Hoe koning Eumenes een groots nieuw festival lanceerde

In 182 v. Chr. ging het nieuws als een lopend vuurtje door de steden rond de Egeïsche Zee: de Attalidenkoning Eumenes II van het kleine koninkrijk Pergamon, had de Galaten verslagen. Euemenes liet er geen gras over groeien. Hij kondigde een groot nieuw festival aan: de Nikephoria. Met atleten, muziek en krachtmetingen, ofwel een groots antiek festival met alles erop en eraan. Voor dit jonge en kleine koninkrijk was de lancering van de Nikephoria een groot moment. Festivals waren nu eenmaal de ontmoetingsplaats bij uitstek voor Griekse steden (en een uitgelezen gelegenheid om een diplomatiek netwerk op te bouwen).

De Attaliden heersten in de derde en tweede eeuw v.Chr. over Pergamon, een bescheiden koninkrijkje aan de westkust van het huidige Turkije. Ze waren een kleine speler op het internationale politieke veld. Toch wisten ze in 188 v.Chr. door een gelukkige alliantie met de opkomende Romeinse Republiek hun gebied drastisch te vergroten. Ze stelden het voor de toekomst veilig toen ze zes jaar later de Galaten versloegen die het hun al heel lang lastig hadden gemaakt. Tom Britton en Onno van Nijf belichten Attalidenkoning Eumenes II (197-159 v.Chr.). Hij zette een indrukwekkend festival op. Maar waarom precies?

De overwinning op de Galaten
In 182 v.Chr. ging in steden rond de Egeïsche Zee het nieuws rond van een onverwachte overwinning: Eumenes II had de Galaten verslagen, een stamverband van rondtrekkende Keltische volken die in de derde eeuw v.Chr. vanuit het Donaugebied bijna heel Griekenland onder de voet hadden gelopen. Een alliantie van Griekse steden onder leiding van de Aetoliërs uit West-Griekenland had er nog net een stokje voor gestoken. De Galaten zouden zich uiteindelijk vestigen in Centraal-Anatolië, in het gebied dat aan hen zijn naam zou ontlenen: Galatia. Van daaruit rustten ze herhaaldelijk plundertochten uit richting de steden in de buurt en aan de kust, waaronder Pergamon. Koning Eumenes wist in 188 v.Chr. door een alliantie met de opkomende Romeinse Republiek zijn gebied te vergroten ten koste van regionale (Griekse) rivalen, en in 182 v.Chr. lukte het hem eindelijk de Galaten in een veldslag definitief te verslaan.

Een nieuw festival: Nikephoria
Eumenes liet vervolgens gezanten vanuit Pergamon vertrekken om in vele plaatsen een nieuw festival te verkondigen, de Nikephoria (Overwinningsspelen). De eerste editie zou plaatsvinden op de eerste verjaardag van de zege. De spelen werden gewijd aan de godin Athena Nikephoros, de ‘brengster van de overwinning’. Er stonden atletische, hippische en muzikale krachtmetingen op het programma, maar het zouden geen gewone wedkampen worden: de gezanten beklemtoonden dat ze niet onderdeden voor de alombekende Olympische en Pythische Spelen van Delphi.

Sporters zijn bezig met de pankration, een combinatie van boksen en worstelen die op festivals zoals de Olympische Spelen werd beoefend. (Afbeelding: vaas ca. 330 v.Chr. British Museum Londen)
 

Feestelijke saamhorigheid
Waarom wedstrijden? Fysieke krachtmetingen vormden in de oudheid een integraal bestanddeel van veel Griekse godsdienstige festivals. Spelen moesten de goden eren met een vertoon van menselijke uitnemendheid, de lichamelijke en culturele superioriteit van de aristocratie tentoonspreiden en het volk samenbinden door middel van een gedeeld ritueel. Griekse steden organiseerden tal van wedkampen, die niet zelden werden gefinancierd door rijke weldoeners. De meeste van zulke festivals waren lokaal van aard, maar de Olympische Spelen, de Pan-Atheense Spelen en enkele andere stonden open voor deelname uit de gehele Griekse wereld en zelfs daarbuiten.

In de eeuwen volgend op de veroveringen van Alexander de Grote (356-323 v.Chr.) won de cultuur van de Griekse elite steeds meer aan populariteit in het oosten van het Middellandse Zeegebied. Veel steden stelden internationale festivals in om hun diplomatieke en economische positie in de nieuwe, Grieks georiënteerde wereld te bevestigen.

Een uitstekend lobbyist
Het erkennen van een nieuw festival bracht voor deelnemende steden op zich weinig kosten of moeite mee, maar voor de initiatiefnemer hing er veel van af: zo bewerkstelligde hij dat de andere steden zich op allerlei manieren en langdurig met zijn stad associeerden. Door nieuwe spelen als de Nikephoria dezelfde status te verlenen als de Olympische en Pythische Spelen, verplichtten de steden zich collectief om publieke eer te bewijzen aan winnaars. Erkenning van de nieuwe spelen in Pergamon zou voor hen ook iets opleveren: hun burgers zouden graag willen deelnemen en een overwinning zou groot prestige verlenen, én de steden kregen de gelegenheid het puik van hun atleten te laten zien en daar status aan te ontlenen.

Dat uitgerekend Pergamon grootse nieuwe spelen zou organiseren, was echter lange tijd uiterst onwaarschijnlijk. De Attaliden waren internationaal pas komen kijken in 287 v.Chr. Toen kwam de Macedonische generaal Philetaerus aan het hoofd te staan van de semi-autonome stadstaat Pergamon, dat toen nog onderdeel was van het Seleucidische rijk in het Nabije Oosten (dit was een van de staten die waren voortgekomen uit Alexander de Grotes Macedonische Rijk). Phaletaerus breidde zijn macht uit en zijn opvolger en aangenomen zoon Eumenes I wist Pergamon echt onafhankelijk te maken: een klein koninkrijk in de schaduw van grootmachten als de Seleuciden en de Ptolemaeën in Egypte.

Door Eumenes’ zege over de Galaten ontstonden echter nieuwe kansen, en de koning blijkt een uitstekend lobbyist te zijn geweest om die te verzilveren.

Eumenes won samen met zijn broer het prestigieuze onderdeel wagenrennen op de Pan-Atheense Spelen. Het rijden met een strijdwagen maakte al heel lang onderdeel uit van de Griekse cultuur. Op de afbeelding: een gereconstrueerd grafbeeldje uit ca. 725 v.Chr. (Agora Museum Athene, foto Sharon Mollerus via Wikimedia Commons).
 

Hoeder van de Grieken
Het begint al met zijn keuze voor het motto voor het festival. In theorie kon het om allerlei redenen worden ingesteld, zoals de miraculeuze verschijning van godheden of de huldiging van dynastieke stamvaders, maar de Nikephoria legden het accent op de dreiging van de Galaten. Eumenes wilde zich met zijn festival presenteren als hoeder van de Grieken tegen de barbaren. Dit thema kon rekenen op brede weerklank bij de Griekse steden, die immers zelf rond 280 v.Chr. te maken hadden gehad met de op drift geraakte Keltische volken.

De Aetolische federatie had al in 279 v.Chr een eigen festival ingesteld om hun bevrijding van de Galaten te vieren. Hoewel deze ‘Soteria van Delphi’ nog steeds een grote reputatie genoot, reageerde de federatie toch positief op de diplomatieke ouvertures van Eumenes. Dit weten we uit een inscriptie in Delphi. Kennelijk bereikten ze een vergelijk en kon de politieke winst worden gedeeld: de Aetoliërs wierpen zich op als verdedigers van de Europese Grieken, de Attaliden mochten zich presenteren als de verdedigers van de Grieken in Azië.   

Publiciteitscampagne
Eumenes moest als nieuwkomer een diplomatiek offensief lanceren om het festival op de kaart te zetten en de erkenning te krijgen die hij nodig had om er werkelijk een prestigieus festein van te maken. Hij bouwde de publiciteitscampagne zorgvuldig op. Zo stemde hij zijn uitnodigingen nauwkeurig af op de afzonderlijke ontvangers. Hij zond vooraanstaande burgers van Pergamon naar steden binnen de Attalidische invloedssfeer zoals Iasos. Deze afgezanten beloofden dat inwoners van deze satellietsteden die deelnamen aan de Nikephoria, voortaan op een voorkeursbehandeling in Pergamon konden rekenen. Dit alles onder het mom van het grote belang van regionale solidariteit tegen indringers en gevaren. De inwoners van Iasos namen de boodschap blij in ontvangst en lieten die vastleggen op een grote inscriptie.

Eumenes bouwde een tempel in Pergamon ter ere van zijn overwinning op de Galaten. Het bouwwerk is gereconstrueerd in het Pergamonmuseum in Berlijn. De afbeelding van het gebouw en een van de tempelfriezen komt uit de Brockhaus and Efron Encyclopedic Dictionary (1890-1907).
 

Naar plaatsen verder weg stuurde Eumenes boodschappers die afkomstig waren uit de gehele Griekse wereld. Zo kon de eervolle indruk worden gewekt dat het om panhelleense spelen ging in plaats van het zoveelste bescheiden festival onder strikt lokale auspiciën. We weten uit inscripties dat deze gezanten op sommige plaatsen, zoals in Delphi, de vriendschap van Eumenes met de Romeinen beklemtoonden en op de diplomatieke voordelen wezen die samenwerking met Eumenes met zich mee zou brengen. De gezanten echter die het festival bij de Aetoliërs kwamen aanprijzen, hielden juist tactisch hun mond over Rome. Tussen die twee machten bestonden namelijk spanningen, die zouden uitmonden in de Aetolische Oorlog van 191-189 v.Chr.

Munt
Onderdeel van de publiciteitscampagne was de speciale uitgifte van een bijzondere en kostbare zilveren munt met een afbeelding van Athena Nikephoros. Deze werd in omloop gebracht tijdens het festival en het idee was dat atleten en toeschouwers de munten mee naar huis namen. Zo zou hun brede omloop verzekerd zijn en daarmee de verbreiding van kennis over het festival. De meeste zullen zijn omgesmolten, maar archeologen hebben zo’n munt inderdaad aangetroffen in Centraal-Griekenland, wat aangeeft dat de opzet van het plan geslaagd is.

Verder bewijs voor de populariteit van de spelen vinden we in een zuil die is opgericht ter ere van ene Pythion van Rhodos, een hoogst succesvolle bokser en worstelaar. De Nikephoria prijkten op zijn lange lijst van overwinningen. Kennelijk was Eumenes erin geslaagd zijn nieuwe spelen in te weven in het bredere netwerk van toonaangevende wedstrijdfestivals waar atleten van naam op afkwamen.

Legitimiteit
De koning heeft een grote krachtsinspanning geleverd. Wat hem ertoe heeft aangezet, is destijds niet opgetekend, maar we denken dat het zo zit: hij was in 188 v.Chr. gekatapulteerd in een leidende positie in het oostelijke Middellandse Zeegebied, maar dit was eerder door toedoen van Rome gebeurd dan door eigen veroveringen. De macht van het vergrote Attalidenrijk en dus de legitimiteit van zijn vorst waren niet onomstreden. In 182 v.Chr. had Eumenes de definitieve zege over de Galaten wel aan zijn eigen inspanningen te danken. De Nikephoria waren voor de vorst waarschijnlijk een manier om zijn verdiende militaire successen te bewieroken, zijn nieuwe status als regionaal machthebber te onderstrepen en zijn goede wil te tonen aan de Griekse steden in de regio. Eumenes pronkte wel met zijn Romeinse contacten als het zo uitkwam, maar liet ook goed uitkomen dat híj de regio had verlost van de Galatenplaag en dat híj een gloednieuw festival op zijn conto kon schrijven. De Nikephoria plaatsten de Attaliden op eenzelfde niveau als gevestigde dynastieën; niet langer waren ze af te doen als slechts de cliënten van Rome.

Dit was niet de enige keer dat Eumenes gebruikmaakte van de Griekse festivalcultuur. In 178 v.Chr behaalde hij samen met zijn drie broers een spectaculaire vierdubbele overwinning bij het paard- en wagenrennen op de prestigieuze Pan-Atheense Spelen in Athene. Hij plaatste zijn dynastie op een belangrijk internationaal podium: als sponsors van festivals maar ook op eigen kracht, als zegevierende wedstrijddeelnemers, lieten ze zich gelden in de Griekse wereld.

De koninklijke broers zullen zeker de gelegenheid te baat hebben genomen om hun eigen vierjaarlijkse Nikephoria te promoten, als vervolg op de diplomatieke campagne van 182 v.Chr. Festivals waren nu eenmaal de ontmoetingsplaats bij uitstek voor Griekse steden, en een uitgelezen gelegenheid voor diplomatie. Enige jaren later begon Eumenes zelfs een nieuw festival in Sardis, een belangrijk centrum in zijn rijk. Het werd genoemd naar hemzelf en gewijd aan de godin Athena. Twee inscripties uit Delphi geven aan dat ook deze zogeheten Panathenaia kai Eumeneia brede erkenning vonden in de Griekse wereld. Hij oogstte dus opnieuw succes. Door binnen in plaats van tegen de gevestigde instellingen te werk te gaan, hadden de Attaliden vrienden gemaakt. Zo vestigden ze zich stevig als de jongste grootmacht in het oostelijk Middellandse Zeegebied.

Dit artikel verscheen in nummer 8 - 2020 van Geschiedenis Magazine onder de titel: 'Festivaldiplomatie'.

 

 

Delen: