Waar lag het fabelachtige land van Pape Jan?
Priester-koning ‘Pape Jan’ heerste volgens middeleeuwse verhalen met zijn machtige leger over een mysterieus christelijk rijk ver weg - in Oost-Afrika dacht men op zeker moment. Over het land van Pape Jan deden de wildste geruchten de ronde. Er leefden exotische dieren zoals kamelen en olifanten, maar ook vampiers, reuzen, cyclopen en mensen met hondenkoppen. Er stroomde een rivier die ontsprong in het Aards Paradijs en waarvan de bedding was bezaaid met edelstenen. Geen wonder dat westerse machthebbers dit fabelachtige rijk wilden vinden. En het is ook geen wonder dat er tot aan het Bourgondisch hof toe grote belangstelling was voor de gezanten die uit dat land leken te komen.
In 1399 zocht Filips de Stoute, hertog van Bourgondië en graaf van Vlaanderen, contact met Pape (priester) Jan. Hij stuurde een gezant op pad om inlichtingen in te winnen over ‘de christenen die voorbij Egypte wonen’. Er werd echter niets meer van de man vernomen. Het was inmiddels bekend dat het rijk van Pape Jan niet in India gesitueerd was, zoals men eerst dacht. De kennis over het Verre Oosten was toegenomen, het was duidelijk dat er in Azië geen groot christelijk rijk bestond. In de loop van de 14de eeuw werd het land van Pape Jan dan ook steeds meer geassocieerd met Ethiopië. Daar bestond sinds de 4de eeuw inderdaad een christelijke gemeenschap. Aan het hoofd daarvan stond een keizer. Sinds de opkomst van de islam in de 7de eeuw waren deze christenen afgesneden van hun geloofsgenoten in het Middellandse Zeegebied. Mogelijk hebben in de 12de eeuw - de tijd van de kruistochten - wel ontmoetingen plaatsgevonden tussen Europeanen en christelijke Ethiopiërs die in Jeruzalem of Alexandrië woonden.
Ideale bondgenoot
Na de vruchteloze expeditie van Filips de Stoute kwam Pape Jan later opnieuw in beeld: Filips de Goede, hertog van 1419 tot 1467 en onder meer ook graaf van Holland, koesterde de ambitie een nieuwe kruistocht tegen de Turken te organiseren, om zijn status als politiek en militair leider te versterken. Als voorbereiding probeerde hij allianties te sluiten met christelijke vorsten in het Oosten. Filips zond in de jaren 1420 en 1430 enkele spionnen om inlichtingen te vergaren in de Levant. In Ethiopië kwamen ze uiteindelijk niet, maar ze brachten wel nieuwe informatie mee over Pape Jan. Die zou over een leger van wel vier miljoen soldaten beschikken. Een ideale bondgenoot dus. Alleen bleek het onmogelijk voor westerse reizigers om Ethiopië te bereiken.
Ethiopiërs in Vlaanderen
In omgekeerde richting lukte de reis wel. De Ethiopische keizer stuurde in de 15de eeuw diplomatieke missies naar Italië en Spanje. Daarnaast bezochten individuele Afrikaanse reizigers de Zuidelijke Nederlanden. Dat blijkt onder meer uit de rekeningen van een reeks steden en kerken. Die vermelden giften aan zwarte mensen, die ze in allerlei termen beschrijven. In de Gentse stadsrekening van 1411-1412 staat een aalmoes geregistreerd aan eenen zwarten man uut spape Jans lande. Dat is dus enkele jaren vóór het Concilie van Konstanz (1414-1418), waarvan lang is gedacht dat dat de eerste keer was dat Ethiopiërs benoorden de Alpen reisden.
In de daaropvolgende jaren zijn er tientallen soortgelijke vermeldingen, in minstens vijftien verschillende Vlaamse steden. En ook van Filips de Goede weten we op basis van de rekeningen van zijn hof dat hij in 1436 in Brussel een som geld schonk aan een zekere Antoine, prestre du païs d’Inde la majour. Drie jaar later ontmoette de hertog in Saint-Omer een man met de naam Theodoros, priester uit ‘India’ of ‘het land van Pape Jan’. In de daaropvolgende jaren ontving de hertog regelmatig soortgelijke visite.
De bezoekers krijgen in de bronnen een verwesterde naam zoals Andries, Johannes, Steven, en worden op verschillende manieren omschreven, meestal als ‘Indiërs’ of ‘Ethiopiërs’, of er staat bij dat ze ‘uit het land van Pape Jan’ komen. En soms worden de termen gecombineerd. Voor westerlingen stond Ethiopië voor het land van Pape Jan én India, die termen werden door elkaar gebruikt. ‘Pape Jan’ was synoniem met ‘de Ethiopische keizer’. Wel werd door de contacten uiteraard steeds meer duidelijk dat sommige verhalen over de priester-koning en zijn rijk met een korreltje zout genomen moesten worden.
Het is overigens niet zeker dat alle in de bronnen genoemde personen daadwerkelijk uit Ethiopië afkomstig waren. Er leefden namelijk heel wat Ethiopische christenen buiten de grenzen van het keizerrijk. De stadsklerken noteerden soms dat een bezoeker met een zwarte huidskleur uit het Heilig Land of Egypte kwam. Zo was de ‘moriaan’ die in 1422 in Geraardsbergen een aalmoes kreeg om naar zijn thuisland terug te keren, een priester ghebooren uuten lande van Judea. De abt die in Aalst in 1462 een aalmoes ontving was afkomstig ‘van bij de rivier de Jordaan’. Het stadsbestuur van Aalst gaf in 1451 dan weer een som geld aan een priester die in Alexandrië zijne tonghe afghesneden hadde ghezijn omme dat hy aldaer ghepredict hadde dwoort Gods.
De meeste vermeldingen van ‘Ethiopiërs’ komen uit grote en middelgrote steden als Gent, Brugge, Aalst en Kortrijk, maar ze bezochten ook kleinere plaatsen, zoals blijkt uit rekeningen van Lo, Eeklo en Oudenburg. Ook elders in de Zuidelijke Nederlanden lieten ze sporen na. In de Noordelijke Nederlanden zijn die tot nu toe niet opgedoken. Deels zou dat kunnen komen doordat in die tijd Vlaanderen en Brabant het politieke, economische en culturele centrum vormden, en daarom van groter belang waren voor de Ethiopiërs.
Het is geen wonder dat er tot aan het Bourgondisch hof toe grote belangstelling was voor de gezanten die uit het rijk van Pape Jan leken te komen. Maar wie waren zij precies? En wat was de reden dat ze eerder in die eeuw naar de Nederlanden kwamen? Je leest meer over de gezanten en het land van Pape Jan in het aankomende nummer 5 van Geschiedenis Magazine. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 9 juli. Dit nummer niet missen maar nog geen abonnee? Meld je aan vóór donderdag 25 juni, dan krijg ook jij dit nummer thuisgestuurd.
Delen: