Superspionne Lady Carlisle

U kent Mata Hari. U denkt misschien dat alle spionnes het vroeger moesten hebben van pillow talk en verleiding. Maar dat is niet zo, weet Nadine Akkerman. Ze bestudeerde voor de 17de eeuw, toen het op de Britse eilanden politiek zeer onrustig was en een burgeroorlog woedde, de spionagetrucs van vrouwen daar. Hun voordeel: niemand verdacht hen. Ze waren immers maar vrouwen. Heel gewiekst in het afluisteren, liegen en corresponderen in cijfercode of met onzichtbare inkt was Lucy Percy-Hay, Lady Carlisle.

In 1625 ging de Engelse koning Karel I trouwen. Zijn aanstaande bruid was de Franse prinses Henrietta Maria. Karel stuurde een van zijn hertogen naar Parijs om haar op te halen (en om een alliantie met de Franse koning Lodewijk XIII tegen de Habsburgers te smeden). Hertog van Buckingham George Villiers raakte in Parijs halsoverkop verliefd op Lodewijks gemalin Anna van Oostenrijk. We lezen erover in de memoires van de hertog van La Rochefoucauld en de graaf van Brienne, hovelingen uit illustere Franse adellijke families. Volgens hen was Anna gevoelig voor Buckinghams avances en schonk ze hem toen hij weer naar Engeland terugging, een diamanten broche als afscheidsgeschenk. Dit was koren op de molen van kardinaal Richelieu, de eerste minister van Frankrijk. Anna hoorde tot zijn tegenstanders en hij wilde Lodewijk van haar losweken om zelf meer macht te vergaren. Richelieu was van plan Lodewijk te informeren over Anna’s ontrouw maar had bewijs nodig.

Een buitenkansje 

Per brief of boodschapper benaderde hij een hooggeplaatste Engelse lady die genoeg invloed aan het Engelse hof had om bij Buckingham in de buurt te komen en nog een appeltje met hem te schillen had. Ze kreeg de opdracht de broche van de hertog te ontvreemden tijdens een gemaskerd bal in Londen en deze naar Frankrijk te sturen. Dan had Richelieu een tastbaar blijk van het overspel van de koningin in handen. Dat ze erop inging is niet vreemd: de kans om zo’n machtige man als Richelieu te vriend te krijgen zouden velen aan het Engelse hof als een buitenkansje hebben gezien.
Het lukte de geheim agente de broche van Buckinghams kleding te snaaien, maar Buckingham realiseerde zich dat het juweel weg was en doorzag Richelieus plan. Hij had als hoofd van de marine de macht de havens te sluiten en liet haastig een zeer goed gelijkende replica maken. Per boodschapper arriveerde die bij koningin Anna. Toen Richelieu later Anna later beschuldigde van het weggeven van haar eer, toverde zij de replica tevoorschijn: bewijs verpulverd. Haar man Lodewijk verloor bovendien zijn respect voor Richelieu, die immers ‘valse’ beschuldigingen had geuit en zo zijn verraderlijke aard had getoond.

De adellijke Franse ooggetuigen, wier memoires pas in de 19de eeuw werden gepubliceerd, waren sympathisanten van de Franse koningin en vijanden van kardinaal Richelieu, dus niet geheel onpartijdig, en of het verhaal over de broche helemaal klopt weten we niet zeker, maar zij onthulden wel de ware identiteit van de geheim agente: de Engelse minnares van Buckingham, de bloedmooie Lucy Percy-Hay (1599-1660).

Vader in de Tower

Lucy was opgegroeid zonder vader. Henry Percy, negende graaf van Northumberland, zat sinds 1606 in de Tower of London. Hij was veroordeeld voor betrokkenheid bij het Buskruitverraad, een samenzwering van rooms-katholieken die het parlement in Londen wilden opblazen en de protestantse koning Jacobus I en zijn erfgenamen vermoorden. Als edelman kon Northumberland beschikken over gerieflijke vertrekken in de Tower maar hij werd pas vrijgesproken in 1621. Lucy en haar zusje Dorothy mochten hem bezoeken maar hij trok zich weinig van hen aan, tot het moment dat ze hun huwelijk aankondigden. Hij accepteerde uiteindelijk Dorothy’s liefje, de geleerde en diplomaat Robert Sidney. Hij had weinig keus: niet zeker van de goedkeuring van hun ouders waren ze in 1615 stiekem getrouwd. Maar Northumberland gaf haar een grote bruidsschat mee, 6.000 pond, wat suggereert dat hij Dorothy zijn zegen gaf.

Over Lucy’s verloving met de Schotse weduwnaar James Hay, die twee keer zo oud was als zijzelf en al twee jonge kinderen had, was hij minder enthousiast. Northumberland probeerde haar zelfs vast te houden in de Tower en om te kopen met 20.000 pond - een fortuin, vandaag de dag ruim 2,5 miljoen pond - als ze een andere man zou kiezen. Lucy trouwde toen ze achttien werd in 1617 toch met Hay. Hij had veel invloed aan het Engelse hof, vandaar dat ook koning Jacobus bij hun huwelijk aanwezig was.

Maîtresse van Buckingham

Hay moest het niet hebben van zijn uiterlijk. Jacobus' dochter sprak hem in haar brieven altijd (plagerig) aan als ‘smerige, lelijke kamelenkop’. Hay had het nakijken toen de knappe, jonge hoveling Buckingham Lucy rond 1619 verkoos tot zijn maîtresse. Lucy's man wist dit maar deed niets om het tegen te gaan. Als Buckingham iets wilde, dan kreeg hij het: als vriend en metgezel van de koning deelde hij titels en baantjes uit aan al zijn familieleden. Er hing een zweem van corruptie om Buckingham. Aangezien hij bevriend was met zowel de koning als de kroonprins - er werd gefluisterd dat hij ook hun bed deelde - legde niemand hem een strobreed in de weg. Zijn charisma en mooie benen brachten hem een grote kring van bewonderaars, invloed en macht. Wat betreft de affaire met Lucy: misschien stemde Hay toe de andere kant op te kijken in ruil voor geld en hogere posities aan het hof. Dit alles lijkt overigens met volle medewerking en instemming van Lucy gebeurd te zijn.

Hofdame & spion 

De affaire met de machtige Buckingham legde Lucy geen windeieren. In 1625 werd ze na de troonsbestijging van Jacobus' zoon Karel I door Buckinghams toedoen hoofdhofdame van de nieuwe koningin, de door Buckingham uit Parijs opgehaalde Henrietta Maria. Buckinghams heimelijke doel was zo een spion in de entourage van de vorstin te krijgen. Hij wilde alles weten: wat de koningin dacht, met wie ze praatte, met wie ze brieven uitwisselde. Zij zou immers invloed uit kunnen oefenen op de nieuwe koning. Toen Karel nog kroonprins was, luisterde hij naar Buckingham en die wilde er alles aan doen om te zorgen dat dit zo zou blijven nu Karel koning was. Henrietta Maria moest een speelbal worden. Zij protesteerde hevig tegen de aanstelling van Lucy als haar voornaamste hofdame: haar aalmoezenier had haar gewaarschuwd dat Lucy's man Hay, inmiddels graaf van Carlisle, en Buckingham van plan waren Lucy ook tot maîtresse van de koning te maken. Toch werden beide vrouwen al snel vriendinnen en het is onduidelijk of Lucy’s loyaliteit niet naar de koningin verschoof.

Anna's minnaar

In de aristocratische kringen waarin Lucy zich begaf was het een publiek geheim dat 'haar' Buckingham gevoelens had voor de Franse koningin Anna. Lucy kon hem gemakkelijk ervan beschuldigen dat hij Anna's minnaar was, of dat nu waar was of niet, maar verkoos dat niet te doen. Ze was wellicht wel jaloers, maar had kennelijk te veel baat bij haar verhouding met de machtige Buckingham: ook haar eigen invloed steeg er namelijk door. Dichters zongen Lucy’s lof en prezen haar schoonheid om bij haar en Buckingham in de gratie te komen. De toon van hun gedichten veranderde echter nadat Buckingham stierf...

Lees in het oktobernummer van Geschiedenis Magazine meer over de minachtende fantasieën van de dichters en hoe haar verdere carrière als spionne verliep en ze zelfs met gevaar voor eigen leven Karel I probeerde over te halen te ontsnappen uit de Tower. Vanaf 4 oktober verkrijgbaar! 

Delen: