Ook in de 16de eeuw waren sommige mensen ziek van het nieuws

Steeds meer mensen voelen zich zo akelig door het Achtuurjournaal dat ze het nieuws liever maar helemaal mijden. Ze kunnen niet meer tegen alle items over oorlogen en andere ellende op de wereld. Die afkeer van het nieuws is niet nieuw. In de eerste jaren van de Nederlandse Opstand waren veel katholieken bezorgd: ze hoorden voortdurend over de opkomst van het protestantisme, de beeldenstormen, hagenpreken en oorlogsdreigingen. Ze werden (fysiek) ziek van het nieuws. Rossanne Baars geeft een uniek inkijkje in de gevoelens van deze katholieke elite in de 16de eeuw, aan de hand van de bijzondere brievenverzameling van Maximiliaan Morillon.

Soms lijkt het of mensen in vroeger tijden gewend waren aan de hardheid van de wereld. Maar ook in de 16de eeuw maakten mensen zich zorgen over slecht nieuws: we hebben alleen minder bronmateriaal dat laat zien hoe mensen met deze emoties omgingen. Een prachtige uitzondering hierop zijn de lange brieven die de katholieke geestelijke Maximiliaan Morillon schreef in de eerste jaren van de Nederlandse Opstand (1568-1648, maar eigenlijk al in 1566 begonnen met de beeldenstorm). Ze geven een unieke inkijk in de gevoelens van de katholieke elite in deze ongekend moeilijke en onzekere tijden, waarin door de opkomst van het protestantisme alle zekerheden in de wereld leken weg te vallen.

Katholieken ontvingen in de vroege zomer van 1566 ziekmakende onheilstijdingen over ha genpreken, calvinistische diensten in de open lucht waar ook gewapende mannen bij waren. De dreiging van geweld was alom aanwezig, en in augustus barstte de bom, toen protestantse beeldenstormers in vele plaatsen de kerkinterieurs beschadigden of geheel vernielden. Hier zien we een schilderij van de beeldenstorm in een (niet bestaande) kerk. Een verscholen priester kijkt geschokt toe (Afbeelding: Dirck van Delen, ca. 1630, Rijksmuseum Amsterdam)
 

Morillon en Granvelle   
Rond 1560 had de Nederlandse geestelijke Maximiliaan Morillon (1517-1586) zijn leven goed op orde. Hij was de zoon van een welgesteld echtpaar uit Leuven, waar zijn vader als hoogleraar Grieks aan de universiteit verbonden was. Tegen de wensen van zijn ouders in was hij geen rechten gaan studeren, maar had hij gekozen voor een carrière in de katholieke Kerk. Daar was hij snel opgeklommen in de hiërarchie, vooral omdat de machtige kardinaal Antoine de Perrenot de Granvelle hem getalenteerd vond en zich over hem had ontfermd. Granvelle was als raadgever van landvoogdes Margaretha van Parma en de Spaanse koning Filips II een van de belangrijkste personen van de Nederlanden. Maar in 1564 verloor Granvelle zijn macht en invloed. Een drietal andere hoge edelen, de graven van Egmont en Horne en prins Willem van Oranje, keerden zich tegen de kardinaal, omdat ze vonden dat hij te veel macht had. De koning zwichtte voor de druk van de edellieden en Granvelle moest vertrekken: Filips II stelde hem aan als gezant in Rome.

Granvelle kon het moeilijk verkroppen dat hij geen invloed meer had op het beleid in de Nederlanden. Om toch op te hoogte te blijven, vroeg hij Morillon bij zijn vertrek of hij hem vaak wilde schrijven en verslag wilde uitbrengen van de politieke toestand. Morillon woonde in Brussel en trad op als vicaris-generaal van het aartsbisdom Mechelen. Hij hield Granvelle trouw op de hoogte en correspondeerde met hem vanaf kort na zijn vertrek tot ver in 1584. In de bijzonder woelige jaren 1566-1574 stuurde hij zeker 634 uitgebreide brieven met nieuws naar zijn patroon in Rome - soms telden ze wel zes kantjes. Ze waren van groot belang voor Granvelle, en zijn tegenwoordig van grote waarde voor historici van de Nederlandse Opstand.

Granvelle, geportretteerd vóór 1570 door Frans Floris I. (Afbeelding: Fondation Bemberg Toulouse via Wikimedia Commons)
 

Hagenpreken en beeldenstormen
Het nieuws dat Morillon in zijn brieven naar Granvelle schreef, werd in 1566 steeds grimmiger. Het calvinisme kwam op en bedreigde de rust van de katholieken in de Nederlanden. Begin zomer 1566 broeide het overal: er hing geweld in de lucht. Calvinisten organiseerden zich en hielden hagenpreken in de omgeving van Antwerpen - volgens Morillon waren er dertigduizend mensen samengekomen, van wie zesduizend gewapend met pistolen.

In augustus en september 1566 brak het geweld daadwerkelijk uit. Beeldenstormers verwoestten de interieurs van kerken op talloze plekken in het land. Morillon beschreef vol ontzetting hoe zijn vrienden hun geliefde bibliotheken in brand zagen vliegen en hoe ze berichten ontvingen dat de prachtigste kunstwerken in kerken waren vernield. Granvelle en Morillon overlegden in hun correspondentie over de juiste reactie hierop: zou koning Filips II met geweld gaan optreden? Wie zou hij sturen? Een jaar later arriveerde de hertog van Alva met troepen in de Nederlanden. De calvinisten en Willem van Oranje verzetten zich; in 1568 vielen hij en zijn broers met legers de Nederlanden binnen. In de jaren die volgden deed Morillon aan Granvelle in Rome verslag van de veldslagen, belegeringen en andere gebeurtenissen die bij ons later bekend zouden worden als de Nederlandse Opstand.

16de-eeuwse prent van iemand die instort door slecht nieuws: Job valt onmachtig op de grond als hij van vier boodschappers hoort over het onheil dat hem is overkomen. Op de achtergrond is te zien hoe Jobs vee en kamelen worden gestolen, dat zijn herders en vee zijn omgekomen door de bliksem en dat zijn huis, waarin Jobs kinderen een feest hielden, instort door een storm (Afbeelding: Philips Galle, 1563, Rijksmuseum Amsterdam)
 

Shakespeare
Maximiliaan Morillon beschreef in zijn brieven uitgebreid de weerslag van al deze onheilspellende berichten op de gezondheid van de mensen in zijn kennissenkring. In het klassieke beeld is de Tachtigjarige Oorlog een strijd tussen geuzen en Spanjaarden, met als sleutelmomenten de slag bij Heiligerlee en de inname van Den Briel. Maar moderne historici benadrukken dat het conflict voor veel Nederlanders in de praktijk een burgeroorlog was. Voor de gewone burger betekende dat voedseltekorten en de angst voor muitende soldaten, inkwartiering en inflatie. 

Minder bekend is dat deze troebelen ook voor enorme stress zorgden onder de Nederlandse katholieke elite. Morillon beschrijft in zijn brieven hoe zijn vrienden lichamelijk ziek werden van de zorgen. In de 16de eeuw onderkende men al dat mentale problemen fysiek impact kunnn hebben. De toneelstukken van Morillons tijdgenoot William Shakespeare staan vol met heftige reacties op slecht nieuws: in Henry IV bijvoorbeeld, beschrijft Falstaff hoe de baard van de koning wit wordt als hij hoort over de rebellie in zijn koninkrijk. Andere personages in zijn toneelstukken trillen, vallen flauw, moeten overgeven of bevallen prematuur van hun kinderen. En ook de Franse filosoof en schrijver Michel de Montaigne beschrijft in zijn essay ‘De la Tristesse’ uit 1580 de uitwerking die slecht nieuws heeft op mensen: hoe mensen bij het horen van een akelig bericht totaal verstijfd kunnen zijn van schrik.

Ook Morillons vrienden, zo blijkt uit de brieven, leden de eerste jaren van de Nederlandse Opstand aan somberheid, slaapproblemen, koortsdromen en groot verdriet door de berichten over dreigend oorlogsgeweld. Morillon vertelde ook hoe je daarmee om kon gaan. In het nieuwe nummer van Geschiedenis Magazine vertelt Rosanne Baars meer over deze 16de-eeuwse zieke en bezorgde elite. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 17 april. Dit nummer niet missen maar nog geen abonnee? Abonneer vóór donderdag 3 april, om dit nummer te ontvangen.

Delen: