De helmplicht van 1975: 'haarverwarrend' en 'cultuurverarmend' maar wel een stuk veiliger

Er worden grootschalige campagnes opgezet om de Nederlandse fietsers aan de helm te krijgen. In Denemarken is dat al heel gebruikelijk. Toch voelen sommige mensen enige weerstand. Deze kwestie rondom het dragen van een helm was met name afgelopen jaar prominent aanwezig in het publieke debat met het oog op de fatbike. Of de helmplicht voor de fatbike er wel of niet komt in de toekomst, dat is nog niet zeker. Hoe verliep de invoering van zo'n helmplicht 50 jaar geleden? Op 1 februari 1975 werd de helmplicht voor bromfietsen ingevoerd. Bromfietsers liepen toen weliswaar tegen wat praktische problemen aan, maar ze zagen ook de noodzaak ervan in.

Op de Puch naar het werk
Eind jaren ’40 van de vorige eeuw kwamen de eerste bromfietsen op de markt. Als gevolg van de welvaartstoename na de Tweede Wereldoorlog konden steeds meer mensen zo’n brommertje aanschaffen. Het was veel sneller dan de fiets, je stond in een mum van tijd op je werk en zomers kon je er fijn mee op vakantie. In de jaren ’50 en ’60 kende de brommer in Nederland zijn hoogtijdagen. Nederlanders kochten massaal Yamaha, Batavus en Kreidler brommertjes of kozen voor een Puch. In 1970 bromden er zo’n 2 miljoen mensen rond. En niet alleen jongeren: het was een populair vervoersmiddel voor alle leeftijden. En die populariteit maakte maatregelen nodig om de verkeersveiligheid te verhogen. Zo werd in 1954 ingevoerd dat brommers niet harder mochten dan 40 km per uur. Vanaf 1957 moesten eigenaars een nummerplaatje aanschaffen. En in 1965 werd het verplicht om een WA-verzekering af te sluiten. In 1975 zorgde een nieuwe maatregel voor enige ophef: de helmplicht.

Veel mensen droegen er al wel een
Het was niet zo dat niemand een helm droeg voor die tijd. Voorafgaand aan de invoering van de helmplicht deed de Leeuwarder Courant in januari 1975 een peiling om het aantal helmdragers in de regio in kaart te brengen. Daarvoor hielden een paar mensen tussen half 8 en half 9 ‘s ochtends nauwlettend drie kruispunten en drukke wegen in de gaten bij Leeuwarden, Sneek en Heereveen. Wat bleek? In Leeuwarden droegen van de 84 bromfietsers 45 mensen een helm. In Sneek kwamen er in datzelfde uur 91 brommers langs, waarbij 59 bestuurders een helm droegen. En in Heereveen waren dat er 94 en werden 66 helmen gespot. In deze steekproef droeg dus iets meer dan 60 procent van de bromfietsers al een helm. Zo’n 40 procent van de bevolking zou dus nog een helm moeten kopen om aan de verplichting te voldoen. Want die ging toch echt in vanaf 1 februari 1975.

Mild optreden
Dat wil niet zeggen dat er gelijk heel streng werd gehandhaafd. Het Algemeen Dagblad meldde dat de politie de eerste weken nog mild zou optreden tegen mensen die geen helm op hadden. In sommige plaatsen waren ze ook niet meer te krijgen. De mensen die tot het laatste moment hadden gewacht om – soms enigszins schoorvoetend – een helm aan te schaffen, stuitten zo op leeggekochte winkels. Adjudant Van der Sluis van de Centrale Politie Verkeerscommissie stelde de bromfietsers in het Algemeen Dagblad gerust: ‘De politie staat vrijdagnacht om 00:00 u. niet met potlood en papier langs de weg om elke bromfietser zonder helm op de bon te slingeren. Zo gulzig zijn we niet’. Veilig Verkeer Nederland dacht hier minder coulant over en benadrukte dat er geen excuus was om geen helm te dragen. Wie even zocht kon er bij een andere fietshandelaar nog wel een kopen. Bovendien, was de wet lang van te voren al aangekondigd. Na een paar weken zou de controle wél worden verscherpt.

Een man op een Puch in Renkum. (Afbeelding: Gelders Archief, CC0 1.0 licentie)

 

Extra grote helmen
De politie en justitie kon vooral begrip opbrengen voor mensen met wat grotere hoofden. Zo meldde het Algemeen Dagblad: ‘De 500 tot 1.000 Nederlands voor wie zelfs de grootste helm te klein is moeten nog zeker een maand wachten voordat zij een helm kunnen aanschaffen. Vooral met hen zal de politie bij het bekeuren rekening houden’. Aangezien er maar een beperkte vraag was naar zulke grotere maten, was de productie ervan relatief duur. Daarom werd daarvoor overheidssubsidie verleend door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Dan konden de helmen alsnog voor schappelijke prijzen verkocht worden aan de brommerrijders. Maar deze grote maten zouden niet voor 1 april in de winkel liggen. Sommigen namen dus maar andere preventieve maatregelen. Zo schreef het Limburgsch Dagblad dat een inwoner van Geleen, voor wie een passende helm nog in de maak was, zelf maar naar de politie was gestapt om een boete voor te zijn. Hij gebruikte zijn brommer namelijk dagelijks om naar werk te gaan. De agenten toonden begrip voor zijn situatie. Hij kreeg een briefje mee, waarin stond dat hij uit overmacht tijdelijk geen helm droeg.

Traditionele klederdracht
De helmplicht werd goed opgevolgd, zo meldde Trouw enkele dagen later. De politie in Amsterdam, Maastricht en Utrecht hadden niet het exacte aantal waarschuwingen geregistreerd, maar het waren er in ieder geval niet opmerkelijk veel. Toch liepen sommige mensen wel tegen problemen aan. Zo zouden de getoupeerde kapsels, opgestoken haren en permanentjes erdoor in de war raken. Ook zou het volgens sommige bestuurders contrasterend afsteken bij een zorgvuldig samengestelde outfit. Zo kreeg de politie in Walcheren van ‘Zeeuwse dames’ te horen dat het dragen van een helm uit de toon viel bij hun traditionele klederdracht. De helmplicht zou daardoor ‘Cultuurverarmend’ werken omdat verschillende vrouwen hun Zeeuwse kappen, schorten en rokken in de kast liet hangen ‘om te kunnen blijven brommen’. Overigens, zo schreef een journalist van Trouw, hadden de inwoners van Bunschoten-Spakenburg daar minder moeite mee. Daar hield men de traditionele klederdracht gewoon aan. Sommige oudere mensen wisselden hun brommers wel in voor fietsen. De politie aldaar rapporteerde dat in het weekend nadat de helmplicht was ingevoerd, maar weinig bromfietsers zonder helm rondreden. Daarbij merkte de politie wel op: ‘Er wordt hier nauwelijks gebromd op zondag’.

Jongeren sleutelen aan een brommer, Amsterdam 1981. (Afbeelding: Stadsarchief Amsterdam, B00000004320)
 

Aan de ketting
Een ander probleem dat de gemoederen bezighield: wat doe je nu precies met die helm als je even de winkel in moet? Zeul je dat ding mee? Dat is ook maar een gedoe. Of leg je hem op je zadel? Ook in de periode waarin ‘de touwtjes’ zogenaamd ‘uit de brievenbussen’ hingen, was dat een risico. Dit was een praktisch probleem waar veel mensen tegenaan liepen. Bij de berichtgeving rondom de helmplicht stond in veel kranten dan ook een foto van een brommertje waaraan de helm met een flinke ketting was vastgeketend. Een fabrikant in Weesp maakte van nood deugd en bracht nog diezelfde maand een nieuwe helm op de markt, met aan weerskanten een gat, zodat je een kabelslot erdoorheen kon steken. Daarmee legde je de helm vast op je bagagedrager of aan je steur. Het koste ƒ 62,50 gulden, inclusief kabelslot (omgerekend zou dat nu, rekening houdend met inflatie, circa 100 euro zijn).

Brommerverkoop daalt
Voor sommige mensen was de helmplicht toch een reden om de brommer aan de kant te zetten. We zien in kranten ook meerdere advertenties van ‘zo goed als nieuwe’ brommertjes, die mensen van de hand wilden doen. Ook de verkoop van nieuwe brommers daalde in de loop van de jaren ’70 en ’80. Maar of dat écht door de helmplicht kwam? Waarschijnlijk niet. Verschillende fabrikanten zagen de verkoop van brommers al enkele jaren vóór de helmplicht afnemen. De kosten voor de verzekeringen waren gestegen en auto’s werden steeds betaalbaarder. Tegen het einde van de jaren ’80 maakten veel klassieke Puchs en Kreidlers plaats voor auto’s, en voor fietsen. 

Delen: