Gevonden voorwerpen: pijlpunten, tweehandszwaarden en een mesheft

Tijdens werkzaamheden voorafgaand aan de aanleg van nieuwe woningen stuiten mensen regelmatig op opmerkelijke historische vondsten. En soms liggen zulke bijzondere ontdekkingen niet zozeer onder de grond, maar zijn ze weggestopt op zolders. We nemen een paar van zulke bijzondere gevonden voorwerpen van afgelopen maand onder de loep.

Vuurstenen en Romeinse boerderij
Langs de rand van het Noord-Brabantse dorp Heesch worden nieuwe tijdelijke sociale huurwoningen gebouwd. Maar tijdens de werkzaamheden stuitten de gravers op niet één maar twee bijzondere archeologische vondsten.

De jongste vondst betrof de plattegrond van een Romeinse boerderij. De verkleurde resten in de bodem laten goed zien waar bijna tweeduizend jaar geleden palen en muren stonden. Dat is zeldzaam: vaak zijn zulke sporen in de loop der eeuwen verstoord als gevolg van woningbouw, de aanleg van wegen of andere ingrepen. Deze plattegrond is nog nagenoeg helemaal intact.

Niet ver van deze oude boerderij kwam er nog een andere bijzondere vondst aan het licht. Vuurstenen, gedateerd uit de periode van naar schatting 10.000 tot 5.000 v. Chr. De vuurstenen werden gebruikt door jagers en verzamelaars. Ze maakten er messen en pijlpunten van. Deze steensoort leende zich goed voor dat soort bewerkingen.

De twee vondsten op grofweg dezelfde plek tonen aan dat dit gebied duizenden jaren geleden al werd bewoond. Dat is ruim voor de eerst bekende vermelding van Heesch in historische bronnen (1191). De bouw van de nieuwe woningen wordt nu tijdelijk stil gelegd voor archeologisch onderzoek. Als dat is afgerond, worden de werkzaamheden weer hervat.

Hoe werkten die gigantische tweehandszwaarden?
Het vermeende zwaard van de Friese vrijheidsstrijder en piraat Grutte Pier is ruim 2 meter lang en 6,6 kilo zwaar. Het bevindt zich in de collectie van het Fries Museum in Leeuwarden. Het iets minder bekende tweehandszwaard van de 16-eeuwse watergeuzenleider Jacob Cabeliau is zo’n 190 centimeter lang en staat in de Wapenkamer van Rijksmuseum Amsterdam. Zulke oude grote wapens spreken nog altijd tot de verbeelding. Hun opvallende omvang maakt dat ze vaak worden verbonden aan legendarische strijders. Zulke grote historische figuren moeten immers ook een even zo groot zwaard dragen. Of zulke tweehandszwaarden daadwerkelijk in de strijd werden gebruikt? Dat staat nog ter discussie. Het kan namelijk ook zijn dat deze enkel dienden als ceremoniële statusobjecten.

De conservatoren van het Nationaal Militair Museum en betrokken specialisten nemen nu de functie van de tweehandszwaarden onder de loep. Ze hebben voor dit onderzoek inmiddels zo’n 100 tweehandszwaarden uit zes Nederlandse collecties bekeken. Tijdens hun zoektocht vonden ze tot hun verbazing ook tien tweehandszwaarden in een depot van Museum Sloten, op de zolder van het stadhuis van het Friese dorp Balk. Lang dacht men dat het hier om replica’s ging, maar het bleken bij nader inzien authentieke 17de-eeuwse exemplaren te zijn.

Deze wapens brengen het onderzoek weer een stuk verder. Op basis van een analyse van onder meer de gebruikssporen en de fysieke eigenschappen kijken specialisten of en hoe de zwaarden daadwerkelijk in de strijd gebruikt kunnen zijn. Daarbij wordt ook een expert ingeschakeld die zulke historische wapens volgens 16de en 17de-eeuwse technieken hanteert. Hij zal de zwaarden testen om de gevechtsfunctie te toetsen.

Gaat het enkel om indrukwekkende maar onhandzame statussymbolen? Of waren de zwaarden ook werkelijk werktuigen in de strijd? Op 12 december worden de zwaarden op locatie onderzocht.

Tweehandszwaarden gevonden op zolder. Foto's: Nationaal Militair Museum. 
 

3.000 jaar oud mesheft
Zo’n 3.000 jaar geleden in de buurt van de huidige Drentse plaats Borger gooide iemand een kapot mes in een afvalkuil vlakbij een prehistorische boerennederzetting. Het bronzen mesheft is onlangs teruggevonden tijdens archeologische werkzaamheden voorafgaand aan de aanleg van een nieuwe woonwijk.

Er zijn slechts vier soortgelijke messen uit deze periode bekend. Dat maakt het tot een zeldzaam exemplaar. Het snijblad van het mesheft ontbreekt. Onderzoekers vergeleken het met de nog intacte exemplaren en vermoeden op basis daarvan dat het mes zo’n 30 centimeter lang was. Het heft is relatief klein en behoorde waarschijnlijk toe aan een vrouw. Waarschijnlijk was het niet zozeer een gebruiksvoorwerp, maar een siervoorwerp dat tijdens bijzondere aangelegenheden dienst deed.

Deze vondst geeft inzicht in het netwerk dat de bewoners hadden in de late bronstijd in dit gebied. De boeren in deze periode maakten hun huizen van hout en klei, verbouwden graan en hielden wat vee. Het ging om een zelfvoorzienende gemeenschap. Mede vanwege de kleinschaligheid van deze nederzetting, is het onwaarschijnlijk dat het mesheft op deze plek is geproduceerd. Als je brons wilt maken, heb je bovendien koper en tin nodig, en dat materiaal was niet voorradig in de Lage Landen. Het werktuig moet dus van ver zijn gekomen, bijvoorbeeld uit de Alpen, Frankrijk of Engeland. Maar van waar precies? Dat is nog niet bekend. Het laat in ieder geval zien dat de boerennederzetting bij Borger contacten had met verre regio’s.

Het mesheft wordt momenteel nog verder onderzocht aan de Rijksuniversiteit in Groningen.

Delen: