Fastfood in vooroorlogs Nederland. Zo maak je 'oudhollansche croquetten'

Op 13 september 1921 opende in Wichita, Kansas, het eerste Amerikaanse hamburgerrestaurant. Over de onstuitbare opmars van het fastfoodrestaurant en de hamburger als ‘National Dish of the USA’, lees je in nr. 6 van Geschiedenis Magazine. Tegelijkertijd ontwikkelde zich in Nederland een nieuwe snelle snackcultuur. Daarin speelde ‘onze National Dish’ de kroket een belangrijke rol speelde. Benieuwd hoe je zo’n oerhollandse kroket maakt? Kijk hier een korte kookfilm uit 1934.

Snel even een broodje halen of eten bij Sal Meijer, Broodje van Kootje of Eetsalon Van Dobben: veel mensen deden of doen het wel eens. Vooral de broodjes pekelvlees, halfom, warm vlees en kroket waren – en zijn – enorm populair. Op het hoogtepunt telde Amsterdam zeker tientallen van dergelijke broodjeswinkels, en ook in andere Nederlandse grote steden waren ze te vinden. Inmiddels zijn ze bijna allemaal verdwenen, maar lange tijd golden de broodjes als ons eigen fastfood.
 

Ino Roël, Broodjeszaak Sal Meijer (1982). Bron: Stadsarchief Amsterdam (CC0)
Een van de bekendste broodjeszaken van Amsterdam was die van de slager Sal Meijer. Ino Roël, Broodjeszaak Sal Meijer (1982). Bron: Stadsarchief Amsterdam (CC0)

 

Terwijl in de VS de eerste fastfoodrestaurants furore maakten, ontstond met de broodjeswinkel in de Amsterdamse Joodse buurt een eigen variant van de snelle hap. Vooral in en rondom de Jodenbreestraat bevonden zich in de decennia voor de oorlog veel van zulke winkels. Ze beleefden hun hoogtijdagen in de jaren 30, toen de bedrijvigheid zich ook verder in de stad verspreidde. Net als in de eerste Amerikaanse fastfoodrestaurants was het eten er zeer betaalbaar, het interieur sober en de bediening snel. De broodjes konden ter plekke worden geconsumeerd of worden afgehaald. 

De broodjeswinkels waren veelal begonnen door Joodse slagers die op deze manier iets bijverdienden. Overeenkomstig de joodse spijswetten, die voorschrijven dat vlees en zuivel niet samen mogen worden klaargemaakt of geconsumeerd, waren de witte broodjes zonder boter rijkelijk belegd met rund- en kalfsvlees, zoals pekelvlees, halfom of kroketten.

De Tweede Wereldoorlog betekende het einde van de levendige en cultureel zo rijke Joodse buurt en van de daar gevestigde broodjeswinkels. Na de oorlog richtten niet-Joodse ondernemers nieuwe broodjeswinkels op, de menukaart bleef echter vrijwel hetzelfde. 

Benieuwd hoe zo’n vooroorlogse ‘croquet’ werd bereid? In Het Kookboek in Beeld en Klank uit 1934 legt ‘Leerares aan de Amsterdamsche Huishoudschool’ Mej. M.J. Krabbe het uit.
 


"En dan nu dames en heren, eet smakelijk!"
 

Benieuwd naar de oorsprong van de hamburger en de opmars van de Amerikaanse fastfoodrestaurants? Je leest het in de zesde editie van Geschiedenis MagazineMeld je voor donderdag 19 augustus 16.00 uur aan als abonneebestel ‘m vanaf begin september online of haal ‘m tegen die tijd in de winkel.

 

Delen: