Roggebrood met azijn: de wonderdokters op het Friese platteland

De Friese wonderdokters Age en Ottje wisten wel raad bij allerlei verschillende soorten ontstekingen, ziektes en geestelijke gezondheidsproblemen. Zij gebruikten onder meer bepaalde bloemen, bessen en kruiden om hun patiënten te behandelen. En zij waren niet de enige wonderdokters in Friesland. Tot in de 20ste eeuw was het voor veel Friezen gebruikelijk om met hun kwalen eerst bij een alternatieve geneesheer aan te kloppen, in plaats van de dokter uit de stad.  Anne-Goaitske Breteler onderzocht de wereld van de wonderdokters op het Friese platteland.

‘Ze hadden het drukker dan de dokter in het dorp!’, vertelde een van de nazaten over haar voorouders Age en Ottje Bouwhuis. Naast het runnen van een boerenbedrijf ontvingen wonderdokters Age en Ottje ook dagelijks zo’n twintig patiënten in hun huis tussen Balk en Bargebek in het zuidwesten van Friesland. Vooral Ottje (1853-1941) stond bekend om haar vaardigheid in fykmasterje: het genezen van fijt (in het Fries fyk), een gevaarlijke diepe ontsteking in de vinger. Maar ook met bloemen en bessen die ze plukte in de Gaasterlandse bossen kon ze volgens haar nazaat heel wat bereiken.

Age en Ottje Bouwhuis. (Afbeelding: Privécollectie)
 

Age en Ottje baseerden zich op een eeuwenoud receptenboek dat van generatie op generatie doorgegeven was in de familie Bouwhuis. De remedies beriepen zich veelal op de kruidenleer en waren niet enkel toepasbaar op kwakkelende mensen, maar ook op ziekelijk vee. Zelfs voor aandoeningen van mentale aard, ‘de swijmeling des hoofds’ bijvoorbeeld, was er een zogeheten ‘wonderbaarlijken balsem’ die soelaas moest bieden, zo valt te lezen in het receptenboek, dat inmiddels bewaard wordt in het Friese archief Tresoar.

Age en Ottje Bouwhuis en hun eeuwenoude receptenboek. (Afbeelding: collectie Tresoar, Leeuwarden)
 

De laatste dagen van de dorpsgek
Ik kwam Age en Ottje tegen toen ik de omgang met geestelijke gezondheid op het Friese platteland onderzocht voor mijn boek De laatste dagen van de dorpsgek. Tot in de 20ste eeuw was het voor veel Friezen gebruikelijk om zich bij psychische problemen, zoals razernij, ‘krankzinnigheid’, zenuwpijn, zwaarmoedigheid of melancholie, in eerste instantie tot een alternatief genezer - zoals een wonderdokter of een zogeheten duivelbanner - te wenden, en pas later de hulp van een wetenschappelijk geschoolde dokter in te schakelen. Dat was trouwens ook zo bij lichamelijke klachten. Maar hoe kwam dat eigenlijk? De westerse geneeskunst was immers al in de 19de eeuw algemeen geaccepteerd?

We kunnen daar drie hoofdoorzaken voor aanwijzen. Ten eerste de bijzondere aantrekkingskracht van het zogeheten bijgeloof. Ten tweede de moeilijke relatie met de overheid in brede zin, en ten slotte het taboe op geestesziekte. Dat laatste speelt nog altijd - denk aan de trieste gevallen van zelfdoding onder boeren die hun depressie of wanhoop niet konden uiten - en hoeft hier verder niet uitvoerig besproken te worden. De twee eerstgenoemde oorzaken liggen meer in het verleden.

Eeuwenlang worden er al kruiden aangewend voor medicinale doeleinden. In de Tractatus de Herbis (ca. 1440) worden en veel van die planten afgebeeld, inclusief opsomming van kwalen waarbij het kan helpen. (Afbeelding: Manuscript London, British Library, f. 25 recto, 14de eeuw, Tractatus de Herbis)
 

Roggebrood met azijn
De institutioneel aangestuurde gezondheidszorg beriep zich op wetenschappelijke inzichten waarbij oorzaken van fysieke en psychische klachten veelal herleid werden tot processen die zich voltrekken in het lichaam, maar op het (Friese) platteland dacht men anders over die dingen. Men was er afhankelijker van de grillen van de natuur en had er behoefte aan om ook het eigen bestaan op een minder rationele, rechtlijnige wijze te benaderen. Zo kon ziekte door interne mankementen maar ook door externe krachten worden veroorzaakt. Misschien was een duivelsfiguur, een spook, een heks of een tovenaar de boosdoener; later noemde men ook aardstraling en magnetische velden.

Er heerste grote armoede in delen van Friesland. Veel mensen woonden in tochtige plaggenhutten. Een voorbeeld van een plaggenhut zie je hierboven. (Afbeelding: Wikimedia Commons)
 

De reguliere geneeskunde had weinig begrip voor ‘gekte’ of ‘waanzinnigheid’, maar in het volksgeloof was er meer ruimte voor acceptatie. Iemand met een visioen of iemand die vreemd deed, moest je serieus nemen. Misschien was hij of zij bezeten. Indien dat het geval was, bestonden er verschillende mogelijkheden om de patiënt van deze kwade geest te verlossen. Zo werd een Friese vrouw die door haar man verlaten was en aan ‘zwaarmoedigheid in haren hoofd’ leed, door het observeren van koffiedik gediagnostiseerd: haar ‘geesteskrankheid’ kwam door beheksing. Ze moest haar voeten plaatsen in een koperen emmer vol water met toverkruiden - vermoedelijk asafoetida oftewel duiveldrek, de wortel van de reuzenvenkel. Een Friese wonderdokter die tot 1970 zijn diensten aanbood, schreef: ‘Roggebrood met azijn onder de voeten is voor razernij. […] Thymkruid in wijn is voor gestoorden en wormen’. Deze specifieke remedie zal in de tegenwoordige psychiatrische behandeling niet voorbijkomen, maar er waren kruiden of voorschriften - vooral bij fysieke kwalen - uit de alternatieve geneeskunst die wel degelijk in de medische wereld gebruikt worden. Wanneer de boer bijvoorbeeld het advies kreeg een zwak kalf te laten drinken uit een koperen emmer, dan kreeg het op die manier sporen van het element binnen; kopergebrek was misschien bij de genezer niet bekend als ziekteverwekker, maar op deze manier werd het wél aangevuld.

Lang zouden veel mensen in Friesland eerder aankloppen bij een wonderdokter en duivelbanner dan bij de stadse arts. Met name de bewoners van de Friese Wouden, een streek in het zuidoosten van Friesland, vertrouwden lange tijd op de traditionele remedies en rituelen bij ziekte van mens en dier. Waarom waren deze dokters zo populair? Antropoloog en publiekshistoricus Anne-Goaitske Breteler vertelt daar meer over in het aankomende nummer 4 van Geschiedenis Magazine. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 29 mei. Nog geen abonnee? Abonneer vóór donderdag 15 mei, dan krijg je dit nummer thuisgestuurd.

Delen: