Doorgestoken kaart: matchfixing op de antieke Olympische Spelen

We stellen ons de antieke Olympische Spelen graag voor als een plek waar atleten wars van elke vorm van valsspel of winstbejag met elkaar in competitie gingen: de eer van de overwinning was hun enige beloning. Maar klopt dat beeld wel? Er zijn vele voorbeelden van matchfixing en omkoping. Er ging juist veel geld om bij sportwedstrijden in de oudheid. Geen wonder: de atleten investeerden enorme bedragen en zagen daar graag wat van terug.

Verbaasd moet een onderzoeker in Oxford naar zijn eigen transcriptie van een stuk papyrus uit de derde eeuw gestaard hebben. Las hij dat goed? Op het fragiele, maar tamelijk goed bewaarde document stond een Grieks contract geschreven in het snelle, cursieve handschrift van een geoefende klerk. Contracten kennen we in groten getale uit de papyri, maar wat de twee partijen hier schriftelijk vastlegden was wel erg ongebruikelijk: Aquila, de vader van de jonge worstelaar Nikantinoos, betaalde de vertegenwoordigers van een andere jeugdige worstelaar, het talentje Demetrios, een grote som geld. De afspraak was dat Demetrios Nikantinoos zou laten winnen tijdens een aanstaande belangrijke wedstrijd. Deed Demetrios dat niet, dan moest hij een fikse boete betalen; ook de hoogte daarvan stond in het contract.

Gouden lauwerkrans uit de Hellenistische periode, ca. 300-30 v.Chr. (Afbeelding: Kerameikos Archeologisch Museum Athene, via Wikimedia Commons).

 

Prestatiedruk
Toegegeven, dit verrassende omkoopcontract stamt niet uit Olympia, maar werd gevonden in El-Bahnasa (het antieke Oxyrhynchus, zie kader) in Egypte, dat toen deel uitmaakte van het Romeinse Rijk. Hier woonde namelijk Gaius Julius Theon, een van de vertegenwoordigers van Demetrios, die we uit andere papyri kennen als een succesvolle atleet die, na zijn sportieve carrière, fungeerde als de lokale representant van de atletenbond. Het document werd op 27 februari 267 opgesteld in Antinoopolis, een stad wat verderop in het zuiden van Egypte. Deze was genoemd naar Antinoos, het liefje van keizer Hadrianus, die hier in het jaar 130 onverwacht aan zijn einde kwam doordat hij in de Nijl verdronk. Hadrianus gaf hem een goddelijke status en liet bij de plek des onheils te zijner nagedachtenis de stad Antinoopolis bouwen. Hier kwam een heiligdom en werden spelen gehouden ter ere van Antinoos.

De vader Aquila, van wie in het contract wordt gezegd dat hij hogepriester was van de nieuwe god Antinoos, bekleedde dus een van de meest prestigieuze functies in de stad. Door zijn zoon Nikantinoos te noemen, gaf hij meteen aan dat hij ook voor hem hoge verwachtingen had: de uitgang -antinoos refereerde uiteraard aan de belangrijkste plaatselijke cultus (en wedstrijd), Nik- komt van nikein (winnen). Aquila nam het zekere voor het onzekere en regelde die beoogde overwinning zelf. Zo verzekerde hij zijn zoon van het sociaal prestige dat hierbij hoorde en dat bijvoorbeeld een ereplaats in het theater opleverde, een eretitel en een maandelijkse toelage van de stad.

Balans opmaken
Aquila ging er blijkbaar niet vanuit dat zijn zoon eerlijk kon winnen; kennelijk was Demetrios de meer getalenteerde van de twee worstelaars. Dat Aquila de zege kocht, valt dus te verklaren. Het is evenmin vreemd dat de ambitieuze jonge worstelaar die expres moest verliezen erin meeging. Voor hem was het een soort investering: Demetrios kwam niet uit Antinoopolis en ondernam dus reizen naar andere steden om zijn prille sportcarrière van de grond te krijgen, en hij had een gepensioneerde kampioen als trainer. Daar had hij geld voor nodig. Weliswaar zou hij dat ook verdienen als hij won, want dan ontving hij immers de maandelijkse toelage van de stad. Maar die was erg bescheiden en in het buitenland kon hij er moeilijk bij. Over de jaren heen zou de vergoeding wel oplopen tot een behoorlijk bedrag – en uiteindelijk zelfs hoger liggen dan de som van 3800 drachme die hij met deze transactie verdiende – maar als beginnend atleet had hij nu uitgaven.

De Oxyrhynchus papyri
Papyrus was het papier van de oudheid. In Griekenland en Italië zijn alle originele boeken, administratieve stukken en brieven op papyrus verloren gegaan, maar in Egypte lagen heel wat antieke woonkernen aan de rand van de woestijn. Door de permanent droge bodem is papyrus hierin wel behouden gebleven. Tegenwoordig vindt men nog maar zelden nieuwe stukken, want op de plek van deze woonkernen is begin 20ste eeuw op grote schaal de bodem afgegraven voor sebakh; dit product ontstaat door het uiteenvallen van antieke bouwmaterialen en ander organisch materiaal en werd gebruikt voor de kunstmestproductie.

Gelukkig onderzochten de Engelse classici Bernard Grenfell en Arthur Hunt vanaf 1894 meerdere jaren lang de afvalhopen van de stad Oxyrhynchus. Hier ontdekten ze duizenden papyri. In Oxford wordt nog altijd gewerkt aan de publicatie hiervan. Het besproken contract ujit 267 tussen Demetrios en Nikantinoos werd uitgegeven door Ruey-Lin Chang in de Oxyrhynchus Papyri (vol. 79).

Lees meer over de Oxyrhynchus Papyri op de website van de University of Oxford. 
Papyrusfragmenten worden verzameld tijdens opgravingen begin 20ste eeuw in El-Bahnasa (het antieke Oxyrhynchus). (Afbeelding: University of Oxford, via Wikimedia Commons). 

 

Niet geaccepteerd, maar kwam wel voor
Het merkwaardigst aan deze omkoopactie is dat beide partijen dit op papier durfden zetten. Achtten ze het werkelijk mogelijk dit in te zetten bij een rechtszaak als één van de partijen zich niet aan de afspraak hield, om zo een boete af te dwingen? Hebben we hier met een cultuur te maken waarin valsspelen zo geaccepteerd was dat men er onder reputatieschade te vrezen een papieren spoor van kon achterlaten? Of was deze situatie toch eerder uitzonderlijk? Wie Philostratus’ Gymnasticus uit de derde eeuw leest, het enige literaire werk uit de Oudheid dat volledig aan de atletiek gewijd is, denkt van wel. Hij vertelt namelijk vol verontwaardiging over een atleet op de belangrijke Isthmische Spelen bij Korinthe, die zoals afgesproken verloren had, maar het beloofde geld niet kreeg en zich hier publiekelijk over beklaagde in het heiligdom van Isthmia. 

Philostratus presenteert dit openlijke beklag als bijzonder ongewoon en verwacht dat zijn lezers hierover net zo misnoegd zijn als hij. Philostratus’ anekdote toont dus dat valsspelen niet sociaal geaccepteerd was, maar bevestigt tegelijk dat het geregeld voorkwam. Voor Philostratus, die een of twee generaties voor onze jonge Egyptische worstelaars leefde, was dit een symptoom van het moreel verval van zijn tijd.

Religieus vergrijp
Andere bronnen leveren echter bewijs dat fraude in eerdere eeuwen ook voorkwam. Het is om te beginnen tekenend dat een van de oudste teksten die we uit Olympia kennen, een sterk beschadigde bronzen tafel uit de 6de eeuw v.Chr., regels en scheidsrechters tot onderwerp heeft. Er worden bijvoorbeeld specifieke manoeuvres verboden, zoals het breken van vingers bij de gevechtssporten. We weten uit verschillende bronnen dat er stokslagen op dit soort vergrijpen stonden. Deze straf werd destijds in het civiel recht nooit aan volwassen vrije mannen opgelegd, want lijfstraffen waren voorbehouden aan slaven en kinderen, maar werd toch passend geacht: sportwedstrijden maakten deel uit van religieuze festivals, dus het overtreden van een spelregel was een religieus vergrijp.

Geregeld waren het vaders
In de 6de eeuw v.Chr. werd sport steeds belangrijker in de Griekse cultuur. Een groeiend deel van de bevolking vond dat sporten een standaardelement in de opvoeding voor jongens hoorde te zijn. Voor getalenteerde atleten ontstond een circuit van vier- en tweejaarlijkse wedstrijden in heel Griekenland, dat zich geleidelijk over het hele oostelijke Mediterrane gebied zou uitbreiden. Met sport was aanzien en rijkdom te verwerven, en steden overlaadden hun winnaars met geld en eerbetoon. Omgekeerd nam de status van de stad toe met elke inwoner die een wedstrijd won. In dit stelsel verkozen sommige atleten de makkelijkste weg, en ontstond tegelijkertijd de behoefte om de sport beter
te reguleren.

Zo blijkt dat men zich ervan bewust was dat het geregeld vaders waren die zich aan matchfixing schuldig maakten, aangezien de regel bestond dat niet alleen de atleten, maar ook hun naaste familieleden voor de Spelen begonnen een eed moesten zweren dat ze volgens de regels zouden strijden. Uit het einde van de 6de eeuw stamt al wetgeving over de hoogte van de bonussen die Olympische winnaars en andere topatleten kregen van hun thuisstad.

Atleten waren professionals die veel geld in hun sport staken. Graag zagen ze als ze wonnen behalve eerbetoon ook in materieel opzicht iets van hun investering terug. Op de afbeelding: de winnaar van een race krijgt zegelinten van Niké, personificatie van de overwinning. Attische vaas, ca. 400 v.Chr. (Afbeelding: British Museum, via Wikimedia Commons).

 

Aan de schandpaal
Een andere bron waardoor we weten dat valsspelen in de Griekse atletiek wel degelijk voorkwam, ook al werd het streng afgekeurd, biedt een bijzondere set Zeusbeelden in Olympia. Deze werden vanaf de 4de eeuw v.Chr. opgericht en het benodigde budget kwam uit de boetes die de Olympische raad oplegde aan personen die betrapt waren op omkooppraktijken of andere overtredingen rondom de wedstrijden. Elk van deze beelden stelde Zeus voor en kan beschouwd worden als een soort zoenoffer. In het opschrift op de sokkel werd de schuldige aan de schandpaal genageld. Zo staat ook hier een vader van een lokale worstelaar te kijk: hij betaalde in 12 v.Chr. geld aan de vader van een buitenlandse concurrent in de jeugdcompetitie.

De Zeusbeelden (Zanes genoemd in het lokale dialect) stonden in een rij langs het pad dat naar de atleteningang van het stadium leidde: een weinig subtiele manier om de deelnemers aan de regels te herinneren. De standbeelden en opschriften hebben de tand des tijds niet weerstaan, maar we kennen ze uit een uitgebreide beschrijving door de Romeinse auteur Pausanias (tweede eeuw n.Chr.).

Herakleides klikte
Pausanias bericht overigens ook over een andere praktijk die niet eervol was, maar die was niet illegaal: het gebeurde geregeld dat topatleten tegen geld voor andere steden uitkwamen dan hun moederstad. Wie op dit soort lucratieve aanbiedingen inging, raakte vermoedelijk thuis uit de gratie maar dat was alles: van de Olympische autoriteiten hadden deze atleten niets te vrezen, want dit was niet tegen de regels. Nadat de Romeinen Griekenland veroverd hadden in de tweede eeuw v.Chr. was ook de schande verleden tijd dat iemand zijn moederstad had verloochend, want toen kon men burger van verschillende steden tegelijk zijn.

Er veranderde in de Romeinse tijd ook het een en ander in de reglementen rond de Spelen: er kwamen vooral extra bureaucratische regeltjes. Zo werd de inschrijvingsprocedure aangescherpt. Alle deelnemers moesten zich uiterlijk 30 dagen voor aanvang laten registreren in Elis, de provinciestad die de regio van Olympia administratief beheerde. Ook met deze nieuwe regels werd de hand gelicht. Zo kwam Apollonios, een bokser uit Alexandrië in het jaar 93, te laat. Hij werd alsnog toegelaten omdat hij beweerde dat tegenwind bij de Cycladen hem parten had gespeeld – een vorm van overmacht die expliciet als uitzondering was opgenomen in het reglement.

Toen hij in de finale uitkwam tegen zijn netjes op tijd gearriveerde stadsgenoot Herakleides, besloot deze zijn concurrent erbij te lappen en zo makkelijk zelf het prijzengeld op te strijken. Apollonios had helemaal geen last gehad van de wind, klikte Herakleides. Zijn tegenstander was in Ionië geweest aan de Klein-Aziatische kust, waar hij bij zoveel mogelijk kleinere wedstrijden prijzengeld wilde binnenhalen alvorens naar Olympia af te reizen. Hij was eenvoudigweg te laat vertrokken. De licht ontvlambare Apollonios reageerde hierop door Herakleides een flinke dreun te verkopen. Dit laatste leverde hem een boete op, en door het Zeusbeeld dat opgetrokken werd, is deze episode (en niet Apollonios’ verder waarschijnlijk verdienstelijke bokscarrière) vereeuwigd.

De rechter worstelaar speelt vals: hij mikt op de ogen van zijn tegenstander. De scheidsrechter staat op het punt in te grijpen. Attische vaas ca. 480 v.Chr. Bekijk hier het volledige object. (Afbeelding: British Museum, via Wikimedia Commons).
 

Financieel risico
De topsport ging in Griekenland – net als nu – over grote bedragen. Het klopt dat er in Olympia enkel een bladerkrans te winnen viel, maar Olympische winnaars hadden in hun thuisstad recht op (bij wet vastgelegde) beloningen en die konden flink oplopen. Maar ook toen gingen de kosten voor de baat uit: de start van een atletencarrière betekende voor iedereen behalve de allerrijksten een aanzienlijk financieel risico Een beginnend atleet had veel kosten, zoals het loon van professionele trainers, de uitgaven die het reizen over duizenden kilometers met zich meebracht, en de hoge contributie van de internationale atletenbond waar ambitieuze sporters in de Romeinse tijd gewoonweg lid van móesten zijn omdat ze er zoveel nuttige informatie konden vinden over het enorme wedstrijdcircuit. 

De Spelen kenden zo’n mate van professionaliteit dat een atleet zijn hele jonge leven aan deze passie moest wijden om mee te kunnen komen, en hij kon dus niet op een andere manier geld verdienen. Evenmin had hij de garantie de investeringen ooit te kunnen verzilveren. De historische bronnen hebben het bijna altijd over de winnaars, maar achter elke bekende winnaar verbergt zich een groep onbekende verliezers. En voor elke atleet die aan talent alleen niet genoeg had om door te stoten naar de top, was de verleiding om zich niet aan de regels van fair play te houden groot.

Dit artikel verscheen eeder in 2022 (nr. 8) in Geschiedenis Magazine onder de titel: 'Doorgestoken kaart! Oneerlijke praktijken rondom de antieke Spelen'.

Verder lezen
- Harry Pleket, Altijd de beste. Sport in de Griekse oudheid, Athenaeum - Polak & van Gennep, 2014

Delen: