Ineens zag Rome zich geconfronteerd met een grote en goed geleide strijdmacht in een richting waar het geen gevechten had verwacht. Zo kreeg de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.) een ander gezicht dan de Eerste Punische Oorlog (264-241 v.Chr.): dit keer streden de Carthagers en Romeinen niet om Sicilië, maar om heel Italië.

Op zoek naar Hannibal
Hannibal kon de oorlog weliswaar niet winnen, maar hij bleek een geduchte tegenstander. Het kostte de Romeinen jaren voor ze de oorlog naar Afrika konden overbrengen en de Carthagers in eigen land wisten te verslaan. Dát Hannibal zijn troepen van de Rhônevallei naar de Povlakte kreeg, is eigenlijk het enige dat we hoeven weten. Desondanks is er veel geschreven over de vraag welke route hij daarbij over de Alpen nam. Menig lokaalpatriot vindt het een leuke gedachte dat Hannibal door zijn dorp is gekomen. Fransen zijn wat dat betreft niet anders dan de Duitsers die de slag in het Teutoburgerwoud het liefst lokaliseren in het plaatselijke bos. Er is ook een verschil. De Duitsers hebben de speurtocht inmiddels gestaakt, deels doordat er consensus is dat er niet één gevechtsplaats is geweest, deels doordat een van die plaatsen is geïdentificeerd. De discussie over Hannibal gaat echter door. Dit komt door de aard van het bewijsmateriaal.

Hannibal in Italië, de Alpen op de achtergrond. (Afbeelding: fresco van Jacopo Ripanda, detail, ca. 1510, Capitolijnse Musea Rome)
 

Het probleem
De puzzel van Hannibals Alpentocht steekt niet anders in elkaar dan andere lokaliseringen. Het komt erop neer dat we twee soorten bewijsmateriaal op elkaar afstemmen. De eerste stap is te onderzoeken hoe de geschreven bronnen over Hannibals route zich tot elkaar verhouden, de tweede stap is daaruit de informatie te distilleren en de derde stap is te kijken hoe die informatie past in het landschap. Het hooggebergte is sinds de oudheid wel enigszins veranderd, maar aangezien er geen bergdalen bij zijn gekomen, zijn er op dit punt minder complicaties. Hannibals Alpentocht is vooral een tekstueel probleem.

De speurtocht loopt vast bij de tweede stap. De informatie die we uit de bronnen distilleren, is niet eenduidig, waardoor ze zich overal in het antieke landschap laat passen. Dat wil zeggen dat geen enkele reconstructie van Hannibals route te weerleggen valt. Alles - of bijna alles - is dus mogelijk. Als de antwoorden echter niet te toetsen zijn, is de vraag zinledig en onwetenschappelijk. De tweede stap vormt een onneembare horde, maar gelukkig valt wel iets te zeggen over de eerste stap.

Stap één: de teksten
Twee antieke auteurs beschrijven de operatie waarmee Hannibal zijn troepen van de Rhônevallei naar de Povlakte bracht: de Griekse geschiedschrijver Polybios (ca. 200-ca. 118 v.Chr.) en zijn Romeinse vakgenoot Livius (63 v.Chr.-17 n.Chr.). Hun verslagen zijn deels hetzelfde, wat suggereert dat de Romein de Griek overschreef. Als dit zo zou zijn, hoeven we niet langer naar hem om te zien. Met een jargonterm: zijn informatie is elimineerbaar. Sommige onderzoekers schatten het inderdaad zo in en negeren daarom Livius. Zij komen vaak tot deze reconstructie: nadat Hannibal met zijn leger de Rhône was overgestoken, marcheerde hij in vier dagen naar de samenvloeiing met de Isère, trok daarlangs verder, en bereikte Italië óf over de Kleine Sint-Bernhardpas óf via de rivier de Arc en een van de Mont-Cenis-passen.

Er is, zolang we Livius elimineren, geen bewijs tegen deze route. Polybios geeft namelijk nauwelijks concrete aanwijzingen en weigert plaatsnamen te noemen. De door hem vermelde kale rotspartijen, nauwe kloven en steile hellingen zijn in de Alpen overal te vinden, al was het maar omdat woorden als ‘kaal’, ‘nauw’ en ‘steil’ minder zeggen over de belangrijkste landschapskenmerken dan over wat een waarnemer op een bepaald moment is opgevallen. Andere onderzoekers nemen Livius serieuzer. Hij biedt namelijk wat informatie die hij niet met Polybios deelt maar die wél overtuigend oogt. De Britse oudhistoricus Frank Walbank is ervan overtuigd dat Livius minimaal één extra bron heeft gehad. Deze is te identificeren met de eerste-eeuwse geschiedschrijver Timagenes, wiens boeken weliswaar verloren zijn gegaan maar die we kennen door citaten. Livius heeft Timagenes’ informatie op de verkeerde plaats in zijn verhaal over Hannibals Alpentocht ingelast. Die vergissing heeft afbreuk gedaan aan Livius’ reputatie, maar Timagenes noemt een cruciaal stukje informatie: dat Hannibals mannen trokken langs de bovenloop van de Druentia. Als dit de Durance is, trok Hannibal over de Montgenèvrepas. We weten echter niet of Timagenes zijn informatie ontleende aan een betrouwbare bron of dit zelf heeft bedacht.

Veldslag tussen Hannibal en Scipio Africanus Major (circa 235-183 v. Chr.). (Afbeelding: 17de-eeuws schilderij van Bernardino Cesari, via Wikimedia Commons).
 

Stap twee: welke informatie?
Zijn Polybios’ beschrijvingen te algemeen en is de kwaliteit van Livius’ aanvullende informatie niet toetsbaar, aan de informatie die ze delen, hebben we ook weinig. Eén voorbeeld is de plaats die bekendstaat als het Eiland. Dit is de plek waarheen Hannibal in vier dagen oprukte na de Rhône te zijn overgestoken en die mede bepaalt waarlangs hij naar de Alpen trok. Dit Eiland lag tussen de Rhône en… ja, dat is onduidelijk. Livius noemt deze tweede rivier ‘Arar’ ofwel Saône. Dat zou betekenen dat het Eiland bij Lyon ligt, want hier stroomt de Saône in de Rhône. Dit is echter nogal noordelijk, wat aanhangers van deze theorie oplossen door de oversteek van de Rhône zover mogelijk stroomopwaarts te plaatsen. Aangezien er geen doorslaggevende argumenten zijn waarom dit niet mogelijk zou zijn, blijft dit denkbaar.

Polybios noemt de tweede rivier ‘Skaras’, wat ons verder niets zegt. Daarom zijn er al sinds de 16de eeuw oudheidkundigen die in plaats van ‘Skaras’ liever ‘Isaras’ lezen: de Isère. Dit is zó aantrekkelijk dat er in allerlei tekstedities en vertalingen zonder verdere annotatie ‘Isaras’ staat, hoewel dat in geen enkele middeleeuwse kopie van de antieke tekst te lezen valt. We weten simpelweg niet waar het Eiland lag en waar Hannibals manschappen begonnen aan de opmars naar het hooggebergte. Merk overigens op dat alle theorieën die Hannibal over de Kleine Sint-Bernhard of de Mont-Cenis voeren, de tekstaanpassing in ‘Isarua’ veronderstellen.

Er zijn meer problemen, zoals de vele stereotypen waarvan antieke geschiedschrijvers zich bedienen. Ze waren immers geen wetenschappers maar vertellers en als ze het verhaal spannender konden maken door wat extra sneeuw toe te voegen, zouden ze het niet laten. We moeten de door Polybios en Livius geboden beschrijvingen dus eerst vergelijken met wat bekend is over de wijze waarop de antieke schrijvers hun verhalen aankleedden. Al met al kunnen we over de tweede stap een simpele conclusie trekken. Er valt uit de bronnen geen informatie te halen die voldoende eenduidig is. We kunnen de weinige gegevens alle kanten op praten. Slechts een enkele keer kunnen we zeggen dat deze of gene hypothese onmogelijk is.

Stap drie: erosie en depositie
Een zeldzaam voorbeeld van een weerlegbare claim is die van de Amerikaanse onderzoeker Bill Mahaney, die tussen 2008 en 2017 in verschillende artikelen in Archaeometry pleitte voor de Col de la Traversette als de door Hannibal benutte Alpenpas. Een van zijn argumenten was dat hij een aardverschuiving had geïdentificeerd die Hannibals afdaling had geblokkeerd.

Het is makkelijk hier iets over het hoofd te zien. Je kunt alleen informatie in het landschap passen - stap drie - als je informatie hebt. Je moet uit de bronnen hebben gedistilleerd dát er überhaupt een wegblokkerende aardverschuiving was. En dat is niet zo. Polybios en Livius vermelden weliswaar problemen bij de afdaling, maar dat betreft een weggeslagen stuk bergpad. Uit het Grieks en Latijn blijkt duidelijk dat er sprake was van wat geologen erosie noemen, dus het wegglijden van de bodem. Het door Mahaney gevonden gesteente was het daaraan tegengestelde: een depositie, waarbij gesteente over de weg was neergelegd. In feite had Mahaney de volgorde van de drie stappen omgekeerd: hij was in het landschap gaan zoeken voordat hij wist welke informatie er feitelijk uit de bronnen op te maken was. Hij riep ‘hebbes!’ voordat hij wist waarnaar hij zoeken moest.

Hannibals tocht door de Alpen en Italië sprak eeuwen na dato nog tot de verbeelding, zoals is te zien op deze ingekleurde houtsnede door Heinrich Leutemann. (Afbeelding: 1866, WikimediaCommons).
 

Stap vier: olifantenkeutels
Het was niet voor het laatst dat Mahaney snel was in zijn conclusies. In 2016 publiceerde hij de ontdekking van een ‘mass animal deposition’, wat een nette naam is voor een grote laag stront. Enkele biomarkers, dat wil zeggen gidsmoleculen die bewijzen welke biologische processen ergens hebben plaatsgevonden, duidden op zoogdieren. Mahaney legde dit uit als aanwijzing voor de aanwezigheid van een leger. Er zat nogal een gat in zijn bewijsvoering. Ook sloot hij andere verklaringen niet op een bevredigende wijze uit.

Mahaney identificeerde bacteriën die voorkomen in de darmflora van zoogdieren, maar het ligt gecompliceerder dan hij doet voorkomen. De bacteriën in een warme keutel vormen weliswaar een aanwijzing die helpt een poepend beest te identificeren, maar zodra de keutel op de grond ligt, beginnen bodembacteriën hun werk te doen. Beter aangepast aan de omgeving als die zijn, overvleugelen ze binnen enkele generaties de darmbacteriën. Die sterven af en eindigen als voedsel voor de bodembacteriën. Na tweeëntwintig eeuwen zijn er daarom weliswaar aanwijzingen voor bacteriën, maar die lijken niet afkomstig van de darmflora van Hannibals paarden en olifanten wier aanwezigheid Mahaney zo graag wilde aantonen, of welke antieke dieren dan ook. Het is een stuk simpeler om aan te nemen dat de ‘mass animal deposition’ is ontstaan doordat gemzen en marmotten dronken uit een bergmeertje en daar het een en ander hebben laten vallen.

Falende wetenschap
Mahaneys snelle gevolgtrekkingen illustreren de redenatiefout die onderzoekers steeds maken: ze weten al waar Hannibal moet zijn geweest en zoeken er argumenten bij. Wie bijvoorbeeld aanneemt dat het leger over de Mont-Cenis trok, identificeert de ‘Skaras’ met de Isère, zoekt redenen waarom Hannibal in vier dagen tot het Eiland tussen Isère en Rhône kon komen, geeft daarom de voorkeur aan een zo noordelijk mogelijke plaats voor Hannibals oversteek van de Rhône en neemt daartoe een zo hoog mogelijke waarde aan voor de afstand die een leger op één dag kon afleggen. De door onze auteurs vermelde kloven en kale rotspartijen zijn altijd ergens aan te wijzen.

Omgekeerd: wie een leger over de Montgenèvrepas wil hebben, weigert Livius te elimineren en beschouwt diens bron Timagenes als cruciaal. De zo opgebouwde hypothesen zijn allemaal niet onlogisch, maar de informatie die we uit de bronnen peuren is te schaars en ambigu om in het landschap te passen. Hoewel zo nu en dan van een argument valt te zeggen dat het niet overtuigend is, valt geen enkele hypothese afdoende te weerleggen. Op de vraag waar Hannibal de Alpen overstak, is dus geen zinnig antwoord mogelijk.

Dit artikel is eerder verschenen eerder in Geschiedenis Magazine (editie 2, 2022) onder de titel: 'Waar trok Hannibal over de Alpen?'

Delen: