Storm op komst: Buys Ballot en het nieuwe waarschuwingssysteem
Op Tweede Pinksterdag 1860 raast een storm over Nederland. Tot diep in het land bereikt de wind orkaankracht, met uitschieters tot boven de 150 km/uur in Vlissingen. 19 boerderijen worden verwoest en dieren verdrinken nadat ze in sloten worden geblazen. De Scheveningse vissersgemeenschap wordt hard getroffen: van de 70 boten vergaan er 22 met man en muis. En dan te bedenken dat vier dagen later het landelijke stormwaarschuwingssysteem volgens plan van kracht zou worden...
Op Tweede Pinksterdag 1860 woedde in Nederland een verwoestende voorjaarsstorm. Tot diep in het land bereikte de wind orkaankracht, met uitschieters tot boven de 150 km/uur in Vlissingen. Oorzaak van het extreme natuurgeweld, al op zondag ingezet, was een vinnige randstoring die ’s avonds iets ten noorden van Groningen overtrok.
De Pinksterstorm liet diepe sporen na. In de Haarlemmermeer, in 1852 drooggelegd, blies de orkaan negentien boerderijen tegen de vlakte. Koeien en schapen verdronken jammerlijk nadat ze in de sloot waren geblazen. Echt mis ging het op het water. De stoomboot van Rotterdam naar de Langstraat viel in het Hollands Diep ten prooi aan de golven: slechts tien van de 52 opvarenden overleefden de ramp. De Scheveningse vissersgemeenschap werd zwaar getroffen: van de zeventig pinken (zeilvaartuigjes waarmee men het strand opvoer) op zee vergingen er tweeëntwintig met man en muis. Het VissersNamenMonument aan de boulevard in het dorp vermeldt de namen van de verdronkenen.
Net te laat
Extra wrang aan de Pinksterstorm: per 1 juni 1860 was de start gepland van een nieuwe stormwaarschuwingsdienst, een wereldprimeur en een prestigieus project gezien de internationale eer die met een goed functionerende weerdienst gemoeid was. Scheepsrampen waren aan de orde van de dag, en de Nederlandse koopvaardijvloot - in omvang de derde ter wereld - ondervond grote hinder van stormen. Waarschuwingen waren meer dan welkom. Vandaar dat minister Thorbecke ruim baan gaf aan het nieuwe stelsel.
Het kardinale moment was als een bepaald verschil ontstond tussen de kwikbarometerstanden in het zuiden en het noorden van het land, op hetzelfde moment gemeten. Tijdens het overtrekken van de voorjaarsstorm overschreed het drukverschil tussen Maastricht en Groningen dat getal ruimschoots. Alle kans dus dat er, indien het stelsel al in werking was getreden, de zaterdag voor Pinksteren telegrammen naar de zeehavens waren verzonden met de boodschap dat er storm dreigde en dat schepen op de rede er goed aan deden niet uit te zeilen.
De wet van Buys Ballot
Deze moderne stormwaarschuwingen steunden op een meteorologische wet van Chris Buys Ballot. Hij was de oprichter en eerste directeur van het KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut) op de Sonnenborgh in Utrecht en tevens hoogleraar wis- en natuurkunde aan de universiteit aldaar. In oktober 1857 had hij zijn wet op een bijeenkomst van de Akademie van Wetenschappen gepresenteerd. Staande met je rug naar de wind, aldus de bekendste formulering, ligt het lage-luchtdrukgebied links en het hoge-luchtdrukgebied rechts - op het zuidelijk halfrond is het andersom. Het maakt de wet van Buys Ballot tot een praktisch hulpmiddel ter bepaling van de windrichting. Daartoe gebruik je de wet ‘andersom’: weet je waar het lage- en hoge-luchtdrukgebied komen te liggen, dan weet je uit welke hoek de wind gaat waaien. Nu nóg maken weerman Peter Kuipers Munneke en weervrouw Amara Onwuka er dankbaar gebruik van. Overigens had (zonder dat Buys Ballot het wist) een Amerikaan de samenhang tussen windrichting en de ligging van luchtdrukgebieden langs theoretische weg al eerder gevonden, maar Buys Ballot was wel de eerste die deze aan de hand van vele waarnemingen plausibel maakte.
Buys Ballot kon op grond van zijn wet ook iets zeggen over de aankomende windkracht. Analyse van weersgegevens van de voorgaande jaren had de opsteller geleerd dat er vooral kans was op storm uit een richting tussen noordwest en zuidwest als de luchtdruk in het zuiden van het land tenminste vier millimeter hoger was dan die op datzelfde moment in het noorden. Als de barometer juist in het zuiden lagere waarden aangaf, zou dat oosterstorm moeten opleveren, maar die waren altijd stukken minder krachtig en gevaarlijk. Niet de barometerstand zelf was een goede voorspeller, wist Buys Ballot, maar het gelijktijdige luchtdrukverschil tussen uiteenlopende locaties.
De telegraaf
Concrete plannen voor een Nederlandse stormwaarschuwingsdienst dateren van oktober 1859. Een essentiële voorwaarde was de telegraaf - in 1845 werd die in Nederland geïntroduceerd. De mogelijkheid om telegrammen te versturen had ook in andere landen al tot een moderner waarschuwingsstelsel geleid, maar die beperkten zich tot het doorgeven van al bestaande stormen. Buys Ballot meende verder de toekomst in te kunnen kijken en waarschuwde voor stormen in ontwikkeling.
Eerste weerbericht
Het idee was dat het KNMI in Utrecht dagelijks compacte weersboodschappen naar de zeehavens telegrafeerde, met gegevens van 8 uur ’s morgens en 8 uur ’s avonds uit Groningen, Den Helder, Maastricht en Vlissingen. Een marineofficier gelegerd op een wachtschip in die havens had tot taak de telegrammen te interpreteren en kapiteins zo nodig te informeren over de kans op storm.
Archief/Anefo). In afl. 4 van Geschiedenis Magazine 2025 staat per abuis vermeld dat de foto werd genomen in 1986.
Wat Buys Ballot nooit moe werd te benadrukken: ‘In geen geval moet vergeten worden dat dit sein niet als onbedrieglijke voorspelling mag aangezien worden.’ Een blik op de hemel en andere tekens waaraan de ervaren zeeman gerechtvaardigde conclusies wist te verbinden waren, naast de telegrammen, net zo goed belangrijk. Het systeem leverde geen voorspellingen maar ‘gewichtige waarschuwingen’. Of kapiteins en reders van koopvaardijschepen zich iets aan de waarschuwingen gelegen lieten liggen, dan wel financiële belangen lieten prevaleren, was aan hen.
Kort na de start van het nieuwe stormwaarschuwingsstelsel verscheen ook het eerste weerbericht in de Nederlandse dagbladpers: op 16 juli 1860 in het Algemeen Handelsblad. Het bevatte barometerafwijking, windrichting, windsterkte, temperatuur en de toestand der lucht en zee (‘betrokken’/‘slecht water’/‘holle zee’) van Brest, Le Havre, Parijs, Hartlepool, Plymouth, Portsmouth en Utrecht. Van weersverwachtingen voor de eerstvolgende dag(en) was geen sprake. De lezer moest zelf maar nagaan of er storm in de lucht zat en zo nodig maatregelen treffen.
De vuistregel van KNMI-directeur Buys Ballot over het bepalen van de windrichting en windkracht vormde de basis van het nieuwe stormwaarschuwingssysteem. Hij was met zijn toepassing zijn tijd vooruit. Toch wilde Engeland niets van zijn systeem weten, maar dat veranderde na een grote scheepsramp. Dirk van Delft vertelt er meer over in het aankomende nummer 4 van Geschiedenis Magazine. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 29 mei. Nog geen abonnee? Abonneer vóór donderdag 15 mei, dan krijg je dit nummer thuisgestuurd.
Delen: