Middeleeuwse tips tegen alledaagse ongemakken

Je vrouw gaat vreemd, er kruipen wormen door je lijf die nare ziektes veroorzaken en tot overmaat van ramp zijn je bijen weggevlogen. Wat nu? Middeleeuwse handschriften verschaften raad. In de kantlijnen, op kaften en lege eerste pagina’s van manuscripten die rond het jaar 1000 gemaakt zijn, wemelt het onder meer van de spreuken die een oplossing boden voor de problemen van alledag. Tim Hertogh vertelt meer over deze spreuken. We lichten er hier alvast een uit: wat kun je doen bij overspel in het huwelijk?

De praktische tips lijken misschien rare toverteksten, maar dat is schijn. De spreuken in die handschriften komen niet van ‘gevaarlijke tovenaars’ - waar sommige geleerden juist voor waarschuwden - maar van belezen geestelijken die zich baseerden op wat ze wisten van geneeskunde, Bijbelteksten en verhalen over heiligen en martelaren. Vermoedelijk noteerden de schrijvers en latere lezers van de handschriften de spreuken in de marge om de lokale gemeenschap te helpen en om deze kennis te verspreiden.

1. Overspelig
In de bibliotheek van Bern ligt een enorme boekrol van zes meter lang uit de elfde eeuw die waarschijnlijk is gemaakt in het klooster van Murbach. De rol is aan beide kanten beschreven met recepten en spreuken voor het dagelijks leven. Tussen remedies voor medische aandoeningen bij vrouwen staat de volgende aanbeveling: ‘Zodat een slapende vrouw de waarheid spreekt over overspel als het haar wordt gevraagd. “Aiohel, Deomedius, Eugenius, Probatus, Sabatus, Stephanus, Quiriacus.” Schrijf deze namen op een maagdelijk stuk perkament en plaats deze tussen de borsten van de slapende, en zij zal al haar minnaars noemen.’

De Zevenslapers van Ephesus. (Afbeelding: Weißenauer Passional, MS Bodmer 127, f. 125v, c. 1170)
 

Deze tekst komt nogal fantasierijk over, maar is een compilatie van toen geldende, sinds eeuwen overgedragen kennis. Neem het idee dat je iets moet deponeren op de boezem van een slapende vrouw om haar de waarheid te laten zeggen. De ‘Magische Papyri’ bevatten dit al. Dat zijn Griekse papyrusrollen uit de Hellenistische tijd waarin diverse rituelen beschreven staan, waaronder dit: leg bij een slapende vrouw de tong van een vogel onder haar lip en op haar hart, dan zal zij drie maal de naam opbiechten van de man van wie ze echt houdt.

En dan die zeven namen die op het perkament moeten worden geschreven: dat zijn de Zevenslapers, zeven heiligen uit Efeze die volgens een legende uit ca. 500 een grot in waren gevlucht om te ontkomen aan de christenvervolgingen van de derde eeuw. Volgens een andere versie werden ze er ingemetseld. Hoe dan ook, ze sliepen eeuwenlang, en werden wakker in een wereld waar de christelijke God vereerd werd. Een dergelijk wonder kan iedereen wel gebruiken en de namen van deze heiligen werden dan ook gebruikt om een breed scala aan problemen op te lossen, van koorts tot slapeloosheid en van Syrië tot in Engeland. Het is daarbij opvallend dat de namen van de slapers door de eeuwen heen gelijk blijven: het was kennelijk belangrijk om de juiste machten aan te roepen in een spreuk.

2. Ziekmakende wormen       
Middeleeuwse dokters schreven veel aandoeningen toe aan minuscule diertjes. Soms is dat in overeenstemming met de hedendaagse moderne wetenschap. Zo wordt schurft inderdaad veroorzaakt door mijten, en komen sommige maag-en darmklachten echt door (lint)wormen. Maar middeleeuwers dachten ook dat gaatjes in het gebit te wijten waren aan tunnel-gravende wormpjes. Of men gebruikte de wormen-metafoor om te beschrijven wat voor soort aandoening een patiënt precies had. Tumoren deden bijvoorbeeld denken aan wormen die het lijf uit probeerden te komen.

Sommige spreuken tegen wormen zijn zo simpel als ‘ik bezweer jullie, de wormen’ maar er bestonden ook veel uitvoeriger varianten. Een daarvan is te vinden in de kantlijnen van een ‘glossenhandschrift’ uit de tiende eeuw uit Trier. De kantlijnen naast de woordenlijsten waaruit dit bestond, werden gedurende de eeuw na de productie volgeschreven met een enorme hoeveelheid medische kennis. Daaronder bevindt zich een remedie voor ‘de worm die talpa (mol in het Latijn) wordt genoemd’. Deze worm zou een zwelling veroorzaken die op een molshoop leek, vandaar de naam.

Bijen in het boek van Jacob van Maerlan. (Afbeelding: KB Nationale Bibliotheek)
 

Wat was de juiste aanpak? De tekst zegt: als een dier of een mens deze worm in zich draagt, moet je de plek van het lijf met daarin de worm eerst naar het oosten draaien <H> wie hier wordt aangesproken, de lokale priester of een welwillende omstander, is niet gespecificeerd. Vervolgens loop je om de patiënt heen en fluister je gedurende de wassende maan het Onzevader-gebed in zijn oor, plus de spreuk ‘zalige Job was getroffen door wormen, nu heeft hij niets, moge daarom deze man of een wit of zwart paard ook niets hebben.’ Dit doe je drie keer, afwisselend in het linker en rechter oor, waarbij het belangrijk is dat je pas de derde keer de laatste woorden uit het Onzevader spreekt: ‘maar verlos ons van het kwade’.

Wederom wortelt deze remedie in verschillende kennistradities. In een diergeneeskundig werk van Pelagonius uit de vierde eeuw wordt bijvoorbeeld aanbevolen om spreuken te prevelen in een paardenoor om het dier te laten genezen van wormen. Ook werd het Onzevader-gebed vaker opgenomen in uitvoerige spreuken.

Dat Job in de spreuk opduikt, is niet zo vreemd. In het gelijknamige Bijbelverhaal stelt satan namens God Jobs geloof op de proef. Hij krijgt van alles te verduren, waaronder ziektes: in de Vulgaat wordt een ervan omschreven als putredo, verrotting. De Vulgaat is een Bijbelvertaling uit ca. 400 die rechtstreeks teruggaat op de Hebreeuwse teksten; die gebruiken in deze passage een woord dat als ‘worm’ vertaald kan worden. Ook kerkvader Augustinus meldde dat Job door wormen geplaagd werd. Hoe dan ook, Job werd uiteindelijk genezen en dat had voor middeleeuwers met wormen te maken. Vandaar dat deze spreuk zijn verhaal combineert met het Onzevader en medische kennis.

3. Onmisbare bijen
De middeleeuwers hadden bijen hard nodig, misschien nog wel meer dan wij nu: de honing werd verwerkt als zoetstof en ingrediënt van medicijnen maar van bijenwas werden ook luxe kaarsen gemaakt die in de kerk gebruikt werden. Imkers waren als de dood hun bijen te verliezen maar hadden gelukkig allerlei methodes om het gedrag van hun volken te controleren. Zo konden ze de beproefde kracht van de Bijbel inzetten. Een tekst die we vinden in verschillende handschriften, waaronder de boekrol uit het klooster van Murbach, instrueert de imker tot het spreken van Domine Deus noster, q.a.e.n.t.i.u.t. Dat lijkt duister, tenzij je de Latijnse Vulgaat vertaling van de Psalmen goed kent. De letters vormen een afkorting van de zin ‘Heer, onze Heer, hoe bewonderenswaardig is Uw naam op de gehele aarde!’, het begin van Psalm 8 die memoreert hoe God alle dieren onder het gezag van de mens heeft geplaatst. Kortom, moet de monnik die de spreuk bedacht geredeneerd hebben, een heel handig Bijbelcitaat als je je bijen wil vertellen dat ze naar je moeten luisteren.

Dit nummer verscheen in 2024, editie 5, in Geschiedenis Magazine onder de titel: 'Tips in de Kantlijn'.

Delen: