En toen bood Jeanne d’Arc aan de Franse dauphin naar Reims te brengen voor zijn kroning
Volgens de overlevering voltrok zich in het Frankrijk van begin 15de eeuw een drama: de komeetachtige opkomst, grote triomfen en gruwelijke dood op de brandstapel van Jeanne d’Arc. In haar geboortestreek rond Domrémy woedde een oorlog om de vraag wie er op de Franse troon zou komen. Kroonprins Karel van Valois was de formele opvolger, maar de Engelse koning vocht dat aan. In deze periode vol geweld en onzekerheid begon Jeanne in 1425 stemmen te horen. Ze droegen haar op de kroonprins voor zijn kroning naar Reims te brengen en Orléans van de Engelsen te bevrijden. En dat deed ze.
In 1425 heerste er chaos in Frankrijk. Al bijna een eeuw voerden Engelse en Franse troepen er af en aan strijd om de troon – deze periode van dynastieke oorlogen kreeg later de naam Honderdjarige Oorlog. Zowel de Engelse adellijke familie Plantagenet als het Franse huis Valois maakte op grond van afstamming en huwelijken aanspraak op de kroon. Ook bestuurden Plantagenets als leenman van de Franse koning grote delen van zijn land. Toen de koning zich als leenheer begin 14de eeuw steeds vaker met de rechtspraak in zulke hertogdommen bemoeide, leverde dat zoveel conflicten op dat er in 1337 naar de wapenen werd gegrepen. De oorlog walste in golven over het Franse platteland: nu eens hadden Fransen de overhand, dan weer de Engelsen.
Troonopvolger(s)
Een keerpunt was de grote Engelse zege bij Azincourt in 1415. De Franse koning had nu nog slechts een groot deel van het gebied ten zuiden van de Loire in handen. De Engelsen heersten in Gascogne en de brede strook van Bretagne en Normandië tot in de Champagne. Hun troepen bezetten onder andere Parijs en belegerden Orléans. Het Bourgondische hertogdom in het oosten schaarde zich uit machtsoverwegingen aan Engelse zijde.
Het zag er slecht uit voor de factie van de Franse kroonprins Karel. In 1420 sloot zijn zwakke vader, koning Karel VI, een verdrag met de Engelse koning Hendrik V: die erfde de Franse troon zodra Karel VI zou sterven. Aan de rechten van kroonprins Karel werd voorbijgegaan.
In 1422 overleed zowel Hendrik V als Karel VI, maar de Engelsen bleven de Franse troon claimen – nu voor Hendriks babyzoon. De Franse dauphin maakte er echter ook nog steeds aanspraak op, hoewel hij niet erg doortastend optrad. Hij was er bijna ziekelijk onzeker over of hij wel zijn vaders zoon was: zijn moeder stond bekend om haar losse seksuele moraal. En toen bood Jeanne d’Arc in 1428 aan hem naar Reims te brengen voor zijn kroning, midden in bezet gebied.
Twee processen
Jeanne heeft veel sporen nagelaten in de archieven. Toch spreken die getuigenissen en herinneringen niet zonder meer voor zich. Ze maakten deel uit van twee processen waarbij elk van de deelnemers een eigen agenda had. Het eerste proces werd in 1431 in Rouen gevoerd door de Engelsen en was bedoeld om van haar af te komen. Het tweede, Franse, in de jaren 1450 in Reims diende om haar te rehabiliteren en alle mogelijke insinuaties te ontzenuwen dat Karel zijn troon aan een ketter te danken had.
In beide gevallen wilden getuigen het liefst aan de kant van de winnaars staan. Of ze wilden veiligheidshalve rechtzetten dat ze haar vroeger hadden veroordeeld of bekritiseerd. Ook kronieken, achteraf geschreven, geven vooral de versie die dan opportuun is aan het hof dat de geschiedenis laat opschrijven. Jeannes verhaal kreeg nog weer een nieuwe uitleg doordat ze in 1920 heilig werd verklaard en ook als symbool van de Franse eenheid voor het karretje van Franse nationalisten werd gespannen. Zij maakten gebruik van het feit dat ‘La Pucelle’ (de Maagd) eraan bijdroeg dat de Franse koninklijke troepen in de 15de eeuw de Engelsen uiteindelijk uit Frankrijk verdreven, op Calais na, wat in de 16de eeuw ook bij Frankrijk kwam.
Hier zijn historici het namelijk na zorgvuldige analyse van de bronnen over eens: Jeanne d’Arc was daadwerkelijk van grote betekenis. Door haar keerden de krijgskansen zich tegen de Engelsen.
Stemmen
Dit was een onwaarschijnlijke prestatie voor een ongeletterde boerendochter uit Domrémy, een dorpje aan de Maas op de grens tussen Lotharingen, Bar en Champagne. De streek was nog in handen van de kroonprins toen Jeanne, volgens de overlevering altijd al vroom, in 1425 op dertienjarige leeftijd stemmen begon te horen van heiligen en engelen onder wie de militante aartsengel Michael. In 1428, het jaar waarin Domrémy werd geplunderd door Bourgondische troepen en het gezin d’Arc tijdelijk uitweek naar het versterkte Neufchateau, begreep ze wat de stemmen van haar vroegen, zei ze later bij haar proces. Ze gaven haar een opdracht van God: Orléans ontzetten, de kroonprins naar de kroningsstad Reims voeren, de hoofdstad Parijs heroveren en hertog Karel van Orléans bevrijden. Die hoorde tot het kamp van de kroonprins en was met vele andere Franse edelen gevangengenomen bij Azincourt en afgevoerd naar Engeland. Jeanne kwam inderdaad in actie, wist raadslieden en legercommandanten van de kroonprins te overtuigen haar te bewapenen, een eigen banier te geven en tot de troepen toe te laten.
Binnen een jaar was een deel van haar doelen bereikt: ze overtuigde de kroonprins en zijn adviseurs van haar oprechtheid en bruikbaarheid en verjoeg samen met de Franse troepen de Engelsen uit hun versterkingen aan de Loire: de weg naar het noorden lag nu open. De kroonprins werd op 17 juli 1429 in Reims tot koning Karel VII gekroond en gezalfd. De stad was net zoals andere steden die ze onderweg aandeden, overgegaan naar hun kamp.
Jeanne woonde de plechtigheid in de kathedraal bij en had zelfs haar ouders daarbij uitgenodigd. Karel putte moed en zelfvertrouwen uit deze goddelijke erkenning en zette met hulp van Jeanne de strijd tegen de Engelsen en Bourgondiërs voort.
Geen relieken
Hoewel er na de kroning niet meteen grote militaire successen geboekt werden, bleef Jeanne haar tegenstanders angst en ontzag inboezemen. Dit blijkt uit ooggetuigenverslagen, maar ook uit Bourgondische kronieken die dit schoorvoetend toegeven, uit correspondentie rondom haar proces en uit een brief van de hertog van Bedford, die het bestuur over de Engelse gebieden in Frankrijk waarnam voor de Engelse koning. Bedford wilde haar dan ook per se uitgeschakeld hebben. In mei 1430 werd Jeanne overmeesterd tijdens een treffen tussen de Fransen en hun rivalen de Bourgondiërs.
De ridder aan wie ze zich overgaf was blijer dan wanneer hij een koning had ingerekend, aldus een kroniek van de hofschrijver van de Bourgondische hertog. Deze eiste een enorm losgeld voor Jeanne, dat de Engelsen uiteindelijk bijeenbrachten middels een hoofdelijke heffing in het hertogdom Normandië, waar zij het voor het zeggen hadden. In hun hoofdkwartier Rouen vond vervolgens het proces plaats. Ze werd beschuldigd van onder andere ketterij – een vrouw die zoveel succes had, móést wel door de duivel bezeten zijn – waardoor ze eerst voor kerkelijke rechters moest verschijnen. Zij zaten in het Engelse kamp of kregen van de Engelse regent te verstaan dat ze haar schuldig moesten verklaren, anders zouden ze in de Seine worden gegooid.
Jeanne werd tegen de regels in niet in een kerkelijke gevangenis gezet met een non aan haar zijde, maar onder bewaking van Engelse soldaten geplaatst. Jeanne verdedigde zich hartstochtelijk en inventief, maar werd na weken als ‘ketter’ overgedragen aan de seculiere overheid, die ook nog lang werk had om het oordeel juridisch overtuigend recht te breien. Maar het lukte. Op 30 mei 1431 vond Jeanne, ongeveer twintig jaar oud, de dood op de brandstapel in Rouen. Haar resten werden op bevel van de kardinaal van Winchester in de Seine gedumpt om een eventuele verering van de relieken van deze geduchte tegenstander te belemmeren.
Weinig te verliezen
Hoe had Jeanne zoveel voor elkaar gekregen? Niet door zelf de troepen te leiden, al vocht ze mee en vuurde ze de mannen aan. Vrouwen hoorden niet thuis op het slagveld. Wel trokken ze in het kielzog van de troepen mee, al duldde Jeanne geen soldatenmeiden in de buurt van de mannen: dat leidde maar af. Twee getuigenissen vermelden hoe ze zo’n vrouw met een getrokken zwaard achternazat.
De leiding kreeg ze niet, maar de adviseurs van kroonprins (later koning) Karel zagen toch een militaire rol voor haar weggelegd: als inspirator voor hun eigen troepen en angstaanjagend beeld voor de vijand. Ze waren zeker sceptisch, maar ze hadden weinig te verliezen want het zag er somber uit voor de Fransen. En wie kon met zekerheid zeggen dat ze níét Gods woord vertolkte? Jeanne stelde hen niet teleur. Tal van getuigen vertelden over haar impact op het moreel van de troepen. Ook al was ze ‘maar’ een jonge vrouw, en huilde ze als ze gewond raakte, haar religieuze opdracht verleende haar een machtig aura.
Haar verschijnen, gewapend, geharnast en voorzien van haar herkenbare vaandel, gaven durf en kracht, zeker na de eerste successen bij Orléans. Volgens sommige getuigen kreeg ze zelfs tijdens militaire operaties visioenen die haar tot nog riskantere uitvallen aanzetten. Jeanne wist door haar inspiratie kennelijk de mannen tot vechten aan te moedigen. Wat ook meespeelde, was haar grote mededogen als strijders pijnlijk getroffen of stervende waren. Ze was volgens haar voormalige strijdgenoten zelfs barmhartig voor gewonde vijanden.
Verrassingsaanval
Jeanne werd niet vooraf betrokken bij militaire beslissingen, al stak ze haar ideeën niet onder stoelen of banken als de oorlogsraad eenmaal tactieken en plannen bekend had gemaakt. Ze bezat volgens ooggetuigen de gave van het woord en zette de weifelende kroonprins en voorzichtige legerleiders voortdurend onder druk om aan te vallen, want dat was haar instinctieve voorkeurstactiek, wat de situatie ook was. De oorlogsraad wilde vaker afwachten. Misschien was de verrassingsaanval, haar specialiteit, echter juist het beste wapen tegen de Engelsen. Hun moderne boogschutters hadden de ouderwets te paard aanvallende Franse troepen gedecimeerd bij Azincourt in 1415. Hoe dan ook, Jeanne had geen boodschap aan de achterhaalde strijdregels en de eerste maanden dat ze meetrok met de Franse troepen had haar agressieve aanpak succes. Pas na de kroning, toen ze vruchteloos Parijs probeerden te bevrijden en de koning met de vijand begon te onderhandelen, kreeg ze hier weinig kansen meer voor.
Maagd
Wat Jeanne vooral kracht gaf, was haar onwankelbaar geloof in de opdracht die ze van haar stemmen had gekregen. Ze bleef tijdens het proces volhouden dat haar inspiratie rechtstreeks van God kwam, wat niet te verteren was voor de hoge geestelijken en geleerden die zichzelf die bemiddelende rol hadden toebedacht. Met spitsvondige vragen probeerden ze haar een toontje lager te laten zingen, haar op onwaarheden te betrappen en hun superioriteit te laten erkennen. De duivel móést haar helpen, hoe kon het anders dat alleen al het zien van haar vaandel de troepen kracht gaf? Jeanne gaf geen krimp.
Historici zijn het erover eens dat ze niet simuleerde. Haar besef een goddelijke opdracht uit te voeren dreef haar werkelijk en dit voelden de militairen aan. Een essentieel onderdeel van haar missie was dat ze maagd bleef – trouw alleen aan God – en er onvrouwelijk uitzag: ze droeg mannenkledij en mat zich een pagekapsel aan. Ze zei tijdens haar proces dat ze al in Domrémy – toen was ze een jonge tiener – aan de verschijningen had beloofd maagd te blijven. Haar schilddrager en ordonnans Jean d’Aulon getuigde bij het rehabilitatieproces dat hij meermalen van vrouwen in haar omgeving had vernomen dat nergens uit bleek dat ze menstrueerde.
Het is misschien verleidelijk om hier moderne theorieën op los te laten over meisjes die niet volwassen willen worden, of vrouwen die zich man voelen of dit eigenlijk zijn. Zoiets is nauwelijks te verifiëren omdat we haar niet kunnen spreken en ze zich er zelf niet over heeft uitgelaten. Wel weten we dit: het is onwaarschijnlijk dat iemand, Jeanne incluis, toen geloofd zou hebben dat God een vrouw die geen maagd meer was, zou selecteren voor zo’n belangrijke missie. Vandaar dat zowel de rechters in Rouen als de adviseurs van de kroonprins haar inwendig lieten onderzoeken. En vandaar ook dat Jeanne zelf haar maagdelijkheid fanatiek beschermde. Ze sliep doorgaans buiten het legerkamp bij vrouwen en als dat niet kon, hield ze haar wapenrusting aan.
'Aanstootgevend’
Met haar mannenkleding en -kapsel begon ze omstreeks 1429 toen ze voor het eerst in actie kwam, en wel in het Franse fort Vaucouleurs van waaruit ze contact zocht met de kroonprins en zijn adviseurs. De kapitein van het fort gaf haar uiteindelijk ook een zwaard en een wapenrusting. Voor haar symboliseerde mannenkleding ‘de strijd aangaan’. Tijdens haar proces verklaarde ze: ‘Als ik datgene heb voltooid waarvoor God me hierheen heeft gestuurd, zal ik vrouwenkleren dragen.’ Voor de geestelijkheid ging ze met haar onvrouwelijke verschijning in tegen Bijbelse verboden – ‘Een vrouw mag geen kleren en attributen van een man dragen’ (Deuteronomium 22) – en maakte ze inbreuk op de kerkelijke bepaling dat vrouwen hun hoofd dienden te bedekken. Bovendien was het oneerbaar, aanstootgevend en een slecht voorbeeld voor andere vrouwen, zo werd gesteld tijdens het proces in Rouen.
Het behoud van haar maagdelijkheid en de keuze voor een broek bezegelden uiteindelijk Jeannes lot. Ze werd op 24 mei 1431 veroordeeld voor ketterij, maar uit angst voor de vuurdood gaf ze toe dat de kerk het beter wist dan zij. De straf werd omgezet in levenslange opsluiting in een kerkelijke cachot – in vrouwenkleren. Toch bleef ze, vermoedelijk op bevel van de Engelsen, in de kerker omringd door mannelijke bewakers. Wat er vervolgens precies gebeurde, is onduidelijk. Sommige getuigen zeggen dat de bewakers haar probeerden te verkrachten (waartegen ze in een rok of jurk minder verweer had), anderen dat haar vrouwenplunje op mysterieuze was vervangen door mannenkleding. Hoe dit ook zij, ze trok tegen het uitdrukkelijke verbod weer een broek aan. Dit bood de bevooroordeelde rechters een gouden kans haar te pakken: op 30 mei werd ze als teruggevallen ketter, voor wie geen genade bestond, tot de brandstapel veroordeeld.
Dit artikel verscheen in 2022 (nummer 8) in Geschiedenis Magazine onder de titel: 'De kracht van Jeanne d'Arc'.
Delen: