Middeleeuwse toekomstvoorspellers: wat kan een naam vertellen?

Een man strompelt een klooster binnen. Hij is doodziek. Een monnik vraagt hem naar zijn naam. 'Walto', antwoordt de zieke man. De monnik buigt vervolgens over zijn boeken en kijkt bezorgd op. Dat is geen goed teken... Vroegmiddeleeuwse monniken voorspelden de toekomst aan de hand van iemands naam. Maar hoe werkte zo'n voorspelling? En mocht dat eigenlijk wel van de kerk? Een blik in de middeleeuwse handschriften.

De maan en een naam
Het is het jaar 900. Walto, een fictieve monnik in het klooster Sankt Gallen in het huidige Zwitserland, is sinds de afgelopen volle maan vreselijk ziek. Hij wint advies in bij iemand met kennis van geneeskunde (medicus), in dit geval een andere monnik. Die vraagt hem naar zijn naam en hoe lang hij al ziek is. Dat zou een dokter nu ook willen weten, maar de medicus in het klooster heeft er een heel ander doel mee voor ogen. Hij haalt zijn geneeskundige handboek tevoorschijn en zoekt de ‘sfeer van Apuleius de Platonist’ op. Dat is een diagram over, volgens het handboek, ‘het leven, de dood of wat je verder maar wil vragen’. Met dit diagram bereken je in de eerste plaats of een ziek persoon er goed of slecht vanaf komt, en daarvoor is iemands naam van essentieel belang. Het is een voorbeeld van onomantie: voorspelling aan de hand van een naam (dat is een samentrekking van de Griekse woorden onoma - ‘naam’ - en manteia - ‘voorspelling’).

Een papyrus uit de 3e of 4e eeuw. Het omschrijft magische spreuken. Gevonden in Thebe, Egypte. Afbeelding: AMS 65 vel 4, Rijksmuseum van Oudheden, Leiden.
 

Hoe loopt het met Walto af?
De medicus begint met het berekenen van de gezamenlijke waarde van de letters in Walto’s naam. Hij gebruikt hiervoor een lijst die een getal toekent aan iedere letter van het alfabet. Walto, op vroegmiddeleeuwse wijze geschreven als UUalto, is bij elkaar 37 (want: U=7 A=3, L=6, T=11 en O=3). Hierbij voegt de medicus vervolgens de dag van de maancyclus waarop Walto ziek werd. De vollemaan was de veertiende dag van de deze cyclus in de middeleeuwse tijdrekenkunde. Van de som van deze delen trekt hij dan zo vaak mogelijk 30 af. Tot slot zoekt hij het overgebleven getal (21) in het diagram, ofwel ‘de sfeer’. Ligt het boven de middellijn dan wordt Walto weer beter. Helaas voor onze monnik staat XXI in het vak onder de streep: hij zal het niet overleven.  

Heimelijke magie?
Diagrammen zoals dit gaan terug op Griekse voorbeelden - de oudst bekende versie, toegeschreven aan de antieke medicus Democritus, staat op een derde-eeuwse papyrusrol met bezweringen en recepten -, maar het gebruik ervan door vroegmiddeleeuwse christelijke geletterden roept vragen op. Vooral of men het aanvaardbaar vond dat monniken op deze manier de toekomst voorspelden. Lang is gedacht van niet. Onderzoekers beschouwden deze teksten als voorbeelden van volksbijgeloof of als heidense overblijfselen die eigenlijk niet pasten in de christelijke maatschappij. Maar we moeten ons realiseren dat de kerk toen geen goed-geoliede machine was die met één stem sprak. Er bestonden allerlei meningen binnen het geloof. Het is waar dat niet iedereen achter de onomantie stond, zoals blijkt uit een 11de-eeuwse toevoeging in een ouder handschrift met bijbelcommentaren uit de Sint-Amandsabdij in Noord-Frankrijk. Er staat een voorspellingssfeer in opgetekend, maar kort erop heeft een andere gebruiker van het manuscript met rode inkt meerdere strepen erdoorheen gezet en er met grote letters bijgeschreven ‘anathema sit’. Letterlijk vertaald betekent dit ‘het zij onder de banvloek’, wat je kan lezen als ‘het is verboden!’.

Afbeelding: Berlijn, Staatsbibliothek zu Berlin, Ms. Phill. 1833, f. 53v.
 

Niet weggeschrapt
Opvallend is dat de tekst niet is weggeschrapt of onleesbaar gemaakt. Dit is een typisch middeleeuwse vorm van censuur die indruist tegen het nog vaak opgeroepen beeld van de middeleeuwer als een dogmatische boekverbrander. De criticus laat hier weten dat de tekst verwerpelijke inhoud zou hebben, maar laat het aan de lezer wat hij hiermee doet. Het is dan ook nog steeds mogelijk om de instructie te lezen en het diagram te gebruiken.

In meer dan honderd middeleeuwse handschriften uit kloosters komen de onomantische cirkels terug, inclusief een handleiding. Werden deze onomatische voorspellingen in die tijd gezien monnikenbijgeloof? Heimelijke magie? Of was het geaccepteerde kennis en kunde in de monnikenwereld? In het nieuwe nummer van Geschiedenis Magazine vertelt middeleeuws historicus Bram van den Berg meer over de monniken en hun toekomstvoorspellingen. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 17 april. Dit nummer niet missen maar nog geen abonnee? Abonneer vóór donderdag 3 april, om dit nummer te ontvangen.

Delen: