Ook de Paus moest er af en toe tussenuit

Vanaf het midden van de 15de eeuw ontwikkelden pausen de gewoonte om in het voor- en najaar met hun gevolg naar minerale bronbaden te reizen. Hier zochten zij verlichting voor eventuele kwalen waaraan zij leden. Deze kuuroorden veranderden tijdens een pauselijk bezoek tot tijdelijke centra van de kerk. Van een echte vakantie was niet zozeer sprake: de dagelijkse gang van zaken ging gewoon door.

Vanaf de tweede helft van de 15de eeuw lieten pausen en kardinalen villa’s bouwen op de heuvels in en net buiten Rome of langs de rivier de Tiber. Deze villa’s werden vooral gebruikt voor dagrecreatie. De Renaissancepausen hadden de beschikking over de Engelenburcht en de Villa Belvedere. Na de gebruikelijke werkzaamheden in de ochtend wandelden zij daar in de zomermaanden naartoe om uitgebreid te lunchen in de schaduw van de loggia, de gezonde en koele lucht in te ademen en te genieten van een fraai uitzicht over de Eeuwige Stad. Bovendien ontvluchtten zij met hun gevolg de lager gelegen stadsdelen om gezondheidsredenen, want de muggenbeten veroorzaakten hevige (malaria)koortsen, die fatale gevolgen hadden.

Verschillende pausen stierven in juli en augustus. Het was in die maanden te heet om langere reizen te maken. Zodra de hitte voorbij was, bracht men bezoekjes van meerdere dagen aan vrienden, die verder buiten Rome woonden. Paus Julius II (1503-1513, Giuliano della Rovere) genoot als kardinaal regelmatig van een verblijf in zijn kasteel te Ostia, waar hij vrienden uitnodigde om te vissen, te zeilen en de ruïnes van het antieke Ostia te bewonderen. Vanuit Rome was deze locatie binnen enkele uren bereikbaar per boot over de Tiber.

Portret van Paus Julius II uit 1511 van Raphael. (Afbeelding: Angerstein Collectie, National Gallery, via Wikimedia Commons).
 

Geneeskrachtige baden
Pausen gingen in het voor- en najaar met hun gevolg naar minerale baden om verlichting te zoeken van de kwalen waaraan zij leden en zich geestelijk en lichamelijk te laven aan de wonderbaarlijke krachten van de natuur. De kuuroorden veranderden tijdens een pauselijk bezoek tot het tijdelijk centrum van de Universele Kerk, want de dagelijkse gang van zaken werd er gewoon voortgezet. De paus luisterde naar verzoekschriften, ondertekende officiële stukken en brieven en ontving ambassadeurs. Het prestigieuze gezelschap bracht roem en welvaart aan de badplaatsen.

Het werk houdt niet op
In zijn memoires schreef paus Pius II (1458-1464, Enea Silvio Piccolomini) dat hij in 1462 de zomermaanden doorbracht in de beboste bergen nabij Pienza. De paus ‘had zijn intrek genomen in het klooster. Zes kardinalen en veel curialen [leden van de Romeinse Curie] woonden in de stad. De referendarissen kozen elders een onderkomen. (…) Op vastgestelde dagen kwamen zij naar de signatura [sessie voor het tekenen van officiële stukken], die de paus in het bos hield onder deze of gene boom of bij een zacht murmelende bron. Iedere dag koos hij een andere plaats uit en ontdekte nieuwe bronnen in de dalen en nieuwe schaduwplekken. (…) Soms ook hield de paus met de kardinalen een consistorie [formele vergadering met het Heilig College van Kardinalen] onder de kastanjes en ontving gezantschappen in de weiden. Iedere dag liet hij zich, vergezeld van de curialen, door de bossen dragen en handelde onderweg persoonlijke en publieke zaken af.’ Vanwege podagra, een soort jicht, werd Pius II in een vergulde draagstoel meegevoerd op de schouders van zijn dienaren. Ondanks het langdurig verblijf in een idyllische omgeving was het voor hem minder vakantie dan wij zouden denken.

Een badpaleis
Voor latere Renaissancepausen werd Viterbo een favoriete bestemming voor het ondergaan van een badkuur. De elkaar opvolgende pausen lieten het eenvoudige badgebouw, dat tussen 1434 en 1441 over vier minerale waterbronnen heen was gebouwd, uitbreiden en verfraaien tot een luxe kuuroord. Aan het einde van de 15de eeuw was Il bagno di Papa, het pauselijk badpaleis, zo comfortabel uitgevoerd dat iedereen die er voor een kuur verbleef er kon baden, wandelen, rusten, eten, drinken en zich amuseren zonder zelfs maar blootgesteld te worden aan de buitenlucht. De pausen trokken zich hier terug om lichaam en geest te verfrissen en namen vakantie van hun werk door de beslommeringen achter zich te laten.

Ook 'gewone' middeleeuwers bezochten het badhuis. Verschillende steden hadden openbare badhuizen. We zien op deze afbeelding dat ze tijdens het wassen een maaltijd voorgeschoteld kregen. (Afbeelding: Facta et dicta memorabilia van Valerius Maximus, ca 1470. via Wikimedia commons).
 

Op zoek naar afleiding
Badgasten maakten regelmatig melding van verveling indien er weinig interessante mensen aanwezig waren in een kuuroord. Kardinaal Francesco Gonzaga (1444-1483) vroeg in 1472 aan zijn vader Ludovico, markies van Mantua, om de hofschilder Andrea Mantegna (ca 1431-1506) naar de baden van Porretta (in de huidige provincie Bologna) te sturen om ter afleiding over diens verzameling cameeën en antiquiteiten te praten. Hij vroeg ook om Malagise te sturen, een Florentijnse luitspeler en zanger. Dit soort afleiding was hoogst wenselijk tijdens de middagen wanneer er op advies van de lijfarts gerust, maar absoluut niet geslapen, diende te worden. In mei 1535 voelde kardinaal Ippolito d’Este, zoon van de hertog van Ferrara, zich afgemat en ging naar de minerale bronnen van Reggio Emilia voor een kuur. Na twee weken was hij fit genoeg om te gaan jagen met zijn vrienden. Met sperwers vingen zij fazanten.

Pauselijke jachtpartijen
Gepaste vormen van recreatie met fysieke inspanning vond men in het maken van een wandeling in een fraai aangelegde tuin met welriekende bloembedden en het zoeken van een verandering van omgeving door er te paard op uit te trekken of op jacht te gaan. De jacht vereiste rijvaardigheid, kennis van de omgeving, van het gedrag van het wild en zijn habitat en van verschillende methoden om een dier te vangen. De jacht was eeuwenlang een geliefde vorm van recreatie geweest voor de hogere standen.

Paus Leo X (1513-1521, Giovanni de’Medici, geboren in 1475) had er van kinds af aan een ware passie voor opgevat. Tijdens zijn pontificaat kreeg deze elitesport een nieuwe betekenis. In juli 1513, slechts enkele maanden na zijn pauskroning, schreef Leo X aan kardinaal Alessandro Farnese (de latere paus Paulus III, 1534-1549), die hem had uitgenodigd voor een jachtpartij: ‘Kon ik maar net als jij van die vrijheid genieten en van je uitnodiging gebruik maken’.

Portret van Leo X van Raphael, bijgestaan door zijn cardinalen. (Afbeelding: Uffizi Gallery, via Wikimedia Commons).
 

Een paus in rijlaarzen
De paus maakte zich in januari 1514 wel vrij om op een nieuwe uitnodiging voor een jachtpartij van deze kardinaal in te gaan. Het gezelschap bestond uit honderdveertig personen, waaronder achttien kardinalen, prelaten, bedienden, letterkundigen, hofnarren, toneelspelers en musici, plus een lijfwacht van nog eens honderdzestig man. Bij vertrek van het gezelschap schreef de ontstelde ceremoniemeester van de paus in zijn dagboek: ‘De paus verliet Rome zonder stola en wat erger was, zonder koorhemd en het allerergste was wel dat de paus rijlaarzen droeg! Nu kon niemand onderweg zijn voet kussen!’

Leo X lachte onbekommerd, want het deerde hem niet dat de bevolking hem onderweg niet op gepaste wijze eerbied kon tonen. Sterker nog, hij legde zijn pauselijke waardigheid tijdelijk neer om er even tussenuit te gaan. Zo genoot hij van de jacht als van een vakantiereis!

In het najaar op pad
De Renaissancepausen, de kardinalen en de ambtenaren van de Curie namen niet in de zomermaanden, maar pas in oktober vakantie. Leo X wijdde de hele maand oktober 1514 met zijn vrienden aan de jacht, want het was een goede maand om op wild te jagen. Dit werd tijdens zijn pontificaat een jaarlijkse traditie, waarbij het gezelschap van het ene jachtgebied naar het andere trok. Zodra het weer koeler werd, trok het pauselijk gezelschap naar de bosrijke omgeving van Viterbo, waar eerst gebruik werd gemaakt van de warme bronbaden. Het gebied was uitstekend geschikt voor de door de paus geliefde valkenjacht. Urenlang kon hij toekijken hoe de afgerichte valken en haviken vele kwartels, patrijzen en fazanten vingen. Vervolgens ging het gezelschap naar het dal van het Meer van Bolsena, waar kardinaal Farnese de paus met zijn gevolg met grote luister gastvrijheid bood op zijn landgoed. Een verblijf op het rotseiland Martana werd benut om te vissen en in het water te baden.

In langzame etappes trok men naar Corneto om van daaruit drijfjachten te houden in het gebied, dat zich uitstrekte van Civitavecchia tot aan de bossen van Cerveteri, waarbij herten en everzwijnen werden gevangen. Dit hele jachtgebied behoorde van oudsher tot de adellijke familie Orsini, die de paus en zijn gevolg gastvrijheid bood in hun kastelen. Aan het eind van de maand begaf de paus zich met zijn gevolg via Palo, een eldorado voor de jacht op kwartels, naar de pauselijke jachtvilla La Magliana om begin november terug te keren naar Rome.

Een vijftiende-eeuwse jachtscène uit het Franse boek: Le Livre de chasse de Gaston Phébus. (Afbeelding: Bibliothèque nationale de France, MS. f. fr. 616, via Wikimedia Commons).
 

De Pauselijke lijfarts
Het reizen naar kuuroorden of deelnemen aan een jachtpartij had een gunstige invloed op de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de kerkelite. Het was voor kerkelijke leiders net zo belangrijk als voor seculiere vorsten om een voorbeeld voor hun onderdanen en een goed bestuurder van land en volk te zijn. De gezagspositie vroeg om personen die zowel fysiek als geestelijk sterk waren om de zware last van plichten en verantwoordelijkheden te dragen. Renaissancepausen droegen een extra zware verantwoordelijkheid. Niet alleen het welzijn van alle gelovigen van het christendom drukte op hun schouders, maar als soeverein vorst van de Kerkelijke Staat vervulden zij tevens een belangrijke rol in het internationale politieke machtspel in Europa. Idealiter diende een paus gezond te zijn van lichaam en geest, maar meestal werd hij op oudere leeftijd gekozen, leed hij aan lichamelijke gebreken en beperkingen door ouderdom en stierf hij in functie. Voor een gezond lichaam was het van belang dat er harmonie bestond tussen de verschillende elementen waaruit het lichaam bestond. De voornaamste taak van de pauselijke lijfarts lag in het voorkomen van ziekten en het behandelen van kwalen. Hij zag erop toe dat de paus er een gezonde levensstijl op na hield. Bij een gezonde leefwijze hield men rekening met de lucht die men inademde, de mate van lichaamsbeweging, waken en slapen, eten en drinken, de spijsvertering en het baden. Bij alles wat men deed, diende matigheid te worden betracht.

Delectatio en recreatio
Medische auteurs stelden indertijd vast dat de geestelijke gesteldheid van een machthebber meer blootstond aan sterke emoties dan die van het gewone volk. Die emoties dienden in balans te worden gehouden. Uit verschillende op individuele personen gerichte aanbevelingen in regimen sanitatis, boekjes over gezonde leefregels, valt af te leiden dat melancholie een belangrijke geestesgesteldheid was waartegen men streed. Voor een hardwerkende paus gold dat de boog niet altijd gespannen kon zijn. Er werd hem geadviseerd om het werkzame leven af te wisselen met delectatio en recreatio, hetgeen zich laat vertalen met het zoeken naar genot en ontspanning als tegenwicht voor zorgen en spanningen. Het opwekken van de lach werd beschouwd als de beste remedie voor het reguleren van destructieve emoties. Voor het in evenwichtig brengen van de geest werd therapie aanbevolen die bijdroeg aan een staat van gaudium temperatum, gematigde vreugde.

Op zoek naar ontspanning
De Renaissancepausen gaven daar ieder een persoonlijke invulling aan, die varieerde van een gezellige avond met muziek, literatuur, diners en erudiete conversatie met vrienden, dagrecreatie en meerdaagse uitstapjes tot reizen naar kuuroorden, archeologische vindplaatsen en uitgebreide jachtpartijen. Deze vormen van amusement en ontspanning waren een gewenst onderdeel van het sociale leven van de hogere standen en hadden tot doel om een gevoel van welzijn op te wekken, de geest te prikkelen en positieve gedachten te stimuleren waardoor de gezondheid bleef gehandhaafd, werd hersteld of verbeterd. Het was niet zozeer een oppervlakkige uiting van genotzucht, ijdelheid of extravagantie dan wel een legitieme manier om de troebelen van het bestaan het hoofd te bieden. Plezier was voor de geest wat slaap was voor het lichaam.

Hernieuwde inzet
Net als voor ons op onze binnen- en buitenlandse reizen gold voor Renaissancepausen en hun gevolg dat er werd genoten van contacten met andere mensen (en culturen), van het opdoen van nieuwe kennis en ideeën, van het eventueel sluiten van nieuwe vriendschappen, van het zaken doen en van het in een informele sfeer bouwen aan een persoonlijk netwerk. Daarnaast genoten ook zij tijdens een vakantie van amusement en recreatie, die tot ontspanning leidde en het gevoel gaf lichamelijk en geestelijk herboren te zijn. Dankzij de gestimuleerde geest kon men beter functioneren en met hernieuwde inzet de taken uitvoeren en zich energiek van zijn plichten kwijten. Ook wij gaan na de vakantie met hernieuwde inzet aan de slag, terwijl wij met plezier terugdenken aan de recente vakantiebelevenissen.

Dit artikel verscheen in 2004 in Geschiedenis Magazine onder de titel: 'Delectatio en recreatio. Vakantiegenoegens voor Renaissancepausen'.

Verder lezen
-
A.S. Piccolomini, Memoires van een renaissancepaus. De autobiografie van Pius II, (1463), vertaald uit het Latijn door I. Huber, uitgeverij Voltaire, 2005
-
Poggio de Florentijn, Moet een grijsaard trouwen? (in het bijzonder het stukje over 'De Baden van Baden' in de vertaling van Gerrit Komrij), De Arbeiders Pers, 1970

Delen: