Een briefwisseling tussen twee auteurs van spookverhalen
Edgar Allan Poe en Washington Irving, twee 19de-eeuwse Amerikaanse schrijvers, zijn beide beroemd geworden vanwege hun spookverhalen vol macabere figuren en huiveringwekkende scenes. Afgelopen zomer kwam het Poe Museum in Richmond in het bezit van een opmerkelijke brief, geschreven door Edgar Allan Poe en gericht aan zijn auteur-collega Washington Irving. Irving schreef Poe ook terug. De briefwisseling geeft een bijzondere inkijkje in de vroege jaren van Edgar Allan Poe’s schrijverscarrière en in de literaire wereld van de 19de eeuw.
Een fanatiek verzamelaar van Edgar Allan Poe memorabilia schonk de brief afgelopen zomer aan het Poe Museum. De medewerkers zijn momenteel bezig om de brief verder te analyseren. Begin 2025 zal het een plekje krijgen in de nieuwe tentoonstellingsruimte van het museum. Online kun je de brief alvast bekijken.
Een jonge schrijver
Hoewel Edgar Allan Poe ook sciencefiction, detectives en komedies schreef, ging hij vooral de geschiedenis in vanwege zijn horrorverhalen. Zijn macabere werken drukten een stempel op de Amerikaanse literatuurgeschiedenis en zijn ook nu nog voor menig auteur en filmmaker een belangrijke inspiratiebron. Toch werd veel van zijn werk aanvankelijk afgewezen door tijdschriften en toen het toch werd gepubliceerd, leverde het hem maar weinig op.
Daar liet de nog jonge auteur zich niet door tegenhouden. Hij bleef zijn verhalen op papier zetten. Nadat een van zijn eerste gepubliceerde stukken Berenice (1835) verscheen in de Southern Literary Messenger, ontving dit tijdschrift meerdere klachten van lezers: ze vonden het verhaal veel te eng. Veel van Poe’s verhalen zijn inmiddels klassiekers geworden, waaronder de The Pit and the Pundulum, The Fall of the House of Usher en The Murders in the Rue Morgue. Het laatste werk wordt ook gezien als een van de eerste detective verhalen.
Een pionier van Amerikaanse literatuur
Om meer bekendheid te krijgen en zijn werk te verbeteren, schreef Poe ook brieven naar gevestigde auteurs aan wie hij om feedback vroeg. Eén van de personen die hij aanschreef, was Washington Irving. Toen Poe hem schreef was Irving één van de populairste auteurs in de Verenigde Staten, met diverse bestsellers op zijn naam, waaronder Rip Van Winkle (1819) en The Legend of Sleepy Hollow (1820). Hij was niet alleen een inspiratie voor de jonge Poe, maar ook voor menig ander schrijver, waaronder de Engelse auteurs Lord Byron en Mary Shelley. Als grondlegger van de American short stories genoot Irving internationale bekendheid.
Een vriendelijk verzoek
Poe schreef Irving op 12 oktober 1839. Bij zijn brief voegde Poe zijn nieuwste verhaal William Wilson. De jonge auteur gaf aan dat hij het bijna niet durfde te vragen uit angst dat Irving hem wellicht opdringerig zou vinden. Zijn vraag: zou Irving wellicht enkele woorden kunnen zeggen over Poe’s nieuwe werk? Dan kon Poe een quote van Irving in de advertenties opnemen die verspreid zouden worden voorafgaand aan de publicatie van zijn aankomende verhalenbundel Tales of the Grotesque and Arabesque (1840). Enigszins vergelijkbaar met citaten op de achterflappen van boeken tegenwoordig. Enkele woorden van een belangrijke auteur als Irving zouden, zo schreef Poe, bijdragen aan de promotie van zijn nieuwe boek en zijn doorbraak kunnen betekenen.
Een quote in de advertenties
Enkele weken later, op 6 november 1839, schreef Washington Irving een brief terug, ietwat vertraagd door wat problemen met de postbezorging en door Irvings zelf toegegeven neiging tot uitstelgedrag. Irving reageerde positief: Poe’s verhalenbundel zou zonder twijfel gunstig worden ontvangen door het publiek. Uiteindelijk zou een citaat uit deze brief van Irving in de advertentie worden gebruikt voor de Tales of the Grotesque and Arabesque (1840). Het citaat: 'I have read a little tale called “ William Wilson” with much pleasure. It is managed in a highly picturesque style, and the singular and mysterious interest is ably sustained throughout. I repeat what I have said of a previous production of this author; that I cannot but think that a series of articles of like style and merit would be extremely well received by the public. — Washington Irving.'
In de brief gaf Irving Poe tot slot ook nog wat advies, dat niet bedoeld was voor publicatie. Irving gaf aan dat een van Poe's eerder doorgestuurde verhalen (een verhaal dat niet bij naam wordt genoemd) nog iets te uitgebreid was omschreven - wat minder ‘epitheta’ kon geen kwaad. Bij zijn lezers zou hij dan nog steeds hetzelfde effect bereiken. Het verhaal Wiliam Wilson vond Irving dan ook wat betreft stijl het beste.
En daarna?
Ondanks Irvings lovende woorden was Tales of the Grotestque and Arabesque nog niet Poe’s doorbraak. Die kwam pas enkele jaren met het beroemde gedicht The Raven (1845), dat hij voordroeg in verschillende theaters. Ook Poe’s andere verhalen vonden vervolgens gretig aftrek. Hij is nu een van de bekendste Amerikaanse auteurs uit de literatuurgeschiedenis. Poe bleef in zijn tijd een bewonderaar van Irving. Toch was hij ook - zeker in zijn latere jaren – kritisch: in zijn recensies noemde hij Irvings stijl soms oppervlakkig, sentimenteel of voorspelbaar.
Delen: