Vrouwen met een gevaarlijk geheim
In de middeleeuwen speelden vrouwen een belangrijke rol ten tijde van oorlog. Ze bezorgden onder andere geheime boodschappen en kregen de opdracht om informatie te ontfutselen bij de vijand. Jelle Haemers dook in de archieven van middeleeuwse stadsbesturen en vertelt meer over deze spionnes en boodschapsters in de Lage Landen rond 1500.
De boekhouding van middeleeuwse stadsbesturen is zoveel meer dan een stapel stoffige documenten. Onderzoekers zijn steeds beter in staat tussen de regels door te lezen en vinden nieuwe, creatieve manieren om de cijfers te interpreteren. Soms geven die stadsrekeningen of vonnisboeken bovendien interessante informatie prijs die je niet zou verwachten. Nieuw onderzoek richt zich in die administratieve papieren op de sporen van vrouwen die inlichtingen vergaarden, vijandelijke legers bespiedden en geheime correspondentie bezorgden, vaak door de frontlinies heen. Regelmatig staan er betalingen genoteerd aan vrouwen die kennelijk zo’n soort opdracht hadden uitgevoerd, en die daarmee het verloop van een oorlog konden beïnvloeden.
‘Tijdinghe vernemene’
Zo valt in de stadspapieren van Hulst te lezen over twee ‘vroukins die ghesonden waren te Vrasene ende Boudeloo omme zekere tijdinghe te vernemene van den Ghentenaers’. Crispine Seroys trok in 1488 in opdracht van Ieper naar Menen om ‘maren [= nieuws] te vernemene van den Duutschen die men zeide daer wesende’. In 1489 was Kateline Leemans vanuit Leuven onderweg ‘ten bevele van den borghmeesters, als zij tot sHertogenbossche gesonden was’. De stad Zoutleeuw in Brabant vergoedde in 1489 een vrouw die met orders van het bestuur naar Hasselt was gereisd en gewond was geraakt toen vijandelijke troepen haar gevangen hadden genomen. Of neem het ‘oud vroukin’ dat in de Goudse stadsrekening van 1507 wordt genoemd. Op dat moment waren de Hollandse steden in oorlog met hertog Karel van Gelre, die met westwaarts gerichte uitvallen zijn heerschappij over Gelderland veilig probeerde te stellen. Om de getalsterkte van diens troepen na te gaan, stuurde Gouda de bejaarde dame de kant van de Gelderse milities op - liep zij minder in de kijker dan een jonge stadgenote? De tocht duurde meerdere dagen, en de vrouw kreeg zoals gebruikelijk bij zulke opdrachten achteraf de vergoeding uitbetaald. Haar naam blijft echter ongenoemd.
Heulen met de vijand
Ontmaskering kon vergaande consequenties hebben, zo blijkt wel uit het lot van het dienstmeisje van een zekere Emme In den Sleutell. Het stadsbestuur van Utrecht verbande haar in 1482: vijf jaar mocht ze de stad niet in. De reden? Ze had met de vijand geheuld door in de - uiteindelijk verloren - Utrechtse oorlog tegen Maximiliaan van Oostenrijk boodschappen over te brengen naar diens legeraanvoerder. Utrecht verbande toen overigens ook mannen omdat ze ‘leugenachtige brieven’ naar de vijand hadden gezonden. Spioneren en berichten overbrengen was niet louter een vrouwelijke aangelegenheid, maar uit onderzoek van stadsrekeningen blijkt dat vrouwen toch de gevaarlijkste correspondentie voor hun rekening namen.
In tijden van oorlog
Dit was bijvoorbeeld het geval tijdens de oorlog die de Vlaamse steden voerden in de jaren 1488-89, eveneens tegen Maximiliaan van Oostenrijk. De voornaamste steden in dat graafschap (Brugge, Gent en Ieper) weigerden sinds 1482 Maximiliaan als regent te erkennen voor zijn minderjarige zoon Filips de Schone, die na het verongelukken van zijn moeder Maria van Bourgondië de titel graaf van Vlaanderen had geërfd. Maximiliaan legde zich hier niet bij neer. Nadat hij zich meester gemaakt had van Utrecht in 1483 wilde hij in Vlaanderen het Habsburgse gezag herstellen. Toen echter ook Brussel en Leuven zich bij de opstand tegen hem aansloten, trok Maximiliaan in 1488 met een leger vanuit Antwerpen op tegen de ongehoorzame steden. Hij probeerde onder meer de communicatie tussen Gent en Brussel te verhinderen door troepen tussen beide steden te legeren. Uit de stadsrekeningen blijkt dat Gent in die tijd de correspondentie met Brussel allicht om die reden voornamelijk aan vrouwen overliet: de stad betaalde tijdens deze oorlog, die ongeveer anderhalf jaar duurde, niet minder dan 89 vrouwen voor in totaal 235 zendingen.
Over de vijandelijke linies
Dat betekent dat de stad gemiddeld om de twee dagen een vrouw betaalde die door de vijandelijke linies was getrokken. Ook de officiële stadsbodes - in de middeleeuwen waren dat louter mannen - brachten brieven over, maar het contact met Brussel verliep bijna uitsluitend via vrouwen. Zij konden niet als bode herkend worden, en zich bijgevolg makkelijker door de linies begeven. Uiteindelijk nam de stad in het voorjaar van 1489 Katlijne Van Langhmeersch en Tanne Croes, die als ‘freelancer’ brieven hadden overgebracht, bij wijze van uitzondering in vaste dienst. Ze gingen post van en aan Brussel bezorgen vanuit Liedekerke, dat zo’n beetje in het midden tussen Gent en Brussel ligt. Ze kregen hiervoor een mooie dagvergoeding, want in de rekeningen staat letterlijk vermeld dat bijvoorbeeld Katlijne ‘als poste ligghende te Liekerke over haren dienst’ dagelijks negen penningen ontving. Dat was toen het gemiddelde dagloon voor een geschoold ambachtsman.
Welgesteld
Waarom hebben historici deze vrouwen lang niet kunnen ‘betrappen’? Uiteraard speelt een rol dat de spionnes en boodschapsters zoveel mogelijk anoniem wilden blijven. Maar ook beseffen we inmiddels: dat de middeleeuwse kronieken, waarop de geschiedschrijving van oorlogen doorgaans gebaseerd is, vrouwen onvermeld laten, betekent niet dat ze niet actief waren. Die teksten hadden voornamelijk tot doel de heroïsche daden van ridders, soldaten of de overwinnaar te bezingen - en dat waren hoofdzakelijk mannen. Bovendien blijkt dat vrouwen zich vaker weerden in oorlogen waarbij steden betrokken waren, wat relatief vaak gebeurde in de al vroeg dicht-verstedelijkte Lage Landen. In oorlogstijd riep een stad zijn mannelijke bevolking op voor de strijd en konden vrouwen helpen met de verspreiding van informatie. Vandaar dat stedelijke bronnen meer gegevens kunnen opleveren over de oorlogsinspanningen van vrouwen dan ooit denkbaar was.
Kunnen we uit die nieuw aangeboorde bronnen ook iets te weten komen over de sociale achtergrond van de betrokken vrouwen? Het valt om te beginnen op dat steden hun geheime correspondentie niet zomaar aan iedereen toevertrouwden: de boodschapsters waren meestal gegoede vrouwen. Dat was vast geen toeval: ze dienden, net zoals (mannelijke) stadsbodes, de reis zelf te bekostigen. Ze kregen wel voor hun werk betaald, maar pas achteraf. Het lijkt er ook op dat sommige koppels uit de welgestelde stedelijke milieus zich in briefwisseling hadden gespecialiseerd. Agnes de Burbure bijvoorbeeld verzorgde in 1489 de oorlogscorrespondentie van Rijsel. Zij was de echtgenote van de vaste stadsbode van Rijsel, toen nog een Vlaamse stad die overigens in het hierboven beschreven conflict de kant van Maximiliaan van Oostenrijk had gekozen. Later zette de vorst zelf een postdienst op tussen Brussel en Augsburg, en ook hij nam kennelijk de echtgenote van een stadsbode in dienst: in 1493 schonk hij namelijk Sandrine Bogaert, de gezellin van de Mechelse stadsbode Augustijn, een compensatie omdat ze tijdens één van haar missies voor hem gewond was geraakt.
Flirten
Opvallend is ook de boodschapsters niet spioneerden. Dat deden weer andere vrouwen. We weten nog weinig over de herkomst van de spionnes. Rekeningen of vonnissen vermelden daar helaas weinig details over, maar omschrijven wel hun taken. In juni 1488 bijvoorbeeld, toen Gent werd belegerd door Maximiliaan, zond de stad verschillende vrouwen naar de vijandelijke troepen rondom Gent ‘omme maren te vernemene’ (nieuws te vergaren). Onder hen was ene Liesbet Brugmans, die wist te infiltreren in de troepen van Maximiliaan die ten noorden van de stad gelegerd waren. Wat zij er precies deed, is onbekend, maar wellicht kon ze als verkoopster of sekswerkster in het vijandelijke kamp cruciale inlichtingen lospeuteren? Misschien zien we dergelijke spionnes aan het werk op een schilderij van Adriaen van den Houte dat een Bourgondisch legerkamp in 1475 voorstelt. Vrouwen flirten er met soldaten, verkopen er voedsel of entertainen de vijand met het dobbelspel. Ontfutselen ze op die manier nieuwtjes om het thuisfront van dienst te zijn?
Uiteindelijk wisten de Gentse spionnes aan hun thuisstad te melden dat het leger van Maximiliaan problemen met de bevoorrading had en dat het vooral via de Schelde logistieke steun ontving. Dat was uiterst interessante informatie. De milities van Gent overvielen vervolgens de transporten met voedsel en oorlogsmaterieel, dat ze naar hun eigen stad sleepten. Uit een bericht - dat door een vrouw in juli 1488 was overgebracht - blijkt hoe succesvol de Gentenaars daarin waren: er was ‘amper nog brood te vinden in het leger’. De inlichtingen Gent kreeg doorgespeeld en de aanvallen die de milities op basis daarvan ondernamen, leidden er uiteindelijk toe dat Maximiliaan zijn beleg opgaf.
Straf
Welk risico namen de vrouwen? We kennen het trieste lot van een aantal voorname spionnes in de Eerste Wereldoorlog: Mata Hari was te Parijs een cruciale pion in de informatienetwerken van het Duitse leger; de Engelse verpleegster Edith Cavell en de Brusselse Gabrielle Petit opereerden in bezet België en bezorgden Londen cruciale informatie. Ze werden betrapt en geëxecuteerd. Ging het er eind 15de eeuw ook zo hardvochtig aan toe als een spionne of brievenbezorgster werd gesnapt? In weerwil van het cliché dat de middeleeuwen gewelddadig waren, zijn er geen terechtstellingen van spionnes bekend. Wel van soldaten die geheimen doorbriefden, maar voor vrouwen voldeden verbanning of opsluiting kennelijk. De bestraffing van dergelijke ‘verraadsters’ kon zelfs beperkt blijven tot een schandstraf: publieke vernedering. Dit gebeurde bijvoorbeeld met een vrouw - wier naam ons onbekend is - die in 1488 in Brugge brieven naar nog in de stad aanwezige sympathisanten van Maximiliaan had overgebracht. Ze werd veroordeeld en moest plaatsnemen op het schavot op de Grote Markt, maar zonder dat het tot een executie kwam.
De traditionele geschiedschrijving dicht de middeleeuwse vrouw een tweederangspositie toe, maar het nieuwe onderzoek naar haar rol in stedelijke oorlogen ontkracht dit stereotiepe beeld. Er was een bescheiden legertje vrouwen actief die door geheime missies de oorlog in hun voordeel probeerden te doen kantelen.
Dit artikel verscheen in 2024 (editie 6) van Geschiedenis Magazine onder de titel: 'Vrouwen met een gevaarlijk geheim'.
Delen: