Madame l'ambassadrice
Aan het roerige eind van de 18de eeuw volgden oorlogen en revoluties elkaar in rap tempo op. De Europese diplomatie stond onder hoogspanning. Dit wereldje was bij uitstek het terrein van mannelijke afgezanten. Of zit het anders? Edwina Hagen neemt ons mee achter die officiële schermen, waar diplomatenvrouwen functioneerden zoals de doortastende Françoise van der Goes en haar grote vriendin, de markiezin van Santa Cruz. Ogenschijnlijk schreven ze vaak alleen maar over mode…
Geertruida Francisca van der Goes-de Eerens (1752-1803) was de wederhelft van de Haagse gezant en latere minister van Buitenlandse Zaken, Maarten van der Goes die in 1785 door de Staten-Generaal als buitengewoon gezant naar Kopenhagen was uitgezonden. Ze kwamen beiden uit Den Haag. Hij was een burgemeesterszoon maar Françoise, zoals ze zich liet noemen, kwam niet uit een geprivilegieerd nest: haar katholieke Brabantse ouders importeerden en verkochten wijn. Haar verbintenis met Maarten en de egalitaire invloed van de Verlichting gaven haar de kans een status te verwerven die voordien voor een vrouw met haar achtergrond onbereikbaar was geweest, en ze leerde zich staande te houden in de hoogste kringen.
De diplomatieke cultuur was eind 18de eeuw nauw met het hofleven en de politiek verweven. Diplomatenechtparen vormden een soort rondreizend gezelschap dat zich in wisselende formaties telkens weer verplaatste van het ene vorstenhof naar het andere, en waarvan de vrouwen vaak met elkaar bleven schrijven. De aanspreektitel van de echtgenote luidde in het Frans, de aloude lingua franca van Europa: ‘Madame l’ambassadrice’ - welke functie haar man ook had. Ze vervulde, blijkt uit vele brieven, een representatieve, diplomatieke en soms ook politieke rol.
Japonnen met een boodschap
Van Françoise hebben we brieven uit de jaren 1785-1796. Beter gezegd, het zijn brieven áán haar, van de contacten die ze opdeed toen ze met Maarten achtereenvolgens in Kopenhagen, Hamburg, Madrid en Parijs verbleef. Het zijn er zo’n driehonderd. Haar eigen brieven zijn vooralsnog nauwelijks teruggevonden; ze zullen in archieven liggen die zijn gevormd door privépersonen en gerubriceerd zijn onder ‘particuliere stukken’. Daar hadden historici decennialang geen belangstelling voor, maar dat is niet terecht. De brieven wemelen van de aanwijzingen dat diplomatenvrouwen actief meededen, zij het achter de schermen. Briefschrijvers verhulden hun politieke bedoelingen vaak door de inhoud ervan opzettelijk vaag te houden (met initialen, of puntjes …); naar hun eigen zeggen deden ze dat uit vrees voor censuur en onderschepping. Hun brieven gingen vaak mee met regeringspost.
De ca. zestig afzenders van de brieven aan Françoise, onder wie veel vrouwen, behoorden tot de fine fleur van de Verlichte en kosmopolitische diplomatieke wereld - gezanten, hoge ambtenaren, hovelingen en hun echtgenotes. In de brieven haalden ze herinneringen op aan conversaties en voorvallen tijdens diners, paleisbals, soirees en vele theater - en muziekvoorstellingen, maar er was meer. Over alles wat met het functioneren van de leden van het corps diplomatique te maken had of kon hebben, hielden de dames elkaar op de hoogte: nieuwe benoemingen, de plaatselijk merkbare gevolgen van geopolitieke ontwikkelingen, vriendschappen, recepten, religie, salons, paleizen en ambassadeurswoningen, tot aan ceremonieel en protocol, en niet te vergeten mode. Men becommentarieerde elkaars verschijning en perfectioneerde de eigen look.
Ogenschijnlijk hebben zulke brieven een privékarakter, vandaar dat historici ze als politiek irrelevant terzijde legden, ze behandelen in feite zakelijke onderwerpen. De arena waar deze vrouwen optraden was het sociale gedruis in privévertrekken tijdens theevisites en spelletjesavonden, en in de publieke ruimtes van de bal- en eetzalen en de loges van de macht. Daar behoorden ze samen met hun mannen tot de officiële gasten, net als de echtgenotes van staatslieden, vorsten en aristocraten. En dáár hadden ze wat speelruimte voor lobby, advies en beïnvloeding van de politieke besluitvorming, dáár moesten ze via hun echtgenoot hun land zo goed mogelijk vertegenwoordigen.
Dat deden ze onder meer door in hun publieke rol voor japonnen en accessoires te kiezen met nationale materialen, stijlen of ontwerpen. Of bijvoorbeeld voor hoog opgetaste, met veertjes en bloempjes versierde pruiken zoals de Franse koningin Marie Antoinette ze droeg en die ‘ancien regime’ ademden. Met zulke subtiele boodschappen straalden de madames ambassadrices uit welke diplomatieke loyaliteit ze koesterden, of dat ze oude dan wel nieuwe politieke wegen prefereerden, zonder daarover per se iets hardop te hoeven zeggen. Ze wilden geen partijen tegen zich in het harnas jagen en alle communicatielijnen openhouden, ook in tijden van oorlog. De vertegenwoordigers van de vijand kwamen immers ook naar zulke bijeenkomsten en via deze achterdeur kon men in contact blijven.
Innige vriendschap
Hoezeer uiterlijk, mode en politiek voor deze vrouwen verweven waren, blijkt uit de brieven aan Françoise van Mariana Waldstein-Lichtenstein, Weense van geboorte en door haar huwelijk markiezin van Santa Cruz. De eerste jaren van hun huwelijk verbleven ze aan het Franse hof van Lodewijk XVI en Marie Antoinette, een landgenote van Mariana. Zij nam de uitbundige stijl van de vorstin over, met de hierboven genoemde frivole pruiken en jurken met veel kant en ruches. Dat kon niet meer na haar verhuizing naar Madrid, waar haar man een hoge hoffunctionaris werd. Mariana zelf werd hofdame van de Spaanse koningin en diende zich te conformeren aan de stijvere en zedige stijl van het Spaanse hof.
De innige vriendschap tussen de vrouwen dateerde uit de periode dat ook Françoise en Maarten van der Goes daar gestationeerd waren, van 1793 tot in 1796. Mariana adresseerde haar brieven aan ‘la señora embajadora de Holanda’, wat aangeeft dat ze niet zomaar vriendinnen waren maar elkaar benaderden als leden van de diplomatieke gemeenschap. Ze geeft aan Françoise door wat de stemming in het land is, hoe de politieke gebeurtenissen ter plaatse worden ervaren, bijna als een correspondent.
Na drie tropenjaren - het hof verkaste voortdurend - reisden de Van der Goesen voor een kort verblijf naar Parijs, en vandaar door naar de Republiek, onder andere omdat Maarten ziek was geworden maar ook vanwege de politieke ontwikkelingen. In 1795 was het republikeinse ‘Bataafse’ bewind naar Frans voorbeeld uitgeroepen en in 1796 dreigden radicalere ontwikkelingen. Françoise was al vroeg zeer beducht voor gewelddadige uitwassen van de revolutie. Maarten was evenmin van meet af aan voorstander van de omwenteling in Nederland geweest en hield rekening met zijn ontslag, maar hij behield als onmisbare kracht ook in het nieuwe staatsbestel diplomatieke taken.
Mariana informeerde daarnaar in haar brieven en schakelde steeds soepel tussen het politieke nieuws en modetrends: ‘Ik zou heel blij zijn als je nog langer in Parijs kon blijven, want ik lees graag al je nieuws over de regering van je land en Parijse mode maar ook alles wat je me vertelt over Madame Tallien’ schreef ze na het bericht dat haar vriendin Parijs ging verlaten. Dat laatste ging over Françoises contact met de Spaans-Franse salonnière Thérésia Cabarrus, de geliefde en latere echtgenote van het jakobijnse conventielid Jean-Lambert Tallien. Zij redde vele levens van de guillotine tijdens het schrikbewind van de Terreur door invloed uit te oefenen via haar eigen man, en was hét stijlicoon van de nieuwe Parijse mode. Toen de in macht stijgende Franse politicus en diplomaat Talleyrand haar op een dag in de Opera zag in haar eenvoudige, witte, mouwloze jurk van transparante stof (waar duidelijk niets onder zat), luidde zijn commentaar: ‘zichzelf nog weelderiger vertonen dan zo zou onmogelijk zijn’.
Imago bijslijpen
Het is duidelijk dat de Van der Goesen in Parijs meedraaiden met de nieuwe politieke windrichting die Talleyrand belichaamde. Ook Mariana keek goed naar wat er in Parijs gebeurde. Ze schreef erover in haar brieven en nam in kleding en haarstijl geleidelijk afstand van de Spaanse traditie. En Françoise assisteerde haar daarbij.
In 1793 was oorlog tussen Spanje en Frankrijk uitgebroken, vanwege de terechtstelling van koning Lodewijk XVI en even later ook Marie Antoinette. In 1796 arriveerde de nieuwe Franse ambassadeur, over wie Mariana zich eerst heel negatief uitliet. Ze ging op 14 juli 1796 uit protest niet naar het feestelijk bal van de Franse ambassade ter herdenking van de val van de Bastille.
Maar heimelijk accepteerde ze de nieuwe realiteit, dat Franrijk onoverwinnelijk leek. In februari 1796 meldde ze dat het verloop van de Eerste Coalitieoorlog die Frankrijk onder militaire leiding van Napoleon Bonaparte tegen een groep staten voerde, haar omgeving sterk bezighield. ‘Bonaparte boekt veel vooruitgang’, schreef ze. De strijd tegen hem kon daarom maar beter worden opgegeven.
Alsof ze alvast anticipeerde op een toekomstig Spaans-Frans vredesverdrag begon ze haar imago heimelijk bij te slijpen naar het nieuwe Franse voorbeeld.
Blonde pruiken
Om te beginnen bestelde ze blonde pruiken bij Françoise, die de van paardenhaar gemaakte haarstukken in Parijs speciaal voor haar op maat liet maken - Mariana stuurde voor de zekerheid een meetlint met haar hoofdomtrek mee. Dit moest allemaal in het geheim, want die pruikentrend - niet a la Marie Antoinette met haarpinnen omhoog gestoken maar met natuurlijke omlaag hangende krullen - viel niet goed in Spanje, ook al kreeg Mariana complimenten als blondine: ‘houd het geheim beste vriendin, mannen hier haten dat soort pruiken, wat de reden is dat deze mode niet is aangeslagen onder jonge vrouwen’. Ook wilde ze alles subtiel doen, niet zoals de destijds befaamde Madame Jaruco, een in Havana geboren gravin van wie spotprenten werden gemaakt omdat ze haar haar zo onfatsoenlijk kort had laten knippen dat ‘haar hele rug tot aan de nek onbedekt was.’ Mogelijk was ook dat een politiek statement want zo’n blote neklijn stond in deze tijd bekend als ‘coiffure à la victime’: een eerbetoon aan al degenen die onder de guillotine ter dood waren gebracht en van wie het haar van te voren werd gekortwiekt.
De modieuze Parisienne van toen zwoer bij de empirestijl, populair gemaakt doordat Napoleons vrouw Joséphine de Beauharnais die omarmde: lange rechte japonnen van soepele stoffen met een hoge taillelijn, blote hals en pofmouwen.
Mariana vroeg Françoise in Parijs behalve die pruiken ook om dozen vol witte handschoenen, zijden kousen, meters mousseline, goud geborduurde baljurken, jassen, sjaals en sieraden te sturen - de betaling werd geregeld via ambassadepersoneel. Haar stijlkeuze was een openlijke bevestiging van haar nieuwe, pro-Franse politieke overtuiging. Mariana had later buitenechtelijke affaires met twee Franse libertijnen: Ferdinand Guillemardet en Lucien Bonaparte (de broer van). Beiden resideerden rond 1800 korte tijd als ambassadeur van Frankrijk in Madrid.
Soft diplomacy
Welke rol speelde Françoise in die ommezwaai van haar goede vriendin? Verdiende ze aan haar mode-export? Of wilde ze Mariana, die bij haar komst naar het Spaanse hof niet uitgesproken voor de revolutie was geweest, omturnen en zo strategisch omtoveren tot een uithangbord van de nieuwe revolutionaire waarden in Madrid? We weten het niet, maar in dat geval had ze succes.
Zelf ging de Nederlandse in elk geval volledig om. In 1797 maakte ze samen met Maarten deel uit van de delegatie die hij in Parijs leidde namens het (pro-Franse) Bataafs bewind; doel waren vredesonderhandelingen met Engeland. Een Zwitsers diplomaat kwalificeerde haar naderhand ‘als de niet minst invloedrijke persoon binnen de delegatie’.
Hier fungeerde ze dus als ‘volwaardige’ diplomaat. Maar ook in haar rol als echtgenote bedreef ze diplomatie. Dat kunnen we pas zien als we accepteren dat het daarbij om meer ging dan de officiële onderhandelingen. Die achterhaalde en te nauwe definitie van politiek en diplomatie strookt niet met de toenmalige diplomatieke praktijk van nauw samenwerkende echtparen, waarbij de man steunde op het sociale netwerk van zijn echtgenote.
Het (sociale en culturele) proces dat aan de besluitvorming vooraf ging, moet serieus genomen worden. Het waren, om maar enkele voorbeelden te noemen, de gastvrouwen die bepaalden wie elkaar op welk moment en in welke setting konden ontmoeten. Politici probeerden vaak via de echtgenote een man tot iets over te halen, zoals een benoeming. Maar de vrouwen waren meer dan een doorgeefluik of spreekbuis. Ze hadden hun eigen rol in het draaiende houden van het diplomatieke bedrijf, zoals het regelen van verhuizingen en verder alles wat te maken had met representatie, netwerken, lobbyen (benoemingen) en het inwinnen van inlichtingen. Hoe die samenwerking achter de schermen precies verliep, is moeilijk te achterhalen. De censuur maakte openheid lastig. Het materiaal is incompleet en fragmentarisch, alleen al omdat de brieven van vrouwen vaak zijn vernietigd. Maar uit de wel overgeleverde brieven en dagboeken weten we zeker dat ambassadeursparen bewust heel veel bespraken.
Welk concreet effect op de onderhandelingen het had? Dat is lastig meetbaar. We hebben het hier over soft diplomacy, maar de invloed moet niet worden verwaarloosd. Om een voorbeeld uit het heden te nemen, stel dat premier Schoof ineens met een trumpiaans rood petje bij een Europese top verschijnt. Misschien kan de invloed ervan niet worden aangetoond, maar het doet wel iets met de publieke opinie, en die heeft ook impact op de macht. De geesten worden rijp gemaakt. Zo was het ook met het veranderde kleedgedrag van vrouwen als markiezin Mariana.
Dit artikel verscheen eerder in Geschiedenis Magazine in nummer 5, jaargang 2025.
Verder lezen
- Erin Griffey (red.), Sartorial Politics in Early Modern Europe, Fashioning Women. Visual and Material Culture, 1300-1700, AUP, 2019
- Glenda Sluga, Carolyn James, Women, Diplomacy and International Politics since 1500, Routledge, 2015
- Pim Waldeck, Maarten van der Goes van Dirxland [1751-1826]. Nederlands eerste minister van Buitenlandse Zaken, Vantilt, 2017
Delen: