Het lot van de Romantische en losbandige avonturier Lord Byron

De Engelse romantische dichter Lord Byron werd in een klap beroemd door zijn verhalend gedicht Childe Harold’s Pilgrimage (1812). Zijn personage Childe Harold, gekweld door onbeantwoorde liefde, was de eerste byronic hero: het type van de romantische rebel met een duister verleden. Byrons lezers zagen Childe Harold als zijn zelfportret en hij cultiveerde dit imago met zijn atletische gestalte en zwoele blik. Zijn aantrekkingskracht werd nog groter doordat hij bekend stond als 'mad, bad, and dangerous to know': vanwege zijn verkwistende levensstijl en allerhande liefdesaffaires, met mannen en vrouwen. Ook zijn tragische lot droeg bij aan zijn populariteit. In 1823 meldde hij zich als vrijwilliger bij de Griekse rebellen die streden tegen de Turkse heerschappij over hun land. Het werd zijn dood.

George Gordon Byron, geboren in 1788, werd in een klap beroemd door zijn verhalend gedicht Childe Harold’s Pilgrimage (1812). Het is gebaseerd op de grand tour die hij na zijn afstuderen aan Cambridge als begin twintiger had gemaakt, naar voor die tijd exotische bestemmingen als Spanje en Griekenland. Zijn door onbeantwoorde liefde gekwelde personage Childe Harold was de eerste van de byronic heroes die telkens terugkeerden in zijn poëzie.

Dit type van de romantische rebel, achtervolgd door een duister verleden en wars van conventies, was Byrons belangrijkste bijdrage aan de literatuur: Heathcliff in Wuthering Heights, Captain Ahab in Moby-Dick, Severus Sneep in de Harry Potter-boeken en vele andere personages gaan erop terug. Byrons lezers zagen Childe Harold als zijn zelfportret en hij cultiveerde dit imago van byronic hero. Met zijn atletische gestalte, zwoele blik, zwierige haarlok én losbandige gedrag was hij woest aantrekkelijk. Portretten van hem vonden gretig aftrek, net als zijn gedichten.

Byron met een speciaal voor zijn Griekse missie ontworpen helm, geïnspireerd op die van Hector in Homerus’ epos Ilias. Uit: Adam Friedel, De Grieken… (1830). (Afbeelding: Wikimedia Commons)
 

Mad, bad, and dangerous to know
Vanwege de veelbesproken verhouding met een getrouwde vrouw waarin hij na zijn reis in Londen verwikkeld raakte en zijn verkwistende levensstijl, stond hij al gauw bekend als ‘mad, bad, and dangerous to know’, maar dat stimuleerde de ‘byromania’ alleen maar. Om het hardnekkige gerucht tegen te gaan dat hij een incestueuze relatie had met zijn halfzuster Augusta Leigh, trouwde hij in 1815 met de moreel onkreukbare – en welgestelde – Annabella Milbanke. Vlak na de geboorte van hun dochter Ada ging hij bij haar weg en in 1816 ontvluchtte hij, achtervolgd door schandalen en schulden, zelfs het land. Voorgoed.

Keerpunt door Shelley
Al jong had Byron ook politieke ambities. Toen hij in 1811 terugkeerde van zijn grand tour, nam hij als Lord – een titel die hij op zijn tiende geërfd had – zitting in het Hogerhuis voor het district Nottinghamshire. Hij verdedigde er onder meer de gewelddadige protestacties van ambachtelijke wevers in zijn district, die zich verzetten tegen de mechanisatie van de textielindustrie. Ook was hij uitgesproken voorstander van het toekennen van burgerrechten aan rooms-katholieken. Met zijn vertrek uit Engeland eindigde zijn actieve rol in de Britse politiek, maar de rest van zijn leven zou hij trouw blijven aan zijn links-liberale opvattingen.

Zijn nog weinig concrete politieke ideeën kregen richting na zijn ontmoeting in 1816 met de Engelse dichter Percy Bysshe Shelley in Zwitserland. De vier jaar jongere Shelley was een radicale vrijdenker, een openlijke atheïst die zijn vrouw en kinderen had verlaten en ongetrouwd samenleefde met Mary Godwin, dochter van de bekende vroege feministe Mary Wollstonecraft. Hun diepgaande gesprekken over filosofie, politiek en poëzie betekenden een keerpunt voor Byron. Daartoe aangespoord door Shelley besloot Byron ‘to do … something nobler than to live and die.’

De revolutiejaren 1820-1821
De zoektocht naar een politieke zaak om voor te leven voerde hem in eerste instantie naar Venetië. Daar werd hij verliefd op de 19-jarige Teresa Gamba Guiccoli, die getrouwd was met een veertig jaar oudere Italiaanse graaf. Haar echtgenoot ging uiteindelijk akkoord met een scheiding van tafel en bed, onder voorwaarde dat zij in een klooster ging wonen, óf bij haar vader in Ravenna. Het werd uiteraard Ravenna, waarheen Byron haar volgde. Via haar vader en haar broer Pietro Gamba, beiden lid van een geheim revolutionair genootschap, raakte Byron zijdelings betrokken bij de Risorgimento, de beweging die Italië wilde bevrijden van overheersing door de paus en Oostenrijk en een verenigde Italiaanse natie wilde stichten.

Toen de Risorgimento in 1821 mislukte, verloor Byron alle belangstelling voor de Italiaanse politiek, maar hij bleef trouw aan de familie Gamba en zijn interesse in revolutie en nationalisme was gewekt. Niet alleen in Italië waren er pogingen tot revolutie in 1820-1821. Ook Spanje en Zuid-Amerika kenden (nationalistische) opstanden en in 1821 verklaarden Grieken hun land, dat vanaf de 15de eeuw bij het Ottomaanse Rijk had gehoord, onafhankelijk. Een eerdere poging daartoe, eind 18de eeuw, was mislukt, maar die had wel internationaal veel sympathie opgeleverd en tot het filhellenisme geleid. Shelley was een aanhanger van deze culturele en politieke beweging, die het oude Griekenland als begin van de westerse beschaving zag en het moderne Griekenland niet als Turks, maar als Europees beschouwde.

Byron in Grieks kostuum (anoniem, 1830). (Afbeelding: Benaki Museum, Google Art Project, Wikimedia Commons)


Brandstapel op het strand
De familie Gamba verruilde eind 1821 Ravenna voor Pisa, waar ook de (inmiddels getrouwde) Percy en Mary Shelley zich gevestigd hadden. Byron verhuisde mee. De Shelleys waren in Pisa bevriend geraakt met Alexandros Mavrokordatos, een Griekse intellectueel in ballingschap die hen op de hoogte hield van de politieke ontwikkelingen in Griekenland. Na het uitbreken van de revolutie in 1821 keerde hij naar zijn land terug en werd een van de belangrijkste leiders in de onafhankelijkheidsstrijd. Die ging in de vroege fasen gepaard met veel gruwelijkheden. Zo slachtten Griekse opstandelingen op 5 oktober 1821 zo’n 8.000 moslims en ook Joden af in Tripolitsa (nu Tripoli) in de Peloponnesos. Als wraak verwoestten de Turken in april 1822 het Griekse eiland Chios voor de kust van Turkije, waarbij volgens contemporaine bronnen minstens 25.000 Grieken vermoord werden, en zo’n 40.000 Grieken als slaaf zijn afgevoerd. Het publiek in Europa en de VS koos na dit laatste bloedbad volmondig de Griekse kant. Shelley noemde de revolutie in zijn vers-drama Hellas (1822) een ‘glorious contest’, maar het geweld vervulde Byron juist met afschuw en hij hield zich lange tijd afzijdig.

Dit veranderde na Shelleys verdrinkingsdood tijdens onweer op zee op 8 juli 1822. Hij en een van zijn twee metgezellen spoelden ruim een week later aan. De plaatselijke autoriteiten begroeven de lichamen in ongebluste kalk maar ze werden weer opgegraven en op twee achtereenvolgende dagen op een brandstapel op het strand gecremeerd – waarschijnlijk Byrons idee, die zijn vriend het afscheidsritueel gunde dat Homerus zijn helden gaf. Tijdens de crematie van Shelley zwom hij zelf de ruim twee kilometer naar zijn voor de kust gelegen schip en weer terug; hij raakte zo ernstig verbrand door de zon dat hij ziek werd en een delirium kreeg. De zwemtocht was wellicht een bizarre vorm van zelfkastijding. Ondanks hun zielsverwantschap waren er de laatste maanden spanningen tussen Shelley en Byron vanwege de opvoeding van Allegra, de dochter die Byron verwekt had bij Mary Shelleys stiefzuster Claire Clairmont en die hij op haar vierde tegen de zin van haar moeder ondergebracht had in een klooster bij Ravenna. Daar was het kind in april 1822 gestorven. Byron, die wreed kon zijn en een hekel had gekregen aan Clairmont, had kort daarvoor Shelleys dringende verzoek haar toestemming te geven haar dochter te bezoeken, geweigerd.

De crematie van Shelley, door Louis Édouard Fournier (1889). Met opwaaiende witte sjaal: Byron, die in werkelijkheid op dat moment naar en van zijn voor de kust afgemeerde schip zwom. (Afbeelding: Walker Art Gallery, Google Art Project, Wikimedia Commons)

 

Naar Griekenland
Hoe dan ook verklaarde Byron kort na Shelleys dood dat hij vastbesloten was om recht te doen aan diens ‘character & genius’. Hij gaf zijn bankier in Londen opdracht om een geërfd landgoed in Lancashire te verkopen om geld vrij te maken ‘to go amongst the Greeks or [South] Americans – and do some good’; dit conform zijn afschuw van ‘despotism in every nation’. Kennelijk twijfelde hij nog voor welke revolutie hij zich ging inzetten, maar hij committeerde zich aan de Grieken nadat hij in april 1823 werd benaderd door het filhellenistische London Greek Committee: wilde hij zijn naam (en faam) verbinden aan hun fondsenverwerving voor de Griekse zaak? Drie maanden later, en zonder dat hij een concreet verzoek uit Griekenland zelf had ontvangen, zeilde hij vanuit Genua erheen, met achterlating van zijn geliefde Teresa maar samen met haar broer Pietro en een paar Britse filhellenen. Vanwege een Turkse zeeblokkade konden ze het Griekse vasteland niet bereiken en vestigde Byron zich op Kefalonia voor de westkust – deel van een Brits protectoraat – waar hij wachtte op bericht van de voorlopige Griekse regering; dat kwam pas na een maand. Intussen waren de vrijheidsstrijders verdeeld geraakt.

Tegenover elkaar stonden een politieke en een militaire vleugel. De eerste, vooral in Europa opgeleide intellectuelen die een moderne, centralistische staat en een nationaal leger wilden, stond onder leiding van Shelleys vriend Mavrokordatos. De militaire vleugel bestond uit plaatselijke warlords die een succesrijke guerrillastrijd tegen de Turken voerden, maar wel hun eigen machtsbasis wilden behouden. Mavrokordatos zocht politieke en financiële steun uit het buitenland en begon onderhandelingen met de London Greek Committee over een Britse lening. De plaatselijke militaire leiders daarentegen hadden geen boodschap aan de Europese grootmachten.

Mesolongi
Beide kampen probeerden Byron voor hun karretje te spannen. Diens romantische hart ging uit naar de warlords. Kort na zijn aankomst financierde hij uit eigen middelen een kleine troepenmacht van Sulioten, leden van een Grieks-orthodoxe clan die erom bekend stond al eeuwenlang verzet te plegen tegen de Turkse overheersing. Hij had hen ontmoet toen hij tijdens zijn grand tour tien maanden in Griekenland verbleef: ze hadden hem bij een schipbreuk gered. Zijn poëtische byroniaanse held was deels geënt op deze kleurrijke vechtjassen. Van de meeste Grieken had hij echter niet zo’n hoge pet op en hij weigerde partij te kiezen; hij waarschuwde Mavrokordatos dat het bijleggen van de onderlinge conflicten cruciaal was voor het verkrijgen van internationale steun en Britse leningen. Niettemin schaarde hij zich achter Mavrokordatos toen die zijn hulp inriep omdat de Turken in het najaar van 1823 het strategisch gelegen havenstadje Mesolongi in westelijk Griekenland in dreigden te nemen. Byron zegde toe 20.000 zilveren dollars (dat zou nu ruim 300.000 Britse ponden zijn) uit eigen zak voor te schieten om een bevrijdingsvloot uit te rusten. Onder aanvoering van Mavrokordatos arriveerde die in december 1823 bij Mesolongi, maar de Turken waren nergens meer te bekennen. Mogelijk hadden ze zich teruggetrokken omdat de vloot in aantocht was. Daarop nodigde Mavrokordatos Byron uit naar Mesolongi te komen. Zijn aanwezigheid zou de bevolking grote morele steun bieden, vleide Mavrokordatos hem: ‘[O]n you alone depends the fate of Greece’.

Op 5 januari 1824 zette de revolutionaire Lord in Mesolongi dan eindelijk voet op vrij Grieks grondgebied. De stad liep voor hem uit en verwelkomde hem als held.

Decennia na zijn dood was Byron nog een bron van inspiratie als vrijheidsstrijder en als stijl-icoon. In de VS vormden dichtregels uit Childe Harold’s Pilgrimage waarin Byron de Grieken al in 1812 aanspoorde zichzelf te bevrijden van het Ottomaanse juk – ‘Hereditary bondmen, know ye not/ Who would be free, themselves must strike the blow?’ – een terugkerend mantra in de correspondentie tussen vier radicale antislavernij-activisten, onder wie de hier afgebeelde Gerrit Smith. Hij liet zich meermaals in de stijl van Byron portretteren, met half-open ‘Byron-kraag’ en nonchalant kapsel (de foto is uit de jaren 1840). (Afbeelding: Digital Commonwealth, Boston Public Library)
 

Showproces
Byron stond nu Mavrokordatos bij, en hielp hem de conflicten tussen de politieke leiders en de plaatselijke warlords te sussen. Beiden onderhandelden met opstandige lokale leiders om tijd te winnen tot de uitbetaling van de Britse lening, opgebracht door private investeerders in Londen. Het was Byrons taak als (onbezoldigde) vertegenwoordiger van de London Greek Committee het geld aan de voorlopige Griekse regering uit te betalen – naar verwachting met bevoordeling van de aan Mavrokordatos gelieerde politieke vleugel. Lokale leiders en strijders werden intussen zoet gehouden met leningen of betalingen uit Byrons eigen zak.

Deze moeizame evenwichtskunst schaadde Byrons gezondheid. In februari kreeg hij een mentale inzinking omdat enkele Sulioten die een persoonlijke lijfwacht vormden, hun achterstallige loon eisten terwijl hij dat al betaald had. De Grieken waren gewoon uit op zijn geld, vertrouwde hij een Schotse metgezel toe, maar dat belette hem niet hun zaak te blijven steunen. Hij was wél diep geraakt door het ‘verraad’ van de Sulioten, en zou nooit meer geheel herstellen van de inzinking die het veroorzaakte.

Eind maart kwamen de interne spanningen tussen de Griekse facties opnieuw tot een uitbarsting toen de noordelijke warlord Karaiskakis na een privégeschil zijn strijders uit wraak Mesolongi liet plunderen. Mavrokordatos besloot een voorbeeld te stellen en liet de man zonder overleg met Byron arresteren. Een inderhaast geïmproviseerde krijgsraad veroordeelde Karaiskakis voor hoogverraad. Het vonnis was hard, de straf echter relatief mild: Karaiskakis moest als vijand worden beschouwd tot hij om vergeving vroeg. Aan de hand van Griekstalige bronnen betoogt Roderick Beaton in zijn Byron’s War. Romantic Rebellion, Greek Revolution (2013) dat het een politiek showproces was, bedoeld als waarschuwing aan andere opstandige warlords – zo’n vijandverklaring was in een collectivistische samenleving niet niks – maar Byron nam het anders op. Hij verloor nu al zijn illusies over de revolutie, ernstig geschokt dat er hoogverraad was gepleegd en misschien nog meer dat Karaiskakis in zijn ogen vrijuit ging, terwijl in Europa op dat vonnis de doodstraf zou staan. Hij voorspelde dat deze kwestie grote gevolgen zou hebben voor de internationale steun en sympathie voor de Griekse zaak, met name voor de Britse lening die nog onderweg was. Opnieuw raakte hij in een mentale crisis en toen er een infectie bijkwam, stierf hij op 19 april 1824 op 36-jarige leeftijd.

Byron door Richard Westall (1813). (Afbeelding: National Portrait Gallery, Wikimedia Commons)
 

Stempel
Byrons voorspelling kwam uit. De lening werd tijdelijk opgeschort en twee maal braken in 1824 gewelddadigheden uit tussen de rivaliserende facties. De verzwakte Griekse troepen leden verschillende nederlagen tegen de Turken, waarop Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland militair ingrepen. De grootmachten erkenden Griekenland in 1830 officieel als onafhankelijke natie en onder hun toezicht werd het een monarchie met een Duitse prins op de troon.

Byrons bijdrage aan de revolutie is lange tijd afgedaan als verwaarloosbaar, maar dat beeld is gekanteld. In tegenstelling tot de meeste filhellenen was Byron zelf al vóór de revolutie in Griekenland geweest en zijn alom bekende gedichten spelen zich er vaak af. Ze droegen daardoor sterk bij aan de sympathie in Europa en de Verenigde Staten voor de Griekse revolutie. Roderick Beaton toont daarnaast aan dat het Byrons internationale statuur was die bij het verkrijgen van de cruciale Britse lening de doorslag had gegeven. De conservatieve wending die de Griekse revolutie na zijn dood nam, zou Byron een gruwel geweest zijn, maar in Griekenland wordt hij nog steeds geëerd als held.

Dit artikel verscheen eerder in Geschiedenis Magazine (nummer 2, jaargang 2024) onder de titel: 'Losbandige Lord wordt Griekse held'.

Delen: