Margaretha van Parma: van bastaarddochter tot landvoogdes

Margaretha van Parma was de dochter van Karel V en een dienstmeisje. Kort na haar geboorte in 1522 werd ze weggehaald bij haar moeder en opgevoed aan het Habsburgse hof in Brussel. In 1559 werd ze benoemd tot landvoogdes van de Nederlanden. Maar de Nederlandse elite wist heel goed dat Margaretha een buitenechtelijk kind was, en keek op haar neer. Ze stond al direct met één-nul achter. En daar bleef het niet bij…

De Habsburgse dynastie is bekend komen te staan vanwege haar sterke vrouwen, vooral in de Nederlanden waar achtereenvolgens Margaretha van Oostenrijk, Maria van Hongarije en Margaretha van Parma regeerden. En in Castilië stonden de vrouw en na haar dood de jongste dochter van Karel V aan het roer. De positie van deze vrouwen had alles te maken met de samenstelling van het Habsburgse rijk in de 16de eeuw. De Nederlanden, de Spaanse koninkrijken Castilië, Aragon en Navarra, en territoria in Italië zoals Milaan, Sicilië en Napels maakten er samen met de overzeese koloniën deel van uit. Overal hoopten onderdanen dat hun vorst persoonlijk aanwezig zou zijn, maar dat kon natuurlijk niet; een mens kan zich niet opdelen. De afwezigheid van de hoogste vorst was dus een ingebakken kenmerk van de Habsburgse monarchie. In de Italiaanse en Spaanse gebieden stelde hij meestal een hoge edelman als gouverneur aan. Maar niet in de Nederlanden of Castilië zelf.

Eind 15de eeuw hadden de Nederlandse steden het Maximiliaan van Habsburg buitengewoon zuur gemaakt, toen hij het regentschap voor zijn zoon Filips de Schone wilde uitoefenen - Maximiliaan was de Oostenrijkse echtgenoot van de jonggestorven hertogin Maria van Bourgondië. Later was Maximiliaans kleinzoon Karel V zijn Castiliaanse troon bijna kwijtgeraakt toen hij na zijn troonsbestijging in 1516 direct allerlei Nederlanders op hoge functies had benoemd en vervolgens het land had verlaten. De Habsburgers hadden hiervan geleerd dat alleen een nauwe verwant van de vorst als gouverneur voldeed om het Habsburgse gezag in stand te houden. 

Twee 19de-eeuwse voorstellingen van Margaretha van Parma. Links vergadert ze met haar raadslieden, rechts ontvangt ze op 5 april 1566 een afvaardiging van het adelsverbond, laaggeplaatste edelen die een toleranter ketterijbeleid willen. Volgens de overlevering noemde een van haar hoog-adellijke adviseurs bij die gelegenheid de smekelingen geringschattend geux, Frans voor bedelaars of schooiers. Hiervan zou het woord geuzen zijn afgeleid. Historici zijn het niet eens of het woord geux echt is uitgesproken bij die ontvangst, maar dat de Nederlandse militante tegenstanders van Filips zich geuzen noemden, is uiteraard wél zeker (Afbeelding: Rijksmuseum Amsterdam).  
 

Italiaans-Habsburgse prinses, maar onwettig
Maar dat betekende niet dat de Nederlanden onbelangrijk waren. Integendeel: het waren welvarende landen die die een rijk dynastiek verleden vertegenwoordigden. De Habsburgers waren erfgenamen van de luisterrijke Bourgondische hertogen die onder meer de prestigieuze ridderorde van het Gulden Vlies hadden gesticht, een belangrijk statussymbool voor de Habsburgers. In de Nederlanden viel ook veel belasting te halen, hoewel de elites niet zonder voorwaarden afstand van hun geld deden. In ruil voor heffingen vroegen ze allerlei privileges en rechten van hun vorst; het nettoresultaat was dat die hier in de Nederlanden als een soort constitutionele monarch moest regeren. En eén van de eisen van deze onderdanen was dat er altijd iemand uit de Habsburgse familie aan het hoofd van het lokale bestuur stond. 

Margaretha van Parma (1522-1585) was één van die vorstelijke gouverneurs, maar ze verschilde van haar voorgangsters Margaretha van Oostenrijk en Maria van Hongarije. Die bleven allebei decennia op hun post, terwijl Margaretha’s landvoogdij maar acht jaar duurde. De andere Habsburgse landvoogdessen waren geboren binnen het huwelijk, terwijl Margaretha een buitenechtelijke dochter was, door de nog maar 21-jarige keizer Karel V verwekt bij Johanna van der Gheynst, de dochter van een tapijtverkoper. De andere landvoogdessen ten slotte waren weduwe terwijl Margaretha een echtgenoot had. Toch meende haar halfbroer Filips II, na het aftreden van hun vader Karel sinds 1556 aan het roer van de monarchie, dat Margaretha de meest geschikte kandidaat was om het bestuur in Brussel op zich te nemen.

Hertogin Margaretha van Parma. (Afbeelding: 1542-1575, door Anthonis Mor, Gemäldegalerie Berlijn)
 

Als reden noemde hij dat ze een Nederlandse was, maar dat was eigenlijk maar deels waar. Margaretha was geboren in de Nederlanden, maar slechts ten dele getogen. Als meisje van zeven was ze officieel getrouwd met Alessandro, hertog van Florence en in 1533, vertrok ze op haar tiende daadwerkelijk naar Italië. In Napels werd ze verder opgevoed als Italiaans-Habsburgse prinses. Na de dood van Alessandro in 1537 trouwde ze met Ottavio Farnese, hertog van Parma. Op haar Brusselse jaren na, zou ze de rest van haar leven in Italië blijven. 

Tussenscore
Filips II verbleef in de jaren 1550 vaak in de Nederlanden. Daar ontmoetten hij en Margaretha elkaar voor het eerst - hijzelf was opgegroeid in Spanje. Alles leek koek en ei in Brussel, maar nadat hij in 1559 definitief naar Spanje was vertrokken bekoelde de sfeer snel. Dat de nieuwe landvoogdes in de Nederlanden was geboren betekende niet meer zo veel; de elite herinnerde zich vooral dat ze een buitenechtelijk kind was, op wie men graag neerkeek. Margaretha stond al direct met één-nul achter.

En die score zou snel oplopen. Margaretha van Parma zat in een lastige situatie. Naast het feit dat men op haar neerkeek als buitenechtelijke dochter, moest ze tijdens haar bestuur in de Nederlanden heersen met een disfunctionele Raad van State en beperkte bevoegdheden. En dat, terwijl ondertussen de conflicten en religieuze tegenstellingen in de Nederlanden toenamen. In 1566 barstte de bom: de Beeldenstorm brak uit.  Margaretha moest snel handelen. Hoe zij hierop reageerde? Dat lees je in het nieuwe nummer van Geschiedenis Magazine. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 9 oktober. Dit nummer niet missen maar nog geen abonnee? Abonneer vóór donderdag 25 september, om dit nummer te ontvangen. Of haal het nummer na de verschijningsdatum in de boekhandel of in de online webshop.

Delen: