Elizabeth I en Mary Queen of Scots, onvermijdelijke rivalen

Op 1 februari 1587 tekende Elizabeth I van England het doodvonnis voor haar verre nicht Maria I Stuart, ook bekend als Mary, Queen of Scots. Een week later besteeg Maria, 44 jaar oud, een provisorisch schavot dat was opgesteld in de grote zaal van Kasteel Fotheringhay, waar ze sinds haar proces in september 1586 gevangen werd gehouden. Nadat een ambtenaar het vonnis had voorgelezen en Maria had gebeden, verwijderde de beul, geholpen door een hofdame, Maria’s bovenkleding. Haar onderkleding was zonder twijfel bewust gekozen: bloedrood, de kleur van het martelaarschap in de katholieke kerk. Ze legde haar hoofd op het blok, haar ziel in Gods handen, en werd onthoofd. Maria en Elizabeth hadden in het verleden geprobeerd om diplomatieke banden te onderhouden. Wat ging er mis? 

De twee koninginnen waren felle rivalen, maar kwam hun conflict voort uit tegengestelde persoonlijkheden? Vaak valt te lezen dat de warmbloedige, naïeve en impulsieve Maria regeerde vanuit haar hart. Elizabeth zou juist vanuit haar verstand heersen en wordt vaak weggezet als mannelijk of als feeks. Maar dit is veel te simpel voorgesteld.

Waren ze dan misschien slachtoffer van de patriarchale cultuur? Waren ze een speelbal? Werden ze geniepig tegen elkaar opgezet door hun mannelijke adviseurs, die zelf macht wilden en weerzin voelden tegen vrouwelijke heersers? Dit is het uitgangspunt van Josie Rourkes film Mary, Queen of Scots (2018), maar ook dat beeld is te eenzijdig.
 

Currier and Ives, The Rival Queens (ca. 1865). Bron: Wikimedia Commons (PD)
Currier and Ives, The Rival Queens (ca. 1865). Bron: Wikimedia Commons (PD)

 

De verhouding tussen de vorstinnen was veel complexer. Ze hadden hun eigen politieke agenda en waren beiden sterk van hun eigen gelijk overtuigd. Een keten van onfortuinlijke gebeurtenissen en onhandige beslissingen voedde een groeiend wederzijds wantrouwen, maar ze begonnen hun briefwisseling in 1559 op een vriendschappelijke toon. Beiden stuurden aan op een persoonlijke ontmoeting binnen afzienbare tijd en schreven expliciet, vermoedelijk naar waarheid, dat ze uit waren op goede betrekkingen. Die ontmoeting is er nooit gekomen.

Dat Maria katholiek was en Elizabeth protestants, maakte hun relatie ingewikkeld. Ze leefden in de tijd van de godsdienstoorlogen, waarin een goede of zelfs maar beleefde omgang tussen vorsten van verschillende religies hoe dan ook een hele opgave was. Maar de angel was Maria’s Tudorbloed: ze was een achterkleindochter van Hendrik VII en maakte aanspraak op de Engelse troon.

Een ‘bonafide’ Tudor
Maria werd als zuigeling na de dood van haar vader in 1542 koningin van Schotland, maar verbleef vanaf haar vijfde voor haar opvoeding aan het Franse hof; haar moeder trad op als regentes. In 1558 trouwde Maria met de Franse kroonprins, die een jaar later op de troon kwam. 

In Schotland kwamen tijdens haar afwezigheid protestantse edelen met militaire steun van Engeland in opstand tegen de (katholieke) regentes. Door haar plotselinge overlijden kregen de opstandelingen de overhand. Ze sloten een verdrag met Elizabeth en Maria dat voorzag in de formele toegang van protestanten tot het hoogste adviescollege. Ook moest Maria Elizabeth, die sinds 1558 op de troon zat, erkennen als koningin van Engeland.

Maria heeft dit verdrag echter nooit ondertekend. Dit veroorzaakte grote onrust toen ze in 1561 na de ontijdige dood van haar man terugkeerde naar Schotland om er zelf te gaan regeren. Zou ze de Schotse reformatie met geweld terug proberen te draaien? Dit gebeurde niet. Ze bleef zelf naar de mis gaan in haar privékapel maar stond het protestantisme toe en handhaafde de protestanten in haar raad.  

Maria’s terugkeer uit Frankrijk baarde ook haar achternicht Elizabeth grote zorgen: afgezien van de vrees dat de protestanten hun nieuwverworven positie zouden moeten prijsgeven en dat een katholiek Schotland gemene zaak tegen Engeland zou maken met Frankrijk, was er de aanspraak die Maria had gemaakt op de Engelse troon: riskant voor Elizabeth, want veel katholieken beschouwden haar niet als legitieme vorstin. Ze was immers de dochter van Anna Boleyn, voor wie Hendrik VIII met Rome brak en zijn eerste echtgenote verliet. De katholieke kerk erkende deze scheiding dan ook niet en Elizabeth was volgens haar katholieke onderdanen een bastaard. Zij hadden liever iemand als Maria op de troon, een ‘bonafide’ katholieke Tudor.

Het ‘Hampden portrait’ van Elizabeth uit begin jaren 1560. Veel Engelsen vonden dat Elizabeth een man naast zich moest krijgen om te regeren en kinderen bij haar te verwekken; in 1559 verzocht het House of Commons hier ook om. Het portret is vermoedelijk gemaakt om te tonen aan huwelijkskandidaten en wekt door bijvoorbeeld de bloemen en vruchten op de achtergrond associaties met vruchtbaarheid. Dit is het enige bekende portret van Elizabeth, toen begin 30, met deze symboliek van een te vervullen leegte. Haar strakkere imago van geharnaste ‘Virgin Queen’ dateert van de late jaren ’70.

 

Dreigende houding
Maria en haar omgeving hadden hier al provocerend op gezinspeeld in 1558. Toen het nieuws van Elizabeths troonbestijging Parijs bereikte, claimde Maria’s schoonvader de Engelse troon voor haar. Ze voegde aan haar eigen titels voortvarend die van ‘koningin van Engeland en Ierland’ toe, evenals de wapens van Engeland. Onderliggende boodschap: Elizabeth is een usurpator. 

Dit was niet alleen krenkend, het zette ook de Engelse binnen- en buitenlandse relaties op scherp. Als Elizabeth er hard tegen inging, vervreemdde ze de Schotten van zich die een aanval op hun koningin niet zouden dulden. Ook riskeerde ze dan vijandelijkheden van Frankrijk. Als ze lauw reageerde, ontstond onrust bij haar protestantse onderdanen en zouden katholieke facties misschien hun kans grijpen en zich achter Maria scharen, een in hun ogen legitieme katholieke troonpretendent, met een burgeroorlog en mogelijk een coup tot gevolg.  

Zou Maria haar dreigende houding in daden omzetten? De onzekerheid hierover kleurde Elizabeths blik. De kwestie bleef een splijtzwam, ook toen Maria na haar aankomst in Schotland in 1561 haar agressieve toon temperde: ze liet haar directe aanspraak vallen, maar bleef als Tudor-nazaat erkenning eisen als mogelijke troonopvolger. 

Elizabeth heeft echter altijd geweigerd een opvolger aan te wijzen, waarschijnlijk uit angst dat zij dan irrelevant zou worden en haar macht zou kwijtraken: de opvolger zou zich tot rivaal kunnen ontwikkelen en zij zou gedwongen kunnen worden terug te treden of met harde hand aan de kant kunnen worden gezet. Belangrijke raadslieden van Elizabeth drongen er juist op aan dat er vanwege de stabiliteit wel een opvolger bekend werd, bij voorkeur door te trouwen en een kind te baren.

Geschoffeerd
De betrekkingen tussen Engeland en Schotland werden al snel ernstig op de proef gesteld. Eind 1561 vroeg de jonge weduwe Maria aan Elizabeth advies: wie moest ze als tweede echtgenoot nemen? Dit was een complimenteus verzoek, maar Elizabeths antwoord was, behalve raadselachtig, ook een affront: ze schoof Robert Dudley, de graaf van Leicester, naar voren. Dit was vreemd, aangezien de graaf haar favoriete hoveling en, zo werd er gefluisterd, haar minnaar was. Het was tevens beledigend, omdat Leicester geen koninklijk bloed had en onder Elizabeth stond. Anders gezegd: ze beschouwde Maria kennelijk niet als gelijke. Argwanend en geschoffeerd door dit gebrek aan respect reageerde Maria dat ze met Dudley zou trouwen mits Elizabeth haar rechten in de Engelse opvolging zou erkennen. 

Dit ging uiteraard niet door, waarna Maria haar oog op een andere huwelijkskandidaat liet vallen: Henry Stuart, Lord Darnley, geboren in Engeland maar met Schots-adellijk bloed én zelf ook een achterkleinkind van Hendrik VII. Dit maakte Maria’s aanspraak op de Engelse troon alleen maar sterker. In 1565 trouwden ze, tot afschuw van een bevreesde Elizabeth, haar steeds bezorgder adviseurs en Schotse protestantse edelen. Darnley had zich tot het protestantsisme bekeerd, maar was dit gemeend? Hij gold als wisselvallig en onbetrouwbaar. Het zou niemand verbazen als hij door zijn huwelijk weer katholiek werd, en welke gevolgen dat zou hebben was ongewis. En kreeg het stel kinderen, dan werd het om andere redenenaantrekkelijker voor de Engelse kroon: stabiliteit was dan min of meer verzekerd. 

Maria vlak voor haar terechtstelling op een 19de-eeuwse prent (Afbeelding: Library of Congress).
 

57 messteken
Ook in Schotland zelf groeide de onrust door Darnleys komst naar het hof in Edinburgh. De hardnekkige machtsstrijd tussen de edelen en de religieuze spanningen werden erdoor aangewakkerd. Maria stuurde bovendien aan op het legaliseren van de katholieke mis. Het kwam tot gewapende rebellie en op 9 maart 1566 drongen samenzweerders de eetzaal in Kasteel Holyrood binnen. Ze hielden de zwangere koningin onder schot en sleurden haar privésecretaris en vertrouweling David Riccio, de belichaming van de katholieke invloed aan haar hof, van tafel en doodden hem voor Maria’s ogen met 57 messteken. De moord was mede beraamd door echtgenoot Darnley - er gingen geruchten dat de ongeboren baby niet zijn kind was maar dat van Riccio - en de opzet was om Maria te intimideren en dwingen tot een antikatholiek beleid. 

De machtsbeluste Darnley joeg veel andere ambitieuze edelen tegen zich in het harnas en was door zijn onbehouwen gedrag en frequente dronkenschap ook nog eens impopulair. Hij werd in februari 1567 vermoord. Alom werd aangenomen dat Maria wraak had willen nemen vanwege Riccio en wist van het complot tegen Darnley, hoewel historici dat betwijfelen. Het deed haar reputatie bij haar bevolking in elk geval geen goed en haar naam leed nog meer onder haar nieuwe huwelijk: de machtsbeluste James Hepburn, graaf van Bothwell, ontvoerde Maria gedurende drie dagen en wist haar hand te krijgen. Waarom ze toestemde, is onduidelijk. Hoe dan ook was het voor de Schotten, katholiek én protestants, een schokkend nieuwtje: iedereen beschouwde Bothwell (vermoedelijk terecht) als een van de moordenaars van Darnley, en hij was gescheiden. Het kwam tot serieuze rebellie tegen Maria’s bewind. 

In een vissersbootje de grens over
Elizabeth, aan de andere kant van de grens, had zich na de aanslag in Kasteel Holyrood zorgen gemaakt over Maria’s veiligheid en ze was ingegaan op het verzoek om peetmoeder te worden van Maria’s in de zomer van 1566 geboren zoontje Jacobus. Elizabeth had ook een meelevend bericht gestuurd na Darnleys gewelddadige dood. Maria verspeelde deze genegenheid echter compleet door met Bothwell in zee te gaan. ‘Madame,’ schreef Elizabeth, ‘om eerlijk te zijn, [...] een slechtere keus voor uw eer is onmogelijk’. Het oproer in Schotland verstoorde de rust in Engeland. 

Elizabeth begon Maria in haar brieven nu ongevraagd advies te geven - een signaal dat ze zich superieur achtte - dat de moorden bestraft moesten worden. Bovendien liet ze de epistels door haar secretaris schrijven: intimiteit en vriendschap straalden ze niet meer uit. 

De rebellie mondde in juli 1567 uit in een gewapende opstand onder leiding van de graaf van Moray. Ondanks een leger van getrouwen kon Maria niet voorkomen dat Bothwell werd gedwongen het land te verlaten en dat ze zelf naar een kasteel op een eiland in Loch Leven werd gebracht. Hier kreeg ze huisarrest. Op de weg erheen jouwden inwoners van Edinburgh haar uit als ‘overspelige’ en ‘moordenaar’. In het kasteel dwongen de opstandige edelen haar om afstand te doen van de troon ten gunste van zoontje Jacobus. 

Maria kon het jaar erop ontsnappen en ging in een wanhoopspoging om haar kroon te heroveren de strijd aan met Morays troepen. Ze werd verslagen in mei 1568 in de Slag bij Langside. Na een angstige nacht in de abdij van Dundrennan vluchtte ze in een vissersbootje de grens met Engeland over en vroeg asiel aan Elizabeth.

Elizabeth tekent het doodvonnis; bij haar is Burleigh (Afbeelding: 19de-eeuwse prent, Library of Congress).

 

Jarenlang huisarrest
De Engelse koningin kwam hierdoor in een moeilijk parket. Enerzijds sympathiseerde ze met deze medevorstin die was afgezet. Anderzijds kon ze het zich tegenover haar protestantse onderdanen en bondgenoten niet veroorloven om grootmoedig genade te tonen. Daarnaast werd Maria in Schotland van moord en overspel beschuldigd; het zou schandalig zijn om zich te veel met haar in te laten. 
In een poging het diplomatiek af te handelen, liet Elizabeth haar opsluiten tot een tribunaal Maria’s naam gezuiverd zou hebben. Dit tribunaal leverde echter geen duidelijke uitkomst op. Maria bleef bovendien proberen de Schotse kroon te heroveren en vroeg tussenkomst van Engelands aartsvijanden Frankrijk en Spanje. Er werden al snel plannen ontdekt om haar met een Engelse hertog te laten trouwen, iemand die ontevreden was over Elizabeth. Katholieke Engelse edelen namen in 1569 de wapens op om Elizabeth door Maria te vervangen. 

Al met al leek het de Engelsen een stuk veiliger om Maria huisarrest te geven. Negentien jaar lang zat ze vast. Al die tijd probeerde ze haar vrijheid terug te krijgen. Ze verzocht Elizabeth om audiënties en probeerde met klachten over haar gezondheid haar medelijden te wekken. Vooral had ze Elizabeths politieke hulp nodig bij het terugkrijgen van de Schotse troon, maar er zat helemaal geen schot in. Elizabeth had geen manoeuvreerruimte. 

Spymaster
Ten einde raad gaf Maria haar fiat aan enkele katholieke moordcomplotten. Het idee was om een Franse of Spaanse militaire inval te orkestreren, Elizabeth te vermoorden en Maria op de Engelse troon te installeren. De samenzweerders voelden zich geruggensteund door de paus, die Elizabeth in 1570 als ‘onwettig staatshoofd’ had geëxcommuniceerd. Katholieken hoefden haar, volgens Rome, niet meer te erkennen als koningin. 

De Engelse spymaster Francis Walsingham onderschepte Maria’s gecodeerde brieven en zo kwam haar betrokkenheid uit. Elizabeth aarzelde eerst om Maria aan te pakken. Ze vreesde de repercussies: binnenlandse wraakacties en een strafexpeditie van bijvoorbeeld Spanje, maar het was vooral omdat een hardvochtige reactie een gevaarlijk precedent zou zijn dat als een boemerang haar zelf kon treffen. Iets fataals ondernemen tegen Maria, een gekroonde vorstin, zou  koren op de molen zijn van radicalen die meenden dat men vorsten mocht afzetten (of erger).  

Maar de bewijzen tegen Maria stapelden zich op. De Schotse werd in oktober 1586 in Kasteel Fotheringay berecht en veroordeeld en het parlement in Londen eiste dat de verraadster terechtgesteld werd. Pas toen kwam Elizabeth in actie. Begin 1587 tekende ze het doodvonnis. 

Verder lezen
Susan Doran, Elizabeth I and Her Circle, 2015
- Susan Doran, red., Elizabeth & Mary: Royal Cousins, Rival Queens, 2021

Dit artikel verscheen in 2022 in Geschiedenis Magazine (jaargang 2022, editie 7) onder de titel: 'Onvermijdelijke rivalen. Elizabeth I (1533-1603) en Mary, Queen of Scots (1542-1587)'.

Hoe zag het huisarrest eruit?
Huisarrest Maria’s negentien jaar durende gevangenschap was geen water-en-brood-regime, maar eerder huisarrest in een kasteel. Ze had haar eigen hofhouding. Ze ontving een pensioen uit Frankrijk als koningin-weduwe, had haar eigen huisdieren, liet zich luxe maaltijden serveren, correspondeerde vrijelijk (al werden haar brieven gelezen door de Engelse geheime dienst) en leefde zo goed en zo kwaad als het ging als een vorstin. Nadat in 1585 het zogeheten Parry-complot tegen Elizabeth was ontdekt, waar Maria overigens niet bij betrokken was, werd het bewind strenger. Haar correspondentie diende voortaan via de Franse ambassadeur te lopen en werd gecensureerd. Tekenen van haar koninklijke status waren nu taboe.
Stroomversnelling na de handtekening
Op 1 februari 1587 kwam William Davison, een van Elizabeths secretarissen, zoals elke dag, bij haar met een stapel documenten om te tekenen. Een ervan was het doodvonnis van Maria I Stuart. Hij vertrok met Elizabeths hand- tekening onder het vonnis, en vanaf dat moment kwam alles in een stroomversnelling. Davison haastte zich naar twee hoge staatslieden, William Cecil, 1st baron Burghley, en Sir Thomas Bromley, die het grootzegel aan het vonnis bevestigden. Ze riepen in allerijl een geheime vergadering bijeen van Elizabeths adviesraad, de privy council, die de opdracht tekende om het vonnis te bekrachtigen. Op 8 februari werd Maria vervolgens onthoofd. Toen Elizabeth dit pas na afloop vernam, verweet ze secretaris Davison woedend dat hij haar order genegeerd had om te wachten op verdere instructies voordat het vonnis werd verstuurd. Hij werd berecht, kreeg een hoge boete opgelegd en werd opgesloten in de Tower. Elizabeths reactie lijkt vooral een poging de schuld van zich af te schuiven, vanwege haar diplomatieke relaties met Schotland, waar Maria’s zoon Jacobus VI regeerde, en met Frankrijk, waar Maria ook een achterban had (ze was immers getrouwd geweest met de koning van Frankrijk). Maar dit weten we niet zeker. Het blijft mogelijk dat de Engelse koningin Davison inderdaad nadere instructies had willen geven. Feit is dat Davison na 2,5 jaar op vrije voeten werd gesteld zonder de boete te hebben betaald.

 

Delen: