VOC deelde gratis land uit en maakte Taiwan ‘Chinees’

Tegenwoordig beschouwt China Taiwan als een afvallige provincie. Maar begin 17de eeuw was dat wel anders. In een tijd dat China geen enkele interesse in het eiland had, zorgde de Verenigde Oost-Indische Compagnie ervoor dat zich voor het eerst een Chinese bevolking op het eiland vestigde. Nederland heeft zo een sleutelrol gespeeld in de geschiedenis van Taiwan.

Aan het begin van de 17de eeuw, toen de eerste VOC-schepen zich roerden in de Aziatische wateren, werd Taiwan bewoond door koppensnellende Austronesische stammen. Avontuurlijke Chinezen – piraten, vissers, enkele dappere handelaren – bezochten het eiland en hadden contact met de lokale bevolking, maar dit was riskant.
 

Olfert Dapper, Inwonders van Formosa (1670). Bron: Wikimedia Commons (PD)
Olfert Dapper, Inwoners van Formosa (1670). Bron: Wikimedia Commons (PD)

 

Aanvankelijk hadden de bestuurders van de Compagnie geen interesse in Taiwan. Hoewel ze niet blind waren voor het natuurschoon van het eiland – het werd Formosa genoemd, naar het Portugese woord voor ‘mooi’ – hadden ze vooral belangstelling voor handel met China. Onder andere het porselein en de zijde die daar verkrijgbaar waren, brachten elders in Azië, alsmede op de Europese markt, een fortuin op.

De Chinese autoriteiten hadden echter geen enkele behoefte de Nederlanders op hun kusten handel te laten drijven, vooral nadat de VOC de havenstad Macao had aangevallen. Hoewel bewoond en bestuurd door de Portugezen, was Macao in de ogen van het hof in Beijing Chinees grondgebied. Toen de VOC begon aan de bouw van een fort op de Penghu-eilanden in de Straat van Taiwan, verzamelde zich dan ook een Chinese legermacht om de Nederlanders te verdrijven. In de hierop volgende onderhandelingen lieten de Nederlanders zich overtuigen de eilanden te verlaten. Ze namen de wijk naar Taiwan; het Chinese en het Nederlandse kamp waren het erover eens dat dit geen Chinees grondgebied was.

Chinese boeren op Compagnie-plantages
In 1624 begon de VOC aan de bouw van een fort in het zuidwesten van Taiwan, nabij het huidige Tainan. Hoewel de VOC-functionarissen zich aanvankelijk concentreerden op de handel met China en Japan, ontdekten ze algauw dat ook Taiwan zelf winstgevend kon worden. De bodem aan de westkant, gevormd door de rivierafzettingen vanuit de centrale bergrug, was bijzonder vruchtbaar. Als men het in cultuur kon brengen, met rijstvelden en – nog winstgevender – suikerplantages, viel daar veel geld te verdienen. Arbeid was echter het probleem. De oorspronkelijke bewoners van Taiwan waren geen landbouwers. Het overbrengen van Nederlandse boeren was te kostbaar. Het antwoord was: Chinese boeren.
 

Laurens van der Hem, Taioan in Atlas Blaeu-Van der Hem (ca. 1630). Bron: Wikimedia Commons (PD)
Laurens van der Hem, Taioan in Atlas Blaeu-Van der Hem (ca. 1630). Bron: Wikimedia Commons (PD)

 

De VOC-functionarissen op Taiwan zetten een beleid in gang om Chinese boeren aan te moedigen zich op Taiwan te vestigen, en dit had op den duur bijzonder veel succes. Woonden er halverwege de jaren 1620 nog maar ongeveer duizend Chinezen op Taiwan, tegen het einde van de jaren 1630 waren het er enige tienduizenden. Deze Chinese migranten voorzagen niet alleen in de arbeid, maar brachten ook kapitaal en know-how mee.

De meeste kwamen uit de provincie Fujian aan de overkant van de Straat van Taiwan, een gebied met veel bergen en weinig akkers volgens een Chinees gezegde. Het leven was er zwaar, en er waren regelmatig hongersnoden. Op Taiwan deelden de Nederlanders gratis land uit. Ze gaven landbouwsubsidies en tijdelijke belastingvrijstelling. Nederlandse soldaten brachten ondertussen de koppensnellende stammen onder hun controle en breidden het gebied onder Nederlands bestuur steeds verder uit over de kustvlaktes in het zuidwesten. Het opbouwen van dit bestaan in dit grensgebied was weliswaar niet gemakkelijk, maar duizenden Chinezen waagden evengoed de korte maar gevaarlijke oversteek van Fujian naar Taiwan. Het is niet overdreven om te stellen dat Taiwan dankzij de VOC ‘Chinees’ werd.

Dronken Duitser helpt krijgsheer Koxinga
Taiwan was een tijdlang een van de grootste en meest winstgevende VOC-vestigingen, maar dat trok ook de aandacht van anderen. Halverwege de 17de eeuw was er in China een verschrikkelijke burgeroorlog tussen de aanhangers van de Ming-dynastie en de legers van de nieuwe Qing-dynastie. Een van de belangrijkste Ming-leiders was de krijgsheer die in de Nederlandse bronnen Koxinga wordt genoemd. Dat lijkt misschien bijna een Groningse naam, maar komt dicht in de buurt van de Fujianese uitspraak van Koxinga’s aanspreektitel guoxingye, ‘Heer van de Keizerlijke Achternaam’.
 

Een standbeeld van Koxinga in Fort Zeelandia, Taiwan. 王崎, 安平古堡之美 (2013). Bron: Wikimedia Commons (CC BY-SA 3.0)
Een standbeeld van Koxinga in Fort Zeelandia, Taiwan. 王崎, 安平古堡之美 (2013). Bron: Wikimedia Commons (CC BY-SA 3.0)

 

Koxinga had zijn machtsbasis in Fujian. In 1659 leed hij een zware nederlaag tegen de Qing. Hij besloot dat hij een nieuwe basis nodig had, verder weg van de Qing maar met genoeg landbouwgrond om zijn hongerige legers te voeden. Hij kende Taiwan goed, want zijn vader had nauwe banden onderhouden met de VOC en had zelfs enige tijd voor de Nederlanders gewerkt als kaper. En dus viel Koxinga in 1661 Taiwan binnen.

Het was een van de grootste maritieme invasiemachten in de Chinese geschiedenis. Koxinga had 25.000 man en 400 schepen. De VOC had maar 1200 man, dus hij verwachtte dat hij met gemak de overwinning zou behalen. Zijn legers hadden veel indrukwekkender vijanden verslagen, met veel meer soldaten en zwaarder gebouwde en beter verdedigde versterkingen.

Het belangrijkste Nederlandse fort op Formosa, verdedigd door het handjevol soldaten, bleek echter een stuk hardnekkiger dan hij zich had voorgesteld. Zijn eerste aanvallen werden afgeslagen. Zijn voorraden raakten op, waardoor hij genoodzaakt was zijn soldaten over het eiland te verspreiden en als landbouwers in te zetten. Hij hield het fort ingesloten in de hoop de Nederlanders uit te hongeren. De VOC wist echter vanuit Batavia versterkingen te sturen en uiteindelijk waren het Koxinga’s troepen die begonnen te verhongeren.

Toch kreeg Koxinga het voordeel aan zijn kant. Een sergeant in het VOC-garnizoen, een Duitse dronkenlap, ontvluchtte het fort en bood hem zijn diensten aan. In ruil voor zijde, zilver en samsoe (een Chinese alcoholische drank) hielp de Duitser om sterke belegeringswerken op Europese wijze te bouwen, waarmee Koxinga uiteindelijk het fort wist te veroveren. In februari 1662, na een uitputtend en vernietigend beleg van negen maanden, gaven de Nederlanders hun fort over en werd Taiwan, voor het eerst in zijn geschiedenis, Chinees.
 

Jan van Baden, De overgave van Fort Zeelandia (1675). Bron: Wikimedia Commons (PD)
Jan van Baden, De overgave van Fort Zeelandia (1675). Bron: Wikimedia Commons (PD)

 

Er zijn sindsdien nog veel meer migranten van China naar Taiwan gekomen, net als eerst meestal uit Fujian. Zonder de VOC was Taiwan wellicht ook bevolkt door Chinezen, maar mogelijk was dat veel later gebeurd, en op een andere manier. Op Taiwan bestaat in elk geval zeer veel belangstelling voor de Nederlandse periode waarmee, in vrij letterlijke zin, Taiwans moderne geschiedenis begon – een geschiedenis die mede hierdoor een onderscheidende identiteit heeft ten opzichte van China.  

Gevoelige verhoudingen
De huidige Chinese gevoeligheden rond Taiwan zijn terug te voeren op de situatie die in 1949 ontstond. Toen kwam in China na een burgeroorlog de Chinese Communistische Partij aan de macht en verplaatste de partij die er tot dan toe had geregeerd, de Kwomintang, haar regering naar Taiwan. Beide regeringen claimden vervolgens de échte regering van China te zijn. Aanvankelijk erkenden de westerse landen Taiwan, maar in de loop der tijd kreeg China, als opkomende wereldmacht, steeds meer succes in het opleggen van zijn visie dat Taiwan niets meer is dan een afvallige provincie. Zo veel landen wisselden hun officiële erkenning van het regime in Taipei in voor dat in Beijing – Nederland bijvoorbeeld in 1972, de Verenigde Staten in 1979 – dat Taiwan nu door nog maar een handvol andere staten officieel wordt erkend. In 1971 moest het ook zijn zetel als vertegenwoordiger van het Chinese volk in de Verenigde Naties afstaan aan China; Taiwans pogingen om in een andere hoedanigheid opnieuw lid te worden, zijn op niets uitgelopen.


Dit artikel verscheen eerder als ‘De V.O.C. maakte Taiwan “Chinees”’ in Geschiedenis Magazine 2016-3.

Delen: