Het Panamakanaal: onweerstaanbaar voor imperialisten

Donald Trump aast op het Panamakanaal: de poort tussen de Atlantische Zee en de Stille Oceaan. Volgens de Amerikaanse president was het een fout van de Verenigde Staten om het ooit aan Panama te geven. Het gaat Trump om economische macht - precies de reden dat het kanaal begin 20ste eeuw werd aangelegd. De lange geschiedenis van het Panamakanaal is er een van grenzeloze ambities, talloze mislukkingen en… vele slachtoffers. Ivo van de Wijdeven vertelt meer.

Het verhaal van het Panamakanaal begint vijfhonderd jaar geleden aan het hof van de Spaanse koning Karel V. Conquistador Vasco Nunez de Balboa stak in 1513 vanuit de pas gestichte kolonie Darién (aan de kust van het huidige Colombia) de landengte van Panama over en claimde de Stille Oceaan voor Spanje. Hoog in de bergen zag Balboa dat de Atlantische en de Stille Oceaan hier slechts gescheiden werden door een verleidelijk smal stukje land. Helaas bleek er geen natuurlijke waterweg te zijn, waarop Karel V in 1534 opdracht gaf om de mogelijkheid van een kanaal te onderzoeken.

Daar kwam toen niets van terecht, maar eind 17de eeuw raakte de Schotse avonturier William Paterson bezeten van het idee om de lange zeiltocht rond Kaap Hoorn overbodig te maken met een kanaal door de regio Darién.

Spaanse arbeiders aan het Panamakanaal, begin 20ste eeuw. (Afbeelding: Otis Historical Archives via Wikimedia Commons)
 

Paterson beweerde een plek gevonden te hebben zonder bergen met ‘brede valleien van kust tot kust’. Volgens hem zou Schotland met een kanaal ‘de poort naar de Stille Oceaan en de sleutels naar het universum’ bezitten. Jaloers op de koloniale rijkdom van hun Engelse zuiderburen, schraapten de Schotten 400.000 pond bij elkaar - de helft van al het beschikbare kapitaal in het land - en in de zomer van 1698 vertrok Paterson met 1200 kolonisten naar Darién.

Dat was door de Spanjaarden verlaten en niet zonder reden. Eenmaal aangekomen werden de Schotten geplaagd door ziekte, honger en aanvallen van de Cuna, de oorspronkelijke bewoners van het gebied. Na zeven maanden keerden de overgebleven kolonisten met de staart tussen de benen terug naar huis. Twee andere expedities mislukten ook faliekant; niet in de laatste plaats door tegenwerking door de Spanjaarden, die niets zagen in deze inmenging in hun koloniale achtertuin. Als gevolg van de Darién Disaster stierven uiteindelijk tweeduizend Schotten en was Schotland failliet. Dat maakte de Act of Union met Engeland in 1707 onvermijdelijk.

Vogelvluchtbeeld uit 1912. (Afbeelding: National Geographic Society (U.S.), Wikimedia Commons).
 

Bonte stoet ingenieurs
Desondanks bleef het idee voor een kanaal dwars door Midden-Amerika springlevend. De Amerikaanse Founding Fathers Benjamin Franklin en Thomas Jefferson zagen het als respectievelijk een bron van welvaart en een manier om de Amerikaanse macht uit te breiden. Toen de Spaanse greep op Midden-Amerika begin 19de eeuw verslapte trok een bonte stoet van door machthebbers en miljonairs gesponsorde Amerikaanse, Engelse, Franse, Italiaanse, Deense en Nederlandse ingenieurs en avonturiers naar de landengte van Panama. Ze zaten elkaar in de haren en de meesten van hen was hetzelfde lot beschoren als de Schotten.

Zowel de Amerikanen als de Britten zagen zichzelf als de aangewezen hoeder van een toekomstig kanaal, maar om een hoogoplopend conflict te voorkomen beloofden ze elkaar in 1850 plechtig in een verdrag om af te zien van de bouw ervan. Vooral voor de Amerikanen was géén kanaal beter dan een kanaal in handen van een buitenlandse macht. En hoewel Washington na de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) sterk inzette op het vergroten van de eigen invloedssfeer in Midden- en Zuid-Amerika, bleef het vasthouden aan het verdrag, vooral uit vrees dat het voor de machtige Britse Royal Navy een peulenschil zou zijn om een Panamakanaal te veroveren.

De Amerikaanse president Theodore Roosevelt inspecteert in 1906 de voortgang; bij zijn gezelschap ook zijn vrouw Edith met een antimuggen-voile om haar hoed. (Afbeelding: National Archives Catalog)
 

Dieet van mosterd, cognac en sigaren
In 1880 sprong niemand minder dan de Franse ingenieur Ferdinand de Lesseps in het gat. Na de voltooiing van het Suezkanaal (1869) zag hij zichzelf als de aangewezen persoon om ook een Panamakanaal te realiseren, ook al had hij de landengte nog nooit met eigen ogen gezien. Toen de eerste spade de grond in ging hingen er banieren waarop De Lesseps werd gevierd als ‘het grootste genie van de 19de eeuw’.

Zijn project werd echter een debacle van ongekende omvang. Mensen die aan het kanaal werkten werden geplaagd door epidemieën van malaria en gele koorts. Dat die ziekten werden verspreid door muggen was nog onbekend en pogingen om ze te bestrijden met een dieet van mosterd, cognac en sigaren haalden natuurlijk niets uit. De Franse poging om een kanaal op zeeniveau te graven kostte uiteindelijk zo’n 20.000 levens, voornamelijk Jamaicaanse contractarbeiders die onder barre omstandigheden het zware werk moesten verzetten. Het regende bijna constant en aardbevingen en bosbranden hielpen evenmin mee. Het werk schoot totaal niet op en ook de financiële kosten gierden de pan uit.

Uiteindelijk zou de Amerikaanse president Theodore Roosevelt de faillete Franse boedel opkopen voor 40 miljoen dollar. Daar was toentertijd ook verzet tegen vanuit de regering van Colombia waar Panama sinds de 19de eeuw onder viel. Meer weten over de bouw van het Panamakanaal? En wat er na de voltooiing gebeurde? Je leest het in het nieuwe nummer van Geschiedenis Magazine. Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 7 maart. Nog geen abonnee? Meld je uiterlijk donderdag 20 februari aan, dan krijg ook jij dit nummer thuisgestuurd.

Delen: