Drie vragen aan: Maaike van Berkel

In Drie vragen aan… interviewen we historici over hun meest recente onderzoek aan de hand van drie vaste vragen: Waar bent u mee bezig? Wat heeft u ontdekt? En waarom is dit belangrijk? Deze keer is de beurt aan Maaike van Berkel. Van Berkel is hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en houdt zich op dit moment bezig met hoe steden in het Midden-Oosten in de middeleeuwen aan water kwamen.  

Waar bent u momenteel mee bezig? 
Ik ben op dit moment bezig met een onderzoek naar stedelijke watervoorziening in het middeleeuwse Midden-Oosten. In dat Midden-Oosten kwamen grote steden tot bloei, met soms wel 500.000 inwoners. Steden als Bagdad, Damascus, Basra en Cairo waren daarmee veel groter dan de steden in middeleeuws Europa. De traditionele visie is dat steden in het Midden-Oosten zwak georganiseerd waren, veel zwakker dan de steden in Europa. Maar hoe verklaar je dan dat dit soort grote steden hun bewoners duurzaam van drinkwater konden voorzien? En dat alles ondanks de waterschaarste die ook toen al de regio teisterde? 
Hoe kregen ze dat georganiseerd? Daarover gaat mijn huidige onderzoek.

Wat heeft dit onderzoek tot nu toe opgeleverd? 
Hoewel ik mezelf al enige tijd voorbereid op dit onderzoek, ben ik pas echt begonnen op 1 september, toen mijn VICI-project van start ging. Ik zal nu eerst de rest van het team werven (twee postdocs en twee promovendi), en dan kunnen we aan de slag. Wel heb ik al een aantal voorlopige ideeën over dit onderzoek geformuleerd. Het eerste wat opvalt is dat de steden in het Midden-Oosten geen centraal watersysteem kenden, maar een veelheid aan systemen. Denk daarbij aan aquaducten, kanalen, cisternen, en waterdragers.

Die systemen werden elk op hun eigen manier georganiseerd door de staat, door gemeenschappen of door individuen en waren toegespitst op de natuurlijke omgeving van de stad en op specifieke buurten of bevolkingsgroepen. Om die reden wil ik in mijn onderzoek ook niet alleen gaan kijken naar door de staat georganiseerde watervoorziening, maar juist ook naar private, informele en van onderop georganiseerde initiatieven. En verder ben ik erg geïnteresseerd in wanneer er nu organisatorische of technische vernieuwing plaatsvond in het waterbeleid. De goed functionerende grote bouwwerken, zoals aquaducten en kanalen, hebben vaak een zeer lange levensduur. Minder bekend zijn we nu nog met de redenen om watersystemen aan te passen, anders te organiseren of anders te financieren. Ook daaraan zullen we in dit project aandacht besteden.

Waarom is het belangrijk dat dit aan het licht komt?
Watervoorziening is voor mij een middel om stedelijke organisatie in het middeleeuwse Midden-Oosten in kaart te brengen. Met dit onderzoek hoop ik dan ook een vernieuwende, alternatieve, visie op stedelijke organisatie te brengen. Dit zou een model moeten zijn dat voorbijgaat aan de Eurocentrische visies op stedelijke organisatie die tot nu toe vaak de toon hebben gezet en die ervoor hebben gezorgd dat steden in het Midden-Oosten als zwak georganiseerd zijn getypeerd. Maar ik heb ook een maatschappelijke agenda.

Duurzaam watermanagement is een van de grootste uitdagingen waar de wereld voor staat en dat geldt zeker voor het waterarme Midden-Oosten. Omdat waterschaarste niet alleen een klimatologisch probleem, maar bij uitstek ook een kwestie van een succesvolle organisatie, hoop ik met mijn project te kunnen bijdragen aan debatten over een duurzame watervoorziening voor de toekomst. Misschien ligt de sleutel voor duurzamer watergebruik wel bij een gedecentraliseerde watervoorziening die de verantwoordelijkheid voor het gebruik dichter bij de mensen zelf legt. 

Delen: