Iedereen had al muntgeld, behalve de Romeinen
We betalen steeds vaker met een bankpas, creditcard of mobiele telefoon. Met de munten en muntjes verdwijnt de ‘oervorm’ van geld uit ons dagelijks leven: duizenden jaren lang was muntgeld immers het meest herkenbare en vanzelfsprekende betaalmiddel. Toch is dat niet altijd zo geweest. Marleen Termeer laat zien hoe de vroege Romeinen worstelden met de introductie en acceptatie van muntgeld en hoe geld en politiek nauw met elkaar zijn vervlochten. Waarom beschikte het Rome van de 5de en 4de eeuw v.Chr. niet over een eigen munt, maar werd die een eeuw later wel ingevoerd? Een blik op de vroegste geschiedenis van het muntgeld plaatst ook de recente opkomst van virtuele valuta, zoals de bitcoin, in een nieuw licht.
‘Laat mij het geld van een land beheren, en het interesseert me niet wie de wetten maakt!’ Dit citaat wordt toegeschreven aan de beroemde bankier Mayer Amschel Rothschild (1744 – 1812), al is het waarschijnlijk apocrief. Het sluit aan bij een wijdverbreid idee: geld en politiek zijn nauw met elkaar verweven. In zijn recente boek Het Belang van Geld geeft de Britse historicus Niall Ferguson tal van voorbeelden, en schrijft hij bovendien een mooie geschiedenis van ons huidige uiterst complexe financiële stelsel. Ferguson wijst erop dat de meeste staten in de geschiedenis hebben geprobeerd de productie van geld te monopoliseren. Pas met de recente introductie van cryptocurrencies zoals de bitcoin wordt er aan deze relatie tussen staat en geld gemorreld. Een blik op de vroegste geschiedenis van het muntgeld kan hier verhelderend werken. Want hoe ver gaat die relatie terug? En hoe vanzelfsprekend is die eigenlijk?
Wat is geld?
De vraag ‘wat is geld?’ is nooit eenvoudig te beantwoorden geweest. In verschillende delen van de wereld en van de geschiedenis kan het antwoord variëren van schelpen of kralen tot een getal op de bank-app op je mobiele telefoon. Om geld te definiëren wordt daarom meestal gewezen op de functies die het vervult: het is een betaal- of ruilmiddel, het kan gebruikt worden om rijkdom op te potten en het is een rekeneenheid waarmee de waarde van verschillende goederen en diensten vergelijkbaar wordt. Toch bestaat er één iconische vorm van geld met een lange geschiedenis: munten.
De oudste bekende munten
De oudste bekende munten werden in de 7de eeuw v.Chr. gemaakt in Lydië, in het huidige Turkije, en onafhankelijk daarvan ontstonden niet veel later ook in China en India de eerste munten. De introductie van muntgeld was een belangrijke historische ontwikkeling: deze vorm van geld is tot op de dag van vandaag in gebruik. Bovendien laten munten vaak duidelijk de inmenging van staten en machthebbers in de productie van geld zien. De munten dragen bijvoorbeeld in de klassiek Griekse wereld vaak het embleem van de polis of stadstaat (afb. 1), en zowel in de Hellenistische koninkrijken als in de Romeinse keizertijd zien we vaak heersers afgebeeld (afb. 2), een praktijk die ook op onze Nederlandse euromunten nog terug te zien is. Doordat de staat op deze manier herkenbaar was op de munt, garandeerde die ook de waarde: het herkenbare embleem werkt als een soort kwaliteitskeurmerk van de munt als geldig betaalmiddel.
Afbeelding 1a en 1b. Munten laten vaak duidelijk de inmenging van staten en machthebbers in de productie van geld zien. Zo droegen ze in de klassiek Griekse wereld vaak het embleem van de polis of stadstaat. Munt van de polis Athene (ca. 450 v.Chr.) met de uil als herkenningsteken van Athena. (Afbeeldingen: American Numismatic Society, ANS)
Rome begint munten te slaan
Zo’n drie eeuwen nadat de eerste munten in het Mediterrane gebied waren verschenen, begon ook Rome zijn eigen munten te slaan, in de late 4de en 3de eeuw voor Christus. In deze periode breidde Rome zijn macht op het Italische schiereiland sterk uit – het Romeinse Rijk lag nog enkele eeuwen in de toekomst. Waarom gingen de Romeinen juist toen muntgeld slaan? En hoe zag dat Romeinse muntensysteem eruit?
Boetes voor het breken van botten
Voor de introductie van muntgeld bestond er wel degelijk geld in Rome. Halverwege de 5de eeuw v.Chr., niet lang na het verjagen van de laatste koning van Rome en het vestigen van de Republiek, werden er regels opgesteld die bekend staan als de Wetten van de Twaalf Tafelen. In deze wetten worden boetes vastgelegd in vaste eenheden; zo staat op het breken van de botten van een vrij man een boete van 300, terwijl die in het geval van een slaaf wordt gereduceerd tot 150 (Tafel VIII.3). Deze boetes worden uitgedrukt in een standaard gewichtsmaat: de as (1 as is ca. 324 gram). Betaling geschiedde voornamelijk in afgewogen brons.
Hiervan getuigen de vele archeologische vondsten van kleine brokjes brons (zogeheten aes rude) en grotere baren, vaak gedecoreerd met een soort visgraatmotief (bekend onder de Italiaanse naam ramo secco, letterlijk ‘droge tak’). Dit gebruik van afgewogen brons als betaalmiddel lijkt naar tevredenheid te hebben gefunctioneerd in de vroege Romeinse republiek van de 5de en 4de eeuw v.Chr. In deze periode was muntgeld al wijdverbreid en breed geaccepteerd in de Griekse wereld, inclusief de Griekse kolonies in het zuidelijke deel van het Italische schiereiland. Er waren zeker contacten tussen de Griekse steden en Rome, maar de munten vonden hun weg nog niet naar de oevers van de Tiber.
‘Van de Romeinen’
Met de vroegste Romeinse munten is iets vreemds aan de hand. Afbeelding 4 toont de allereerste uit ca. 320 v.Chr. Het opvallendste aan het bronzen muntje is de tekst, en dan vooral de taal en het schrift. Er staat ‘PΩMAIΩN’, Grieks voor ‘van de Romeinen’. Ook de afbeeldingen op de munt verraden een sterke Griekse invloed: met op de voorzijde het hoofd van de god Apollo en op de keerzijde de buste van een stier met een mensenhoofd, vaak geïnterpreteerd als de riviergod Acheloos. Munten met deze voorstellingen waren wijdverbreid in de Griekse wereld en werden ook gebruikt door de Griekse stad Napels, reden om aan te nemen dat deze vroegste Romeinse munt hier werd geslagen. Buiten het opschrift zijn de eerste Romeinse munten niet direct herkenbaar als Romeins. In een tijd waarin slechts een zeer klein deel van de bevolking kon lezen, waren de afbeeldingen belangrijker.
Ook op de vroegste Romeinse zilveren munt (afb. 5) zijn die ontleend aan andere steden: de kop van Mars op de voorzijde lijkt sprekend op een iets oudere munt van de Griekse stad Metapontum, terwijl de paardenkop op de keerzijde mogelijk is geïnspireerd op contemporaine munten van Carthago. Wel is de tekst nu in het Latijn: ‘ROMANO’. Naast het geslagen zilver en brons bestaan er uit deze periode ook grote gegoten bronzen munten, die vaak helemaal geen tekstopschrift hebben (afb. 6).
Al deze munten waren vrij zeldzaam: het is zeer onwaarschijnlijk dat de gemiddelde Romein in deze periode al zijn of haar dagelijkse boodschappen met muntgeld betaalde. We moeten ons eerder voorstellen dat het voor specifieke betalingen werd gebruikt, bijvoorbeeld om oorlogsbuit onder soldaten te verdelen. De vroege Romeinse muntslag is dus uiterst divers: het is een wirwar van verschillende soorten munten, vaak met uiteenlopende afbeeldingen en veelal beïnvloed door Griekse voorbeelden. Deze sterke Griekse invloed op individuele munten heeft echter het paradoxale gevolg dat de vroegste Romeinse muntslag als geheel juist flink afwijkt van de Griekse. Anders dan in Rome was het in de Griekse wereld namelijk gebruikelijk dat elke politieke gemeenschap haar eigen, herkenbare munten sloeg en op die manier ook de waarde garandeerde.
Zilver en brons
De oorspronkelijke aarzeling van de Romeinen om muntgeld in te voeren en de buitengewone variatie in de vroege Romeinse munten laten zien dat de acceptatie van muntgeld in de Romeinse wereld geen vanzelfsprekendheid was. Dit wordt nog eens bevestigd door de verschillende verspreiding van de munten: blijkbaar kon je niet overal in Italië met hetzelfde geld betalen. Zo vinden we de vroegste zilveren exemplaren voornamelijk terug in het zuiden van het schiereiland, waar zilveren munten al veel langer werden gebruikt in de Griekse kolonies. Omgekeerd treffen we de grote gegoten bronzen munten voornamelijk aan in de directe omgeving van Rome, waar ze een voortzetting lijken te zijn van het oude geldsysteem van afgewogen brons. Het gebrek aan een herkenbare en centraal uitgegeven Romeinse munt laat zien dat het voor de Romeinse staat in deze periode moeilijk of niet interessant was om een algemeen muntsysteem in te voeren. Of ze de waarde van de diverse ‘Romeinse’ munten waarborgde, zoals dat in de Griekse wereld gebeurde, is de vraag, en dat is begrijpelijk: de Romeinse staat was, zeker naar modern begrip, nog fragiel en zeer matig ontwikkeld. De macht van elitefamilies was vaak nog zeer groot.
Nouveau riche
De introductie van muntgeld was politiek beladen: verschillende groepen hadden belang bij het succes van verschillende soorten munten. Overeenkomstig met de gevestigde belangen van de traditionele elite werd in Rome zelf aangesloten op het bestaande geldsysteem van afgewogen brons. Deze oude families zaten waarschijnlijk niet te wachten op een nieuwe vorm van geld; hun positie was mede gebaseerd op het bestaande waardesysteem. Zilver was een nieuw waardemiddel, en het sprak niet vanzelf dat de heersende elite er makkelijk toegang toe had. De zilveren munten boden zo nieuwe mogelijkheden aan groepen die dat wel hadden: zij waren een soort nouveaux riches. Toegang tot zilver gaf echter ook bestaande elitefamilies de kans zich te onderscheiden van hun concurrenten binnen Rome. De zilveren munten circuleerden voornamelijk in het zuiden van het schiereiland, dus juist Romeinen die hier actief waren, konden aan zilver komen. Mogelijk hadden sommigen goede handelscontacten, maar belangrijker is dat Rome nu voor het eerst ook militair actief was in het zuiden van Italië. Het is dan ook zeer goed mogelijk dat het besluit om zilveren munten te slaan genomen werd door Romeinse generaals op veldtocht. Zij opereerden weliswaar namens de Romeinse politiek, maar konden zelf beschikken over een groot deel van de buit en zelf beslissen om daar munten van te slaan.
Grootmacht
Pas aan het einde van de 3de eeuw v.Chr. zou Rome een muntsysteem invoeren rond één herkenbare, Romeinse zilveren munt: de denarius. De stad was nu uitgegroeid tot een grootmacht op het mediterrane toneel. In de eerste dertig jaar van de 3de eeuw had Rome in rap tempo grote delen van Centraal- en Zuid-Italië veroverd. Hierdoor ontstonden oorlogen met onder andere Pyrrhus, de koning van het Griekse Epirus (280-275 v.Chr.), en Carthago (Eerste Punische Oorlog 264-241 v.Chr.). Aan het einde van de eeuw won Rome de Tweede Punische Oorlog, het grootste conflict dat de (mediterrane) wereld ooit had gezien. Tijdens deze laatste grote machtsconfrontatie introduceerde Rome de denarius. Waarom dat juist toen gebeurde, is nog altijd onderwerp van debat, maar we weten dat Rome toegang kreeg tot grote hoeveelheden zilver uit Spanje. Belangrijker nog is dat Rome als machtige speler in het mediterrane gebied een eigen, overkoepelende politieke identiteit ontwikkelde. De machtsstrijd binnen de Romeinse elite was niet verdwenen, maar nu wel ondergeschikt aan de bredere belangen van de staat.
Bitcoin
Dat de introductie van muntgeld voor de Romeinen zeker geen vanzelfsprekende ontwikkeling was, is voor ons moeilijk voor te stellen: het is in de loop der eeuwen een iconische vorm van geld geworden. Het gebruik van cash loopt niettemin steeds verder terug: met de opkomst van digitaal geld is in Nederland tussen 2010 en 2018 het aantal contante betalingen afgenomen met 42% (Rapport DNB/Betaalvereniging Nederland ‘Betalen aan de Kassa’ 2018). Het coronavirus zal dit alleen nog maar versnellen. Het Romeinse voorbeeld laat zien dat het staatsmonopolie op geld de uitkomst is van een historisch proces en geen standaardkenmerk van geld. Ook dit inzicht wint aan belang door de financiële ontwikkelingen van de laatste jaren, zoals de opkomst van de bitcoin. Net zoals de Romeinse staat waarschijnlijk niet borg stond voor het vroege muntgeld, zo worden de nieuwe cryptocurrencies evenmin door een centrale instantie gegarandeerd. Het is goed mogelijk dat de bitcoin in dit opzicht meer lijkt op het vroegste Romeinse muntgeld dan op onze moderne munten.
Dit artikel verscheen in 2020, nr. 7, in Geschiedenis Magazine onder de titel 'De macht van munten: het eerste muntgeld van de Romeinen'.
Verder lezen
- Michael H. Crawford, Coinage and Money under the Roman Republic. Italy and the Mediterranean Economy. Methuen & Co Ltd., 1985
- Niall Ferguson, Het belang van geld. Een alternatieve wereldgeschiedenis, Hollands Diep, 2019.
Delen: