Kwamen ze om te plunderen, of voor de handel? De Vikingen in Nederland

Iedereen weet wat Vikingen waren: Scandinavische woestelingen die onze steden leegroofden en platbrandden. Het waren misschien wel de meest gevreesde vijanden uit de 9de en 10de eeuw. Maar dit is niet het hele verhaal. Vikingen kwamen ook als handelaren. En soms hielpen ze zelfs mee tegen andere Vikingen.

'Naar een goede vriend / voeren rechte wegen / ook al woont hij wat verder weg.' Deze strofe uit de Hávamál, een Oudnoors gedicht uit de Vikingtijd, laat Vikingen spreken over vrienden die ver weg wonen. Dat is verrassend. Associaties die zich eerder opdringen zijn hun grootschalige plundertochten over lange afstanden. Die begonnen in 793 met de aanval op het klooster Lindisfarne vlak voor de kust van Noord-Engeland. Die gebeurtenis staat in de kronieken te boek als een ongekende ramp en wordt nog altijd gezien als het karakteristieke beginpunt van de Vikingtijd.

In het citaat gaat het juist over vrienden - ook verder weg. Dit sluit misschien niet aan bij het traditionele beeld, toch is het conform de visie die historici en archeologen de laatste jaren steeds vaker presenteren: dat Vikingen niet alleen woestelingen waren, maar ook bloeiende samenlevingen in Scandinavië hadden en succesvol relaties met andere gebieden onderhielden. 

De onderzoekers baseren zich op voorwerpen uit de Vikingtijd die de laatste jaren ook weleens in Nederland gevonden worden. Dit gaat om handelswaar, gebruiksvoorwerpen maar ook kunstig gemaakte sieraden die wijzen op een rijke cultuur. Andere aanwijzingen voor het ‘nieuwe Vikingbeeld’ zijn de Scandinavische saga’s die een wereldbeeld vertolken dat niet alleen waarde hechtte aan oorlogen, roof en bloedig bevochten eer, maar ook aan gastvrijheid, familie, trouw en vriendschap.

Hoe zat het met de Vikingen in Nederland? Wat kwamen zij hier doen en welke bewoners troffen zij hier aan?

19de-eeuwse prent waarop een Vikingbegrafenis wordt afgebeeld. Prent van Louis Moe uit 1898. (Afbeelding: Danmarks Historie i Billeder, 1898, København, AU Library, Campus Emdrup)
 

Handelscontact via Dorestad
Het is zeker niet zo dat de Vikingen, toen zij in 810 hier met hun aanvallen begonnen, een onbekend gebied betraden. Er bestond al eeuwen een intensief contact tussen de thuislanden van de Vikingen in Scandinavië - in onze contreien kwamen vooral zeevaarders uit Denemarken - en het Nederlandse kustgebied dat bekend stond als Frisia en het rivierengebied verder landinwaarts. Niet alleen lijken de elites nauwe banden met elkaar te hebben gehad waarbij zij bondgenootschappen sloten en luxe spullen uitwisselden, ook werd er veel handel gedreven.

Deze handelscontacten liepen meestal via plaatsen zoals het bekende Dorestad, dat bij het huidige Wijk bij Duurstede lag. Goederen zoals wijn en Frankisch glas vonden hierlangs hun weg naar het noorden, daarvandaan kwamen producten als bont en barnsteen via Dorestad op het Europese continent terecht.

200 schepen
Het rivierengebied met Dorestad maakte in die tijd onderdeel uit van het door christelijke koningen bestuurde Frankische Rijk. Ook het noordelijke kustgebied was na 734 als laatste met militaire druk ingelijfd door de Franken en werd in deze periode gekerstend. Het meeste over de Vikingtijd in wat later Nederland werd, weten we dan ook uit wat is opgetekend in verschillende Frankische annalen en kronieken, maar ook uit een aantal Angelsaksische bronnen, latere Scandinavische saga’s en Friese wetsteksten.

Hierin lezen we over de eerste aanval op het vasteland, nadat de Vikingen eerder het klooster Lindisfarne voor de Engelse kust overvallen hadden waarmee de Vikingtijd begon. Nu, in 810, moest Frisia het ontgelden. Frankische kronieken melden dat ‘een vloot van tweehonderd schepen uit Denemarken in Frisia was aangekomen, [dat] alle eilanden voor de kust van Frisia waren verwoest, het leger al aan land was gegaan en drie veldslagen tegen de Friezen had gevoerd.’

Noormannen vallen Engeland aan. Illustratie uit de 12de eeuw. (Afbeelding: Pierpont Morgan Library)
 

Botsing tussen twee werelden
Hoewel de Denen ook nu niet zonder buit vertrokken - ze namen een grote hoeveelheid zilver mee - had deze aanval een heel ander karakter dan de overval op Lindisfarne. Toen ging het om een razendsnelle verrassingsaanval waarbij kerkschatten buit werden gemaakt, waarna de schepen even gauw verdwenen als ze gekomen waren.

In Frisia ging het echter om een politiek beladen actie. De aanval kwam voort uit een botsing tussen twee werelden: het christelijke Frankische rijk onder Karel de Grote en het nog heidense Deense gebied onder Godfrid, beiden met de ambitie hun territoir uit te breiden. Bij de Friese en Saksische kust stuitten de twee grootmachten aan het eind van de 8ste eeuw op elkaar. Dit leidde tot een reeks conflicten. In 809 bouwde Karel om zijn gebied te beschermen een fort in het Saksische gebied. De aanval van 810 moeten we vooral zien als een tegenbeweging, een poging de Franken een slag toe te brengen.

In kronieken
De Frankische kronieken die uit de Vikingtijd zijn overgeleverd en die per jaar de belangrijkste gebeurtenissen in het rijk weergeven, maken na 810 gedurende een periode van twee eeuwen regelmatig melding van contacten met mensen uit Scandinavië. Hieronder zijn veel gewelddadige voorvallen en Vikingaanvallen die op plundering gericht zijn. Neem Dorestad: de Vikingen hielden er agressief huis. Soms werd de stad jaarlijks bestormd en ‘verwoest’, aldus de kronieken, die echter soms met een korrel zout genomen moeten worden. Opvallend is namelijk dat de reguliere handel evengoed gewoon doorging. Dit blijkt uit archeologische vondsten, ook in Dorestad.  Hierdoor vragen historici zich af of de kronieken soms overdreven. Was Dorestad werkelijk zo veerkrachtig dat het lange tijd elk jaar weer het plunderen waard was? Of viel dat 'verwoesten' misschien mee? Ging het bij deze jaarlijkse Vikingbezoeken toch voor een deel ook om handel?  Hoe dan ook verlegde de noordelijke handel zich naar andere centra zoals Tiel, toen Dorestad geleidelijk aan wegviel, waarschijnlijk mede door het verzanden van de rivier.

In Nederland zijn een klein aantal bewijzen van de aanwezigheid van Vikingen in de bodem aangetroffen. Op enkele zeldzame archeologische brandsporen van Vikingaanvallen in Deventer en Zutphen na, zijn deze in musea te bezichtigen. Het Leidse Rijksmuseum van Oudheden heeft een grote collectie objecten uit Dorestad waaronder sieraden uit de Vikingcultuur (zie afbeelding), losse Vikingvondsten en toont de belangrijk ste Vikingschat van Nederland: de schat van Westerklief. Het Fries Museum in Leeuwarden toont in de vaste opstelling een gouden Vikingring, het Zeeuws Museum in Middelburg een toiletset van de Vikingen. (Afbeelding: Rijksmuseum van Oudheden)
 

Verschillende namen
Dat Scandinaviërs niet alleen om te plunderen naar ons gebied kwamen, valt ook op te maken uit het feit dat de kronieken verschillende benamingen voor ‘de Vikingen’ hanteren. Tegenwoordig gebruik men de term Vikingen vaak als groepsnaam voor alle Scandinaviërs uit de Vikingtijd. In de oude kronieken is die term echter gereserveerd voor díe Scandinaviërs die op hun schepen op plundertocht trokken. Viking betekende in eerste instantie piraat of plunderaar; hun rooftochten werden in het Oudnoors omschreven als fara í víking: op Viking gaan. De bronnen omschrijven de daders van zulke plunderaanvallen als Vikingen, maar ook als piraten of heidenen. Als het gaat om Scandinaviërs in het algemeen wordt meestal gesproken over Noormannen of Denen.

Het is dus feitelijk onjuist om het over 'de' Vikingen te hebben, en er is ook geen sprake van één type aanval. Er bestonden verschillende groepen, elk met hun eigen motieven, doelen en methoden, maar er rijst wel een gemeenschappelijk beeld uit de bronnen op: van heidenen die plunderen, roven, verwoesten en tribuut of belasting vragen in zilver of wijn. Ze doodden mensen, namen hen gevangen of verkochten hen als slaaf. Dit en de onzekerheid en voortdurende dreiging  moeten een enorme impact gehad hebben: komen ze dit seizoen, of niet?

Warlords als leenheer
Als het om de aanvallen gaat, denken we vaak in zwart-wit 'wij' tegen 'zij': de Frankische christenen tegen de noordelijke heidenen. Maar sommige bronnen geven een genuanceerder of complexer beeld. Zo zijn er de gevallen waarin Vikingen in het Frankische gebied een leen kregen en zelf de vrede moesten gaan bewaren in het gebied dat ze eerst onveilig maakten. Zij stonden dan als leenheer onder de Frankische heerser, maar konden dat gebied zelf besturen en er belasting innen. Dit was aantrekkelijk voor sommige noorderlingen die een nieuwe uitdaging zochten. De aanvallen waren hier over het algemeen het werk van Deense Vikingen, vaak onder leiding van een prins of andere warlord. Een van de redenen dat deze mannen uitzwermden is dat zij in het buitenland de rijkdom of macht zochten die ze in eigen land niet konden krijgen. Een aantal van hen kwam uit eenzelfde familie die geregeld aanspraak maakte op de Deense troon. Dit soort mannen was gevoelig voor nieuwe kansen op macht.  

Portret van een roodharige man met een metalen helm. Schilderij van Hans Jørgen Hammer uit 1879. (Afbeelding: DBA via Wikimedia Commons)
 

Harald de Viking
Bijvoorbeeld Harald: hij plunderde in de 9de eeuw met zijn bende meerdere keren het kustgebied. In de jaren voor 840 voerde hij echter ook een aantal verwoestende aanvallen uit in opdracht van de Frankische heerser Lotharius. Deze zoon van koning Lodewijk de Vrome lag met zijn vader overhoop en wilde diens macht verzwakken door zijn gebied aan te vallen. Het inhuren van Vikingen bleek een effectief middel. Als beloning kreeg Harald in 841 het eiland Walcheren toegewezen waar hij leenheer mocht zijn, nadat de bekeerde Deen Hemming hier eerder als graaf voor de Franken het gebied beheerde en tijdens een slag tegen binnendringende Vikingen aan Frankische zijde was gestorven. Ook Haralds broer Rorik beheerde het gebied een tijd samen met en na Harald.

In ruil voor...
Soms dwong een Viking zelf een leen af. Dit is het geval bij andere lenen van de niet bekeerde Rorik. Om van zijn vele plunderingen af te zijn, kreeg hij de heerschappij over de gebieden rond Dorestad, Kennemerland, Wieringen en een stuk ‘tussen de zee en de Eider’. In ruil moest hij stoppen met zijn agressie en voortaan de aanvallen van andere Vikingen afweren. Of hij dat ook steeds deed, is een andere kwestie, de bronnen lijken erop te wijzen van niet. Rorik komt er daarin niet altijd gunstig vanaf en wordt neergezet als een heidense vechtjas die zich niet aan zijn woord houdt.

Anders is het met zijn neef Godfred met wie hij soms samenwerkte. Het lijkt erop dat Godfred zich veel meer bond aan de Franken. Hij bekeerde zich en trouwde zelfs met een dochter van de Frankische keizer. Weer een andere Godfred was de laatste van de Deense leenheren in Nederland. Hij werkte in Kennemerland samen met de twee lokale Friese graven Gerulf en Gardulf maar werd uiteindelijk in de val gelokt en vermoord, waarna Gerulf de macht greep. Hiermee was de weg vrij voor de Graven van Holland.

Een 19de-eeuwse postkaart uit Noorwegen. We zien hier een Vikingjongen die uitkijkt over zee. Op de achtergrond zien we een Vikingschip. Illustratie door Eivind Nielsen. (Afbeelding: Skanfil, nr. 2760028)

 

Warme banden?
Dat de Scandinavische plunderaars macht werd gegeven in het rijk ging in ieder geval één christelijke kroniekschrijver veel te ver. Hij schrijft: ‘een uitermate afgrijselijke misdaad, dat zij die kwaad over de christenen brachten nu de macht over de christelijke landen en mensen, en over de kerken van Christus wordt gegeven. Dat de vervolgers van het Christelijk geloof nu als heren over de Christenen zijn, en dat de Christenen mannen moeten dienen die demonen aanbidden…’

Wat de lokale kustbewoners er zelf van vinden dat hun gebied door Denen beheerd wordt, weten we niet. Wel is bekend dat de kustbewoners een aantal vikingaanvallen zelf weten af te slaan en dat ze ook Rorik tijdelijk uit hun gebied weten te verdrijven. Aan de andere kant lezen we dat er geklaagd wordt dat de Friezen niet mee doen aan de kustverdediging tegen de Vikingen tijdens een bepaalde aanval. We weten door  beschrijvingen van de legers tevens dat er zeer waarschijnlijk Friezen betrokken waren bij Vikingactiviteiten in Engeland. Zouden de Friezen, die in de eeuwen hiervoor warme banden met het Deense gebied hadden, anders dan de Franken de Vikingen misschien minder als vijanden en meer als vrienden hebben gezien?

Verder lezen

Spreuken van de Vikingen (vertaling Paula Vermeyden), uitgeverij Reyjavik Gudrun, 1997

• Annemarieke Willemsen, Dorestad. Een wereldstad in de Middeleeuwen, Walburg Pers, 2009

Vikingen!, WBOOKS, 2012

Dit artikel verscheen eerder in nummer 7 (2014) van Geschiedenis Magazine onder de titel: 'Kwamen ze om te plunderen, of voor de handel'.

Delen: